Het advies van de FOD Economie zoals bepaald wordt in artikel 10,§2 van de wet van 25 juni 1993;
Het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten;
Het gemeentelijk belastingreglement op de standplaatsen op de openbare markten van 25 maart 2019, dat enkel van toepassing is voor de ambulante activiteiten niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten of deel uitmaken van de ambulante activiteiten buiten de openbare markten, zoals vermeld in afdeling 2 van het gemeentelijk reglement op de ambulante activiteiten van 23 april 2018
Het gemeentelijk reglement op ambulante activiteiten, goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 april 2018
In de gemeente langs druk bezochte wegen en op strategische verkoopsplaatsen waar de bevolkingstoeloop groot is, wordt meer en meer ambulante handel georganiseerd in kramen, barakken, verplaatsbare handelswagens of gewone voertuigen, enz .. om hun koopwaar aan te bieden;
Tal van ambulante handelaars komen van huis tot huis hun producten aanbieden, het zogenaamde leuren;
Zulke gelegenheden hebben weinig of geen kadastraal inkomen en betalen bijgevolg hiervoor weinig of geen onroerende voorheffing;
Het betreft hier de uitbatingen van ambulante handel, die geen deel uitmaken van een woning met kadastraal inkomen of van een bestendige handelszaak met eigen infrastructuur, en niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten, kermissen of manifestaties met gemeentelijke toestemming;
Deze uitbatingen benadelen de gevestigde handelaars in hun verkoop en remmen zo in grote mate de tewerkstelling en investeringen;
Deze manier van handel drijven is een oneerlijke concurrentie ten opzichte van de handelaars in vaste gebouwen, die een aanzienlijke belasting betalen als onroerende voorheffing;
Het is de plicht van de gemeente al het mogelijke te doen om de bestaande handelsuitbatingen en KMO's te handhaven en nieuwe aan te trekken om zich hier te vestigen;
De verkoopsstanden ontsieren urbanistisch de omgeving en betekenen verkeerstechnisch dikwijls een gevaar voor de weggebruikers omdat er vaak geen parkeerruimte is.
De gemeente hoort haar belasting zo evenwichtig mogelijk te spreiden over alle handelaars;
Met ingang vanaf I april 2019 tot en met 31 maart 2025 wordt ten behoeve van de gemeente een gemeentebelasting geheven op elke ambulante handel in goederen of diensten, die integraal voldoen aan deze opgesomde bepalingen :
Voor de toepassing van dit reglement wordt als ambulante activiteit beschouwd de verkoop, de te koop aanbieding en uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten aan de consument door een handelaar buiten zijn vestiging(en) ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen hetzij door elke andere persoon die niet over dergelijke vestiging beschikt.
§I . Op de ambulante activiteiten, die vallen onder de toepassing van artikel I en zonder voorafgaandelijke vergunning van het schepencollege op ons grondgebied, ongeacht de duur ervan, een vaste standplaats innemen en ter plaatse staan te wachten op voorbijkomende kopers om hun handel aan de man te brengen wordt een belasting geheven van : 250,00 EUR per begonnen dag
§2. Voor de rondrijdende ambulante activiteiten, die geen vaste standplaats innemen, maar waarbij de verkoper enkel stopt op uitnodiging van de klant (hierbij bedoelen we de rijdende snackbars, ijsventers, fruitverkopers,...,) wordt geen belasting geheven. Alvorens te starten met zijn activiteit op het grondgebied van de gemeente Zonhoven moet deze belastingplichtige een vergunning aanvragen bij het gemeentebestuur met melding van de periode waarop de belasting van toepassing is. Er wordt een ontvangstbewijs van deze aangifte en betaling afgeleverd. Dit bewijs moet vertoond worden bij elk verzoek van de hiertoe aangestelde ambtenaar of van de met toezicht belaste agenten.
§3. De bediening ten huize aan een vast lokaal cliënteel, valt niet onder de toepassing van dit belastingreglement.
De belasting is contant opeisbaar tegen afgifte van een ontvangstbewijs en verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de ambulante handel uitoefent.
Bij gebrek van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldigen.
Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier, ook de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, de uiterste betalingsdatum, de termijnen waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming het adres — contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd. De kohierbelastingen wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van de aanslagbiljetten.
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die gemachtigd zijn om alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen te stellen in verband met de toepassing van de belastingverordening De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of administratieve geldboete een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaarschrift mag eveneens tegen ontvangstbewijs overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingplichtige, alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger vermeldt expliciet in zijn bezwaarschrift of hij wil gehoord worden. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt binnen 1 5 kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur. Hij/zij beschikt hiertoe eveneens over de onderzoeksbevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 6, om de behandeling van het bezwaarschrift te verzekeren.
De belastingschuldigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
De indiening van het bezwaarschrift stelt de belastingschuldige niet vrij van de verplichting om deze binnen de toegestane termijn te betalen.
In geval er een hoorzitting moet georganiseerd worden, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger 15 kalenderdagen voor de hoorzitting een uitnodiging per brief of e-mail ontvangen. De uitnodiging bevat de plaats en het tijdstip waar de hoorzitting zal plaatsvinden, evenals de dagen en uren waarop het dossier kan worden geraadpleegd. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger moeten ten minste 7 kalenderdagen voor de dag van de hoorzitting per brief of e-mail bevestigen dat hij aanwezig zal zijn.
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Deze beslissing is voorwerp van publicatie- of bekendmakingplicht in kader van openbaarheid van bestuur en valt onder de rubriek meldingsplichtige besluiten.