Het gemeenteraadsbesluit van 31 maart 2014 betreffende de aanpassing van de belastingstarieven op het plaatsen van kermis- en/of circusinstallaties op privé en/of openbaar terrein - dienstjaren 1 april 2014 tem 31maart 2019.
Gelet op de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, zoals gewijzigd;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten;
Gelet op het gemeentelijk reglement op het inrichten van kermissen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 februari 2014;
Overwegende dat het vanzelfsprekend is, de tarieven te koppelen aan de index der consumptieprijzen (tabel van 2013 = 100) en als aanvangsindex deze van januari 2019 (108,50) te nemen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 26 september 2016 betreffende de goedkeuring van de codex politieverordeningen, meer bepaald Deel III Hfdst 4 inzake kermissen en latere wijzigingen;
Overwegende dat het aangewezen is om de gemeentebelasting best iets langer dan een legislatuur te laten lopen, teneinde tijdens de overgangsperiode 2024-2025 (bij de nieuwe verkiezingen) alsnog een rechtsgeldig reglement te hebben, die de inkomsten garandeert.
Besluit van het college van 5 maart 2019 waarin kennis wordt gegeven van de invoering van een gemeentebelasting op kermissen en circussen aan de hand van het aangeleverde modelreglement;
Bij de opmaak van het belastingreglement op de kermissen en circussen is een vereenvoudiging doorgevoerd aan het tarieven vermeld in artikel 3. punt 1. De attracties in punt A en B zullen allen onder 1 tarief vallen. Dit komt neer op 1 EUR per vierkante meter met een maximum van 100 EUR per attractie voor de duur van de kermis. Het tarief voor de eetgelegenheden blijft op 4 EUR per vierkante meter en deze voor circussen op 60 EUR per dag dat de attractie is opengesteld.
De opbrengst per jaar van de kermissen en circus schommelt rond 2.500 EUR.
Wat de circussen betreft zal het college nog steeds bij de aanvraag in een aparte beslissing de voorwaarden (borg, terrein, ..) vaststellen.
De organisatie van en het toezicht op de kermissen en circussen brengt voor de gemeente aanzienlijke kosten teweeg. Het is dan ook redelijk en verantwoord dat de gemeente met de invoering van dit belastingreglement een deel van deze kosten wil recupereren.
Onder kermisinstallaties wordt verstaan: kermiswagens, kermisattracties, mobiele eet- en drankuitbatingen tijdens de kermissen op het domein. Woonwagens en andere private inrichtingen van de uitbaters van kermisinstallaties vallen hier niet onder;
De eet- en drankuitbatingen zijn tijdens kermissen verantwoordelijk voor meer afval en verkeer en veroorzaken een specifieke organisatie en inplanning van de standplaats.
Met ingang vanaf 1 april 2019 voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 maart 2025 wordt ten behoeve van de gemeente een gemeentebelasting gevestigd op het plaatsen van kermis- en/of circusseninstallaties op privé en/of openbaar terrein
Voor elke foorinrichting (spel, kraam, barak, tent, circus, eetgelegenheid) geplaatst op het openbaar en/of privé terrein van onze gemeente en georganiseerd met commerciële doeleinden wordt een belasting geheven volgens de tarieven vermeld in art.3.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de attracties, spellen en kramen en omvat navolgende tarieven per attractie :
1. Jaarmarkt- , Heuvenkermis
A. Elke kermisattractie , met uitzondering van de drank-, eet- en snoepgelegenheden,
* 1,00 EUR per vierkante meter voor de duur van de kermis met een maximum van 100 EUR per attractie
B. Eet-, snoep- en/of drinkgelegenheden
* 4,00 EUR per vierkante meter voor de duur van de kermis
2. De 2 dorpskermissen
De helft van het tarief onder punt 1 (na toepassing indexeringsformule uit art. 5)
3. circussen
* 60,00 EUR per dag dat de attractie opengesteld is
4. Alle andere wijkkermissen en wijkcircussen
Gratis
De oppervlakte van de kermisattracties wordt berekend aan de hand van de vierkante meters die de exploitant nodig heeft voor een vlotte werking van zijn inrichting, waarin inbegrepen de eventuele ruimte waar de kermisgangers staan om deel te nemen aan de vermakelijkheden of het spel met inbegrip van alle uitsprongen, opstapplaten, luifels, eettafeltjes,…van de inrichting.
Voor de berekening van de verschuldigde belasting worden de gedeelten van een vierkante meter als een volledige meter aangerekend.
De belastingtarieven, vermeld in art. 3.1 en 3.3, zijn gekoppeld aan de index der consumptieprijzen.
Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van januari 2019. Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand januari van het jaar dat de tariefaanpassing voorafgaat.
Indien bij de berekening van de belastingtarieven, vermeld in art. 3.1 het geïndexeerd tarief met meer dan 0,10 EUR verhoogd is in vergelijking met het bestaand tarief, zal dat belastingtarief van 1 januari van het volgend aanslagjaar verhoogd worden met 0,10 EUR.
Indien bij de berekening van de belastingtarieven, vermeld in art. 3.3 het geïndexeerd tarief met meer dan 1,00 EUR verhoogd is in vergelijking met het bestaand tarief, zal dat belastingtarief van 1 januari van het volgend aanslagjaar verhoogd worden met 1,00 EUR.
De foorreizigers ontvangen een factuur voor de betaling van de belasting.
Wanneer het belastingbedrag niet is betaald vóór de vervaldatum van de factuur dan zal de belasting worden ingekohierd en volgt ze de stappen van een kohierbelasting.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder, die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldige.
Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van het reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag of tegen de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen, Kerkplein 1, 3520 Zonhoven.
Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend of overhandig worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan/personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de belasting, indien dat op een andere wijze dan per kohier gebeurde.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingschuldige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen. Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan / personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt schriftelijk of via duurzame drager binnen 15 kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
De belastingschuldigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen zoals dubbele aanslag, rekenfouten enz...zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Deze beslissing is voorwerp van publicatie- of bekendmakingplicht in kader van openbaarheid van bestuur en valt onder de rubriek meldingsplichtige besluiten;