Vlaamse Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Besluit van het schepencollege van 23 april waarin het nieuw in te voeren modelbelastingreglement op de eroshuizen of bars werd besproken en aangepast.
De aanwezigheid van bars of eroshuizen op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten, die de veiligheid, openbare orde en zedelijkheid in de gemeente in het gedrang brengen, vandaar dat het beleid dergelijke inrichtingen wil ontmoedigen;
De voorkeur gaat uit naar de heffing van een forfaitaire belasting om reden van administratieve vereenvoudiging, zodat plaatselijke controles door de administratie kunnen vermeden worden;
In het vorige belastingreglement is voorzien dat het belastingtarief gekoppeld wordt aan de index der consumptieprijzen met als aanvangsindex november 2012 (121,65). De index van november 2018 bedraagt 132,78. Dit geeft een indexcoëfficiënt van 1,09 (132,78 gedeeld door 121,65), wat het belastingbedrag doet stijgen naar €5.450,00 vanaf 1 januari 2019.
De raad beslist met ingang vanaf 1 januari 2019 voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2024 ten laste van de uitbater van het eroshuis of bar een jaarlijkse kohierbelasting te vestigen.
Als eroshuis of bar wordt beschouwd :
“Iedere instelling waar personen direct of indirect de handel, gekoppeld aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, van de exploitant bevorderen, hetzij door gewoonlijk met de klanten te verbruiken, hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan door gewoon de klanten te bedienen, te zingen of te dansen.”
Dit kan worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken blijkt dat zij een dergelijk bedrijvigheid uitoefenen.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die een eroshuis of bar op het grondgebied van de gemeente uitbaat. Indien de uitbater van dit eroshuis of bar onbekend is, dan is de belasting achtereenvolgens verschuldigd door :
- De natuurlijke personen of rechtspersoon die het pand, dienende tot eroshuis of bar huurt;
- De eigenaar van het pand, dienende tot eroshuis of bar.
De belasting wordt vastgesteld op €5.450,00 per eroshuis of bar en per jaar.
Het tarief hier vermeld, is gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van januari 2019. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de het consumptieprijsindexcijfer van de maand januari van het belastingjaar.
Formule : (huidige tarief) “vermenigvuldigd met” consumptieprijsindexcijfer van januari van het belastingjaar “gedeeld door” consumptieprijsindexcijfer van januari 2019.
De belasting is ondeelbaar en persoonlijk. Zij is verschuldigd voor het hele jaar, welke ook de datum van de opening van de belastingplichtige inrichting. Bij overgave van de inrichting is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant.
De belastingplichtigen zijn verplicht een aangifte te doen van de bestaande inrichting overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. De belastingplichtige vermeld in art. 3 van dit reglement dient dit formulier behoorlijk ingevuld en ondertekend terug te sturen binnen 1 maand na de verzendingsdatum, die vermeld is op het aangifteformulier.
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
In het geval van ambtshalve inkohiering zal de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd worden met 50 % van het verschuldigde belastingbedrag. Deze belastingverhoging wordt eveneens ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Volgende administratieve geldboete zal worden opgelegd aan de belastingplichtige in navolgend geval :
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt samen met het belastingbedrag ingekohierd.
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die gemachtigd zijn om alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen te stellen in verband met de toepassing van de belastingverordening De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldige.
Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier, ook de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, de uiterste betalingsdatum, de termijnen waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming – het adres – contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd.
De kohierbelastingen wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van de aanslagbiljetten.
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen, Kerkplein1, 3520 Zonhoven.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Het vermeldt tevens de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel, het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de belastingschuldige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een duidelijke motivering.
De belastingschuldige of zijn die wenst gehoord te worden vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt binnen 15 kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en , in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur. Hij/zij beschikt hiertoe eveneens over de onderzoeksbevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 10, om de behandeling van het bezwaarschrift te verzekeren.
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286,287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. Er wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.