Terug
Gepubliceerd op 08/07/2019

2019_GR_00126 - Invoeren van een gemeentelijke dienstenbelasting voor particulieren en bedrijven - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 27/05/2019 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Yannick Aerts, Jean-Paul Briers, Nathalie Claes, Libera Crescente, Bart Heleven, Katrien Hoebers, Lennert Kippers, Kris Knuts, Sven Lieten, Lieve Mallants, Steven Reynders, Céderique Schellis, Karen Schillebeeks, Dominic Tholen, Lieve Vandeput, Martin Vandereyt, Bart Vanhorenbeek, Bart Telen

Verontschuldigd

Robert Albrecht, Johny Lenskens

Secretaris

Bart Telen
2019_GR_00126 - Invoeren van een gemeentelijke dienstenbelasting voor particulieren en bedrijven - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring 2019_GR_00126 - Invoeren van een gemeentelijke dienstenbelasting voor particulieren en bedrijven - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Besluit van het schepencollege van 23 april waarin het nieuw in te voeren modelreglement op de gemeentelijke dienstenbelasting werd besproken en aangepast.

Feiten context en argumentatie

Voor het behoud van het financieel evenwicht is het noodzakelijk een dienstenbelasting te heffen ten laste van gezinnen en bedrijven om de uitgaven te financieren inzake het onderhoud van onze gemeentewegen, de gebouwen , de eigen fiets- en voetpaden, de verhoogde uitgaven voor groenonderhoud ingevolge het pesticidenplan, de mogelijkheid om de dienstverlening via de digitale snelweg te realiseren;

Het is aanneembaar dat er na een legislatuur van  6 jaar een indexering van het tarief zou doorgevoerd worden met  indexcoëfficiënt 1,088  (index januari 2013 bij invoering vorig reglement => 99,37 en index januari 2019 bij aanmaak nieuwe beslissing => 108,17), waardoor het geïndexeerd tarief neerkomt op € 55,00 x 1,0885 = €  59,87  

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad beslist ten voordele van de gemeente Zonhoven vanaf 1 januari  2019 voor een termijn van zes jaar, eindigend op 31 december  2024 een dienstenbelasting te heffen.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door :

  • Elk gezin waarvan minstens één gezinslid ingeschreven is in het bevolking- vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Zonhoven op 1 januari van het belastingjaar of die effectief en duurzaam verblijven op het grondgebied van de gemeente op 1 januari van het belastingjaar. De belasting is niet verschuldigd indien het bewijs geleverd wordt van een effectief en duurzaam verblijf op het grondgebied van een andere gemeente op 1 januari van het belastingjaar.
  • De belasting is eveneens verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon, die op 1 januari van het belastingjaar,  als hoofd en / of bijkomende activiteit een economische activiteit in de ruimste zin van het woord uitoefenen inbegrepen de nijverheids-, landbouw-, tuinbouw-,of handelsactiviteiten, de patrimoniumvennootschappen, de burgerlijke vennootschappen, de vzw’s en de beoefenaars van een vrij beroep.  
    Voor de toepassing van deze verordening wordt eenieder die houder is van een BTW-nummer en/of ondernemingsnummer op 1 januari van het belastingjaar, beschouwd als een beoefenaar van een belastbare activiteit.

Indien de woongelegenheid van het gezin en de bedrijfseenheid één harmonieus geheel vormen en één van de leden van het gezin zijn bedrijfsactiviteit in dit gebouw uitoefent, dan is enkel de  belasting voor het gezin verschuldigd.

Artikel 3

Onder “gezin” wordt verstaan :  

1° hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft;

2° hetzij een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk eenzelfde  woongelegenheid betrekken en er samen leven.

Artikel 4

De dienstenbelasting bedraagt  59,87 per belastingplichtige.

Het tarief hier vermeld, is gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van januari 2019.  Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de het consumptieprijsindexcijfer van de maand januari van het belastingjaar.

Formule : (huidige tarief) “vermenigvuldigd met” consumptieprijsindexcijfer van januari van het belastingjaar “gedeeld door” consumptieprijsindexcijfer van januari 2019.

Artikel 5

De belasting is niet verschuldigd door de meerderjarige leden van het gezin dat louter om administratieve redenen in het bevolkingsregister van de gemeente is ingeschreven en dus geen verblijf houdt op het grondgebied van de gemeente op 1 januari van het belastingjaar.

Artikel 6

De  kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel directeur, die onverwijld instaat voor de verzending van de  aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldige.

Artikel 7

Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van het reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd.

Artikel 8

Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die gemachtigd zijn om alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen te stellen in verband met de toepassing van de belastingverordening.  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 9

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag of tegen de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen, Kerkplein 1, 3520 Zonhoven.

Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend of overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan/personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de belasting, indien dat op een andere wijze dan per kohier gebeurde.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingschuldige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.  Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan / personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt schriftelijk of via duurzame drager  binnen 15 kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.

Artikel 10

Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels  toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

Artikel 11

Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286,287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.  Er wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.