Terug
Gepubliceerd op 08/07/2019

2019_GR_00124 - Invoeren van een gemeentebelasting op de reclameborden - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 27/05/2019 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Yannick Aerts, Jean-Paul Briers, Nathalie Claes, Libera Crescente, Bart Heleven, Katrien Hoebers, Lennert Kippers, Kris Knuts, Sven Lieten, Lieve Mallants, Steven Reynders, Céderique Schellis, Karen Schillebeeks, Dominic Tholen, Lieve Vandeput, Martin Vandereyt, Bart Vanhorenbeek, Bart Telen

Verontschuldigd

Robert Albrecht, Johny Lenskens

Secretaris

Bart Telen
2019_GR_00124 - Invoeren van een gemeentebelasting op de reclameborden - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring 2019_GR_00124 - Invoeren van een gemeentebelasting op de reclameborden - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeente Zonhoven wil een wildgroei aan reclameborden op haar grondgebied voorkomen en het storend effect en het onesthetisch uitzicht ervan zoveel mogelijk beperken;

Het is opportuun een vrijstelling te voorzien voor publiciteitspanelen op terreinen waar vergunde bouwwerkzaamheden in uitvoering zijn , voor zover het om publiciteit  gaat ten behoeve van de met de werken betrokken firma's;

In kader van administratieve vereenvoudiging is het raadzaam om een vrijstelling te voorzien voor :

  • alle reclameconstructies, die de verhuur en/of verkoop van vastgoed aanbieden, voor zover deze constructies de totaaloppervlakte van 4 m² niet overtreffen per perceel waarop de verkoop of verhuring betrekking heeft;
  • alle reclameborden kleiner dan 1 m²
  • alle borden bestemd voor de bekendmaking van bepaalde activiteiten, aankondigingen, festivals, manifestaties, ....mits 
    • de vereniging, wijkcomité,... hiervan een voorafgaande aangifte heeft gedaan van de plaatsing,  
    • daarvoor de schriftelijke toelating heeft bekomen en 
    • het bord geen toevoegingen van publicitaire boodschappen bevat

De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de index der consumptieprijzen met als aanvangsindex november 2012 (121,65).  De index november 2018 bedraagt 132,78.  Dit geeft een indexcoëfficiënt van 1,091 (132,78 gedeeld door 121,65), wat de tarieven doet stijgen naar € 32,00   voor vergunde en € 43,00 voor niet-vergunde borden.  Rekeninghoudend met het advies van ABB , die aangeeft dat het onderscheid tussen vergunde en niet-vergunde borden  niet langer wordt toegestaan, brengen we het tarief op € 43,00/m² 

Verwijzingsdocumenten

Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

De politiecodex gemeente Zonhoven van 25 februari 2019 meer bepaald hoofdstuk 8 : Aanplakinrichtingen, publiciteit en bewegwijzering

De feestwijzer, uitgegeven door het Uitpunt op 22 september 2016, en latere wijzigingen

Nota van de dienst betreffende de tarieven voor reclameconstructies in omliggende gemeenten

Het besluit van het schepencollege van 23 april 2019 waarin het nieuw in te voeren modelbelastingreglement op de reclameborden werd besproken en aangepast.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad beslist met ingang vanaf 1 januari 2019 voor een termijn van zes jaar, eindigend op 31 december 2024, ten behoeve van de gemeente een belasting te heffen op de reclameborden, geplaatst op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg of een plaats in de openlucht, die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 2

Onder reclameborden wordt verstaan : elke vaste of mobiele constructie in onverschillig welk materiaal waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel met inbegrip van muren en gedeelte van muren en de omheiningen, die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.

Voor de muren waarop reclame wordt aangebracht, moet de bedekte totale oppervlakte beschouwd worden als één reclamebord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.

Worden gelijkgesteld met mobiele constructies : de wagens, vrachtwagen, aanhangwagens en gelijk welk rollend materieel, al dan niet gekoppeld aan een trekker, waarvan de plaatsing en de opstelling op een bepaalde locatie dermate strategisch is, dat kan worden vermoed dat ze geplaatst zijn met de bedoeling om reclame te maken, ongeacht de tijdsduur van de plaatsing.

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het aanplakbord en als het eigendomsrecht niet vastgesteld kan worden, door de eigenaar van de grond of van de muur, waarop het aanplakbord zich bevindt.

Artikel 4

Deze  belasting wordt vastgelegd op € 43,00 per m² of gedeelte  van 1 m². 

Het tarief hier vermeld,  is gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van januari 2019.  Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de het consumptieprijsindexcijfer van de maand januari van het belastingjaar.

Formule : (huidige tarief) “vermenigvuldigd met” consumptieprijsindexcijfer van januari van het belastingjaar “gedeeld door” consumptieprijsindexcijfer van januari 2019.

Artikel 5

Voor de berekening van de belasting dient de publiciteit nuttige oppervlakte, d.w.z. de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, in aanmerking genomen te worden, met uitzondering van de omlijsting. Niet het oppervlak van het aanplakbiljet is dus belastbaar.
Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.

Artikel 6

De belasting is verschuldigd voor heel het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het jaar waarop het bord wordt geplaatst, in gebruik wordt genomen of wordt weggenomen.   De verwijdering, om welke reden ook, van het aanplakbord tijdens het aanslagjaar geeft geen recht op terugbetaling van de belasting;

Artikel 7

De belasting is niet verschuldigd voor :

  1. de reclameconstructies geplaatst op of aan de handelshuizen die dienen voor het maken van reclame, die betrekking heeft op de handel die in deze huizen wordt uitgeoefend op voorwaarde dat het bord wel degelijk is ingeplant op het perceel van de handelszaak en de afstand tussen het aanplakbord en het handelshuis in kwestie niet meer dan 50 meter bedraagt;
  2. de aanplakborden geplaatst door openbare besturen, of openbare diensten, onderwijsinstellingen en verenigingen van sociale, caritatieve, culturele of sportieve aard,  voor zover geen winst beoogd wordt;
  3. de aanplakborden, die enkel en alleen gebruikt worden bij gelegenheid van wettelijke verkiezingen;
  4. de reclameborden, alhoewel zichtbaar van op de openbare weg, geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van de sportbeoefening.
  5. de aanplakborden die enkel en alleen gebruikt worden voor officiële notariële aankondigingen;
  6. de reclameconstructies op terreinen waarop bouwwerken zijn gestart waarvoor een steden- bouwkundige vergunning is verleend. De vrijstelling geldt enkel voor de duur van de bouwwerken, en slechts voor reclame of aankondigingen ten behoeve van de met de werken betrokken firma’s;
  7. de aanplakborden, in de vorm van wegwijzers, die dienen als bewegwijzering naar de handelszaken.
  8. De aankondigingsborden betreffende de verhuring en/of de  verkoop van vastgoed, op voorwaarde dat de totaal oppervlakte van de aankondigingborden, geplaatst op het perceel waarop de verkoop of verhuring  betrekking heeft,  kleiner is dan 4m²
  9. Alle borden bestemd voor de bekendmaking van  activiteiten van socio-culturele aard op voorwaarde dat :
     * hiervan een voorafgaandelijke aangifte wordt gedaan van de plaatsing volgens de krijtlijnen, opgenomen in de feestwijzer
     *  ze een schriftelijke toelating heeft bekomen van het gemeentebestuur
     *  het bord geen toevoegingen van publicitaire boodschappen bevat        
    10.  Alle reclameborden en constructies kleiner dan 1m² 

Artikel 8

De belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte.
De bij artikel 3 van dit reglement vernoemde belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend dient teruggestuurd te worden  binnen 1 maand na de verzendingsdatum, die vermeld is op het aangifteformulier.
Hierin doen ze een opgave van de in deze belastingverordening vermelde belastingobjecten volgens de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.
De belastingplichtige, die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is echter niet ontheven van de verplichting om spontaan aangifte te doen vóór 1 november van het aanslagjaar.

De belastingplichtige die  na het inzamelen van de aangiften het oorspronkelijk opgegeven aantal belastingobjecten vermeerdert of de oppervlakte van deze objecten vergroot, is verplicht uit eigen beweging hiervan binnen de maand aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die zijn aanplakbord(en) verkoopt of overdraagt is eveneens verplicht dit binnen de maand mede te delen aan de financiële dienst van de gemeente.  In dat geval mag de voor het lopende jaar betaalde belasting overgedragen worden op naam van de persoon die het nieuw eigendomsrecht heeft over het aanplakbord.
Voor de bepaling van deze vermelde termijnen geldt telkens de postdatum als bewijs.  Bij afgifte aan de balie geldt de datumstempel inkomende post als bewijs.

Artikel 9

Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden.
In het geval van ambtshalve inkohiering wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt en zal de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd worden met 50% van het verschuldigde belastingbedrag.  Deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

Artikel 10

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van  verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

Artikel 11

Volgende administratieve geldboete zal worden opgelegd aan de belastingplichtige in navolgend  geval :

  • € 100,00 : Bij weigering om mee te werken aan een fiscale controle of de weigering om boeken of bescheiden voor te leggen

Het bedrag van de administratieve geldboete  wordt samen met het belastingbedrag ingekohierd.

Artikel 12

Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die gemachtigd zijn om alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen te stellen in verband met de toepassing van de belastingverordening  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 13

De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldige.
Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier, ook de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, de uiterste betalingsdatum, de termijnen waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming – het adres – contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd.
De kohierbelasting wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van de aanslagbiljetten.

Artikel 14

De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend  binnen 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van  verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
De belastingschuldige die wenst gehoord te worden, vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift.  In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt binnen 15 kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en , in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.  Hij/zij beschikt hiertoe eveneens over de onderzoeksbevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 12, om de behandeling van het bezwaarschrift te verzekeren.

Artikel 15

Wanneer  de belasting  niet  betaald  is binnen de  gestelde  termijn,  worden de  regels   toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten

Artikel 16

Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286,287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.  Er wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.