De principiële beslissing van de Vlaamse Regering dd. 21 april 2017 tot gunning via een onderhandelingsprocedure met bekendmaking van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Het aanbieden van een breed gamma van telecommunicatiediensten, bestaande uit spraaktelefonie (vast en mobiel) en marketingnummers, datacommunicatie (vast, mobiel en inclusief “Machine to Machine” of “Internet of Things”) en virtuele telefooncentrales (Cloud PBX)”.
Het door de projectleider Telecommunicatie van de Vlaamse Regering goedgekeurde bestek voor de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Het aanbieden van een breed gamma van telecommunicatiediensten, bestaande uit spraaktelefonie (vast en mobiel) en marketingnummers, datacommunicatie (vast, mobiel en inclusief “Machine to Machine” of “Internet of Things”) en virtuele telefooncentrales (Cloud PBX)”.
De beslissing van de Vlaamse Regering dd. 22 juni 2018 betreffende de gunning van de opdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Het aanbieden van een breed gamma van telecommunicatiediensten, bestaande uit spraaktelefonie (vast en mobiel) en marketingnummers, datacommunicatie (vast, mobiel en inclusief “Machine to Machine” of “Internet of Things”) en virtuele telefooncentrales (Cloud PBX)”.
De Vlaamse Regering heeft een raamcontract uitgeschreven waarvan het voorwerp bestaat uit “Het aanbieden van een breed gamma van telecommunicatiediensten, bestaande uit spraaktelefonie (vast en mobiel) en marketingnummers, datacommunicatie (vast, mobiel en inclusief “Machine to Machine” of “Internet of Things”) en virtuele telefooncentrales (Cloud PBX)”.
Het bestek voor deze opdracht stelt het volgende:
- Punt 4.1: De raamovereenkomst wordt geplaatst door de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering bij delegatie, in de persoon van de Vlaamse minister bevoegd voor bestuurszaken, hierna genoemd “Het Bestuur”. De Vlaamse Gemeenschap treedt daarbij op enerzijds voor zichzelf en anderzijds ook als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2, 4° van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten voor de in punt 5.1.2 bedoelde entiteiten welke krachtens artikel 15 van de voormelde wet van 15 juni 2006, bij afname vrijgesteld zijn van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te volgen.
- Punt 4.2: Het bestuur is bevoegd voor het opvolgen en bijsturen van de wijze waarop de dienstverlener de raamoverkomst uitvoert en het wijzigen en beëindigen van de raamovereenkomst, terwijl een klant de leiding en het toezicht (zoals bedoeld in artikel 11 KB Uitvoering) uitoefent op de uitvoering van een door die klant bestelde dienst of project. In dit basiscontract wordt duidelijk aangegeven wie (bestuur of klant) welke beslissing kan nemen.
- Punt 6: Dienstverlener heeft geen exclusief recht op het leveren van de dienstenpakketten. Dit betekent o.a. dat voor wat betreft een locatie die (gebouw dat) door het bestuur of een klant in gebruik wordt genomen na toetreding tot de raamovereenkomst, het bestuur en/of klant de mogelijkheid heeft om een beroep te doen op (een) alternatieve operator(en)/dienstverleners. Dit betekent tevens dat de verschillende klanten, evenwel met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in punt 16.6 (en in het bijzonder de naleving van een opzegperiode van drie maanden), er kunnen voor opteren bepaalde dienstenpakketten niet of niet meer af te nemen indien ze van mening zijn dat ze dit zelf of via een andere dienstverlener voor een betere prijs/kwaliteitverhouding kunnen krijgen. Dienovereenkomstig geeft het bestuur geen enkele garantie wat betreft volume, noch qua trafiek, noch qua aantal abonnementen.
- Punt 16.6: Aangezien, in overeenstemming met punt 6, binnen deze opdracht geen exclusiviteit wordt verleend aan de dienstverlener, kan elke klant tijdens de volledige duur van de raamovereenkomst, op elk ogenblik en onder de voorwaarden van dit punt zonder kosten en zonder reden, ervoor opteren om alle of bepaalde diensten niet meer af te nemen.
In afwijking van de vorige alinea, zal de klant die de afname stopzet van een dienst waarvoor door de dienstverlener een fysieke installatie op de klantenlocatie werd gerealiseerd, niettemin verplicht zijn tot het betalen van de maandelijkse prijs gedurende een totale periode van (maximum) 24 maanden te rekenen vanaf de eerste ingebruikname, en dit als vergoeding voor de door de dienstverlener gemaakte kosten voor de fysieke installatie.
Een klant die wenst af te zien van verdere afname, zal de dienstverlener daarvan via een aangetekende brief op de hoogte brengen en moet een opzegtermijn van drie maanden respecteren.
Alle bepalingen met betrekking tot de te nemen exit maatregelen bij het einde van de raamovereenkomst vastgesteld in punt 16.3.2 en met betrekking tot de bijstand na beëindiging van de raamovereenkomst vastgesteld in punt 16.5 gelden eveneens bij een deelexit.
De Vlaamse Regering heeft op 22 juni 2018 voornoemde opdracht als volgt gegund:
- Perceel 1 – Vaste telefonie, marketingnummers & vaste datacommunicatie – aan Proximus nv, Koning Albert II-laan 27 te 1030 Brussel
- Perceel 2 – Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik – aan Proximus nv, Koning Albert II-laan 27 te 1030 Brussel
- Perceel 3 – Mobiele datacommunicatie voor machines/toepassingen (“Machine to Machine” en “Internet of Things”) – aan Orange Belgium nv, Bourgetlaan 3 te 1140 Brussel
- Perceel 4 – Virtuele telefooncentrale (Cloud PBX) – aan Nextel nv, Koralenhoeve 15 te 2160 Wommelgem.
Als gevolg van de gunning van de percelen, werd door de Vlaamse Gemeenschap voor elk perceel met de gekozen dienstverlener een raamovereenkomst met één dienstverlener in de zin van de wet van 15 juni 2006 gesloten waarbij de Vlaamse Gemeenschap telkens optreedt als opdrachtencentrale in de zin van artikelen 2, 4° en 15 van de wet van 15 juni 2006.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van één of meerdere raamovereenkomsten via de opdrachtencentrale gebruik maken waardoor zij krachtens artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van deze door de opdrachtencentrale aangeboden raamovereenkomst om volgende redenen:
- De in deze raamovereenkomst voorziene telecommunicatiediensten voldoen aan de behoeften van de gemeenten.
- De gemeente moet zelf geen gunningsprocedure voeren, wat een besparing van tijd en geld betekent.
- De Vlaamse overheid beschikt over know-how of technische expertise inzake telecommunicatiediensten.
De gemeente is niet verplicht tot afname van de diensten.
De gemeente heeft de keuze af te nemen van perceel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 van voornoemde opdracht.
De raad besluit beroep te doen op de opdrachtencentrale van de Vlaamse Gemeenschap voor afname van telecommunicatiediensten aangeboden via de raamovereenkomst voor volgende percelen:
- Perceel 1 – Vaste telefonie, marketingnummers & vaste datacommunicatie
- Perceel 2 – Mobiele telefonie, mobiele datacommunicatie voor professioneel gebruik
- Perceel 3 – Mobiele datacommunicatie voor machines/toepassingen (“Machine to Machine” en “Internet of Things”)
- Perceel 4 – Virtuele telefooncentrale (Cloud PBX).
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2019 bij volgende acties:
- 2019140699 – Computernetwerk optimaliseren door o.m. beheer van het serverpark en externe dataopslag
- 2019140700 – ICT middelen voor de werkplek voorzien met aandachtspunten vervangingsfrequentie, voeren duurzaam printerbeleid en aftoetsen nieuwe ICT middelen
- 2019140701 – Toepassingssoftware beheren en toetsen aan strategisch plan met aandacht voor systeemanalyse
- 2019140702 – Datacommunicatie wordt verzekerd en aangepast aan de functionele noden.
De nodige kredieten voor de volgende jaren zullen worden opgenomen in de meerjarenplanning 2020-2025.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de Vlaamse Gemeenschap.