Terug
Gepubliceerd op 12/09/2019

2019_GR_00125 - Invoeren van een gemeentebelasting op de opslagplaatsen voor buitengebruik gestelde voertuigen , schroot en rijklare tweedehandsvoertuigen - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 24/06/2019 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Yannick Aerts, Jean-Paul Briers, Nathalie Claes, Libera Crescente, Bart Heleven, Katrien Hoebers, Lennert Kippers, Kris Knuts, Johny Lenskens, Sven Lieten, Lieve Mallants, Steven Reynders, Céderique Schellis, Karen Schillebeeks, Dominic Tholen, Lieve Vandeput, Martin Vandereyt, Bart Telen

Verontschuldigd

Robert Albrecht, Bart Vanhorenbeek

Secretaris

Bart Telen
2019_GR_00125 - Invoeren van een gemeentebelasting op de opslagplaatsen voor buitengebruik gestelde voertuigen , schroot en rijklare tweedehandsvoertuigen - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring 2019_GR_00125 - Invoeren van een gemeentebelasting op de opslagplaatsen voor buitengebruik gestelde voertuigen , schroot en rijklare tweedehandsvoertuigen - Aanslagjaren 2019 tot en met 2024 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De politiecodex gemeente Zonhoven van 25 februari 2019. 

Gemeentelijk belastingreglement op de opslagplaatsen voor afbraak- of buitengebruikgestelde voertuigen en/of schroot - aanslagjaren 2013 tot en met 2018.

Het besluit van het schepencollege van 23 april 2019 waarin het nieuw in te voeren modelbelastingreglement op de opslagplaatsen voor buiten gebruik gestelde voertuigen, schroot en rijklare tweedehandsvoertuigen.

Feiten context en argumentatie

De opslagplaatsen voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken en rijklare tweedehandsvoertuigen zorgen voor overlast, hinder, vervuiling, verkeersproblemen en verhoogde veiligheidsrisico's

De exploitant van de opslagplaats is gehouden jaarlijks een vast terrein af te bakenen, dat overeenstemt met de toestand op 1 januari van het aanslagjaar en men gedurende het aanslagjaar als opslagplaats verder wenst te gebruiken.  Bij de uitbaters van opslagplaatsen met garagebediening staan op dit afgebakend terrein vaak ook de voertuigen van klanten gestald voor onderhoud en/of reparaties. die de oppervlakte van deze opslagplaats doet toenemen.  Deze voertuigen vallen niet onder het belastingreglement, maar zijn wel opgenomen in de oppervlakte van de opslagplaats, waarop de belasting berekend wordt.  Het spreekt voor zich dat we deze uitbaters een vermindering geven van het belastingbedrag om dit te compenseren.

Er is duidelijk een onderscheid te maken tussen enerzijds de opslagplaatsen die niet gekoppeld zijn aan een garage en louter voertuigen stallen of verkopen  en anderzijds de opslagplaatsen, die gelegen zijn op hetzelfde terrein als de garage, en waar naast de gestalde tweedehandswagens en de buitengebruikgestelde voertuigen ook de auto's van klanten worden geplaatst die toe zijn aan reparatie of onderhoud.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad beslist met ingang vanaf 1 januari  2019 voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2024 een gemeentebelasting te heffen op de opslagplaatsen voor buitengebruikgestelde  voertuigen, schroot en/of rijklare tweedehandsvoertuigen

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de exploitant van de opslagplaats;  de eigenaar van het goed waarop de opslagplaats is gevestigd, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Artikel 3

Het jaarlijks bedrag van deze belasting wordt per opslagplaats vastgesteld op € 1,63 per m², met een minimum van € 200,00

Het tarief hier vermeld,  is gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van januari 2019.  Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de het consumptieprijsindexcijfer van de maand januari van het belastingjaar.

Formule : (huidige tarief) “vermenigvuldigd met” consumptieprijsindexcijfer van januari van het belastingjaar “gedeeld door” consumptieprijsindexcijfer van januari 2019.

De belasting is ondeelbaar en volledig verschuldigd voor het gehele jaar welke ook de bestaansduur is van de opslagplaats tijdens een bepaald belastingjaar.  De stopzetting of vermindering van de belastbare activiteit of vermindering van de belastbare oppervlakte in de loop van het aanslagjaar geven dus geen aanleiding tot een belastingvermindering.

Artikel 4

Opslagplaats : Onder de opslagplaats wordt bedoeld elke niet overdekte verzamelplaats voor één of meer buitengebruikgestelde voertuigen, schroot en/of rijklare tweedehandsvoertuigen.

Buitengebruikgestelde voertuigen : Als voertuig buiten gebruik wordt verstaan, hetzij voertuigen die niet meer kunnen gebruikt worden, maar waarvan het koetswerk nog bestaat; hetzij uit het verkeer genomen voertuigen, die nog dienstig kunnen gemaakt worden of die nog dienstig zijn in zijn geheel of  als onderdelen voor andere voertuigen.

Schroot : Hieronder wordt verstaan alle metaalafval en brokstukken van metalen voorwerpen, een autowrak, ongeacht de restwaarde.

Rijklare tweedehandsvoertuigen : Dit  omvat elk tweedhandsvoertuig dat is voorzien van de wettelijke vereiste boorddocumenten (inschrijvingsbewijs, gelijkvormigheidsattest, keuringsbewijs) of waarvan de eigenaar deze documenten binnen de maand kan voorleggen.

Garage : overdekte en afsluitbare plaats waar de exploitant als hoofdactiviteit auto’s herstelt en/of onderhoudt.

Artikel 5

De exploitant van een opslagplaats geniet een vermindering van 50% van het in art 3 vermeld tarief op voorwaarden dat :

  •  de opslagplaats verbonden is aan een garage waar als hoofdactiviteit, naast de verkoop en stalling van voertuigen, ook de auto’s van klanten gerepareerd en onderhouden   worden en 
  •  de garage en de opslagplaats op dezelfde locatie gelegen zijn en er een harmonisch geheel vormen,

Artikel 6

De belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte. 

Elke belastingplichtige is gehouden jaarlijks een vast terrein af te bakenen, dat overeenstemt met de toestand op 1 januari van het aanslagjaar en men gedurende het aanslagjaar als opslagplaats verder wenst te gebruiken.

De in artikel 2 vernoemde belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend dient teruggestuurd te worden  binnen 1 maand na de verzendingsdatum, die vermeld is op het aangifteformulier. 

Hierin doen ze een opgave van de in deze belastingverordening vermelde belastingobjecten volgens de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.

De belastingplichtige, die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is echter niet ontheven van de verplichting om spontaan aangifte te doen vóór 1 december van het aanslagjaar.

De exploitant die, na inzameling van de aangiften door het gemeentebestuur, belastingplichtig wordt of die de oorspronkelijk opgegeven oppervlakte van de opslagplaatsen heeft vergroot, is verplicht uit eigen beweging hiervan binnen de maand aangifte te doen bij het gemeentebestuur.

Voor de bepaling van deze vermelde termijnen geldt telkens de postdatum als bewijs.  Bij afgifte aan de balie geldt de datumstempel inkomende post als bewijs.

 

Artikel 7

Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden.

In het geval van ambtshalve inkohiering zijn de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd worden met 50% van het verschuldigde belastingbedrag. Deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

Indien de belastingplichtige, nadat het college van burgemeester en schepenen per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van de ambtshalve procedure aan de belastingplichtige heeft betekend, een laattijdige, maar correcte en ondertekende aangifte doet binnen de 30 dagen volgend op de datum van verzending van deze betekening, kan het college beslissen om deze aangifte toch te aanvaarden en de procedure van de ambtshalve invordering stop te zetten.  In dat geval zal een administratieve geldboete van € 25,00 mee ingekohierd worden in het gewone kohier, zoals ook vermeld in artikel 9.

Ingeval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens, waarover de gemeente beschikt.

Artikel 8

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van  verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

Artikel 9

Volgende administratieve geldboete zal worden opgelegd aan de belastingplichtige in navolgende gevallen :

-          € 100,00  : Bij weigering om mee te werken aan een fiscale controle of de weigering om boeken of bescheiden voor te leggen

-          € 25,00   : in het geval waarin het college van burgemeester en schepenen toch beslist over te gaan tot een gewone inkohiering na het ontvangen van een laattijdige aangifte binnen de 30 dagen na het verzenden van de betekening van de motieven om gebruik te maken van de ambtshalve procedure.

Alvorens de boete op te leggen zal de belastingplichtige hiervan een schriftelijke verwittiging krijgen met vermelding waarop het boetebedrag stoelt.

Het bedrag van de administratieve geldboete  wordt samen met het belastingbedrag ingekohierd

Artikel 10

Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die gemachtigd zijn om alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen te stellen in verband met de toepassing van de belastingverordening  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 11

De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen.

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier, ook de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, de uiterste betalingsdatum, de termijnen waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming – het adres – contactgegevens van de instantie, die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. 

Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van reglement krachtens welke de belasting is verschuldigd.

De kohierbelasting wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van de aanslagbiljetten.

Artikel 12

De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend  binnen 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van  verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag. 

Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt binnen 15 kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.  Hij/zij beschikt hiertoe eveneens over de onderzoeksbevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 9, om de behandeling van het bezwaarschrift te verzekeren.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd. 

Artikel 13

Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels  toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

Artikel 14

Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286,287 en 288 van het Decreet over Lokaal Bestuur.  Er wordt melding van gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.