De wet van 24 juli 1987 regelt de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van de gebruikers.
Volgens de bepalingen van die wet kan een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid enkel worden gesloten ter uitvoering van een bij de wet toegelaten vorm van "tijdelijke arbeid".
Sinds de 6de staatshervorming is de Vlaamse Overheid bevoegd voor deze materie. Met het decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen wordt nu ook voor lokale besturen expliciet de mogelijkheid voorzien om gebruik te maken van uitzendarbeid.
In het decreet wordt voorzien dat indien men binnen een lokaal bestuur een beroep wil doen op uitzendarbeid, de raad eerst moet beslissen in welke van de hiernavolgende gevallen men een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen het bestuur binnen de krijtlijnen van het decreet:
Binnen de organisatie is er nood naar snelle, tijdelijke personeelsinvullingen bij tijdelijke afwezigheden - in diverse diensten en niveaus. Door gebruik te maken van de uitzendkrachten kan de organisatie zorgen voor de continuïteit van de dienstverlening en de werking van de diensten.
De gemeenteraad beslist het volgende indien men een beroep wil doen op uitzendarbeid, en dit binnen de krijtlijnen van het decreet van 27 april 2018:
De uitzendarbeid is toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de eventuele verlengingen en dit voor elke vorm van uitzendarbeid zoals voorzien in artikel 1.
De representatieve vakorganisaties dienen vooraf op de hoogte gebracht worden van de geplande aanneming van uitzendkrachten.