Terug
Gepubliceerd op 19/12/2019

2019_GR_00210 - Aanvullende belasting op de Personenbelasting (APB) : aanslagjaren 2020 tot en met 2025 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 25/11/2019 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Yannick Aerts, Robert Albrecht, Jean-Paul Briers, Nathalie Claes, Libera Crescente, Bart Heleven, Katrien Hoebers, Lennert Kippers, Kris Knuts, Johny Lenskens, Sven Lieten, Lieve Mallants, Steven Reynders, Céderique Schellis, Karen Schillebeeks, Dominic Tholen, Lieve Vandeput, Martin Vandereyt, Bart Vanhorenbeek, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2019_GR_00210 - Aanvullende belasting op de Personenbelasting (APB) : aanslagjaren 2020 tot en met 2025 - Goedkeuring 2019_GR_00210 - Aanvullende belasting op de Personenbelasting (APB) : aanslagjaren 2020 tot en met 2025 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2015 waarbij een aanvullende belasting van 8 % werd vastgesteld van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het Rijk verschuldigd is voor hetzelfde jaar.

Het college van burgemeester en schepenen heeft reeds in haar zitting van 12 november 2019 het voorstel gedaan om opnieuw voor een aanvullende belasting van 8 % te gaan.

Feiten context en argumentatie

De gemeente stelt haar percentage van de APB vast in een belastingreglement dat uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar in werking treedt.

Op de aanvullende belasting mogen geen bijkomende verminderingen, vrijstellingen of uitzonderingen worden toegepast, maar kunnen wel voor meerdere jaren worden vastgesteld.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld op 8% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

Artikel 3

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.