Terug
Gepubliceerd op 18/12/2019

2019_CBS_01512 - Locatie hondenscholen vzw De Moedige Bijter en Molenheide - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 10/12/2019 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Verontschuldigd

Frederick Vandeput

Secretaris

Bart Telen
2019_CBS_01512 - Locatie hondenscholen vzw De Moedige Bijter en Molenheide - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring 2019_CBS_01512 - Locatie hondenscholen vzw De Moedige Bijter en Molenheide - Dadingsovereenkomst - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De concept dadingsovereenkomst.

Feiten context en argumentatie

In de zaak van de Moedige Bijter vzw hebben Concenso advocaten een concept dadingsovereenkomst tussen de gemeente Zonhoven (Partij A) en de Moedige Bijter vzw (Partij B) overgemaakt. 

De overeenkomst werd opgemaakt om volgende redenen:

1) De Moedige Bijter (Partij B) is een hondenclub met als doel bij te dragen tot het propageren van het ras "Duitse herdershond".  Voor de uitoefening van haar activiteiten maakt Partij B gebruik van percelen te Zonhoven, Industrieweg z/n, haar ter beschikking gesteld door Partij A.  In 2016 ontstond tussen partijen een geschil omtrent de verdere terbeschikkingstelling van de percelen door Partij A.  Bij aangetekende brief van 23/06/2017 zegde Partij A de overeenkomst met Partij B op.  Partij B betwistte de opzeg.  Partij A ging in 2018 over tot dagvaarding van Partij B.  De zaak werd ingeleid voor de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Hasselt.

2) Bij inleidende dagvaarding vorderde Partij B:
a. de gedane opzeg geldig te verklaren en gedaagde te veroordelen om het perceel grond gelegen te Zonhoven, Industrieweg, gekadastreerd 2de afdeling, sectie C 1042/7 te verlaten, te ontuimen en ter volle en vije beschikking te stellen van verzoekster binnen de 14 dagen na betekening van het tussen te komen vonnis.  Bij gebreke hieraan vrijwillig te voldoen binnen de hiervoor gestelde termijn, verzoekster te machtigen om gedaagde te doen uit te drijven, met al wie of wat zich in het pand mocht bevinden, door het ambt van een daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarder, desnoods met behulp van de openbare macht.
b. tevens gedaagde op te leggen binnen de 14 dagen na betekening van het tussen te komen vonnis om de gebouwen en andere opstallen die op het onroerend goed tot stand zijn gebracht door gedaagde met zijn eigen materialen en op zijn eigen kosten weg te nemen en het onroerend goed in zijn oorspronkelijke staat te herstellen.  Bij gebreke hieraan vrijwillig te voldoen binnen de hiervoorgestelde termijn, verzoekster te machtigen om zelf over te gaan tot het wegnemen van de gebouwen en andere opstallen die op het onroerend goed tot stand zijn gebracht door gedaagde en de eventuele kosten hieraan verbonden op gedaagde te verhalen.
c. tevens gedaagde te veroordelen tot het betalen aan verzoekster van een bezettingsvergoeding ten belope van 250,00 euro per begonnen maand vanaf de datum vanaf de beëindiging van de gebruiksovereenkomst, hetzij 01/01/2018, tot de datum van de ontruiming.
d. gedaagde te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de dagvaardingskosten en de wettelijke rechtsplegingsvergoeding bepaald op de basisvergoeding van 1.440,00 euro.
Partij B verzette zich tegen deze vorderingen, zij betwistte de bezetting zonder recht noch titel en vorderde dat de gevraagde ontruiming zonder voorwerp wordt verklaard, minstens dat aan de vraag tot ontruiming per 01/01/2018 geen rechtsgevolg kan gegeven worden.
Verder vorderde zij bij tegeneis de aanstelling van een gerechtelijk bemiddelaar conform de artikelen 1730 e.v. Ger.W.

3) Bij vonnis van 19 september 2019 oordeelde de Rechtbank dat de door Partij A gedane opzeg geldig was, en Partij B werd veroordeeld tot ontruiming van het perceel grond, gelegen te Zonhoven, Industrieweg gekadastreerd tweede afdeling, sectie C 1042/7, dit binnen de maand na betekening van het vonnis.
Partij B werd veroordeeld tot betaling aan Partij A van een bezettingsvergoeding ten belope van 125,00 euro per begonnen maand vanaf de datum van beëindiging van de overeenkomst, hetzij 01/01/2018, tot datum van de ontruiming.
De vordering van Partij B tot het bekomen van een vergoeding voor constructies op het te ontruimen perceel werd ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank stelde vast dat deze niet in staat van wijzen was, en verzond dat onderdeel naar de bijzonder rol.
Uitspraak over de kosten werd aangehouden.

4) Partij B nam ingevolge het vonnis de beslissing de vzw te ontbinden en vereffenen, nu zij niet over andere percelen kan beschikken ter uitoefening van haar activiteiten.
Het vonnis werd op 25/10/2019 aan Partij B betekend.
Overeenkomstig het vonnis is Partij B betaling van een bezettingsvergoeding ten bedrage van 24 x 125,00 euro verschuldigd, zijnde 3.000,00 euro.


Het geschil tussen Partijen betreft dus nog de ontruiming van de percelen middels rondgang door partijen en overhandiging van de sleutels, de vergoeding voor de overname van de constructies en roerende goederen op de te ontruimen percelen en de betaling van een bezettingsvergoeding.

Na onderling overleg wensen Partijen omtrent het Geschil op grond van wederzijdse toegevingen een dading te sluiten, waarbij zowel voor het verleden als voor de toekomst een onvoorwaardelijk, definitief en onherroepelijke einde wordt gesteld, tot slot van alle rekeningen, aan het tussen hen gerezen Geschil.

Het aangaan van een dadingsovereenkomst is een exlusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Gelet op het feit dat de rondgang op de locatie met alle partijen gepland is op 12 december, het dringende karakter van de ondertekening ervan om het verder gebruik van de locatie tegen te gaan en het feit dat de volgende gemeenteraad na 16 december 2019 pas op 27 januari 2020 plaatsvindt, wordt aangeraden dit bij hoogdringendheid toe te voegen aan de dagorde van de gemeenteraad van 16 december 2019.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit aan de voorzitter van de gemeenteraad voor te stellen om de goedkeuring van de dadingsovereenkomst als punt in hoogdringendheid, toe te voegen aan de dagorde van de gemeenteraad van 16 december 2019.