Terug
Gepubliceerd op 25/09/2019

2019_CBS_01107 - Project-MER Konings nv - advies - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 17/09/2019 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2019_CBS_01107 - Project-MER Konings nv - advies - Goedkeuring 2019_CBS_01107 - Project-MER Konings nv - advies - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Aanmelding + vraag scopingsadvies project-MER - uitbreiding productiecapaciteiten alcoholische en niet-alcoholische dranken

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van het ontwerp project-MER en geeft volgend advies:

Advies aanmelding + vraag scopingsadvies project-MER Konings – uitbreiding productiecapaciteit alcoholische en niet-alcoholische dranken  - inleiding

Het betreft de aanmelding van een project-MER en de vraag naar scopingsadvies van Konings nv, voor de 3 vestigingen zijnde K1 te Beringersteenweg, K2 te Alkenhoofseweg en WZI te Katschitstraat. 

Konings nv wenst in de toekomst haar bedrijf te blijven uitbreiden tot een jaarlijkse productiehoeveelheid van 255 miljoen liter per jaar, waarvan jaarlijks max 200 miljoen liter frisdranken en fruitsappen.  Om dit te realiseren wordt op de K2 een bijkomende productielijn gebouwd voor zowel alcoholische als niet-alcoholische dranken.  Op de K1 voorzien ze een productiecapaciteit dmv een betere benutting van de bestaande lijnen. 

 Bovenstaande houdt in dat de grondwaterwinning voor K1 en K2 zal stijgen tot 2.700 m³/dag en 650.000 m³/jaar.  Dit heeft tot gevolg een aanpassing aan de waterzuivering gezien de stijging van de hoeveelheid afvalwater.  Het geloosd dagdebiet voor de WZI zal stijgen naar max 2.000 m³/dag. 

 Het advies luidt als volgt:

Gedeelte oppervlaktewater:

In dit gedeelte wordt de impact van de lozing van bedrijfsafvalwater op de Oude Roosterbeek (via het lozingspunt WZI) en de impact van de lozing van brijnwater op de Slangbeek in kaart gebracht. 

Graag een duidelijke omschrijving met kaart met de ligging van de oppervlaktewateren tov de vestigingen, rekening houdend met het rioleringsstelsel dat de oppervlaktewateren kan bereiken. 

Er mag niet uitgegaan worden van enkel het officiële lozingspunt van het bedrijf nl. de WZI.  Er moet rekening gehouden worden met de officieuze lozingspunten en calamiteiten.  In het verleden is meermaals gebleken dat calamiteiten een probleem kunnen vormen voor het oppervlaktewater: vb. afwateren van de appelkuil naar de oploop Platwijer (Platwijersbeek); incidentele mazoutlozing K1 door toeleverancier; incident met gevaarlijk product zonder lekbak op WZI.  

Een lozing in de oploop van de Platwijersbeek heeft niet enkel gevolgen voor (uiteindelijk de Slangbeek) doch ook voor een groot aantal vijvers die waterafhankelijk zijn van deze oploop.  Dit ontbreekt in het gedeelte. 

2017 Wordt niet als referentie genomen door de incidenten.  Graag bijkomende uitleg over de aard van deze incidenten en de structurele maatregelen die genomen zijn zodat deze incidenten niet meer kunnen voorkomen.  Werden in het verleden afkoppelingswerken uitgevoerd om ‘vergeten’ lozingspunten op te sporen en weg te werken?

 De opbouw van het gedeelte lozingen is opgesteld in functie van het oppervlaktewater waarin geloosd wordt. Het lijkt logischer om dit gedeelte uit te diepen qua vestiging.  Desnoods een bijkomende omschrijving toevoegen van elke vestiging in relatie tot welke oppervlaktewater. 

 Gedeelte lucht:

Gedeelte 2.6 Luchtemissies door Konings nv in de referentiesituatie

Het aspect geur afkomstig van de WZI wordt niet verder uitgediept met als reden dat er geen bewoning is die mogelijks hinder kan ondervinden.  Deze stelling wordt niet gevolgd. De huidige werkwijze van de WZI, zijnde opslag slib in open containers, zorgt voor niet te onderschatte geurhinder. 

Het kan niet opgaan dat, omdat er geen bewoning is, de geurhinder irrelevant zou zijn.  Bijkomend, een officieel wandelpad ligt vlak naast het WZI.  Bewoning ligt op 280 meter in vogelvlucht.  Geurhinder voor deze bewoning kan dus reëel zijn gezien de beperkte afstand van de bewoning tot de WZI.  Verder uit te diepen.  

 Bijkomend, een alternatieve werkwijze uitwerken om de huidige slibopslag in open containers te vervangen door een alternatief met minder hinder.  Dit kan mee onderzocht worden in het verdere onderzoek van de waterzuivering ifv de nieuwe lijn. 

 Gedeelte 2.6.2. Geuremissies:

Het feit dat er geen geurklachten ontvangen zijn, houdt niet automatisch in dat er geen geurhinder zou zijn.  Dit gedeelte moet onderzocht worden ifv de mogelijke geurbronnen, niet ifv het ontbreken van klachten. 

Gedeelte WZI wordt niet mee akkoord gegaan. Zie hierboven.  Verdere uitdieping van dit gedeelte.

 2.8.1.1. Potentieel belangrijke parameters

Het feit of er wel of geen (geur)klachten geformuleerd werden of onrust is, mag geen criterium zijn bij de selectie van de potentieel belangrijke parameters.  Stel dat bij een openbaar onderzoek/terinzagelegging klachten geuit worden naar geurhinder, dan kunnen deze klachten toch niet als irrelevant beschouwd worden omdat de bewoners deze klachten niet eerder kenbaar hebben gemaakt? Vandaar de opmerking dat er objectief naar de mogelijke geur(hinder)bronnen gekeken moet worden en deze verder meegenomen moeten worden in de studie. 

 Gedeelte mobiliteit:

Een gedeelte van de werknemers K2 parkeren op onverhard terrein op de Alkenhoofseweg – Schutenseweg (achter kapel).  Het is de bedoeling dat de werknemers op eigen terrein parkeren. Verder uit te diepen hoe dit opgelost zal worden. 

 Het bedrijf beschikt over voldoende faciliteiten voor fietsgebruikers:  fietsenstallingen, douches.  Wenselijk is dat het bedrijf continu inspanningen levert om het aantal fietsgebruikers in stijgende lijn te laten verlopen. 

 Gedeelte biodiversiteit:

Een nieuwe waterzuivering zal gebouwd worden omwille van het feit dat de huidige werking aan haar capaciteit zit. Dan moet een nieuwe waterzuiveringsinstallatie als geplande situatie genomen worden en niet de huidige situatie.  Dit moet van toepassing zijn doorheen het volledige MER. 

 De nodige groene bufferzones moeten gerealiseerd worden zoals op de vergunde plannen werden weergegeven.  Op bepaalde locaties is de bufferzone aanwezig, doch vormt deze een onvoldoende groene buffer naar de omgeving.  Vb. te Opheldingsweg wordt geparkeerd daar waar een groene bufferzone dient te zijn (niet conform de afgeleverde vergunningen). 

 Kleinere opmerkingen werden rechtstreeks in het project-MER aangeduid.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college maakt dit advies over aan de dienst MER.