verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van een eigendom in 2 fases. De eerste fase bestaat uit het creëren van 1 lot met als bestemming projectzone voor minimum 2 en maximum 4 wooneenheden met bijhorende wijziging van het reliëf van de bodem, het kappen van bomen en het aanleggen van wegenis. De tweede fase (aanvang 1 januari 2034) bestaat uit het creëren van 3 loten met als bestemming wonen met bijhorende aanleg van wegenis.
De aanvraag werd op 13 december 2018 ontvangen en op 9 januari 2019 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 18 januari 2019 tot en met 16 februari 2019.
Het openbaar onderzoek werd gesloten met één bezwaarschrift.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 18 januari 2019 tot en met 16 februari 2019.
Er werd één bezwaar ingediend dat luidt als volgt:
‘Met dit schrijven wens ik, (…), wonende te (…), als mede-eigenaar van het perceel (…), bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag tot het verkavelen van het binnengebied bij de Nieuwe Hazendansweg en Oppelsenweg in 6 loten en het heraanleggen van de vijver op de percelen Afdeling 3, sectie E, nrs. 574x en 574r te Zonhoven.
Het betreft een aanvraag, die werd ingediend door Jean-Luc Schepmans, namens de vennootschap Geosted bvba, Riemsterweg 117, te 3742 Bilzen.
De aanvraag werd ingediend in opdracht van de eigenaars van het perceel E574x, E574r en E570b, (…).
Dit dossier is bij de Gemeente Zonhoven gekend onder de referentie OV/1278.E.874.2 - OMV 2018151748.
In het kader van het openbaar onderzoek dat door de Gemeente Zonhoven werd georganiseerd, werd mij een aangetekend schrijven toegestuurd, gedateerd 10 januari 2019.
Naar aanleiding van het nazicht van het dossier, wens ik volgende bezwaren te formuleren:
l. Private weq versus openbare weq.
Er wordt voorzien in een gefaseerde opdeling van de percelen E574x en E574r in 4 loten, met de bedoeling in totaal 6 woningen te kunnen bouwen.
Voor de ontsluiting van deze te realiseren woningen voorziet men een private toegangsweg.
Op zich hebben wij geen probleem met de verkaveling van de percelen E574x en E574r, waarbij het geheel autonoom kan functioneren via een private toegangsweg, aansluitend op de Oppelsenweg.
Echter, het ontwikkelingsvoorstel onder punt 1.5.14. op blz 25 van de verantwoordingsnota voorziet op de percelen E573f / E574v / E573b een openbare weg, waar de voorziene private weg van de percelen E574x en E574r op zou aansluiten.
Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn.
Aan een private weg zijn natuurlijk niet de lasten van een openbare weg gekoppeld, namelijk onder andere aanlegkosten, extra verharding, extra riolering en nutsvoorzieningen, verkeersoverlast, verlies van privacy, afstand van grond e.d.
Men kan uiteraard niet de lusten van de private weg voor zijn rekening nemen en de lasten van een openbare weg aan derden (de eigenaars van de percelen E573f / E574v / E573b alsook E574t) opdringen.
De eigenaars van de percelen E573f / E574v I E573b alsook E574t krijgen in dat geval integraal de rekening gepresenteerd voor de volledige lasten van aanlegkosten, extra verharding, extra riolering en nutsvoorzieningen, verkeersoverlast, verlies van privacy, afstand van grond e.d.
Dit is onaanvaardbaar.
Zelf zijn wij geen vragende partij voor openbare wegenis omwille van de voornoemde lasten.
Het perceel E573f wordt daarenboven immers op dit moment reeds ontsloten via een private weg op perceel E573b.
Voor perceel E574v is een ontsluiting in die zin via een private weg ook zonder meer mogelijk.
Een koppeling in de toekomst is niet gewenst.
ll. Open ruimte:
Het ontwikkelingsvoorstel onder punt 1.5.14. op blz 25 van de verantwoordingsnota voorziet daarenboven in een ondoordachte indeling van de percelen E573f / E574v / E573b alsook E574t.
Er worden onnodige verhardingen voorzien en de open ruimte wordt volledig tenietgedaan.
Wij hebben een toekomst vóór ons, waarin wij moeten streven naar maximale open ruimte, compacte woonvormen om deze open ruimte te bewerkstelligen en waarin wij moeten streven naar een minimale verharde oppervlakte met het oog op een beheersbare waterhuishouding.
Dit voorstel, al is het maar een ontwerpoefening, houdt met deze uitdagingen voor de toekomst geen enkele rekening en is in die zin op geen enkele manier verdedigbaar.
Het wordt tijd dat wij de open ruimte als een kwaliteit van leven en wonen gaan beschouwen in plaats van een uit te roeien kwaad.
III. Hazendansweq 4.
Met de woning in aanbouw Hazendansweg 4 op E574t (en de woning Hazendansweg 6) wordt in het ontwikkelingsvoorstel onder punt 1.5.14. op blz 25 van de verantwoordingsnota geen rekening gehouden.
Deze zou moeten wijken.
Dit is uiteraard onaanvaardbaar en getuigt van weinig respect vanwege de ontwerper.
Als men op die manier omgaat met de huidige toestand kan men de ontsluiting ook op een eenvoudigere manier realiseren via het perceel E570b van de Nieuwe Hazendansweg nr. 13, eigendom van de opdrachtgevers.
Op die manier worden andere percelen (E573f / E574v / E573b alsook E574t) niet belast.
IV.Verklarinq Familie (…).
Aansluitend bij de verklaring van (…) (zie blz 26 van de verantwoordingsnota), eigenaars van perceel (…), wensen wij het perceel E574v in geen geval in de verkaveling in te brengen, te verkopen of via E574v toegang of doorgang te verlenen voor ontsluiting van het verkavelingsproject.
V. Besluit.
Om bovenstaande redenen vragen wij aan het Gemeentebestuur van Zonhoven rekening te houden met deze argumentatie om tot een gegronde beslissing te komen.’
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neem omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:
Het ingediende bezwaarschrift is uitsluitend gericht tegen het ontwikkelingsvoorstel - zoals weergegeven op pag. 25 van de verantwoordingsnota - op het eigendom kadastraal gekend als 3de afdeling sectie E nummers 573f, 574v en 573b. Dit ontwikkelingsvoorstel maakt evenwel geen onderdeel uit van voorliggende aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden. De aanvrager wil enkel aantonen dat voorliggende aanvraag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de aanpalende percelen niet zal hypothekeren. Op p.25 van de verantwoordingsnota stelt de aanvrager enkel een mogelijke toekomstige ontwikkeling voor. Deze mogelijke toekomstige invulling/ontwikkeling is op geen enkel ogenblik bindend voor de eigenaars van deze gronden en/of de vergunningverlenende overheid. Het bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
ADVIEZEN
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan de Dienst Milieu en Duurzaamheid.
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan Fluvius System Operator
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan de Dienst Mobiliteit
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan de Dienst Uitbestede Werken
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan het Agentschap Natuur en Bos
Op 9 januari 2019 werd advies gevraagd aan de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 7 januari 2019. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Het agentschap Onroerend Erfgoed bekrachtigde de archeologienota met ID https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/9001 en onderwerp Vooronderzoek_Zonhoven_Zonhoven, Nieuwe Hazendansweg binnengebied ontvangen op 19/10/2018. De archeologienota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Art. 4.2.17 Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen: Het dossier bevat voldoende gegevens over het bouwrijp maken van de percelen door de wijziging van het reliëf van de bodem. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het wijzigen van het reliëf van de bodem .
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door Geosted bvba, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod
De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, maar de verkaveling heeft een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.
In artikel 4.2.5. (23/02/2017- ...) van het Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid wordt het volgende gesteld:
“§ 1. Indien een bouw- of verkavelingsproject onderworpen is aan een norm als bepaald krachtens hoofdstuk 1, wordt aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, respectievelijk de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, van rechtswege een last verbonden in de zin van artikel 75 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Deze last verplicht de verkavelaar of de bouwheer ertoe handelingen te stellen opdat een bescheiden woonaanbod zou worden verwezenlijkt dat in lijn is met het op het verkavelingsproject of het bouwproject toepasselijke percentage.
De verkavelaar of de bouwheer kan de last uitvoeren in natura, door verkoop van de voor het vooropgestelde bescheiden woonaanbod vereiste gronden aan een sociale woonorganisatie of aan een openbaar bestuur, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, en/of door de storting van een bijdrage aan de gemeente waarbinnen het verkavelingsproject of het bouwproject ontwikkeld wordt.
Voorliggende aanvraag voorziet minder dan vijf loten bestemd voor woningbouw en is dus vrijgesteld van een bescheiden last.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van een eigendom in twee fases. De eerste fase bestaat uit het creëren van 1 lot met als bestemming projectzone voor minimum 2 en maximum 4 wooneenheden. Hierbij wordt de helft van de vijver gedempt en wordt aan de oostzijde van de vijver een verbrede uitgevlakte oever gerealiseerd met extra standplaatsgeschikte vegetatie. Hiervoor dienen ook een 20-tal (hoogstammige) bomen geveld te worden en oevervegetatie verwijderd te worden. De voorziene wegenis krijgt de definiëring van private weg met publiek karakter. De resterende gedempte delen van de vijver en de overige delen van het perceel worden in deze fase voorzien van een streekeigen aanplanting en gebruikt als weiland. In een tweede fase (aanvang 1 januari 2034) wordt binnen het plangebied de wegenis van de 2de fase gerealiseerd om de ontsluiting en gefaseerde ontwikkeling van de 3 loten met open bebouwing (loten 1 t.e.m. 3) mogelijk te maken.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het plangebied ligt ten oosten van de kern van Zonhoven en is gesitueerd binnen het afgebakend regionaal stedelijk gebied Hasselt-Genk. De gronden van het plangebied liggen gesitueerd binnen het woonblok Nieuwe Hazendansweg , Oppelsenweg en de Hazendansweg. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Oppelsenweg. Naar het westen en oosten wordt de grens van de verkaveling afgebakend door achterliggende tuinen van woningen gesitueerd aan de Nieuwe Hazendansweg en de Hazendansweg. Aan de noordzijde wordt het plangebied door de kadastrale percelen 573F, 571B en 570B begrensd, dewelke ook grenzen aan de Roosterbeekvallei. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van ééngezinswoningen, met een ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers, in een overwegend residentiële woonomgeving is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. In de verkavelingsvoorschriften wordt gesteld dat er garages of carports toegelaten zijn in de zone voor bijgebouwen en dat parkeren in de vorm van carports wordt voorzien in de projectzone langs de zijde grenzend aan de nieuw aan te leggen wegenis. Het parkeren zal dus op eigen terrein kunnen gebeuren.
Het project wordt ontsloten via de Oppelsenweg tussen enerzijds het kruispunt van de Hazendansweg met de Oppelsenweg en anderzijds het kruispunt van de Nieuwe Hazendansweg met de Oppelsenweg. Beide kruispunten liggen in vogelvlucht slechts 220 meter van mekaar verwijderd. Op dit korte stuk zit er bovendien een flauwe bocht in de Oppelsenweg, wat de zichtbaarheid niet ten goede komt. Vanuit het standpunt van de verkeersveiligheid is een extra aantakking/kruispunt op de Oppelsenweg niet wenselijk. Een vlotte doorstroming van het verkeer op de Oppelsenweg moet ten allen tijde gegarandeerd blijven. Aangezien een totaalvisie voor de ontwikkeling van het volledige binnengebied ontbreekt en er geen alternatieve ontsluitingsmogelijkheden werden aangereikt, kan verondersteld worden dat dit de enige toegansweg voor het ganse binnengebied zal blijven. Nochtans zijn er alternatieve ontsluitingsmogelijkheden via de Hazendansweg en de Nieuwe Hazendansweg.
De aanvraag heeft een negatieve impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen. De voorgestelde maximale oppervlakte aan bebouwing en de maximale bouwhoogte stemmen overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De weg naar de verkaveling krijgt de definiëring van private weg met publiek karakter. Dit betekent dat er geen overdracht van de wegenis naar de gemeente zal gebeuren, maar dat de nutsleidingen en de riolering tot aan de te ontwikkelen huizen zullen komen met individuele aansluitingen. Aan de Oppelsenweg worden de nodige brievenbussen en ruimte voor het ophalen van huisafval voorzien. De bebouwing die wordt voorgesteld moet niet aanzien worden als een bebouwing in tweede bouworde, maar betreft een eerste fase van de ontwikkeling van het voorliggende binnengebied. Een visie voor het ontwikkelen van het volledige binnengebied ontbreekt echter.
De inplanting van de woningen wordt voorzien op voldoende afstand van de perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de inplanting van de aanpalende woningen.
Er worden beperkte bijgebouwen voorgesteld. Het eigendom kan de voorgestelde bebouwing en verharding dragen. Naast de vijver wordt er ook nog een groot deel van het eigendom voorzien van een streekeigen aanplanting en gebruikt als weiland
Door het oprichten van maximaal 7 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van 10,75 woningen per hectare wat aanvaardbaar is binnen deze omgeving, gelet op de aanwezigheid van de vijver.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde bebouwing), dakvorm (schuin dak en plat dak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat deze in overeenstemming moeten zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
De voorgestelde wijzigingen van het bodemreliëf zijn aanvaardbaar. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften door de omwonenden ingediend die betrekking hebben op dit aspect.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
Het advies van 24 januari 2019 van de watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Er is een uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn.
De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden.
In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren.
De kosten van de uitbreiding en eventuele aanpassingen aan deze installaties zijn ten laste van de opdrachtgever.
Omwille van het aantal percelen is er een capaciteitsmeting nodig, deze capaciteitsmeting moet door de opdrachtgever zelf aangevraagd worden. De kosten van deze capaciteitsmeting zijn ten laste van de verkavelaar.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers..”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Het advies van 31 januari 2019 van de dienst Milieu en Duurzaamheid is voorwaardelijk gunstig:
“De aanvraag betreft een gefaseerde ontwikkeling van de kadastrale percelen Zonhoven 3e afdeling Sectie E nummers 574R/deel en 574X. In de eerste fase wordt de helft van de vijver gedempt en wordt aan de oostzijde van de vijver een verbrede uitgevlakte oever gerealiseerd met extra standplaatsgeschikte vegetatie. Hiervoor dienen ook een 20-tal (hoogstammige) bomen geveld te worden en oevervegetatie verwijderd te worden.
Er werd een natuurtoets uitgevoerd en toegevoegd aan het dossier waaruit blijkt dat het een ondiepe, zeer eutrofe vijver betreft vanwege de groene vijver en een visbestand met veel bodemwoelers. In de natuurtoets worden een aantal aanbevelingen gedaan ter verbetering van de ecologische toestand van de vijver na de ontwikkeling.
Deze natuurtoets volgt uit artikels 14 en 16 van het decreet natuurbehoud.
- Artikel 14 over de zorgplicht bepaalt dat de initiatiefnemer de nodige maatregelen moet nemen om schade aan de vijver te vermijden of voorkomen, te beperken en te herstellen.
- Artikel 16 over vermijdbare schade bepaalt dat de vergunningverlener
Indien voldaan wordt aan de maatregelen zoals omschreven aan de natuurtoets wordt zowel aan de zorgplicht als aan de bepalingen van artikel 16 van het decreet natuurbehoud voldaan.
De voorgestelde maatregelen zoals omschreven in de natuurtoets moeten uitgevoerd worden en worden als voorwaarde verankerd in de vergunning:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Het advies van 24 januari 2019 van Fluvius System Operator (Infrax) is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 09/01/2019 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Infrax actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.infrax.be.
Voor de activiteiten aardgas - elektriciteit - kabeltelevisie kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor projecten zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
Voor projecten waarbij netuitbreidingen nodig zijn, bezorgen wij de initiatiefnemer het formulier ‘studie-en offerteaanvraag voor verkavelingen en bouwprojecten”. Dit formulier dient de initiatiefnemer ons ingevuld en ondertekend terug te bezorgen. Nà ontvangst van dit formulier zal Infrax een netstudie starten waaruit een gedetailleerde offerte zal volgen aan de initiatiefnemer.
De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Infrax vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.
In deze offerte zullen tevens alle specifieke voorwaarden voor dit project worden opgenomen.
Zo dient o.a. een vrije, openbare ruimte ter beschikking te zijn langsheen alle percelen, en dit met een breedte van minstens 1,5 m tegen de rooilijn en indien van toepassing langs beide zijden van de straat, waarin de nutsvoorzieningen aangelegd worden. Zowel bovengronds als ondergronds (tot op een diepte van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld) mogen zich geen hindernissen bevinden in deze ruimte.
Afhankelijk van de grootte van het project dienen mogelijks een of meerdere ruimte(s) voor een distributiecabine elektriciteit en/of aardgas ter beschikking gesteld te worden aan Infrax. Voor elektriciteit heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 6,45m x 5,70m. Voor aardgas heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 3,50m x 3,60m. Beide zones moeten rechtstreeks bereikbaar zijn vanop het openbaar domein.
De bereikbaarheid, inplanting en bouwkundige voorwaarden dienen besproken te worden met Infrax, en dit vóór het in uitvoering brengen van de vergunning. Wij dienen van de initiatiefnemer de schriftelijke toelating(en) te ontvangen in verband met de inplanting(en) en de kosteloze overdracht van de nodige grond(en) voor zover deze niet in het openbaar domein wordt voorzien.
Indien de woningen niet 100% verticaal gescheiden zijn moet – omwille van veiligheidsredenen met betrekking tot aardgas - één (of meerdere) gemeenschappelijke tellerlokalen worden voorzien op de gelijkvloerse verdieping die voor alle woonheden beschikbaar zijn, en dit zowel voor de tellers aardgas als elektriciteit
Riolering
Zie advies van de dienst riolering.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Infrax Infolijn- 078 35 30 20.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Infrax u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Het advies van 29 januari 2019 van Fluvius System Operator (riolering) is ongunstig:
“Bij deze verleent Fluvius ongunstig advies op het rioleringsontwerp opgesteld door Geosted bvba op datum van 26/09/2018 voor de aanleg van de riolering in de verkaveling: PV Hazendans in de stad Zonhoven.
Opmerkingen aangaande het ontwerp:
Uit de ingediende plannen en ontbreken van grondwaterstanden/infiltratieproeven kan Fluvius niet concluderen of de toekomstige woningen (en bestaande naastliggende) voldoende beschermd gaan zijn tegen hemelwater (ev. overstroming Roosterbeek).
De nieuw aan te leggen wegenis en riolering wordt volgens de plannen niet overgedragen naar het openbaar domein. De ‘nieuwe’ riolering zal dus ook niet overgenomen (onderhouden) worden door Fluvius.
De nodige coördinatievergaderingen dienen belegd te worden met alle partijen, zodat bekeken kan worden of er voldoende kwalitatieve aansluitingen kunnen gerealiseerd worden op de bestaande nutsvoorzieningen (niet alleen riolering).
Tevens heeft de afvoer van hemelwater naar een stilstaande vijver op de langere termijn negatieve gevolgen voor het vijverbiotoop. Het is ook onduidelijk of deze vijver wordt gevoed door grondwater of door water afkomstig van de Roosterbeek.”
Naar aanleiding van dit ongunstig advies werd er door de aanvrager contact genomen met deze adviesinstantie. De nodige aanpassingen werden gedaan en bijkomende informatie werd aan het dossier toegevoegd. Het advies van 1 maart 2019 van Fluvius System Operator (riolering) is gedeeltelijk gunstig:
“Bij deze verleent Fluvius gedeeltelijk gunstig advies aan het rioleringsontwerp opgesteld door Geotec nv op datum van 18/02/2019 voor de aanleg van de riolering in de verkaveling: PV Hazendans in de gemeente Zonhoven aan ondergetekende: bouwheer
Dit advies is 2 jaar geldig vanaf de datum van opstelling door Fluvius. Indien het project niet is uitgevoerd binnen deze periode, dient het ontwerp geactualiseerd te worden aan de op dat moment geldende wetgevingen en richtlijnen van Fluvius.
Opmerkingen aangaande het ontwerp:
RWA aanleggen aan 1mm/m.
De Knijp in gecombineerde IP D1-R1 moet diameter 150 hebben.
Streng R3-R7-R8 en D3-D6-D7 omwisselen, de putten R7-R8 en D6-D7 hoeven niet man-toegankelijk te zijn.
Is er voldoende ruimte voor de nutsvoorzieningen (1.5m excl. rio) ter hoogte van streng D3-D6-D7?
Indien Fluvius de riolering moet overnemen, dient de grondzate overgedragen te worden naar het openbaar domein of moet er een plan met erfdienstbaarheden tvv Fluvius opgemaakt worden en bij akte vastgelegd. Desgevallend zal Fluvius de huisaansluitputjes leveren.
Het bestek met bijhorende meetstaat, de materiaalkeuze en de uitvoeringsmethoden dienen, conform het typebestek van Fluvius (laatste versie) opgesteld te worden. Deze vereisten dienen ter goedkeuring aan Fluvius overgemaakt worden en blijven steeds geldig. Het technische dossier dient door Fluvius goedgekeurd te zijn voor het in uitvoering kan gaan.
Ondergetekende verklaart zich akkoord met deze opmerkingen en zal het dossier in die zin aanpassen/ vervolledigen en hij/zij verbindt zich er toe dit dossier bij het aanvragen van de verkavelingsvergunning toe te voegen. Wijzigingen aan het dossier ten gevolge van opmerkingen van andere vergunningsverleners dienen altijd aan Fluvius gemeld te worden wanneer dit implicaties heeft op het goedgekeurde dossier. Fluvius zal niet zonder meer de wijzigingen goedkeuren en aanvaarden!
Tevens zal ondergetekende de ontwerpplannen en de as-builtplannen met aanduiding van de huisaansluitingen en wachtaansluitingen, digitaal (dwg-file – min. versie 2007) aan netaanleg@fluvius.be bezorgen.
De verkavelaar voorziet in het bestek dat Fluvius toezicht uitoefent op de rioleringswerken, meer in het bijzonder dienen de waterdichtheidsproeven en de slagsondes in aanwezigheid van de toezichter van Fluvius, uitgevoerd te worden. De verkavelaar verbindt zich hiertoe deze proeven zo uit te laten voeren en verklaart zich hiermee akkoord.
Indien de resultaten van de zandcementproef niet de vereisten waarden uit het SB250 v 3.1 halen, zijn de resultaten niet aanvaardbaar en zal de overdracht van de riolering naar Fluvius geweigerd worden. De eenheidsprijs voor de fundering en omhulling in zandcement voor de berekening van de rafactie, voor Fluvius, is 15 €/lm voor de DWA-leiding, 25 €/lm voor de RWA-leiding, en 5 €/lm voor huisaansluitingen.
De camera-inspectie van de volledige riolering en van alle DWA huisaansluitingen en 20% van de RWA- en kolkaansluitingen dient door een erkend labo uitgevoerd te worden, volgens de beschrijving van het SB 250 en de aanvullingen in het Fluvius typebestek versie 3.1.
Huis-, kolk- en wachtaansluitingen worden in principe uitgevoerd op een diepte van 1,3 m onder het maaiveld en sluiten boven (12u) op de hoofdriolering aan. De aansluitingen dienen gemaakt te worden met een Y-stuk in plaats van een T-stuk.
Fluvius levert de huisaansluitputjes. Om beschadigingen hieraan te voorkomen, dient er na de plaatsing ervan rond de putjes een grondophoging voorzien te worden ( aanaarden). Deze huisaansluitputjes dienen geplaatst te worden zoals op de door Fluvius goedgekeurde plannen. Indien tijdens de uitvoering en/of na einde der werken blijkt dat de putjes verkeerd geplaatst zijn, zal Fluvius de werkelijke verplaatsingskost doorrekenen aan de verkavelaar. Wanneer er bovendien na het einde der werken, een herverkaveling plaatsvindt, waardoor er bijkomende putjes nodig zijn, zal Fluvius ook deze werkelijke kost aan de verkavelaar doorrekenen.
De inspectieputten dienen voorzien te zijn van een traploos regelbare afdekkingsinrichting, zoals opgenomen in het Vlariobestek 3.1.1 ( H3 Materialen – 12.4.2.4.).
De verkavelaar dient drie coördinatievergaderingen met alle partijen te beleggen:
een eerste bij het voorontwerp,
een tweede bij het ontwerp
en een derde na aanbesteding en vóór de aanvang der werken.
De uitnodigingen voor Fluvius dienen verstuurd te worden 21 dagen vóór de vergadering, naar netaanleg@fluvius.be.
De verkavelaar nodigt de regio-ingenieur Jo Ginestra uit op de startvergadering met de aannemer, min. 21 dagen vóór de startvergadering.
De aanwezigheid van een afgevaardigde van Fluvius voor de aanvaarding van de uitgevoerde werken is een vereiste.
Ten laatste een week vóór de voorlopige oplevering, dienen volgende documenten aan de toezichter van Fluvius overhandigd te worden:
werfverslagen,
postinterventiedossier met as built,
proefresultaten en attesten, huisaansluitfiches met de foto’s.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Het advies van 7 februari 2019 van het Agentschap voor Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:
“Rechtsgrond:
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving: Artikel 35. §4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bespreking aanvraag omgevingsvergunning:
De aanvraag betreft een verkaveling met een gefaseerde ontwikkeling van het plangebied “Hazendans” te Zonhoven met in de 1ste fase het dempen van een vijver, de aanleg van bijkomende groenaanleg aan de zijde van de Hazedansweg en de aanleg van wegenis en in een 2de fase de verkaveling voor de realisatie van 6 woningen met de daarbij horende wegenis.
Uit het onderzoek m.b.t. de watertoets (vijver) en de uitgewerkte maatregelen naar waterbuffeing is als zodanig gebleken dat als gevolg van de realisatie van de voorliggende verkaveling er geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu te verwachten is als gevolg van de verandering van de toestand van de watersystemen door het realiseren van de verkaveling.
Het plangebied met een totale oppervlakte van 65a09ca is binnen het gewestplan Hasselt-Genk volledig in woongebied gelegen.
Conclusie: Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies op voorliggende aanvraag.
Voorwaarden:
Algemene opmerking soortenbesluit:
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).
Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn.
Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.
Gelieve een afschrift van de beslissing te bezorgen aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich - met uitzondering van de omschrijving van het onderwerp van de aanvraag, dewelke foutief werd omschreven - aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Het advies van 11 januari 2019 van de Hulpverleningszone Zuid West Limburg, dienst preventie is voorwaardelijk gunstig:
“Opmerkingen
1. Er dienen ondergrondse hydranten worden voorzien. Deze worden gevoed door het openbaar waterleidingnet via een leiding met minimale binnendiameter van 80 mm. Kan het openbaar net aan deze voorwaarden niet voldoen, dan wendt men andere bevoorradingsbronnen aan met minimale capaciteit van 50 m³. De ondergrondse of de bovengrondse hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten afstand van ten minste 0,60 m van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren.(Art 6.8)
2. De ondergrondse hydranten dienen te worden uitgevoerd conform de normen NBN S 21-034 en S 21-033.
3. De ligging van de ondergrondse hydranten dient evenwel aangeduid te worden door de gepaste herkennings- en identificatietekens betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden, conform de ministeriële circulaire van 14 oktober 1975.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een gunstig brandpreventieadvies mits naleving van hoger vermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De adviezen van de Dienst Mobiliteit en de Dienst Uitbestede Werken werden niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd omwille van de negatieve impact op de mobiliteit.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving, omwille van de negatieve impact op de mobiliteit.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning.
Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het verkavelen van een eigendom in 2 fases - de eerste fase bestaat uit het creëren van 1 lot met als bestemming projectzone voor minimum 2 en maximum 4 wooneenheden met bijhorende wijziging van het reliëf van de bodem, het kappen van bomen en het aanleggen van wegenis en de tweede fase (aanvang 1 januari 2034) bestaat uit het creëren van 3 loten met als bestemming wonen met bijhorende aanleg van wegenis, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar niet. Het college oordeelt dat wat betreft de ontsluiting van het project via de Oppelsenweg kan gesteld worden dat de impact van voorliggende aanvraag niet groter is dan bij het ontsluiten van een meergezinswoning met 4 woonentiteiten en/of beperkt kantoorgebouw (dat vandaag de dag reeds aanwezig is op het voorliggende perceel). De ontsluiting zal enkel dienen voor maximaal 4 woongelegenheden in deze eerste fase. Indien het binnengebied verder ontwikkeld wordt, zullen er alternatieve ontsluitingsmogelijkheden moeten worden gerealiseerd via de Nieuwe Hazendansweg en / of de Hazendansweg.
Het college verleent een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met voorwaarden aan de aanvrager voor fase 1, zijnde de creatie van 1 lot met als bestemming projectzone voor minimum 2 en maximum 4 wooneenheden met bijhorende wijziging van het reliëf van de bodem, het kappen van bomen en het aanleggen van wegenis. Fase 2 (aanvang 1 januari 2034) wordt niet vergund.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.