dossier aanmelding project-MER van Bionerga dd mei 2019
Het college neemt kennis van de mail van de dienst MER, d.d. 03.06.2019, met de vraag naar advies/insteek betreffende het project.
Volgend advies werd opgemaakt:
Advies aanmelding project-MER BIONERGA – hernieuwing en wijziging afvalenergiecentrale
Inleiding
Het betreft de aanmelding van een project-MER van Bionerga, gelegen te Centrum-Zuid 2098 in Houthalen-Helchteren. Dit project-MER wordt opgemaakt in het kader van een wijziging van de afvalenergiecentrale (en in het kader van de hernieuwing van de omgevingsvergunning voor onbepaalde duur).
Voor de exploitatie van de huidige site werd op 25 november 2010 een milieuvergunning bekomen van de Bestendige Deputatie die geldig is tot en met 23 september 2020.
Bionerga baat op dit moment de afvalenergiecentrale te Houthalen-Helchteren uit voor de energetische valorisatie (verbranding) van huishoudelijk restafval en gelijkaardig bedrijfsafval. De vrijgekomen verbrandingswarmte wordt omgezet naar stoom. Een deel hiervan wordt via een ondergrondse pijpleiding geleverd aan buurbedrijf Aquafin, waar deze warmte wordt gebruikt voor het drogen van het slib uit de waterzuiveringsinstallatie. De resterende stoom wordt omgezet in elektriciteit. Bijkomend wordt er restwarmte gebruikt voor het biomassaplein dat als hoofdactiviteit hout afkomstig van duurzaam landschapsbeheer, mechanisch behandelt en droogt.
Momenteel wordt er in Beringen gewerkt aan een nieuwe afvalenergiecentrale die zal instaan voor de verbranding en energetische valorisatie van het huishoudelijk afval en daaraan gelijkgesteld bedrijfsafval. Deze zal de functie van de oven in Houthalen-Helchteren overnemen.
Na ingebruikname van de site in Beringen, wil Bionerga de huidige installaties in Houthalen-Helchteren blijven gebruiken voor het verbranden van biomassa-afval: niet verontreinigd behandeld houtafval zoals B-hout, licht-verontreinigde zeefoverloop en andere biomassa-stromen. Daarnaast wil Bionerga in het kader van de Research & Development activiteiten een kleinschalige hout-chip vergasser met WKK-installatie plaatsen.
Bionerga zal voor het wijzigen van haar bedrijfsactiviteiten en in het kader van de hernieuwing van de milieuvergunning een omgevingsvergunningsaanvraag indienen. De wijziging betreft het omschakelen van huishoudelijk en gelijkgesteld restafval naar biomassa-afval als inputstroom voor de energiecentrale. Dit MER wordt in dat kader opgemaakt: voor de verdere exploitatie van de bedrijfsactiviteiten met wijzigingen.
De milieueffectrapportage gaat vooraf aan de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het milieueffectrapport wordt mee genomen in het openbaar onderzoek en de inspraak- en adviesronde.
Het advies werd opgemaakt in overleg met de milieuambtenaar van Houthalen-Helchteren.
Advies
Beschikbare fractie biomassa
De huidige installatie heeft een maximale capaciteit van 12,5 ton per uur en 300 ton per dag. Beide lijnen zouden in gebruik blijven, waarbij de ene lijn kan opgestart worden als de andere lijn stilligt om de continue behandeling van biomassa-afval en stoomlevering aan Aquafin te waarborgen. In het project-MER moet een duidelijke weergave of balans gegeven worden van de beschikbare biomassa in Limburg, buiten Limburg, gekoppeld aan de herkomst (containerparken, achterstallig onderhoud van het landschap, snoeihout via groenaannemers, afvalhout,…). Deze balans geeft weer welke hoeveelheden de biomassacentrale zal verwerken tov het aanbod binnen en buiten Limburg. Bijkomend wordt er duidelijkheid gegeven of de biomassa van de Limburgse biomassa als prioritair te behandelen zal zijn. Ten allen tijden moet vermeden worden dat er onvoldoende biomassa (afval) beschikbaar is en er extern vers biomassa aangevoerd moet worden.
Milieuaspect- Atmosferische emissies
De huidige installatie voldoet aan de strengste afvalverbrandingsnormen. Deze zullen worden aangehouden indien er enkel biomassa wordt verbrand, staat er in de aanmelding vermeld. Het college wil dit uitdrukkelijk waarborgen en staat erop dat dit ook zo in het project-MER /vergunningstrajecten wordt meegenomen, ook al voorziet het VLAREM op vlak van emissies bij het verbranden van biomassa andere emissienormen of meetverplichtingen.
Beschrijving van de alternatieven
Nulalternatief
Het aanmeldingrapport bevat onderstaande passage bij de toetsing van het project aan de verschillende alternatieven:
Het nulalternatief omschrijft de ontwikkelingen wanneer het gewenste project niet wordt gerealiseerd. Gezien de lopende vergunning vervalt op 23 september 2020 komt dit neer op de situatie waarbij er geen enkele activiteit noch enig alternatief hiervoor wordt uitgevoerd. De algemene doelstelling kan door het nulalternatief nooit worden bereikt. De autonome ontwikkeling komt overeen met het verder bestaan van de huidige situatie waarbij er geen bijkomende installaties gebouw of extra activiteiten uitgeoefend worden door Bionerga. Dit alternatief wordt verder beschreven als de huidige situatie.
Het nulalternatief is in dit project niet aan de orde op voorwaarde dat het project-MER aangeeft dat er geen significante effecten zijn die niet te milderen zijn.
Het college kan zich niet vinden in deze stelling. Indien er geen plannen waren voor de nieuwe bestemming van de afvalverbrandingsoven, kan men ervan uitgaan dat de oven werd gesloopt en het terrein (tijdelijk) braak kwam te liggen. Een nulalternatief kan theoretisch gemodelleerd worden via vergelijking van achtergrondwaarden in Vlaanderen. De huidige situatie dient in dat opzicht eerder als worst case scenario beschouwd te worden.
Methodologie
De algemene methodologische benadering is als volgt:
Voor het MER is de referentiesituatie de huidige terreinsituatie van het bedrijf. Bij de bepaling van de hinderaspecten in die referentiesituatie wordt gekeken naar de situatie waarbij het bedrijf aanwezig is, maar niet in werking.
Voor elk van de disciplines wordt de bestaande toestand beschreven en zal een specifieke methodologie gebruikt worden om de effecten van de toekomstige situatie te beschrijven en te evalueren/beoordelen. Per discipline wordt aangegeven welke de huidige toestand is.
Net als bij het nulalternatief kan het college zich niet vinden in de omschrijving van de referentiesituatie (bedrijf aanwezig, maar niet in werking). Indien dit project niet wordt verdergezet, kan het niet de bedoeling zijn dat de afvalverbrandingsoven leeg komt te staan. Uitgangspunt moet een braakliggend terrein zijn.
Discipline mens – gezondheid
De methodologie van het nieuw richtlijnenboek Mens-gezondheid wordt toegepast: concreet betekent dat voor dit project dat we de mogelijke effecten van schadelijke stoffen en van lucht en geluid bestuderen, wanneer in de deeldisciplines de immissiewaarden samen met de achtergrondconcentraties als significant beschouwd worden. Na het interpreteren van de significante immissiewaarden worden de bevolkingsgroepen blootgesteld aan deze concentraties beschreven, alsook de mogelijke gevolgen. In functie van het aantal blootgestelden en de aard van de blootgestelden worden deze significante concentraties als een significant effect binnen de discipline mens-gezondheid aanzien en worden er aanvullende milderen maatregelen voorgesteld door de deskundige. De mogelijke gezondheidseffecten worden gerelateerd aan het project.
Deze discipline moet met uitdrukkelijke zorg en nauwkeurigheid worden bestudeerd. In bovenstaande methodologie wordt er enkel dieper op het onderwerp ingegaan indien de deeldisciplines de immissiewaarden samen met de achtergrondconcentraties als significant worden beschouwd. De vraagt blijft zich herhalen, maar wat is het referentiekader hierbij? De huidige situatie, met de huidige uitstoot kan niet als referentiekader worden beschouwd.
Het college vraagt om deze discipline ongeacht de afweging van de andere deeldisciplines grondig te bestuderen.
Het college volgt het advies van de milieuambtenaar en maakt dit over aan de dienst MER.