De opdracht voor de opmaak van een LIP voor de Roosterbeek in Zonhoven werd door het departement Omgeving toegewezen aan het consortium Delva Landscape Architects - PLOT. De opmaak van dit LIP, dat kadert in de uitvoering van het landinrichtingsproject De Wijers - deelproject Roosterbeek-Mangelbeek van de Vlaamse Landmaatschappij, betekent immers een verderzetting én de realisatie van de 3 pilootprojecten die tijdens het voorafgaande onderzoeksproject 'Atelier Multifunctioneel Landschap Roosterbeek' werden opgezet.
Een van de 3 deelgebieden is deelgebied 3 Recreatie en Waterbuffer en situeert zich tussen de Boddenveldweg en de Hazendansweg. Op de stuurgroep vergadering van 19.06.2019 werden hier volgende maatregelen voorgelegd:
Maatregel 1: realisatie van een pad voor zacht verkeer tussen de Hazendansweg en de Boddenweg:
- De stuurgroep beslist om deze maatregel op te nemen in het LIP.
- De gemeente is principieel akkoord om de gronden aan te kopen die nodig zijn om het pad te realiseren, en om 30% van de uitvoeringskosten op zich te nemen. Dit onder voorbehoud van het uiteindelijke kostenplaatje en de financiële haalbaarheid.
- De stuurgroep vraagt aan de gemeente een akkoord om in het kader van het LIP gesprekken aan te knopen met de grondeigenaars voor de noodzakelijke grondverwervingen. De gemeente zal deze vraag voorleggen aan haar college van burgemeester en schepenen.
- De VLM is principieel akkoord om 70% van de uitvoeringskosten op zich te nemen.
- De gemeente is principieel akkoord om het beheer en onderhoud van het pad op zich te nemen. De berekening van de beheerskosten maakt geen deel uit van het LIP. De gemeente vraagt dat er bij het ontwerp van het pad rekening wordt gehouden met het onderhoudsvriendelijke karakter ervan.
Maatregel 2: herstel en uitbreiden van het historische grachtensysteem:
- De stuurgroep beslist om deze maatregel op te nemen in het LIP, op voorwaarde dat de infrastructuur die nodig is om het water van de bedrijvenzone te verzamelen en te voeren naar deelgebied 3, betaalbaar is. Dit kan vrijwel zeker enkel door het gebruik van open grachten. Dit moet eerst afgetoetst worden alvorens er verdere stappen voor deze maatregel genomen worden.
- Het principe om buffercapaciteit te creëren voor de bedrijven die onvoldoende buffering op het eigen terrein voorzien, en deze bedrijven bij te laten dragen in de kosten voor de aanleg van het grachtensysteem, is goed. Maar dit principe is in de praktijk echter moeilijk te realiseren omdat:
Op basis van deze overwegingen beslist de stuurgroep dat de capaciteit die in het grachtensysteem gebufferd moet worden, berekend moet worden op basis van de oppervlakte aan verharding in het openbaar domein binnen de bedrijvenzone.
- De provincie wijst erop dat deze maatregel potentieel een ongewenst, drainerend effect kan hebben als de grachten niet op een goede manier worden geprofileerd.
- De stuurgroep heeft nog geen beslissing genomen over de verdeling van de uitvoeringskosten voor de grachten en over het beheer van de grachten. Mogelijke piste is subsidiëring door Fluvius. Overleg met Infrax kan ook bijkomende middelen opleveren.
Maatregel 3: herstel van de begeleidende houtkanten:
- De stuurgroep beslist om deze maatregel op te nemen in het LIP.
- De VLM stuurt een ecoloog ter plaatse om de houtkanten inventariseren en beheersmaatregelen voor te stellen (de VLM kijkt intern na of er ecologen beschikbaar zijn).
- ANB wijst erop dat de houtkanten op een goede manier beheerd moeten worden, anders heeft deze maatregel weinig zin. Het plaatsen van afscheidingen voor grazend vee op voldoende afstand van de houtkanten, is bijvoorbeeld een belangrijke beheersmaatregel. Deze beheersmaatregelen moeten voor ANB in het LIP opgenomen worden.
- Voor de uitvoering van de beheermaatregelen kan de VLM beheerovereenkomsten afsluiten met landbouwers (percelen moeten geregistreerd zijn via de verzamelaanvraag). In deelgebied 3 gaat het toch om een aantal percelen. Ook op percelen in gebruik/eigendom door niet-landbouwers kunnen nieuwe houtkanten ingericht met landinrichting maar dan moeten er beheerafspraken vastgelegd worden (bv via dienstenvergoeding of overeenkomst).
- Zolang de inventarisatie van de houtkanten en de beheermaatregelen niet zijn uitgewerkt, heeft het nog geen zin om de eigenaars te contacteren.
Maatregel 4: aangepast weidebeheer:
- De stuurgroep beslist om deze maatregel op te nemen in het LIP.
- De VLM stuurt een ecoloog ter plaatse om de weides te inventariseren en beheersmaatregelen voor te stellen (de VLM kijkt intern na of er ecologen beschikbaar zijn).
- ANB denkt dat deze maatregel haalbaar is. Er zijn hoogstwaarschijnlijk weinig professionele landbouwers actief in het gebied. De meeste gronden worden als paardenweides gebruikt. Paardenweides vragen om een magere, schralere vegetatie, wat verenigbaar is met een ecologisch beheer.
- Voor de uitvoering van de beheermaatregelen kan de VLM beheerovereenkomsten afsluiten met landbouwers (percelen moeten geregistreerd zijn via de verzamelaanvraag). Het RLLK heeft expertise met ecologisch beheer van paardenweides, ook voor particulieren (www.opeengoeiwei.be, meer info via joke.timmermans@rllk.be) Zolang de inventarisatie van de weides en de beheersmaatregelen niet zijn uitgewerkt, heeft het geen zin om de eigenaars te contacteren.
Maatregel 5: buffering van hemelwater in de vijvers van de Bookmolen
Maatregel 6: zuivering van het water van de Roosterbeek
Maatregel 7: realisatie van een publiek toegankelijk buurtpark
Maatregel 8: ecologisch vijverbeheer:
- De provincie werkt momenteel – buiten het LIP– een plan uit voor de inrichting van de vijvers op het grondgebied van de eigenaars van de Bookmolen. Dit plan heeft de volgende uitgangspunten:
- De bijkomende buffercapaciteit die de provincie voorziet is een voorwaarde voor de rioleringswerken die de gemeente Zonhoven plant in de omgeving. Deze werken zullen over 3 jaar beginnen.
- Er is volgens de provincie - binnen de eigendommen die horen bij de Bookmolen - onvoldoende ruimte om het water te zuiveren. Als deze doelstelling ook in het plan moet worden opgenomen, moet het projectgebied substantieel uitgebreid worden.
- Het heeft voor de VLM enkel zin om de omgeving van de Bookmolen als maatregel op te nemen in het LIP, als er een geïntegreerd project gerealiseerd kan worden. De realisatie van een publiek toegankelijk buurtpark is hiervoor een vereiste. Ook hiervoor moet het projectgebied substantieel uitgebreid worden.
- Voor ANB heeft voorzuivering prioriteit boven ecologisch vijverbeheer. Indien voorzuivering gerealiseerd kan worden in het gebied, kan het voor ANB volledig ingericht worden in functie van de belevingswaarde (buurtpark). Indien voorzuivering niet haalbaar is, vraagt ANB om ecologisch vijverbeheer in het plan van de provincie te integreren.
- In het kader van het LIP kunnen de eigenaars van de percelen van de Katschotseweg gecontacteerd worden om na te gaan of ze bereid zijn hun achterliggende gronden te verkopen aan de gemeente. Deze gronden worden ingezet om het buurtpark te vergroten en om een toegang tot het buurtpark te voorzien langs de Katschotseweg. In het andere geval kunnen enkele cruciale percelen door de VLM onteigend worden via het LIP. De stuurgroep vraagt aan de gemeente een akkoord om gesprekken aan te knopen met de grondeigenaars. De gemeente zal deze vraag voorleggen aan haar college van burgemeester en schepenen.
- In het LIP wordt voor de percelen die opgenomen worden in het buurtpark een inrichtingsschets opgemaakt met hieraan gekoppeld een raming. Het technisch ontwerp voor het buurtpark valt buiten het LIP.
Het college van burgemeester en schepenen handhaaft haar oorspronkelijk standpunt en gaat niet over tot ontwikkeling van een wandel- en fietspad binnen deelgebied 3.