Bij besluit van 30 november 2015 heeft de gemeenteraad het begrip 'dagelijks bestuur' vastgesteld inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.
Bij het ingaan van de nieuwe legislatuur 2019-2024 en gelet op de nieuwe regelgeving in het decreet lokaal bestuur is het aangewezen om het begrip 'dagelijks bestuur' opnieuw te definiëren en hierbij enkele wijzigingen door te voeren voor een vlottere en efficiëntere werking.
Het college van burgemeester en schepenen kan deze bevoegdheid ook aan de algemeen directeur toevertrouwen (artikel 57 2° DLB) en kan bij deze delegatie bepalen dat de algemeen directeur de uitoefening van die gedelegeerde bevoegdheid kan toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente (artikel 57, 3° DLB).
De wijzigingen t.o.v. het vorig besluit zijn :
- Verrichtingen met betrekking tot het dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 15.000 excl. BTW zijn vrijgesteld van visum van de financieel directeur (vroeger niet hoger dan € 8.500 excl. BTW).
De college beslist het ontwerp van besluit tot definiëring van dagelijks bestuur en de bepalingen van een voorafgaand visum van de financieel directeur voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.
Het begrip 'dagelijks bestuur', conform artikel 43, 8° van het decreet lokaal bestuur inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld als volgt :
- Alle opdrachten waarvoor kredieten in het exploitatiebudget zijn voorzien en voor zover de verbintenissen die eruit voortvloeien in normale omstandigheden binnen het boekjaar uitvoerbaar zijn of - al dan niet met inachtneming van een opzegtermijn - jaarlijks opzegbaar zijn. Deze bepaling geldt ook voor alle opdrachten zoals voornoemd waarvoor in het lopende budgetjaar reeds kredieten werden voorzien in het exploitatiebudget, maar die verlengd of hernieuwd worden in het de daaropvolgende budgetjaren tot een gecumuleerd budget van € 30.000 (exclusief BTW).
- Alle opdrachten met een waarde lager dan of gelijk aan € 30.000 (exclusief BTW) waarvoor kredieten in het investeringsbudget zijn voorzien.
- Wijzigingen tijdens de uitvoeringsfase aan gegunde opdrachten, voor zover de wijzigingen niet leiden tot bijkomende uitgaven van meer dan 10 % van het oorspronkelijke gunningsbedrag en binnen de grenzen van het goedgekeurd meerjarenplan.
Het college van burgemeester en schepenen is derhalve bevoegd om voor de verrichtingen van dagelijks bestuur zoals omschreven in artikel 2, de wijze waarop de overheidsopdrachten worden gegund evenals de vast te stellen voorwaarden, bestekken of lastenboeken te bepalen, binnen de perken van de in het meerjarenplan ingeschreven kredieten.
Het college is bevoegd voor volgende daden van beheer van de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen :
- Het algemeen onderhoud en herstellingen binnen de grenzen van dagelijks bestuur;
- De ter beschikking stellen van lokalen en terreinen aan derden voor een maximale duur van 1 dienstjaar en tegen een maximale vergoeding van € 8.500 (excl. BTW) per jaar.
De verrichtingen met betrekking tot het dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 15.000 (excl. BTW) worden vrijgesteld van het visum van de financieel directeur. Om te bepalen of een verrichting uitgesloten is van een voorafgaandelijke visumverplichting dient rekening gehouden te worden met de volledige looptijd van de voorgenomen beslissing.
Volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting (besluit Vlaamse regering over beleids- en beheerscyclus van lokale besturen) :
- de aanstelling van statutaire personeelsleden
- de aanstelling van contractuele personeelsleden van onbepaalde duur
- de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer (uitgezonderd tewerkstelling met toepassing van artikel 60 §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW)
- de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan € 50.000
- de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan € 25.000
- de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan € 10.000
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur voor toepassing.