Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Het gemeentebestuur behoudt de belasting op drijfkracht omwille van haar financiële behoefte en hoopt daarmee de belastingplichtigen aan te moedigen om zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik. Ze vindt het verder geen goed idee de bedrijven extra te belasten door middel van een tariefverhoging. Enerzijds blijft er zo ademruimte voor de bedrijven om zelf de nodige energiebesparende investeringen te doen of maatregelen te nemen tegen milieuvervuiling. Anderzijds onderstreept men hierbij het belang van het behoud van de productiecapaciteit van de bedrijven, het tewerkstellingspeil, het inkomstenniveau en de impact hiervan op het sociaal en maatschappelijk vlak.
De gemeentebelasting op drijfkracht wordt al vele jaren fel bekritiseerd. De belasting op drijfkracht steunt op de opvatting dat de draagkracht van een onderneming afgelezen kan worden van het vermogen van de aanwezige motoren, maar vandaag zijn eigenlijk de industriële installaties van een onderneming echter niet altijd meer betekenisvol voor haar financiële draagkracht. Verder is de drijfkrachtbelasting erg omslachtig en vereist de controle en vaststellingen heel wat technische inzichten. Momenteel worden door vele gemeente mogelijke alternatieven onderzocht ter vervanging van dit reglement. Rekeninghoudend met deze stelling beslist het college van burgemeester en schepenen het huidig modelreglement op de drijfkracht der motoren opnieuw voor 1 dienstjaar(2020) te verlengen.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om het modelreglement voor de belastingen op motoren (dienstjaar 2020), dat als bijlage is toegevoegd aan dit dossier, in zijn huidige vorm ter goedkeuring voor te brengen op de eerstvolgende gemeenteraad.