Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in recreatiegebied, deels gelegen in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten .
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu (artikel 13 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten, zijn de gebieden die in hun staat bewaard moeten worden wegens hun wetenschappelijke of pedagogische waarde. In deze gebieden zijn enkel de handelingen en werken toegestaan, welke nodig zijn voor de actieve of passieve bescherming van het gebied (artikel 13 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is deels gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 29/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
Er worden drie deelgebieden als een perimeterplan afgebakend met een aanvullend voorschrift dat onder voorwaarden van toepassing is. Dit voorschrift wijzigt het gewestplan niet. De drie perimeterplannen zijn:
Het voorschrift behorend bij het RUP is slechts onder volgende voorwaarden van toepassing:
Het goed is deels gelegen binnen perimeterplan het vijvergebied.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:
- Bouwvergunning op 4 februari 1969 voor uitbreiding van een woning en gelagzaal met als dossiernummer 1977/00079
- Bouwvergunning op 14 juni 1971 voor wijzigen vijver, uitbreiding bestaand sanitair gebouw, nieuw sanitair gebouw met als dossiernummer 1977/00095
- Bouwvergunning op 17 januari 1972 voor het bouwen van een zwemkom en duikkuil en kleedkamers met als dossiernummer 1977/00097
- Weigering stedenbouwkundige vergunning op 16 december 1983 voor plaatsen van camping accommodatie met als dossiernummer 1983/00106
- Bouwvergunning op 01/03/1984 voor het plaatsen van een telefooncel met als dossiernummer referentienummer Stedenbouw 7204/B-78/61
- Stedenbouwkundige vergunning op 16 september 1996 voor verbouwen en uitbreiding van woning + winkel met als dossiernummer 1996/07489
- Stedenbouwkundige vergunning op 2 maart 1998 voor verbouwen van kleedkamers met als dossiernummer 1997/07725
- Stedenbouwkundige vergunning op 16 april 2002 voor het bijbouwen van een receptie met als dossiernummer 2002/08884
- Stedenbouwkundige vergunning op 22 mei 2006 voor het inrichten van een startplaats en plaatsing van één zitbank voor het wandelgebied Wijvenheide met als dossiernummer 2006/10259
- Stedenbouwkundige vergunning op 5 mei 2008 voor het verbouwen van bestaande cafetaria en frituur met als dossiernummer 2007/10892
- Stedenbouwkundige vergunning op 29 oktober 2013 voor het bouwen van een kijkwand in het kader van een Europees Life 3+ project met als dossiernummer 2013/00155
- Stedenbouwkundige vergunning op 12 september 2014 voor het bouwen van een tijdelijke tentoonstellingsruimte (5 jaar) met als dossiernummer referentienummer Ruimte Vlaanderen: 8.00/71066/19930047.5
De volgende twee vergunningen werden door de gemeente Zolder afgeleverd:
- Bouwvergunning op 19/07/1966 voor het bouwen van een sanitaire inrichting met als dossiernummer referentienummer Stedenbouw 203.885
- Bouwvergunning op 04/02/1969 voor het uitbreiding van woonhuis met als dossiernummer referentienummer Stedenbouw 7203/1134
Op 13 december 1993 werd een kampeervergunning - met als voorwerp een kampeerterrein uit te baten met 350 kampeerplaatsen - afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen onder voorwaarden.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt dat voor het voorwerp van de aanvraag:
- Er op 18 september 1997 een klacht werd overgemaakt voor de uitvoering van bijgebouwen op de camping. Uit een proces-verbaal van vaststelling van 12 oktober 1998 blijkt dat alle bijgebouwen, die zonder vergunning werden geplaatst, werden verwijderd.
- Er op 26 mei 1978 een PV werd opgesteld door het Ministerie van Verkeerswezen Commissariaat Generaal voor Toerisme met de vaststelling dat Raoul Bijnens een kampeerterrein exploiteert zonder voorafgaande vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen.
VERMOEDEN VAN VERGUNNING
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt:
‘§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Het tegenbewijs, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister. 1 september 2009 geldt als eerste mogelijke startdatum voor deze termijn van één jaar. Deze regeling geldt niet indien de constructie gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.
§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.
§ 4. Dit artikel heeft nimmer voor gevolg dat teruggekomen wordt op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken.’
DE AANVRAAG
De aanvraag behelst de vraag tot opname in het gemeentelijk vergunningenregister voor wat betreft de wegenis van de camping, de functie camping, het inkom-ticketgebouw, de parking aan de overzijde Zwanenstraat en de functie van de hengelvijver, roeivijver en de viskweekbakken. Om een duidelijk beeld te krijgen van de aanvraag werd een overzichtsplan (AO) bijgevoegd dat opgedeeld werd in verschillende deelgebieden met aanduiding van de verschillende gevraagde constructies.
Wegenis
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping T kortkampeerders en ter hoogte van het onthaalgebouw (met o.a. receptie, cafetaria,…) en kleedkamers/animatiegebouw op perceelnummers 174B3 en 174L3 (deelgebied 1).
- Wegverharding op perceelnummer 153R ten zuiden van de roeivijver (deelgebied 3A).
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping A en AB op perceelnummers 167,168, 171 en 173 (deelgebied 2A);
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping F op perceelnummer 166A (deelgebied 2B);
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping E op perceelnummers 4G4, 4L4 en 4S6 (deelgebied 2B).
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping B en camping D01-D13 op perceelnummers 153E, 156 (oostelijk deel) en nummer 165B (deelgebied 2C).
Constructies
- Het inkom-ticketgebouw aan de toegang van Heidestrand ten zuiden op perceelnummer 174L3 (deelgebied 1).
De functie van het water
- De roeivijver op perceelnummers 156 en 153R (deelgebied 2C)
- De hengelvijver op perceelnummer 161A (deelgebied 4)
- De viskweekbakken op perceelnummer 153R (deelgebied 3A)
Parking
- De parking ten zuiden van de Zwanenstraat op perceelnummer 64 (deelgebied 5)
Functie als camping
- camping A en AB op perceelnummers 167,168, 171 en 173 (deelgebied 2A);
- camping B en camping D01-D13 op perceelnummers 156 (oostelijk deel) en nummer 165b (deelgebied 2C).
- camping E op perceelnummers 4G4, 4L4 en 4S6 (deelgebied 2B).
- camping F op perceelnummer 166A (deelgebied 2B).
- kortkampeerderscamping T op perceelnummer 174B3 en nummer 174L3 (deelgebied 1).
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werden de volgende bewijsstukken toegevoegd:
- topografische kaart uit 1939,
- topografische kaart uit 1971 Kermt,
- historische luchtfoto van 1977 (NGI),
- gedateerde bewijsstukken zoals postkaart met poststempel 1961 en folders van het recreatiegebied Heidestrand. Er zijn drie folders ter beschikking (een zwart witte, een blauwe en een groene folder)
- lijst met aanduiding op kaart van de Technische Dienst van Zonhoven i.k.v. de vijvernamen daterend van 1965,
- gedateerde zwart wit foto’s uit 1971-1972,
- zwart wit foto (vermoedelijk uit 1960),
- kleurfoto vogelvlucht uit vermoedelijk 1978-1979-1980,
- krantenartikel uit het Belang van Limburg daterend uit 1975,
- stedenbouwkundige vergunning 25 mei 1954,
- huurcontract tussen gemeente en Bijnens 1967 m.b.t. de parking ten zuiden van de Zwanenstraat,
- kampeervergunning gemeente Zolder 6 juli 1967,
- gunstig advies Ministerie van Volksgezondheid en van het gezin 8 oktober 1965,
- stedenbouwkundige vergunning van 14 juni 1971.
OVERIGE REGELGEVING
Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven en de inrichting van gebieden voor dergelijke verblijven.
In de gewestelijke verordening worden normen voor openluchtrecreatief verblijf, de nutsvoorzieningen en de inplanting van de toegangswegen vastgelegd.
Het is in dit kader van de opname in het vergunningenregister niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over de normering.
BEOORDELING
Motivering voor de beslissing tot OPNAME als vergund geacht
1.- M.b.t. de constructies:
De vaststelling van het feit dat het inkom-ticketgebouw aan de toegang van Heidestrand ten zuiden op perceelnummer 174L3 (deelgebied 1) duidelijk zichtbaar is op de topografische kaart Hasselt-Kermt 1971 en op de folder (zwart witte folder) van het recreatiegebied Heidestrand van voor 1976, en hierdoor het bewijs wordt geleverd dat het inkom-ticketgebouw aan de toegang van Heidestrand reeds aanwezig was in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 waarbinnen het gelegen is, waardoor het inkom-ticketgebouw bijgevolg beschouwd kan worden als geacht te zijn vergund.
2.- M.b.t. de functie van het water:
De vaststelling van het feit dat de roeivijver op perceelnummers 156 en 153R (deelgebied 2C) duidelijk zichtbaar is op de orthofoto van 1970 en 1977, op de topografische kaart Hasselt-Kermt uit 1939, op
gedateerde zwart wit foto’s uit 1971-1972 en 2 zwart wit foto’s (vermoedelijk uit 1960), op de lijst staat met aanduiding op kaart van de Technische Dienst van Zonhoven i.k.v. de vijvernamen daterend van 1965, vermeld wordt op de drie folders (zwart witte, blauwe en groene folder) van het recreatiegebied Heidestrand van voor 1976 en in een krantenartikel uit het Belang van Limburg daterend uit 1975 en dat de roeivijver reeds werd aangeduid bij de stedenbouwkundige vergunning van 25 mei 1954 en 14 juni 1971, en hierdoor het bewijs wordt geleverd dat de roeivijver reeds aanwezig was in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 waarbinnen de roeivijver gelegen is, waardoor de roeivijver bijgevolg beschouwd kan worden als geacht te zijn vergund.
De vaststelling van het feit dat de viskweekbakken op perceelnummer 153R (deelgebied 3A) zichtbaar zijn op de topografische kaart Hasselt-Kermt uit 1971 en op de orthofoto van 1970 en van 1977 waarop duidelijk zichtbaar is dat de betonnen dammen in aanbouw zijn. De twee noordelijkste damwanden zijn als een strakke lijn zichtbaar op de orthofoto uit 1977, waaruit blijkt dat er hier geen sprake is van een grondwal als dam, maar van een betonnen damwand. Er kan aangenomen worden dat de overige betonnen dammen ook in dat jaar werden aangelegd en alleszins voor 3 april 1979. Hierdoor is het bewijs geleverd dat de viskweekbakken reeds aanwezig waren in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 waarbinnen de viskweekbakken gelegen zijn, waardoor ze bijgevolg beschouwd kunnen worden als geacht te zijn vergund.
3.- M.b.t. de parking
De vaststelling van het feit dat de parking ten zuiden van de Zwanenstraat op perceelnummer 64 (deelgebied 5) zichtbaar is op de orthofoto van 1977, duidelijk zichtbaar is op de zwart witte folders van het recreatiegebied Heidestrand van voor 1976 en gelet op het huurcontract tussen de gemeente en Dhr. Bijnens uit 1967 m.b.t. de parking ten zuiden van de Zwanenstraat, wordt hierdoor het bewijs geleverd dat de parking reeds aanwezig was in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 waarbinnen de parking gelegen is, waardoor deze bijgevolg beschouwd kan worden als geacht te zijn vergund met uitzondering van de eventuele reliëfwijzigingen die in de loop der jaren zouden gebeurd zijn.
Motivering voor de beslissing voor de WEIGERING tot opname als vergund geacht
1.- M.b.t. Wegenis:
Ondanks het feit dat het wegenispatroon duidelijk zichtbaar is op het gewestplan en dat de wegverharding en het wegenispatroon waar te nemen valt op de orthofoto van 1977, kan de wegenis niet worden opgenomen als geacht te zijn vergund.
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Op 26 mei 1978 werd een Proces Verbaal opgesteld door het Ministerie van Verkeerswezen Commissariaat Generaal voor Toerisme met de vaststelling dat Raoul Bijnens een kampeerterrein exploiteert zonder voorafgaande vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen.
Er werden geen andere bewijsmiddelen toegevoegd aan het dossier waaruit blijkt dat het wegenispatroon en de wegverharding aanwezig waren op het terrein voor 26 mei 1973 (buiten de termijn van 5 jaar). Op de orthofoto van 1970 valt enkel een beperkt wegenispatroon waar te nemen op deelgebied 1, hetgeen niet volstaat als bewijsmiddel.
Om bovenvermelde redenen wordt volgende wegenis niet opgenomen als vergund geacht, maar geweigerd:
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping T kortkampeerders en ter hoogte van het onthaalgebouw (met o.a. receptie, cafetaria,…) en kleedkamers/animatiegebouw op perceelnummers 174B3 en 174L3 (deelgebied 1).
- Wegverharding op perceelnummer 153R ten zuiden van de roeivijver (deelgebied 3A).
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping A en AB op perceelnummers 167,168, 171 en 173 (deelgebied 2A);
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping F op perceelnummer 166A (deelgebied 2B);
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping E op perceelnummers 4G4, 4L4 en 4S6 (deelgebied 2B).
- Wegverharding en wegenispatroon ter hoogte van camping B en camping D01-D13 op perceelnummers 153E, 156 (oostelijk deel) en nummer 165B (deelgebied 2C).
2.- M.b.t. de functie als camping
Ondanks het feit dat de gemeente Zolder op 6 juli 1967 een kampeervergunning heeft afgegeven voor een beperkte oppervlakte van 2,5ha en dat op de orthofoto van 1977 reeds meerdere kampeerverblijven zichtbaar zijn op een groter deel van het terrein, kan de functie als camping niet worden opgenomen als geacht te zijn vergund.
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Op 26 mei 1978 werd een Proces Verbaal opgesteld door het Ministerie van Verkeerswezen Commissariaat Generaal voor Toerisme met de vaststelling dat Raoul Bijnens een kampeerterrein exploiteert zonder voorafgaande vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen.
Er werden geen andere bewijsmiddelen toegevoegd aan het dossier waaruit blijkt dat de functie als camping aanwezig was op een groter deel van het terrein voor 26 mei 1973 (buiten de termijn van 5 jaar). Op de orthofoto van 1970 valt enkel een beperkte kampeeractiviteit waar te nemen op deelgebied 1, hetgeen niet volstaat als bewijsmiddel.
Om bovenvermelde redenen wordt de functie als camping niet opgenomen als vergund geacht, maar geweigerd voor wat betreft:
- de camping A en AB op perceelnummers 167,168, 171 en 173 (deelgebied 2A)
- de camping B en camping D01-D13 op perceelnummers 156 (oostelijk deel) en nummer 165b (deelgebied 2C)
- de camping E op perceelnummers 4G4, 4L4 en 4S6 (deelgebied 2B)
- de camping F op perceelnummer 166A (deelgebied 2B)
- de kortkampeerders camping T op perceelnummer 174B3 en nummer 174L3 (deelgebied 1)
3.- M.b.t. de functie van het water:
De voorhanden bewijsmiddelen m.b.t. de functie van de hengelvijver op perceelnummer 161A (deelgebied 4) zijn onvoldoende om deze als vergund geacht te beschouwen. Er wordt op basis van een topografische kaart Hasselt-Kermt van 1939 en een kaart met vijvernamen zoals beschikbaar op de technische dienst van de gemeente, aangetoond dat er reeds een vijver aanwezig was, maar de bewijsmiddelen dat deze effectief werd gebruikt als hengelvijver ontbreken. Om bovenvermelde redenen wordt de functie van de hengelvijver op perceelnummer 161A (deelgebied 4) niet opgenomen als vergund geacht, maar geweigerd.
De volgende elementen kunnen beschouwd worden als zijnde geacht vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
Constructies
- het inkom-ticketgebouw aan de toegang van Heidestrand ten zuiden op perceelnummer 174L3 (deelgebied 1)
Water/functie
- de roeivijver op perceelnummers 156 en 153R (deelgebied 2C)
- de viskweekbakken op perceelnummer 153R (deelgebied 3A)
Parking
De parking ten zuiden van de Zwanenstraat op perceelnummer 64, met uitzondering van de eventuele reliëfwijzigingen die in de loop der jaren zouden gebeurd zijn.
Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.