Terug
Gepubliceerd op 30/10/2019

2019_CBS_01258 - GEB - Opname vergunningenregister - Zwanenstraat 2 + 4 + 6 + 8 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 22/10/2019 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2019_CBS_01258 - GEB - Opname vergunningenregister - Zwanenstraat 2 + 4 + 6 + 8 - Gedeeltelijke goedkeuring 2019_CBS_01258 - GEB - Opname vergunningenregister - Zwanenstraat 2 + 4 + 6 + 8 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter i.f.v. de weg (50 meter); dieperliggend bufferzone. De gebouwen en verhardingen zijn volledig gelegen binnen het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

1958/00186: Op 25.04.1958 werd een machtigingsbesluit afgeleverd door het bestuur van de stedenbouw voor het oprichten van vier woonhuizen;

1972/00245: Op 02.05.1972 werd een bouwvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een autobergplaats;

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

VERMOEDEN VAN VERGUNNING

Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt:

‘§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.

§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Het tegenbewijs, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister. 1 september 2009 geldt als eerste mogelijke startdatum voor deze termijn van één jaar. Deze regeling geldt niet indien de constructie gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.

§ 4. Dit artikel heeft nimmer voor gevolg dat teruggekomen wordt op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken.’

DE AANVRAAG

De aanvraag behelst de vraag tot opname in het gemeentelijk vergunningenregister voor wat betreft de woningen met huisnummer 2, 4, 6 en 8, de vrijstaande garage achter de woning met huisnummer 8 en de aanwezige verhardingen op het terrein.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werd een historische kadasterschets van 1958 toegevoegd.

Aan de aanvraag werd een historische luchtfoto van 1977 toegevoegd

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde vergund geacht.

De plannen gevoegd bij het machtigingsbesluit van 25.04.1958 geven vier gegroepeerde woningen met bijhorende achterbouw weer. Het hoofdvolume van deze woningen bestaat uit 2 bouwlagen, dewelke worden afgedekt met een zadeldak. De twee buitenste woningen (huisnummer 2 en 8) hebben een voorgevelbreedte van 6,19 meter, de twee middelste woningen (huisnummer 4 en 6) hebben een voorgevelbreedte van 6 meter. De bouwdiepte van het hoofdvolume bedraagt 6,94 meter. Elke woning beschikte nog over een aangebouwde berging met buitentoilet, bestaande uit 1 bouwlaag afgedekt met zadeldak. De oppervlakte van de aanbouw bedraagt 14,88m² (4,25m x 3,5m) voor de buitenste woningen(huisnummer 2 en 8) en 14,41m² (4,25m x 3,39m) voor de middelste woningen (huisnummer 4 en 6).

Uit de historische luchtfoto van 1977 blijkt dat de woningen niet werden opgericht conform het machtigingsbesluit van 25.04.1958. Dit wordt bevestigd door de bouwplannen gevoegd bij de bouwvergunning van 02.05.1972 voor het bouwen van een autobergplaats. De hoofdvolumes van de woningen met huisnummer 6 en 8 werden minder diep gebouwd dan de hoofdvolumes van de woningen met huisnummer 2 en 4. Dit geeft een lichte verspringing in nokhoogte tussen de woningen met huisnummer 4 en 6. Bijkomend blijkt dat de achterbouwen van de woningen groter en op een andere plaats werden opgericht dan waarvoor oorspronkelijk machtiging werd afgegeven. De achterbouw van de woningen met huisnummer 6 en 8 hebben een oppervlakte van ca. 29,2m² (7,3m x 4m) en de achterbouw van de woningen met huisnummer  2 en 4 hebben een oppervlakte van ca. 33,25m² (9,5m x 3,5m).

Vandaag de dag zijn er op het perceel - volgens het opmetingsplan van Johan Paques en de luchtfoto van 2018 beschikbaar op Geopunt Vlaanderen (zie bijlage) – vier woningen aanwezig met hun respectievelijke achterbouwen, een vrijstaande garage achter de woning met huisnummer 8 en verhardingen.

  1. Voor wat betreft de hoofdvolumes van de vier woningen, bestaande uit 2 bouwlagen dewelke worden afgedekt met een zadeldak, kan er gesteld worden dat deze als geacht vergund kunnen worden beschouwd. De hoofdvolumes stemmen immers overeen met wat er op de luchtfoto van 1977 en op de bouwplannen van 1972 waar te nemen valt.
  2. Voor wat betreft de aanwezige aangebouwde achterbouwen kan er gesteld worden dat deze achterbouwen in de huidige toestand niet meer overeenstemmen met de toestand dewelke waar te nemen valt op de luchtfoto van 1977 en op de bouwplannen van 1972. De achterbouwen zijn qua bouwdiepte beduidend groter: +/- 16 meter bouwdiepte voor de achterbouwen van woning met huisnummer 6 en 8 t.o.v. 7,3 meter en +/- 16,5 meter bouwdiepte voor de achterbouwen van woning met huisnummer 2 en 4 t.o.v. 9,5 meter op de luchtfoto van 1977 en op de bouwplannen van 1972. Aangezien deze constructies niet zijn terug te vinden op de aangeleverde bewijsmiddelen, kunnen deze niet beschouwd worden als zijnde geacht vergund.
  3. Op de historische luchtfoto van 1977 blijkt dat er nog enkele vrijstaande bijgebouwen op de huiskavels aanwezig zijn die vandaag de dag er niet meer staan. Onder andere de vergunde garage achter huisnummer 6 werd verwijderd en het bijgebouw in de rechter zijtuinstrook van de woning met huisnummer 8 werd eveneens verwijderd en vervangen door een recentere garage op een andere inplantingsplaats. Aangezien de garage – zoals opgericht op de huidige locatie - bij de woning huisnummer 8 niet is terug te vinden op de aangeleverde bewijsmiddelen, kan deze garage niet beschouwd worden als zijnde geacht vergund.
  4. Op de historische luchtfoto van 1977 blijkt dat de aanwezige verharding beperkt is in de tuinzone. De verharding zoals zichtbaar op de luchtfoto van 2018 beschikbaar op geopunt Vlaanderen geeft een verharding weer die bijna de hele tuinzone omvat. Aangezien deze verhardingen niet zijn terug te vinden op de aangeleverde bewijsmiddelen, kunnen deze verhardingen niet beschouwd worden als zijnde geacht vergund.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de volgende elementen te beschouwen als zijnde geacht vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening op voorwaarde dat deze niet worden tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie: De hoofdvolumes van de vier woningen, bestaande uit 2 bouwlagen dewelke worden afgedekt met een zadeldak.

De aanwezige aangebouwde achterbouwen, de verhardingen en de garage bij de woning huisnummer 8  zijn niet terug te vinden op de aangeleverde bewijsmiddelen en kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund geacht.

De vergunningsplichtige handelingen uitgevoerd na 1977 kunnen niet worden beschouwd als zijnde vergund geacht op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.