Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.
Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Het perceel is gelegen aan een gemeenteweg.
Op de voorliggende weg is de door de Minister op 5 februari 1991 goedgekeurde rooilijn van kracht. Er dient onderzocht te worden of er voldaan is aan het rooilijnplan.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:
bouwvergunning op 29 juli 1950 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1950/00038
weigering verkavelingsvergunning op 10 maart 1972 met als dossiernummer 7204.V.322
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt blijkt dat de huidige toestand niet overeenkomt met de vergunde toestand.
Het betreft een uitbreiding aan de woning van circa 10 m² en 3 vrijstaande bijgebouwen.
KADASTRALE GEGEVENS
De woning op perceel 358E werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1950.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werd een historische kadasterschets van 1969 toegevoegd.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.
Op de historische kadasterschets is de woning gedeeltelijk terug te vinden waardoor enkel dit gedeelte bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.
De uitbreiding aan de woning van circa 10m² en de 3 vrijstaande bijgebouwen die niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund.
Algemeen besluit
De woning kan beschouwd worden als zijnde vergund voor dat gedeelte aangeduid op de bijgevoegde historische kadasterschets op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie. De uitbreiding aan de woning en de 3 vrijstaande bijgebouwen die niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets en de vergunningsplichtige handelingen uitgevoerd na 1969 kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt de woning op in het vergunningenregister als vergund geacht voor dat gedeelte aangeduid op de bijgevoegde historische kadasterschets, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
De uitbreiding aan de woning en de 3 vrijstaande bijgebouwen die niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets en de vergunningsplichtige handelingen uitgevoerd na 1969 kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.