De e-mail van Pascal Brulmans dd. 19 juni 2019.
De toekomstige uitbaters van de horecazaak gelegen aan de evenementenhal hebben via e-mail een aanvraag gedaan aanpassingen te verrichten aan het interieur van betreffende zaak:
"Dit mailtje ivm de nieuwe concessie van de evenementenhal Den Dijk. [...]
Sven en ik zijn van plan om het interieur grondig aan te pakken. Het wordt een totaal nieuw concept. De evenementenhal zal stralen. We haalden de mosterd bij de Trudo Sporthal in St.-Truiden en werken samen met DIMS Project Interieurs.
Het is de bedoeling om een soort sas in gyproc te plaatsen voor de squashbanen om het geluid ervan te dempen. Ook willen we de vloer aanpakken. Een deel zou houten parketvloer worden, een deel betonvloer. Uiteraard hebben we hiervoor de schriftelijke toestemming van de gemeente nodig. Alles wordt uitgevoerd door professionele firma's en volgens de regels van de kunst.
Graag zou ik ook van de gelegenheid willen gebruik maken om te vragen of er een mogelijkheid is om een financiele tussenkomst van de gemeente te bekomen voor deze specifieke werken. De werken zijn van die aard dat ze onherroepelijk aan de cafetaria zullen verbonden blijven. Indien hierover vragen zijn, schetsen of plannen nodig....dan horen wij dat graag."
Na navraag blijkt dat de toekomstige uitbaters nog geen meer concrete plannen, schetsen, kostenraming of gedetailleerde beschrijvingen hebben. Deze zouden later overgemaakt worden.
Conform de concessieovereenkomst, is het is de concessiehouder niet toegestaan infrastructuur-, verbouwings-, verbeterings- of nieuwbouwwerken uit te voeren zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente.
Alle infrastructuur-, verbouwings-, verbeterings- of nieuwbouwwerken, van welke aard dan ook, door de concessiehouder of door derden aan het in concessie gegeven goed aangebracht, zijn bij het einde van deze overeenkomst van rechtswege en om niet verworven aan de gemeente in volle eigendom. De concessiehouder kan hierbij geen enig recht op vergoeding of schadeloosstelling doen gelden.
Niettemin is aan de gemeente eveneens het recht voorbehouden om bij het einde van de overeenkomst het ongedaan maken van de aangebrachte veranderingen op kosten van de concessiehouder te vorderen.
In afwijking van deze bepalingen is het de partijen mogelijk voor elk afzonderlijk geval een bijzondere schriftelijke overeenkomst aan te gaan.
Het college beslist de meer concrete plannen op te vragen aan de toekomstige uitbaters. Op basis van deze plannen zal beoordeeld worden om al dan niet de toestemming voor deze werken zoals bepaald in artikel 19 van de concessieovereenkomst te verlenen.
Het college beslist niet in te gaan op de vraag om een financiële tussenkomst te verlenen.
De bepalingen van de concessieovereenkomst worden gehandhaafd, in het bjizonder artikel 19 tot en met 22 met betrekking tot werken. Er wordt geen bijzondere overeenkomst aangegaan om hier in een uitzondering te voorzien.