Terug
Gepubliceerd op 22/05/2019

2019_RMW_00018 - Definiëring van het begrip dagelijks bestuur en bepalingen voorafgaand visum van financieel directeur - Goedkeuring

Raad voor maatschappelijk welzijn
ma 25/03/2019 - 20:00 raadzaal gemeentehuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Yannick Aerts, Robert Albrecht, Jean-Paul Briers, Nathalie Claes, Libera Crescente, Bart Heleven, Katrien Hoebers, Lennert Kippers, Kris Knuts, Johny Lenskens, Sven Lieten, Lieve Mallants, Steven Reynders, Céderique Schellis, Karen Schillebeeks, Dominic Tholen, Lieve Vandeput, Martin Vandereyt, Bart Vanhorenbeek, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2019_RMW_00018 - Definiëring van het begrip dagelijks bestuur en bepalingen voorafgaand visum van financieel directeur - Goedkeuring 2019_RMW_00018 - Definiëring van het begrip dagelijks bestuur en bepalingen voorafgaand visum van financieel directeur - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Bij het ingaan van de nieuwe legislatuur 2019-2024 en gelet op de nieuwe regelgeving in het decreet lokaal bestuur is het aangewezen om het begrip 'dagelijks bestuur' opnieuw te definiëren en hierbij enkele wijzigingen door te voeren voor een vlottere en efficiëntere werking.
Het vast bureau kan deze bevoegdheid ook aan de algemeen directeur toevertrouwen (artikel 85, 1° DLB) en kan bij deze delegatie bepalen dat de algemeen directeur de uitoefening van die gedelegeerde bevoegdheid kan toevertrouwen aan andere personeelsleden van het OCMW (artikel 85, 3° DLB).

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

Het vast bureau beslist de definiëring van dagelijks bestuur en de bepalingen van een voorafgaand visum van de financieel directeur goed te keuren.

Artikel 2

Het begrip 'dagelijks bestuur', conform artikel 78, 9° van het decreet lokaal bestuur inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau wordt vastgesteld als volgt :
- Alle opdrachten waarvoor kredieten in het exploitatiebudget zijn voorzien en voor zover de verbintenissen die eruit voortvloeien in normale omstandigheden binnen het boekjaar uitvoerbaar zijn of - al dan niet met inachtneming van een opzegtermijn - jaarlijks opzegbaar zijn. Deze bepaling geldt ook voor alle opdrachten zoals voornoemd waarvoor in het lopende budgetjaar reeds kredieten werden voorzien in het exploitatiebudget, maar die verlengd of hernieuwd worden in het de daaropvolgende budgetjaren tot een gecumuleerd budget van € 30.000 (exclusief BTW).
- Alle opdrachten met een waarde lager dan of gelijk aan € 30.000 (exclusief BTW) waarvoor kredieten in het investeringsbudget zijn voorzien.
- Wijzigingen tijdens de uitvoeringsfase aan gegunde opdrachten, voor zover de wijzigingen niet leiden tot bijkomende uitgaven van meer dan 10 % van het oorspronkelijke gunningsbedrag en binnen de grenzen van het goedgekeurd meerjarenplan.

Artikel 3

Het vast bureau is derhalve bevoegd om voor de verrichtingen van dagelijks bestuur zoals omschreven in artikel 2, de wijze waarop de overheidsopdrachten worden gegund evenals de vast te stellen voorwaarden, bestekken of lastenboeken te bepalen, binnen de perken van de in het meerjarenplan ingeschreven kredieten.

Artikel 4

Het vast bureau is bevoegd voor volgende daden van beheer van de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen :
- Het algemeen onderhoud en herstellingen binnen de grenzen van dagelijks bestuur;
- De ter beschikking stellen van lokalen en terreinen aan derden voor een maximale duur van 1 dienstjaar en tegen een maximale vergoeding van € 8.500 (excl. BTW) per jaar.

Artikel 5

De verrichtingen met betrekking tot het dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 15.000 (excl. BTW) worden vrijgesteld van het visum van de financieel directeur. Om te bepalen of een verrichting uitgesloten is van een voorafgaandelijke visumverplichting dient rekening gehouden te worden met de volledige looptijd van de voorgenomen beslissing. 
Volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting (besluit Vlaamse regering over beleids- en beheerscyclus van lokale besturen) :
- de aanstelling van statutaire personeelsleden
- de aanstelling van contractuele personeelsleden van onbepaalde duur
- de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer (uitgezonderd tewerkstelling met toepassing van artikel 60 §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW)
- de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan € 50.000
- de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan € 25.000
- de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan € 10.000
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur voor toepassing.