Terug
Gepubliceerd op 28/08/2019

2019_CBS_01011 - OMV - Vergunning - Nieuwstraat 48 - 2019/00075 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 13/08/2019 - 13:30 schepenlokaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Bart Telen

Verontschuldigd

Bram De Raeve, Ria Hendrikx

Secretaris

Bart Telen
2019_CBS_01011 - OMV - Vergunning - Nieuwstraat 48 - 2019/00075 - Gedeeltelijke goedkeuring 2019_CBS_01011 - OMV - Vergunning - Nieuwstraat 48 - 2019/00075 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning met losstaande tuinberging en het kappen van 3 dennenbomen.

De aanvraag werd op 25 maart 2019 ontvangen.

Op 23 april 2019 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 24 april 2019 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 13/05/2019 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23 mei 2019 tot en met 21 juni 2019, gesloten met 1 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 23 oktober 1962 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning door het college van burgemeester en schepenen. (1962/00128)
  • Op 8 mei 2018 werd er een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van een perceel in 9 loten voor vrijstaande bebouwing door het college van burgemeester en schepenen. (1254.A.874.2)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 31 januari 2019.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. De mogelijkheid voor het kappen van de bomen achteraan het terrein werd gunstig beoordeeld door de dienst.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is  niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23 mei 2019 tot en met 21 juni 2019.

Er werden 1 bezwaren ingediend:

“Zoals gedurende onze afspraak op maandag 01/07/2019 mondeling werd besproken willen wij, na het inkijken van de plannen voor het huis, met adres Nieuwstraat 48- 3520 Zonhoven, bezwaar indienen voor het aangevraagde terras op de eerste verdieping. Dit hoofzakelijk o.w.v. onze privacy te kunnen vrijwaren.

We hopen dat hier alsnog rekening mee gehouden wordt.

De reden van onze late reactie is omdat wij nooit een aangetekende brief ontvangen hebben over de aanvraag. We zijn dit per toeval te weten gekomen toen we nog eens bij de bouwgrond voorbijkwamen, jammer genoeg te laat, we passeren dan ook niet dagelijks.

Hopend op een positief antwoord”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

Het ingediende bezwaar is niet ontvankelijk. Het bezwaarschrift werd na de termijn van het openbaar onderzoek ingediend. Er dient wel opgemerkt te worden dat het bezwaarschrift een ernstige en grondige reden bevat en ook aansluit bij de visie van de gemeente om geen terrassen op verdiepingsniveau toe te laten aan de achterzijde van ééngezinswoningen.

ADVIEZEN

Dienst Werken in Eigen Beheer

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 6 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 8 mei 2018 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1254.A.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming vrijstaande eengezinswoningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

Er wordt afgeweken van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:

-       De diepte op verdiepingsniveau bedraagt 12m i.p.v. maximaal 10m door het voorzien van een terras achteraan de woning op verdiepingsniveau. (Art. 2.1.2. C afmetingen)

-       Er worden bomen aangegeven om te rooien die aangegeven staan op het verkavelingsplan als te behouden. (art. 2.3.4.A te behouden waardevolle bomen)

-       De zwevende carport wordt voorzien tot op de rechter perceelgrens en binnen de bouwvrije zijtuinstrook van 3m.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 124m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 40 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine, uitgietbak en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (3,12m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”.

Een individuele voorbehandelinginstallatie blijft noodzakelijk blijft tot aanleg van de riolering en dit volgens de code van goede praktijk, bestaande uit minstens een septische put en vetvanger. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater voorzien. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit moet door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner. Bij aanleg van de afvoerbuizen op eigen terrein kunnen nu best al wachtleidingen voorzien worden om bij de aanleg van de straatriolering het eigen afvalwater op eenvoudige wijze hierop aan te sluiten."

Na het aanleggen van riolering in de straat kan de septische put en de vetvanger best afgekoppeld worden.

Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.infrax.be).

De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen.

De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Infrax.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets .

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders van 1 juni 2012, in werking getreden op 1 januari 2013, bepaalt dat alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is en waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van dit decreet, moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders.

De voorliggende aanvraag voldoet niet hieraan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat er  voldaan moet worden aan het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft het decreet rookmelders.

De voorliggende aanvraag voldoet niet hieraan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat er voldaan moet worden aan het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning met losstaande tuinberging en het kappen van 3 dennenbomen.

Momenteel voorziet het perceel 3 bomen.

De aanvraag voorziet in het bouwen van een vrijstaande ééngezinswoning met 2 bouwlagen en een plat dak. De woning wordt ingeplant op minstens 5m van de rooilijn en op 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. Het gelijkvloers heeft een maximale bouwdiepte van 12m en het verdiepingsniveau heeft een maximale bouwdiepte van 11,57m inclusief het dakterras achteraan de woning. De maximale bouwbreedte van de woning bedraagt 8m. De woning voorziet een kroonlijsthoogte van 6,40m ten opzichte van het maaiveld en wordt afgewerkt in een wit genuanceerde baksteen gecombineerd met een zwart/antracietkleurige gevelbekleding. Rechts van de woning wordt nog een luifel voorzien tot tegen de rechter perceelgrens. Deze luifel dient als carport bij de woning en heeft een oppervlakte van 20,40m² (6,80m x 3m). De Luifel wordt uitgevoerd in aluminium.

De woning dient te voldoen aan het bescheiden woonaanbod aangezien deze op lot 6 van de verkaveling wordt voorzien. De woning heeft een totaal bouwvolume van 545m³ en valt dus onder het maximale bouwvolume van 550m³.

Rechts achteraan het perceel, op 5,57m van de achtergevel wordt er een losstaande tuinberging voorzien met een oppervlakte van 28m² (7m x 4m) na het kappen van de reeds aanwezige bomen. De tuinberging wordt voorzien op 1m van zowel de rechter als de achterste perceelgrens. De tuinberging wordt voorzien van een plat dak met een kroonlijsthoogte van 2,77m ten opzichte van het maaiveld. De afwerking van de tuinberging wordt voorzien uit houten horizontale beplanking (Thermowood).

Voor het overige wordt er een inrit voorzien met een breedte van 3m en een beperkt pad naar de voordeur. Richting de losstaande tuinberging wordt er een pad voorzien met een lengte van ongeveer 5m en een breedte van 2,10m. Achteraan de woning wordt er nog een terras voorzien met een oppervlakte van ongeveer 13m². Al deze verhardingen worden in waterdoorlatende klinkers voorzien waarbij het water op eigen terrein kan infiltreren.

Er wordt als perceelscheiding voor een vegetatieve afsluiting gekozen al dan niet met paal en draad of hekwerk met een maximale hoogte van 2m.  

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor  het kappen van de bomen en de zwevende carport in de zijdelingse tuin rechts van de woning. De aanvraag integreert zich niet voor wat betreft het dakterras achteraan de woning waardoor de diepte op verdiepingsniveau 12m bedraagt.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwbreedte van het verkavelingsplan dient gevolgd te worden. Uit het ontwerp blijkt dat er een carport wordt voorzien in de rechter bouwvrije strook. Deze carport heeft een open karakter en kan dus aanvaard worden.

De bovenstaande afwijking is niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalende. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de op het verkavelingsplan aangeduide te behouden bomen dienen behouden te blijven. Uit het ontwerp blijkt dat de bomen gekapt gaan worden en er op deze locatie een tuinberging wordt voorzien. Het verwijderen van de bomen kan niet aanvaard worden aangezien deze als waardevolle bomen zijn aangegeven op het verkavelingsplan. Deze bomen dienen aldus behouden te blijven. De tuinberging kan dus niet plaatsvinden op deze locatie.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte op verdiepingsniveau 10m dient te bedragen. Uit het ontwerp blijkt dat er een dakterras wordt voorzien achteraan de woning waardoor de maximale bouwdiepte van 10m wordt overschreden. Het dakterras aan de achterzijde van de woning mag niet worden uitgevoerd omwille van de privacy. Het dak op het achterste gedeelte van het gelijkvloers dient onbereikbaar te worden gemaakt vanaf het verdiepingsniveau.

Bovenstaande afwijkingen kunnen niet aanvaard worden omwille van de privacy voor de buren. Het dakterras sluit ook niet aan op een leefruimte, maar op een slaapkamer, hetgeen niet wordt toegelaten. Het kappen van de bomen kan niet aanvaard worden aangezien deze bomen als te behouden op het verkavelingsplan zijn aangeduid. Deze bomen zijn als waardevolle bomen opgenomen in het verkavelingsconcept.   

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor de volgende constructies/handelingen:

-       Het kappen van de bomen rechts achteraan het perceel.

-       Het plaatsen van het tuinhuis op dezelfde locatie als de te kappen bomen.

-       Het voorzien van de regenwaterput op de dezelfde locatie als de te kappen bomen;

-       De paden richting de tuinberging;

-       Het voorzien van een dakterras op het uitstekende deel achteraan de woning.

Voor het overige voldoet de aanvraag aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening binnen de onmiddellijke omgeving.

Het advies van de dienst werken in eigen beheer werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn een advies ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft:

-       De woning exclusief het dakterras;

-       De inrichting van de inrit, het pad naar de voordeur en het terras.

De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd voor wat betreft:

-       Het kappen van de bomen rechts achteraan het perceel;

-       Het plaatsen van het tuinhuis op dezelfde locatie als de te kappen bomen;

-       Het voorzien van de regenwaterput op de dezelfde locatie als de te kappen bomen;

-       De paden richting de tuinberging;

-       Het voorzien van een dakterras op het uitstekende deel achteraan de woning;

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het bouwen van de eengezinswoning exclusief het dakterras en de inrichting van de inrit, het pad naar de voordeur en het terras.

De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het kappen van de bomen rechts achteraan het perceel, het plaatsen van de tuinberging op dezelfde locatie als de te kappen bomen, de paden richting de tuinberging en het voorzien van een dakterras op het uitstekende deel achteraan de woning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het kappen van de bomen rechts achteraan het perceel, het plaatsen van een tuinberging op dezelfde locatie als de te kappen bomen, het voorzien van de regenwaterput op dezelfde locatie als de te kappen bomen, de paden richting de voorziene tuinberging, en het voorzien van een dakterras op het uitstekende gedeelte van het gelijkvloers achteraan de woning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

En adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning en de inrichting van de inrit, het pad naar de voordeur en het terras, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

1)    Er dient een nieuw rioleringsplan aangeleverd te worden voordat de werken starten om aan te tonen waar de hemelwaterput zal plaatsvinden;

Riolering

2)    Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;

3)    Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);

4)    De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;

5)    De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.

6)    Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;

7)    Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;

8)    Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

9)    Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 35m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

10)  Voor de aanvang van de werken dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen) voor wat betreft de uit te graven gronden;

11)  De dienst ruimtelijke ordening van het gemeentebestuur van Zonhoven dient, voor de aanvang van de grondwerken, schriftelijk op de hoogte gesteld te worden over hoe het grondverzet zal georganiseerd worden en welke vergunningen u hiervoor bekomen hebt (terreinophogingen / tijdelijke opslag gronden);

12)  Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);

13)  Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;

14)  De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;

15)  De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;

16)  Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;

17)  De haagbeplanting zoals voorzien op plan in de voortuin met een hoogte van 1,80 meter, dient beperkt te worden in hoogte tot maximaal 1 meter

Andere voorwaarden:

18)  Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;

19)  Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;

20)  In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;

21)  De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

22)  Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;

23)  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het kappen van de bomen rechts achteraan het perceel, het plaatsen van een tuinberging op dezelfde locatie als de te kappen bomen, het voorzien van de regenwaterput op dezelfde locatie als de te kappen bomen, de paden richting de voorziene tuinberging en het voorzien van een dakterras op het uitstekende gedeelte van het gelijkvloers achteraan de woning, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een eengezinswoning en de inrichting van de inrit, het pad naar de voordeur en het terras, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

1)    Er dient een nieuw rioleringsplan aangeleverd te worden voordat de werken starten om aan te tonen waar de hemelwaterput zal plaatsvinden;

Riolering

2)    Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;

3)    Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);

4)    De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;

5)    De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.

6)    Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;

7)    Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;

8)    Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

9)    Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 35m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

10)  Voor de aanvang van de werken dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen) voor wat betreft de uit te graven gronden;

11)  De dienst ruimtelijke ordening van het gemeentebestuur van Zonhoven dient, voor de aanvang van de grondwerken, schriftelijk op de hoogte gesteld te worden over hoe het grondverzet zal georganiseerd worden en welke vergunningen u hiervoor bekomen hebt (terreinophogingen / tijdelijke opslag gronden);

12)  Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);

13)  Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;

14)  De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;

15)  De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;

16)  Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;

17)  De haagbeplanting zoals voorzien op plan in de voortuin met een hoogte van 1,80 meter, dient beperkt te worden in hoogte tot maximaal 1 meter

Andere voorwaarden:

18)  Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;

19)  Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;

20)  In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;

21)  De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

22)  Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;

23)  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.