Terug
Gepubliceerd op 28/08/2019

2019_CBS_01014 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 119 - 2019/00013 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 13/08/2019 - 13:30 schepenlokaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Bart Telen

Verontschuldigd

Bram De Raeve, Ria Hendrikx

Secretaris

Bart Telen
2019_CBS_01014 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 119 - 2019/00013 - Gedeeltelijke goedkeuring 2019_CBS_01014 - OMV - Vergunning - Heuveneindeweg 119 - 2019/00013 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de regularisatie van de terreininrichting, een reclametotem en 3 vlaggenmasten.

De aanvraag werd op 14 januari 2019 ontvangen.

Op 12 februari 2019 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 26 februari 2019 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 5 maart 2019 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 15 maart 2019 tot en met 13 april 2019.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 22 augustus 1963 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen tot 6 loten.  (7204.V.37)

Op 9 oktober 1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een handelscomplex.  (1967/00131)

Op 4 juni 1968 werd een vergunning afgeleverd voor het vergroten van een handelscomplex. (1968/00065)

Op 12 januari 1987 werd een vergunning afgeleverd voor het aanbrengen van een zadeldak.  (1987/00001)

Op 5 september 1988 werd een vergunning voor het wijzigen van de erkavelingsvergunning afgeleverd voor het samenvoegen van de loten 5 en 6 en een gedeelte van het achterliggend perceel teneinde een uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken.

Op 5 september 1988 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een handelshuis.  (1988/00113)

Op 28 november 1994 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een garage.  (1994/00202)

Op 19 december 2014 werd een bouwvergunning aangevraagd voor de regularisatie van een tuingereedschapswinkel met werkplaats en conciërgewoning.  Dit dossier werd ingetrokken door de aanvrager.  (2014/00217)

Op 8 september 2015 heeft het college van burgemeester en schepenen akte genomen van de verzaking van de verkaveling 7204.V.37.

Op 15 maart 2016 werd een vergunning afgeleverd voor het regulariseren, verbouwen en uitbreiden van een handelspand met woonst en herinrichting van het terrein.  (2015/00188)

Op 7 februari 2017 werd een bouwvergunning aangevraagd voor het regulariseren van een handelspand met conciërgewoonst en het uitvoeren van omgevingswerken.  Dit dossier werd ingetrokken op 2 maart 2017.  (2017/00019)

Op 8 mei 2018 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing, het bouwen van een autoshowroom en het aanleggen van een parking met uitzondering van de aangegeven in- en uitrit voor het perceel.  (2017/00311)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de terreininrichting en een reclametotem.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op de percelen:

  • Herstelwerkplaats voor tuin- en landbouwgereedschap
  • Tijdelijke betoncentrale langs de Maaswinkelstraat
  • Verkoop en herstellen van tuinmachines.

Op 6 november 2018 werd door het college van burgemeester en schepenen akte genomen.  De akten is geldig voor onbepaalde duur voor de aangevraagde rubrieken 3.4.1a-; 15.4.2a); 16.3.1.1° en 17.4. De van toepassing zijnde algemene en sectorale voorwaarden nageleefd.  (2018/00234MM)

Het perceel is opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 15 maart 2019 tot en met 13 april 2019.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Wegen en Verkeer

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Provinciale dienst Water & Domeinen

Fluxys

Dienst Mobiliteit

Dienst Milieu & Duurzaamheid

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied.

De aanvraag werd naar aanleiding van de watertoets overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.  Zij verleenden op 1 april 2019 een gunstig advies, nl.:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets gunstig beoordeeld werd. De stedenbouwkundige ingreep heeft geen significant schadelijk effect op het overstromingsregime.”

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de bestaande erfdienstbaarheden geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat de regularisatie van de terreininrichting en een reclametotem.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel ligt langs de drukke verbindingsweg ‘Heuveneindeweg’ (N74) tussen Hasselt en Eindhoven, nabij de aansluiting met de Beringersteenweg (N72).  Het perceel is gelegen aan de ventweg van de N72.

Het perceel is bebouwd met een autoshowroom.

Aan de linkerzijde van het perceel bevindt zich een braakliggend terrein en aan de rechterzijde ligt de seizoenswinkel.  De achterzijde van het perceel grenst aan de tuinen van de achterliggende woningen.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is bebouwd met een autoshowroom.

Tevens werd het terrein ingericht met de nodige parkeerplaatsen en werd aan de voorzijde van het perceel een reclametotem geplaatst.  Deze constructies en verhardingen werden aangelegd zonder vergunning.  De huidige aanvraag omvat dan ook de regularisatie van de terreininrichting en de reclametotem.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie van handelscomplex blijft ongewijzigd en is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Mobiliteitsimpact

Op 29 maart 2019 verleende het Agentschap Wegen en Verkeer een ongunstig advies (zie punt “bespreking adviezen”).  Hieruit blijkt dat de huidige aanvraag geen rekening houdt met de gestelde voorwaarden omtrent de toegangen, uit eerder verleende adviezen (d.d. 27/02/2018 en 15/04/2016), nl.:

Er mag geen rechtstreekse toegang genomen worden tot de ventweg. De inrit dient voorzien te worden via het perceel van de Seizoenswinkel (rechts)en de uitrit via een gemeenschappelijke parking met Lucas Creativ (links).

Huidig ontwerp voorziet een in- en uitrit, met een breedte van 6m aan de rechterzijde van het perceel.  Tevens voorziet het ontwerp de mogelijkheid om het perceel op te rijden en te verlaten via de rechter perceelgrens, in de voortuinstrook, via het perceel van de Seizoenswinkel.

Er werd in de aanvraag geen akkoordverklaring noch toelating bijgevoegd waaruit blijkt dat de private parking van de Seizoenswinkel gebruikt mag worden als toegangsweg.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De huidige aanvraag betreft de regularisatie van de terreininrichting, een reclametotem en 3 vlaggenmasten.

Zoals hoger gemotiveerd kan niet akkoord gegaan worden met de voorgestelde terreininrichting naar aanleiding van het niet voldoen aan de voorwaarden gesteld door het Agentschap Wegen en Verkeer omtrent toegangen.

De te regulariseren reclametotem is ingeplant op 0,45m achter de rooilijn en ca. 7m van de rechter perceelgrens.

De reclametotem heeft een lengte van maximum 3,65m.  De breedte werd niet vermeld op de plannen.

De reclametotem heeft een maximale hoogte van 4,80m ten opzichte van het maaiveld.

Uit de ingediende foto’s blijkt dat de reclametotem een led reclamebord betreft.

De 3 vlaggenmasten bevinden zich tussen de rechterzijde van in- en uitrit en de parkeerzone.

Verdere gegevens omtrent deze vlaggenmasten ontbreken in het dossier.

Het Agentschap Wegen en Verkeer verleende tevens voor de reclametotem en de 3 vlaggenmasten een negatief advies.  Het Agentschap stelt volgende voorwaarden omtrent vrijstaande publiciteitsinrichtingen in de achteruitbouwstrook:

-       Het betreft een uithangbord met zowel een inhoudelijke als vormelijke voorwaarde nl.

  • Inhoudelijke voorwaarde: een mededeling die enkel de economische verrichtingen die inherent zijn aan de locatie kenbaar maakt. Uithangborden vermelden alleen de aard van de bedrijvigheid die in het gebouw plaats heeft. Een vermelding van een handelsnaam van een product (ook ten voordele van derden) is reclame.
  • Vormelijke voorwaarde: het publiciteitsmiddel mag geen dermate grote afmetingen hebben dat het doel om de economische verrichtingen kenbaar te maken, overstegen wordt.

-       Het uithangbord is niet verlicht/lichtgevend.

-       De totale oppervlakte van de constructies, met inbegrip van de borden (éénzijdig) (inclusief reeds aanwezige uithangborden) wordt beperkt tot 5 m².

-       De totale hoogte van de constructie (bord inbegrepen) wordt beperkt tot 4 meter.

-       De afstand naar de perceelgrens tussen de private eigendommen moet minstens 1,5 maal de totale hoogte van de constructie bedragen.

-       Het bord en de dragende constructie mogen geen hinder betekenen voor de zichtbaarheid op het verkeer van de gewestweg t.h.v. de kruispunten en/of private uitritten.

-       Het bord en/of de dragende constructie mag niet over het openbaar domein uitsteken.

-       Bord noch constructie mogen verder reiken dan de ontworpen rooilijn.

Bodemreliëf

Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden blijft.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 6 maart 2019 verleende Fluxys een gunstig advies, nl.:

“Onze maatschappij bezit geen aardgasvervoerinstallaties die beïnvloed worden door uw aanvraag. Wij hebben bijgevolg geen bezwaar tegen de aflevering van de bovenvermelde vergunning(en) en danken u ons geraadpleegd te hebben in het kader van het onderzoek de commodo et incommodo.”

De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 19 maart 2019 verleende de dienst Milieu en Duurzaamheid een gunstig advies, nl.:

“Het advies voor de regularisatie van de terreininrichting en de reclametotem is gunstig.

De screeningsnota toont aan dat de werken niet MER-plichtig zijn.

Hiermee wordt akkoord gegaan.”

De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 19 maart 2019 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een gunstig advies, nl.:

“geen bijkomende eisen brandweer”

De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 29 maart 2019 verleende het Agentschap Wegen en Verkeer een ongunstig advies, nl.:

“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling.  Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

BIJZONDERE VOORWAARDEN

  1. 1.     Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0740001 van 4.6 +12 tot 4.6 +54):

-       de grens van het openbaar domein ligt op/volgens der onteigeningslijn.

-       de rooilijn is gelegen op: volgens onteigeningsplan.

-       de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.

-       de minimaal te respecteren bouwlijn ligt: volgens onteigeningslijn + 8m.

Publiciteit:

-       Afmeting: Te groot, boodschap: BMW Premium Solutions vlaggenmasten +led bord reclame, verlicht: VPVP, inplanting: vrijstaand, t.o.v. rooilijn: tussen de rooi- en bouwlijn

ONGUNSTIG ADVIES

  1. 1.     Schending direct werkende normen

Conform artikel 4.3.3. VCRO moet de vergunning worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden in de vergunning indien uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen de beleidsvelden waarvoor het Agentschap bevoegd is.

“Indien uit de verplicht in te winnen adviezen blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening, of indien dergelijke strijdigheid manifest reeds uit het aanvraagdossier blijkt, wordt de vergunning geweigerd of worden in de aan de vergunning verbonden voorwaarden waarborgen opgenomen met betrekking tot de naleving van de sectorale regelgeving.”

In casu moet de vergunningsaanvraag worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden, aangezien volgende direct werkende normen geschonden worden:

Constructie voor rooilijn

De parkings en verhardingen mogen niet worden ingepland vóór de ontworpen rooilijn.

Constructie in zone van achteruitbouw

Een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains in de zone van achteruitbouw is niet toegestaan cfr art3 van het KB van 1934 aangaande de bouwvrije stroken langs de rijkswegen.  Deze afrit dient ingeplant achter de bouwlijn.

Er worden geen grote monolithische putten (zoals septische put, regenwaterput, infiltratieputten, afvalcontainers,…) toegestaan in de zone van achteruitbouw (art 3 KB 1934 aangaande bouwvrije stroken langs rijkswegen).

Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers

De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.

Het vloerpeil dient minimaal 30cm hoger te liggen dan het hoogste punt van de voorliggende gewestweg.

Constructie op of over openbaar domein

Op de onverharde/verharde berm langs de gewestweg mogen er geen parkeerplaatsen ingericht worden. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit).

Er mogen geen materialen worden gestapeld op het openbaar domein. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit)

Voor elke inname van het openbaar domein, zoals; het inbuizen van een open gracht binnen noodzakelijke lengte / het verharden van een in-/uitrit op het openbaar domein / het plaatsen van een stelling of container op het openbaar domein / het installeren van een terras… dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt). Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein. Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 29/03/2002, gewijzigd bij Besluit van Vlaamse Regering van 25/06/2005 (BS 31/08/2004) betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatief gebruik van het openbaar domein van de wegen.

Toegang

Er mag geen rechtstreekse toegang genomen worden tot de gewestweg.

In het kader van verkeersveiligheid dient de toegang tot de woning (het handelspand) uitsluitend te worden genomen langs de ventweg van de N74. De inplanting hiervan mag niet gebeuren ter hoogte van de oversteekplaats.

Voor bedrijven en gebouwen met verkeersgenererende activiteit wordt één gemeenschappelijke in- en uitrit met een breedte van 6 m toegestaan.

Het terrein dient zodanig ingericht, dat het materieel onmogelijk wordt om elders binnen of buiten te rijden. Bedoelde inrichting dient aangebracht buiten het gewestdomein op de grens van het openbaar domein. Cfr art 5 van het KB van 1934 aangaande de bouwvrije stroken langs de rijkswegen

Uiterlijk bij de ingebruikname van het pand dient de eigendomsgrens grenzend aan de gewestweg niet-Overrijdbaar afgesloten te worden over de volledige breedte van het perceel minus de eventueel stedenbouwkundig vergunde in-/ uitrit(ten).  Cfr art 5 van het KB van 1934 aangaande de bouwvrije stroken langs de rijkswegen. Het aanleggen van deze toegang op openbaar domein, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke aanvraag.

Men dient bij de opmaak van de ontwerpplannen rekening te houden met de zichtbaarheid bij verlaten terrein en met de reeds aanwezige infrastructuur op het openbaar domein; zijnde bushaltes, verlichtingspalen, bomen, middeneiland, verkeerstekens,…

De afwatering van de in-/uitrit van het private aangelande perceel mag geen invloed hebben op de waterhuishouding van het openbaar domein.

De toegang dient te gebeuren zoals telkens ook in de voorgaande adviezen werd vermeld zijn de; geen enkele rechtstreekse toegang tot de ventweg. De inrit wordt genomen via het perceel van de seizoenswinkel. De uitrit via de gemeenschappelijke parking van Lucas Creativ.

  1. 2.     Onwenselijk omwille van doelstellingen en zorgplichten

Conform artikel 4.3.4. VCRO kan de vergunning worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden in de vergunning indien uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van de doelstellingen en zorgplichten van het Agentschap.

“Een vergunning kan worden geweigerd indien uit een verplicht in te winnen advies blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten die gehanteerd worden binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.”

In casu is de vergunningsaanvraag onwenselijk omwille van volgende doelstellingen en zorgplichten:

Publiciteit

Het is een vast beleid van het Agentschap om vrijstaande publiciteitsinrichtingen enkel toe te laten in de achteruitbouwstrook wanneer ze voldoen aan volgende kenmerken:

-       Het betreft een uithangbord met zowel een inhoudelijke als vormelijke voorwaarde nl.

  • Inhoudelijke voorwaarde: een mededeling die enkel de economische verrichtingen die inherent zijn aan de locatie kenbaar maakt. Uithangborden vermelden alleen de aard van de bedrijvigheid die in het gebouw plaats heeft. Een vermelding van een handelsnaam van een product (ook ten voordele van derden) is reclame.
  • Vormelijke voorwaarde: het publiciteitsmiddel mag geen dermate grote afmetingen hebben dat het doel om de economische verrichtingen kenbaar te maken, overstegen wordt.

-       Het uithangbord is niet verlicht/lichtgevend.

-       De totale oppervlakte van de constructies, met inbegrip van de borden (éénzijdig) (inclusief reeds aanwezige uithangborden) wordt beperkt tot 5 m².

-       De totale hoogte van de constructie (bord inbegrepen) wordt beperkt tot 4 meter.

-       De afstand naar de perceelgrens tussen de private eigendommen moet minstens 1,5 maal de totale hoogte van de constructie bedragen.

-       Het bord en de dragende constructie mogen geen hinder betekenen voor de zichtbaarheid op het verkeer van de gewestweg t.h.v. de kruispunten en/of private uitritten.

-       Het bord en/of de dragende constructie mag niet over het openbaar domein uitsteken.

-       Bord noch constructie mogen verder reiken dan de ontworpen rooilijn.

De vergunningsaanvraag is onwenselijk om volgende redenen:

De 3 vlaggen masten en het Led reclame bord zijn geplaatst zonder vergunning en dienen te worden verwijderd.

Bij ons vorig Voorwaardelijk Gunstig advies werd reeds een opmerking gemaakt dat er een afzonderlijke aanvraag diende te gebeuren voor de reclame wat tot op heden nog steeds niet is gebeurd!

Het Agentschap kan geen afwijking toestaan en adviseert daarom ongunstig.

Besluit:

Ongunstig GZ03 Reclame geplaatst zonder vergunning en deze voldoet niet aan de voorwaarden van AWV.

Agentschap Wegen en Verkeer stelt vast dat bij de realisatie van het project het advies van AWV niet werd gevolgd ivm bijvoorbeeld de toegangen en publiciteit.

Ik verwijs naar volgende adviezen 720/B/BAV/2018/408 dd27/02/2018 en 720/B/BAV/2015/3215 dd 15/04/2016.

De toegang dient te gebeuren zoals telkens ook in de voorgaande adviezen werd vermeld zijnde; geen enkele rechtstreekse toegang tot de ventweg. De inrit wordt genomen via het perceel van de seizoenswinkel. De uitrit via de gemeenschappelijke parking van Lucas Creativ.

De bestaande in- en uitrit op de ventweg, tegen de linkse perceelgrens BMW dient dan ook te worden opgebroken en te worden heringericht volgens de vergunde toestand.

Tevens dient de niet vergunde publiciteitsinrichting te worden verwijderd.

Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer ONGUNSTIG betreffende voorliggende aanvraag.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 1 april 2019 verleende de provinciale dienst Water en Domeinen een gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 5 maart 2019 werd advies gevraagd aan de dienst Mobiliteit.  Tot heden werd geen advies ontvangen.  Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de regularisatie van de terreininrichting, een reclametotem en 3 vlaggenmasten zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het integraal weigeren van een omgevingsvergunning niet.

Het college vergunt de terreininrichting met in- en uitrit met een breedte van 6m op het eigen perceel en is van oordeel dat een rechtstreekse toegang tot de ventweg noodzakelijk is voor de voortzetting van de huidige bedrijfsactiviteiten. Die garantie kan nu niet worden geboden indien deze inrit moet verdwijnen, gezien er geen akkoordverklaring noch toelating is waaruit blijkt dat de private parking van de Seizoenswinkel kan/mag gebruikt worden als toegangsweg. Bovendien wordt het nut van de ventweg in vraag gesteld. Men is van oordeel dat het niet de bedoeling kan zijn om een ventweg naast een ventweg te gaan creëren met het oog op de ontsluiting van slechts enkele aangrenzende winkels. AWV heeft, op vraag van de gemeente, reeds maatregelen genomen, door de aanleg van verkeersdrempels, om de snelheid van het verkeer op de ventweg naar omlaag te halen. Dit heeft een positief verkeersvertragend en veiligheidsverhogend effect, waardoor de ventweg als een echte ventweg wordt gebruikt en niet als een verdoken doorsteek.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning met voorwaarden voor de regularisatie van de terreininrichting (incl. in- en uitrit) en 3 vlaggenmasten zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor de regularisatie van een reclametotem.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor de regularisatie van de terreininrichting (incl. in- en uitrit) en 3 vlaggenmasten zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

De op te leggen voorwaarden zijn:

1)    De reclametotem dient verwijderd te worden binnen 3 maanden na het afleveren van deze omgevingsvergunning.  Bewijs van het verwijderen van deze constructie dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen.

Terrein en gelijkgrondse berm:

2)    Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

3)    Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);

4)    Uitgezonderd de inrit met een breedte van maximaal 6 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;

5)    De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;

6)    Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;

7)    Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;

Andere voorwaarden:

8)    In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;

9)    Indien het aantal parkeerplaatsen ontoereikend is voor de bewoners/ klanten, moet op eigen perceel bijkomende parkeergelegenheid voorzien worden;

10)  De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

11)  Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;

12)  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.