Terug
Gepubliceerd op 23/01/2020

2020_CBS_00035 - Inbreuken huurovereenkomsten - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/01/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2020_CBS_00035 - Inbreuken huurovereenkomsten - Goedkeuring 2020_CBS_00035 - Inbreuken huurovereenkomsten - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanleiding:

Bij het behandelen van een vraag van een huurder voor de aankoop van datzelfde verhuurde perceel, werd er vastgesteld dat er aanwijzingen zijn dat door deze huurder en een aangrenzende huurder meerdere inbreuken worden gepleegd op de huurovereenkomsten, aangegaan tussen de gemeente en de betrokken huurders.

In casu bleek uit luchtbeelden dat twee naast elkaar gelegen gronden, verhuurd aan twee verschillende huurders, duidelijk als één grond bewerkt worden om gewassen op te telen, wat een sterk vermoeden opwekt dat betreffende gronden onderverhuurd worden (aan eenzelfde persoon) en bewerkt worden voor professionele (landbouw)doeleinden.

Elke huurovereenkomst aangegaan met de gemeente verbiedt onderverhuring, verbiedt het gebruik voor professionele of commerciële doeleinden en bevat expliciet het verbod van de bedrijfsmatige aanwending van het goed voor landbouwactiviteiten. 

Algemeen:

Inbreuken op huurovereenkomsten worden frequent toevallig ontdekt bij het onderzoeken van vragen van burgers of de huurders zelf.

De gemeente Zonhoven heeft huurovereenkomsten met ongeveer 80-90 personen/verenigingen, waarbij velen meerdere (al dan niet aansluitende) gronden huren.

Onderstaande bepalingen, verplichtingen van de huurder, zijn opgenomen in de overgrote meerderheid van de huurovereenkomsten. Merk voorafgaand op dat in bepaalde individuele gevallen afwijkingen op onderstaande standaardbepalingen kunnen voorkomen, alsook kunnen er afwijkingen op onderstaande standaardbepalingen bestaan in oude huurovereenkomsten.

  • Betaling huurprijs
Er wordt voorzien in de huurovereenkomsten dat "niet betaling van de huurprijs door de gemeente kan aanzien worden als een verbreking van de huurovereenkomst".
 
  • Gebruik gronden voor professionele, industriële of commerciële doeleinden (incl. landbouwactiviteiten) zijn verboden
Er wordt voorzien dat bij overtreding "buiten alle mogelijke contractuele en wettelijke sancties een boete te betalen is gelijk aan negen maal de jaarlijkse huurprijs met een minimum van 2,50€/m²."
 
Het verbod om landbouwactiviteiten uit te oefenen, is ingegeven door het feit dat bij dergelijke gevallen automatisch de pachtwet van toepassing is, dewelke van dwingend recht is.
 
  • Verbod gebouwen of inrichtingen aan te brengen en verbod onderverhuring of overdracht
Er wordt voorzien dat bij overtreding "buiten alle mogelijke contractuele en wettelijke sancties een boete te betalen is gelijk aan de kosten van uitvoering van de nodige werken ten einde het goed in zijn oorspronkelijke staat te herstellen.".
 
  • Groenelementen dienen behouden te blijven. Onderhoud groenelementen is ten laste van de huurder
Er wordt voorzien dat bij overtreding "buiten alle mogelijke contractuele en wettelijke sancties een boete te betalen is gelijk aan de kosten van uitvoering van de nodige werken ten einde het goed in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, te vermeerderen met een boete gelijk aan de waarde van de verdwenen bomen, struiken en planten."
 
  • In stand houden onbevaarbare waterloop (enkel bij recente huurovereenkomsten)

Geen specifieke sanctie voorzien bij deze bepaling.

De huurovereenkomsten bepalen dat bij niet naleving van de voorwaarden van de overeenkomst, deze van rechtswege en zonder enige aanmaning verbroken is.

 

Het volledig actief opsporen, dit wil zeggen op eigen initiatief een volledig onderzoek uitvoeren om na te gaan of alle verplichtingen uit alle huurovereenkomsten nagekomen worden, is met de huidige bezetting van de dienst contractmanagement, in combinatie met de andere opdrachten, niet mogelijk. Het beperkt actief opsporen van inbreuken kan leiden tot (een gevoel van) discriminatie en bijgevolg discussie.

Er wordt aangeraden dat, wanneer de dienst een vraag over een bepaalde verhuurde grond behandelt, de dienst aan de hand van informatie waarover zij beschikt op dat moment ook nagaat of aan alle verplichtingen zoals vervat in de huurovereenkomst wordt voldaan. Bij een sterk vermoeden van een inbreuk, wordt aangeraden in eerste plaats de huurder(s) te contacteren om zelf de situatie uit te klaren om een correct beeld te verkrijgen van de werkelijkheid.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist dat, met uitzondering van het niet tijdig betalen van de huur, er enkel actie ondernomen wordt, zoals beschreven in dit besluit, naar aanleiding van:

  • een klacht of vraag van een burger betreffende een verhuurde grond;
  • het ontdekken van een inbreuk van een huurovereenkomst naar aanleiding van het onderzoeken van (eender welke) vraag over de verhuurde grond.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist dat, behoudens andersluidende bepaling opgenomen in de huurovereenkomst, bij ontstentenis van betaling van de huurprijs na een tweede aanmaning en minimum zestig dagen na de initiële vervaldag, de bepaling zoals opgenomen in een huurovereenkomst om deze te beëindigen in geval van niet betaling van de huurprijs, zal worden toegepast.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen beslist dat bij de vaststelling van eender welke inbreuk, andere dan de niet tijdige betaling, op een huurovereenkomst, er een aangetekende schriftelijke aanmaning zal verzonden worden naar de huurder om de inbreuk recht te zetten. In het geval de tekortkoming binnen de zestig dagen na het verzenden van de schriftelijke aanmaning niet is rechtgezet, zullen alle boetebepalingen uit de huurovereenkomst worden toegepast en zal de huurovereenkomst, conform de bepalingen van de huurovereenkomst, bijgevolg onmiddellijk na de voornoemde zestig dagen beëindigd worden.