Terug
Gepubliceerd op 18/03/2020

2020_CBS_00338 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 1 - 2019/00280 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 10/03/2020 - 13:30 Gemeentehuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2020_CBS_00338 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 1 - 2019/00280 - Goedkeuring 2020_CBS_00338 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 1 - 2019/00280 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van een gedeelte van het schoolgebouw VMS en aanbouwen van een nieuw gebouw met 5 klaslokalen, 2 studielandschappen, een sanitair blok, technische ruimte en overdekte buitenruimte.

De aanvraag werd op 09/11/2019 ontvangen.

Op 06/12/2019 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 20/12/2019 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10/01/2020 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1954/00049: bouwvergunning op 23/04/1954 voor het bouwen van klaslokalen voor kleuters;
  • 1960/00075: bouwvergunning op 22/06/1960 voor het bouwen van een turnzaal;
  • 1963/00038: bouwvergunning op 23/03/1965 voor de uitbreiding scholen;
  • 1974/00175: bouwvergunning op 06/09/1974 voor uitbreiding van klaslokalen;
  • 2002/08924: stedenbouwkundige vergunning op 03/06/2002 voor het bouwen van een bijgebouw en aanpassing van aanpalend gebouw;
  • 2008/11178: stedenbouwkundige vergunning op 12/01/2009 voor het plaatsen van 2 brandtrappen.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

  • 3.2. – het lozen van huishoudelijk afvalwater, gunstig op 27/02/2006.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Inter Vlaanderen

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.

De gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen zijn bestemd voor de voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  (Voor de Raad van State werd de nietigverklaring en schorsing gevorderd van het volledige gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk'.)

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat de nieuwe uitbreiding van het schoolgebouw een horizontale dakoppervlakte heeft van 413,30m². Hierbij wordt een luifel van 105,30m² als groendak uitgevoerd,

de resterende dakoppervlakte bedraagt 308m².

De inhoud van de verplichte hemelwaterput dient 10 000 liter te bedragen (50 x 308m²= 15400 maar maximaal 10 000 liter).

De berekening door de aanvrager gebeurde op basis van de volledige dakoppervlakte, inclusief groendak. De aanstiplijst en plannen stemmen niet geheel overeen. De planmatig opgegeven inhoud en oppervlakte zullen gevolgd worden.

Er wordt voor het project een hemelwaterput voorzien met een inhoud van 20 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik (15 toiletten en 9 urinoirs). De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening bestaande uit 4 geschakelde buffer- en infiltratiekamers van telkens 5 000 liter en 8,34m² infiltratieoppervlakte met een overloop naar de riolering.

De minimale inhoud volgens de verordening bedraagt 10 000 liter voor de hemelwaterput.

Berekening infiltratievoorziening: 308m² - 60m²= 248m² dakoppervlakte + 361,5m verharding nieuw/ heraanleg + 361,5m² bestaande verharding = 971m². De infiltratievoorziening zou een inhoud van minimaal 24 275 liter en infiltratieoppervlakte van minimaal 38,84m² moeten hebben.

Binnen de aanvraag voorziet men een afwijking omwille van een ruimer hergebruik(15 toiletten en 9 urinoirs). De totale dakoppervlakte (inclusief groendak) wordt aangesloten op een regenwaterput van 20 000 liter en een hergebruik van 5668 liter/dag werd berekend. Men wenst de volledige dakoppervlakte in rekening te brengen i.p.v. de standaard aftrek van 60m².

Rekening houdende met het groendak (105,30m²), de overige dakoppervlakte van 308m² en een regenwaterput van 20 000 liter met voldoende hergebruik, kan men een aftrek van 308m² toestaan. De oppervlakte van de verharding die men dient te compenseren bedraagt 723m². ² De minimale inhoud van de infiltratieputten dient 18 075 liter te bedragen en de infiltratieoppervlakte minimaal 29m².

Hieraan wordt voldaan: 4 infiltratieputten van 5000 liter (netto 4810 liter x 4= 19 240 liter) en een totale infiltratieoppervlakte van 33,36m² (8,34m² x4).

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius:

Het advies van 27/01/2020 van Infrax/Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig advies mits bepalingen voor riolering en waterafvoer gevolgd worden.

Naar aanleiding van uw brief/mail van 10-01-2020 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 584r, kunnen we een gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen en aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
  • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
  • Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein te worden geïnfiltreerd.

2. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie www.vlario.be).”

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige stedenbouwkundige aanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een stedenbouwkundige aanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Eventueel toepassingsgebied aanhalen, bijvoorbeeld:

Het betreft gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter is dan 400m². Het advies van Inter Vlaanderen van 12/02/2020 is gunstig:

“De nota/ checklist is conform de plannen.

Er worden geen afwijkingen gevraagd.

Geen verplichting advies.

De aanvraag betreft art. 3 :gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter is dan 400m². het besluit is van toepassing op alle nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit breiden publiek toegankelijke delen van een constructie.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk

De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de oppervlakte van de bodemingreep minder bedraagt dan 1000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent het gebruik van de toegangsweg langsheen het te realiseren gebouw, gelegen op het rechts aanpalende perceel, geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van een gedeelte van het schoolgebouw VMS en aanbouwen van een nieuw gebouw met 5 klaslokalen, 2 studielandschappen, een sanitair blok, technische ruimte en een overdekte buitenruimte.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Engstegenseweg, een gemeenteweg in het centrum.

De omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwing en functies. Het schoolgebouw op het perceel van de aanvraag grenst rechts en aan de achterzijde aan het woonzorgcentrum/ rusthuis, aan de linkerzijde situeren zich 2 woonhuizen, aan de overzijde van de straat zijn één- en meergezinswoningen aanwezig al dan niet in combinatie met handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag is bebouwd met een schoolgebouw (Vrije Middenschool Zonhoven). Het oorspronkelijke hoofdgebouw dateert van 1954 en is een langwerpig gebouw, evenwijdig met de weg, bestaande uit 2 bouwlagen en een hellend dak. Ter hoogte van de zijgevels werden destijds 2 aanbouwen voorzien met 1 bouwlaag en een hellend dak. De links gelegen “zijvleugel” werd anno 1960 uitgebreid met een verdieping en achteraan werd een turn- en feestzaal met bovenliggende klassen aangebouwd (afgewerkt met een plat dak). In 1965 werd dit gedeelte van het schoolgebouw bijkomend uitgebreid met een extra bouwlaag (3de). In 2002 werd achteraan het perceel een gedeelte van de overdekte speelplaats/ luifel verbouwd tot bergruimte. In 2009 werden 2 spiltrappen geplaatst aan de linker en de rechter zijgevel van het hoofdgebouw in functie van de brandveiligheid.

Met de huidige aanvraag wenst men de verouderde rechter zijvleugel te vervangen door een nieuw gebouw met 2 bouwlagen en een plat dak. Door het voorzien van een luifel bekomt men tevens een overdekte buitenruimte.

Het bestaande gebouw (1 bouwlaag en hellend dak) wordt hiervoor gesloopt.

Een gedeelte van het hoofdgebouw dat aansluit op de nieuwe aanbouw zal heringericht worden.

Door de verbouwing en uitbreiding wordt de capaciteit met ca. 100 leerlingen verhoogd binnen een functionele en kwalitatieve ruimte. Het nieuwe gebouw zal 5 leslokalen omvatten, een traphal met lift en een sanitaire ruimte met technisch lokaal.

Binnen het aansluitende gedeelte van het hoofdgebouw wordt op 2 niveaus een gang/ circulatieruimte voorzien en een studielandschap.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie schoolgebouw blijft ongewijzigd en stemt overeen met de bestemming van “dienstverlening en openbaar nut”.

Mobiliteitsimpact

Aangezien het de (beperkte) uitbreiding van een schoolgebouw betreft, dienen geen bijkomende parkeervoorzieningen aangelegd te worden.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Het nieuw op te richten gebouw overlapt de oppervlakte van de te slopen bebouwing. Aangezien het terrein aansluitend aan de bestaande bebouwing momenteel verhard is, is er in feite geen toename van verharde ruimte. De inplanting wordt op 1,90m uit de rechter perceelgrens voorzien (zijde woonzorgcentrum) terwijl het bestaande gebouw 1,41m van deze grens gebouwd was. Hiermee wordt voldaan aan de afstandsbepalingen betreffende lichten en zichten van het burgerlijk wetboek. Langsheen het gebouw loopt een voetpad en op het aanpalende terrein van het woonzorgcentrum grenst hier een wegenis aan die de achterliggende parkeerzones ontsluit en tevens dienstig is als brandweg. De afstand tussen de gevels van het (nieuwe) schoolgebouw en het aanpalende rusthuis bedraagt minimaal 9,39m.

De bebouwde oppervlakte verhoogt van ca. 188m² naar ca. 345m², met bijkomend een overdekte buitenruimte van 107m².

In functie van de waterhuishouding worden voldoende voorzieningen voor hergebruik van het hemelwater voorzien en wordt de luifel uitgevoerd met een groendak.

De bouwbreedte van het gebouw bedraagt 7,08m aan de straatzijde en 10m aan de achterzijde met aansluitend de luifel met een breedte van ca. 5m. De totale bouwdiepte van het nieuwe gebouw bedraagt 34,45m (voorheen 23,50m).

De bouwhoogte tot de bovenzijde van de dakrand bedraagt 7,91m, gemeten vanaf het maaiveld. De bouwhoogte vormt visueel 1 lijn met de onderzijde kroonlijst van het hoofdgebouw.

De 1ste bouwlaag van de nieuwe aanbouw wordt afgewerkt met een roodbruine gevelsteen die aansluit bij de roodbruine gevelsteen van het bestaande hoofdgebouw. De 2de bouwlaag wordt afgewerkt met  witte aluminium panelen. Dit materiaal sluit aan bij de lichte gevelpanelen van de 3de bouwlaag van het gebouw links achteraan (boven turn- en feestzaal). Voor de zijgevels is een ritmische afwisseling van glaspartijen en gevelmaterialen voorzien wat zorgt voor lichtere en visueel kwalitatieve gevels.

Het volume en de vorm sluiten aan bij de reeds aanwezige bebouwing en zullen er een harmonisch geheel mee vormen.

Bodemreliëf

Er is geen wijziging van het terreinniveau zelf voorzien. De vloerpas van het nieuwe gebouw bevindt zich op 15cm boven het maaiveld.

Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 12/02/2020 van Inter Vlaanderen is gunstig:

“De nota/ checklist is conform de plannen.

Er worden geen afwijkingen gevraagd.

Geen verplichting advies.

De aanvraag betreft art. 3 :gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter is dan 400m². het besluit is van toepassing op alle nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit breiden publiek toegankelijke delen van een constructie.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 15/01/2020 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 27/01/2020 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals hoger reeds aangehaald.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren.

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

ADVIES –VOORWAARDEN

Het betreft de afbraak van een gedeelte van een bestaand gebouw behorende bij de school, voor de realisatie van de uitbreiding van de school. 

Het perceel is niet opgenomen in het GrondenInformatieRegister.

Een Vlarem melding is van toepassing op de school, met datum 27.02.2006 voor de lozing van huishoudelijk afvalwater (rubriek 3.2).  Verdere gegevens ontbreken over de technische ruimte om een beoordeling te kunnen maken over het milieutechnische aspect.

In de onmiddellijke omgeving zijn gierzwaluwen te vinden. Deze hebben hun nestgelegenheden onder andere in het woonzorgcentrum.  Om de gierzwaluw in deze omgeving voldoende voortplantingsmogelijkheden te geven, worden aan het schoolgebouw (hetzij het nieuw te bouwen gedeelte, hetzij de bestaande bouw) nestgelegenheden voorzien voor de soort.

Voorwaarden:

  • Het voorzien van minstens 5 nestgelegenheden voor de gierzwaluw, hetzij aan de nieuwe bouw, hetzij aan de bestaande bouw.  Aan volgende voorwaarden moet voldaan worden:
    • Nestgelegenheden worden aan het noorden of oosten gerichte gevel gehangen, bij voorkeur onder overstekende dakranden en goten. Een andere oriëntatie kan, maar dan moet er een voldoende hoge oversteek aanwezig zijn zodat de nestgelegenheid niet in volle zon komt te hangen.
    • De nestkasten zijn vervaardigd van duurzame materialen en voldoen aan de vooropgestelde afmetingen voor de soort (minimum bodemoppervlakte van 150 x 250 mm; minimale hoogte 130 mm; invliegopening van max. 20 mm boven de bodem van de nestkast. De invliegopening kan verschillende vormen hebben: rond 50 mm diameter, vierkant 50 x 50 mm; liggend ovaal of rechthoekig van 70 mm breed x 35 mm hoog.

Indien de nestgelegenheid uit hout bestaat, is dit onbehandeld duurzaam hout.

    • Minstens een hoogte van 3 meter en bij voorkeur zo hoog mogelijk.
    • De aanvliegroute moet vrij zijn van obstakels: geen struiken, geen vliegenmasten, palen ed.
    • De vorm en kleur van de nestkasten zijn complementair aan de gevel waar ze tegen gehangen worden. De nestkasten moeten zo weinig mogelijk opvallen.
    • De exacte locatie van de nestkasten gebeurt in samenspraak met een vogeldeskundige (hetzij van ANB of een andere instantie zoals bijvoorbeeld Natuurpunt) en met de dienst milieubeleid.  
  • Indien blijkt dat bij de start van de afbraak bezette nestgelegenheden aanwezig zijn, dient de afbraak uitgesteld te worden tot de nesten uitgebroed zijn.
  • De aannemer neemt alle nodige maatregelen om stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken zo laag mogelijk tegen te houden (hoofdstuk 6.12). 

Bij aanwezigheid van asbest: Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen in hoofdstuk 6.4 van Vlarem II ‘Beheersing van asbest’.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het slopen van een gedeelte van het schoolgebouw VMS en aanbouwen van een nieuw gebouw met 5 klaslokalen, 2 studielandschappen, een sanitair blok, technische ruimte en een overdekte buitenruimte.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een gedeelte van het schoolgebouw VMS en aanbouwen van een nieuw gebouw met 5 klaslokalen, 2 studielandschappen, een sanitair blok, technische ruimte en een overdekte buitenruimte, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

1)    Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;

2)    De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.

3)    Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;

4)    Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

5)    Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen en putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

Andere voorwaarden:

6)    Het voorzien van minstens 5 nestgelegenheden voor de gierzwaluw, hetzij aan de nieuwe bouw, hetzij aan de bestaande bouw.  Aan volgende voorwaarden moet voldaan worden:

  • Nestgelegenheden worden aan het noorden of oosten gerichte gevel gehangen, bij voorkeur onder overstekende dakranden en goten. Een andere oriëntatie kan, maar dan moet er een voldoende hoge oversteek aanwezig zijn zodat de nestgelegenheid niet in volle zon komt te hangen.
  • De nestkasten zijn vervaardigd van duurzame materialen en voldoen aan de vooropgestelde afmetingen voor de soort (minimum bodemoppervlakte van 150 x 250 mm; minimale hoogte 130 mm; invliegopening van max. 20 mm boven de bodem van de nestkast. De invliegopening kan verschillende vormen hebben: rond 50 mm diameter, vierkant 50 x 50 mm; liggend ovaal of rechthoekig van 70 mm breed x 35 mm hoog.
  • Indien de nestgelegenheid uit hout bestaat, is dit onbehandeld duurzaam hout.
  • Minstens een hoogte van 3 meter en bij voorkeur zo hoog mogelijk.
  • De aanvliegroute moet vrij zijn van obstakels: geen struiken, geen vliegenmasten, palen ed.
  • De vorm en kleur van de nestkasten zijn complementair aan de gevel waar ze tegen gehangen worden. De nestkasten moeten zo weinig mogelijk opvallen.
  • De exacte locatie van de nestkasten gebeurt in samenspraak met een vogeldeskundige (hetzij van ANB of een andere instantie zoals bijvoorbeeld Natuurpunt) en met de dienst milieubeleid.  

Indien blijkt dat bij de start van de afbraak bezette nestgelegenheden aanwezig zijn, dient de afbraak uitgesteld te worden tot de nesten uitgebroed zijn;

7)    Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;

8)    De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

9)    Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.

Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.

Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.

Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.

10)  Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn.

11)  De afbraak van de constructies: Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

De aannemer neemt alle nodige maatregelen om stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken zo laag mogelijk tegen te houden (hoofdstuk 6.12). 

Bij aanwezigheid van asbest: verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;

12)  Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;

13)  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 06/03/2020 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van een gedeelte van het schoolgebouw VMS en aanbouwen van een nieuw gebouw met 5 klaslokalen, 2 studielandschappen, een sanitair blok, technische ruimte en een overdekte buitenruimte, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

1)    Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;

2)    De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.

3)    Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;

4)    Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

5)    Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen en putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

Andere voorwaarden:

6)    Het voorzien van minstens 5 nestgelegenheden voor de gierzwaluw, hetzij aan de nieuwe bouw, hetzij aan de bestaande bouw.  Aan volgende voorwaarden moet voldaan worden:

  • Nestgelegenheden worden aan het noorden of oosten gerichte gevel gehangen, bij voorkeur onder overstekende dakranden en goten. Een andere oriëntatie kan, maar dan moet er een voldoende hoge oversteek aanwezig zijn zodat de nestgelegenheid niet in volle zon komt te hangen.
  • De nestkasten zijn vervaardigd van duurzame materialen en voldoen aan de vooropgestelde afmetingen voor de soort (minimum bodemoppervlakte van 150 x 250 mm; minimale hoogte 130 mm; invliegopening van max. 20 mm boven de bodem van de nestkast. De invliegopening kan verschillende vormen hebben: rond 50 mm diameter, vierkant 50 x 50 mm; liggend ovaal of rechthoekig van 70 mm breed x 35 mm hoog.
  • Indien de nestgelegenheid uit hout bestaat, is dit onbehandeld duurzaam hout.
  • Minstens een hoogte van 3 meter en bij voorkeur zo hoog mogelijk.
  • De aanvliegroute moet vrij zijn van obstakels: geen struiken, geen vliegenmasten, palen ed.
  • De vorm en kleur van de nestkasten zijn complementair aan de gevel waar ze tegen gehangen worden. De nestkasten moeten zo weinig mogelijk opvallen.
  • De exacte locatie van de nestkasten gebeurt in samenspraak met een vogeldeskundige (hetzij van ANB of een andere instantie zoals bijvoorbeeld Natuurpunt) en met de dienst milieubeleid.  

Indien blijkt dat bij de start van de afbraak bezette nestgelegenheden aanwezig zijn, dient de afbraak uitgesteld te worden tot de nesten uitgebroed zijn;

7)    Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;

8)    De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

9)    Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.

Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.

Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.

Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.

10)  Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn.

11)  De afbraak van de constructies: Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

De aannemer neemt alle nodige maatregelen om stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken zo laag mogelijk tegen te houden (hoofdstuk 6.12). 

Bij aanwezigheid van asbest: verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;

12)  Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;

13)  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.