Project-MER - Hernieuwing en wijziging afvalenergiecentrale
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het project-MER Bionerga, Centrum Zuid 2098 te Houthalen-Helchteren, ingediend te samen met de omgevingsvergunning voor de hernieuwing en wijziging van een bestaande afvalenergiecentrale naar een biomassa-afvalcentrale.
Het advies van de omgevingsambtenaar luidt als volgt:
Advies project-MER tesamen met aanvraag omgevingsvergunning BIONERGA – hernieuwing en wijziging afvalenergiecentrale
Inleiding
Bionerga baat te Centrum-Zuid 2098 te Houthalen-Helchteren een afvalenergiecentrale uit voor de energetische valorisatie van huishoudelijk restafval en gelijkaardig bedrijfsafval, bestaande uit 2 lijnen, voor een capaciteit van 100.000 ton afval/jaar. De vrijgekomen warmte werd omgezet naar stoom, deels voor Aquafin.
Na ingebruikname van hun nieuwe afvalenergiecentrale in Beringen wenst Bionerga de huidige site te Houthalen-Helchteren te behouden doch om te vormen naar een biomassa-afvalcentrale. Er zal 1 lijn gebruikt worden, de andere zal dienen als back-up. De restwarmte zal evenzeer naar Aquafin gaan voor slibdroging. De capaciteit wordt herleid naar 55.000 ton biomassa/jaar.
Inputstromen zullen de volgende worden:
- B-hout;
- Houtige biomassa in groenafval voor compostering;
- Zeefoverloop na compostering;
- Zeefoverloop van GFT-installatie.
Momenteel is een milieuvergunning klasse 1 van toepassing op de huidige installatie tot 23.09.2020. Een hernieuwing en een wijziging van de vergunde activiteiten worden aangevraagd met een omgevingsvergunning, gelijklopend met het nog niet goedgekeurde project-MER.
Het departement omgeving vraagt aan het college van burgemeester en schepenen advies over het project-MER.
Het MER werd opgemaakt voor de verdere exploitatie met gewijzigde bedrijfsactiviteiten zoals hierboven weergegeven. Bijlage I van het MER besluit is van toepassing voor rubrieken 14 en 28.b):
14: afvalverwijderingsinstallatie voor de verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 100 t on per dag;
28.b.) wijzigen of uitbreiding ban de in bijlage I, II of III opgenomen projecten, waarvoor reeds een vergunning is afgegeven, die zijn of worden uitgevoerd, wanneer die wijziging of uitbreiding aanleiding geeft tot een overschrijding van de in bijlage I genoemde drempelwaarden (niet in rubriek 28, a) opgenomen wijziging of uitbreiding). Van deze overschrijding van de drempelwaarde is sprake ofwel als de drempelwaarde van bijlage I voor het eerst wordt overschreden door het samenvoegen van de reeds vergunde en de nog te vergunnen activiteiten (= project) ofwel als de verschillende uitbreidingen samen, sinds de laatst verleende ontheffing of goedgekeurd MER (voor zover deze bestaan), groter zijn dan de drempelwaarde van bijlage I.
Advies:
Aan de gemeente Zonhoven werd enkel advies gevraagd ikv de MER-procedure. Gezien het ontwerp-MER en de hernieuwing van een omgevingsvergunning onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar, werd met alle beschikbare gegevens in dit dossier rekening gehouden bij de adviesverlening.
Het project is relevant voor de gemeente Zonhoven gezien de ligging van op ca. 980 m van de Zonhovense woongebieden te Halveweg en Kolveren.
Ingebruikname twee lijnen:
Bionerga geeft aan dat het de bedoeling is dat 1 lijn van de 2 in gebruik zal zijn. Doch wil Bionerga de mogelijkheid hebben om beide lijnen in gebruik te kunnen hebben, eerder in uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij het stilleggen van de ene lijn en het simultaan opstarten van de tweede lijn. Dit om continue stoomlevering aan Aquafin te kunnen garanderen.
De werking van de twee lijnen tegelijkertijd moet tot een absoluut minimum beperkt worden. Bionerga houdt nauwgezet bij hoe frequent en voor welke tijdspanne de verbranding heeft gedraaid met beide lijnen. Dit dient telkens gemotiveerd te worden. Een terugkoppeling van dit overzicht gebeurt in het jaarverslag en wordt jaarlijks overgemaakt aan de gemeente Zonhoven.
Inputstromen:
De inkomende afvalstromen zijn afkomstig uit Limburg. Zo zal de stroom A-hout (hout dat niet aanmerking komt ter recyclage) afkomstig zijn van de Limburgse containerparken, diverse voorbehandelingsinstallaties en inzamelaars/makelaars met een vestiging in Limburg. Dit is idem voor het B-hout. De overige stromen (houtige biomassa in groenafval, zeefoverloop na compostering, en grove biomassa + vervuiling) zijn afkomstig van Limburgse composteerinstallaties.
Met bovenstaande geeft Bionerga aan dat ze zich wenst toe te spitsen om hout te verwerken afkomstig van de provincie Limburg. Het kan dan ook niet de bedoeling zijn dat Bionerga, bij onvoldoende input, hout van buiten Limburg zal aantrekken om te verwerken. Indien Bionerga dit toch zou aanvaarden dient hier jaarlijks over gerapporteerd te worden. Het gaat hier dan om uitzonderlijke omstandigheden die tot een minimum beperkt moeten worden. Welke stromen van buiten Limburg werden verwerkt in de installatie, hoeveelheid, aard van de afvalstroom (welk soort hout), reden van verwerking bij Bionerga. Dit wordt gerapporteerd in het jaarverslag van het bedrijf en jaarlijks overgemaakt aan het gemeentebestuur Zonhoven.
Naast de verbranding van A-hout (onbehandeld hout) en B-hout (niet verontreinigd, behandeld hout) wordt ook de verbranding van C-hout aangevraagd in rubriek 2.3.4.1.b). Het betreft hier C-hout wat “accidenteel aanwezig kan zijn in B-hout”. C-hout is verontreinigd, behandeld hout met gevarenstatus gevaarlijk. Op de manier waarop dit C-hout tussen B-hout kan komen, wordt niet uitgeweid. Noch maatregelen om dit te vermijden worden vermeld. Het project-MER is vaag over de aanlevering van C-hout tussen de andere stromen.
Het A- en B-hout wat bij Bionerga verwerkt wordt, is afkomstig van de Limburgse recyclageparken, waarvan momenteel 29 uitgebaat worden door Limburg.net. Elk recyclagepark wordt onder toezicht van parkwachters uitgebaat.
Er wordt niet akkoord gegaan met de stelling dat 7,5 ton C-hout/dag “accidenteel aanwezig kan zijn tussen B-hout”. Enkel het weigeren van foutief gesorteerd hout, zal leiden tot een correcte sortering aan de bron. Vandaar dat het college van burgemeester en schepenen negatief staat tegenover het afleveren van een omgevingsvergunning door de hogere overheid voor rubriek 2.3.4.1.b).
Waterverbruik
Binnen het productieproces vormt leidingwater nog steeds de grootste inkomende waterstroom, voor 30.724 m³/jaar voor de aanmaak van gedemineraliseerd water en huishoudelijke toepassingen. Hier tegenover staat een jaarlijks hemelwaterverbruik van 1186 m³ als proceswater en effluentwater van Aquafin 22.577 m³.
Het merendeel van het (al dan niet potentieel verontreinigd ) hemelwater wordt geloosd in het gemengd rioleringsstelsel. Het bedrijf heeft in het verleden inspanningen verricht om de hoeveelheid leidingwater te verminderen en hergebruik van hemelwater in het proces te introduceren. Gelet op bovenstaande cijfers kan de vraag gesteld worden of deze inspanningen maximaal zijn geweest en of het productieproces meer dan 30.000 m³ water, met kwaliteit drinkwater, nodig heeft.
Het bedrijf gaat niet verder dan haar verplichtingen ikv de hemelwaterverordening die van toepassing zijn bij de bouw van het bio-massa-plan. Er worden geen inspanningen geleverd om het hergebruik van hemelwater verder te implementeren in het proces, noch om een gescheiden stelsel aan te leggen op het terrein om een gedeelte van haar hemelwater te laten infiltreren (muv de vergunde constructies in de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag van 2018). Het advies luidt dat Bionerga hier verdere inspanningen dient te leveren om hergebruik van hemelwater verder te implementeren in het proces met hier tegenover een daling van het leidingwater.
Mens en gezondheid:
Aangegeven wordt dat in deze discipline nog onzekerheden zijn te wijten aan onnauwkeurigheden bij het onderzoek en aan de extrapolatie naar de mens toe. Door de deskundigen werden grote veiligheidsfactoren ingebouwd en wordt geconcludeerd dat negatieve effecten zeer beperkt tot onbestaand zijn tov de exploitatie. Doch wordt gevraagd om voldoende aandacht te besteden aan de wettelijke opvolging van kwik, dioxines en zware metalen. Niettegenstaande dit aandachtspunt worden momenteel geen bijkomende postmonitoring en postevaluatiemaatregelen voorzien.
Gelet op bovenstaande wordt geadviseerd om een meetcampagne op te zetten waarbij immissiemetingen worden uitgevoerd voor de kritische parameters zoals zware metalen, kwik, dioxines. Dit kan in samenspraak gebeuren met de VMM en het Agentschap zorg en gezondheid. Verder herneemt het college haar eerder advies dat de nieuwe installatie ten allen tijde moet voldoen aan de strengste afvalverbrandingsnormen, ook al voorziet het VLAREM op vlak van emissies bij het verbranden van biomassa andere emissienormen of meetverplichtingen.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met bovenstaand advies en maakt dit over aan de dienst MER.