Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan notaris Vanhelmont / Charlotte Weyens met volgende opmerkingen:
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
1.Het voorgestelde programma van maatregelen in de bekrachtigde archeologienota met ID https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/2881 en het Onroerenderfgoeddecreet van 12/07/2013, dient nageleefd te worden;
3.Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos van 20-08-2018.
- De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 18-210029.
- De te ontbossen oppervlakte bedraagt 623 m². Voorziet de verkavelingsaanvraag een ontbossing dan zit in de verkavelingsvergunning de stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing vervat.
- De resterende bosoppervlakte (682 m²) moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
- Het plan goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos dient deel uit te maken van de verkavelingsvergunning.
- De bosbehoudsbijdrage van € 2.217,88 dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning betaald te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.
- Vervreemding van de kavels is slechts toegelaten nadat men voldaan heeft aan de boscompensatieplicht. Een attest ter bewijs hiervan dient aan de verkoopakte van elk lot toegevoegd te worden.
6. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
8. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel, op voorwaarde dat alle constructies in hun geheel afgebroken worden.
12. De terreinprofielwijziging die ontstaat door de ontbossing dient hersteld te worden tot het bestaande niveau, tenzij er hiervoor een stedenbouwkundige vergunning ter vergunning / regularisatie bekomen wordt.
13. Na herstel van het terreinprofiel n.a.v. de ontbossing dient een bewijs aan de gemeente voorgelegd te worden van dit herstel door de opmeting van een erkende landmeter-expert waarin de hoogtematen worden weergegeven.
17. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst worden.
20. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de verkaveling werd voldaan.
21. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de verkaveling werd voldaan.
Er werd gedeeltelijk voldaan aan de volgende voorwaarden, andere onderdelen zijn pas uit te voeren bij ontwikkeling waardoor de voorwaarde geldig blijft:
2. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door Infrax, Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt, van 15-06-2018.
4. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep op 11 juni 2018
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
5. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
- Het ontwerp van de toekomstige stedenbouwkundige aanvraag dient te voldoen aan de gewestelijk stedenbouwkundige hemelwaterverordening.
- De bemaling die noodzakelijk zal zijn voor de realisatie van de ondergrondse constructie rekening houdt met de volgende voorwaarden:
* Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot lozing van het bemalingwater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2§5;
* De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2.§5 van Vlarem II;
* De ondergrondse constructie dient te worden uitgevoerd als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
9. De aanwezige houtwal maakt geen deel uit van het bos en is uitdrukkelijk te bewaren. Enkel in functie tot het nemen van een toegang tot het perceel kan de houtwal doorbroken worden.
10. De houtwal dient uitdrukkelijk gesitueerd worden op het inplantingsplan van alle toekomstige omgevingsaanvragen voor stedenbouwkundige handelingen. Bij aanvraag tot kapping dient dit uitdrukkelijk gemotiveerd te worden in het dossier. Enkel op basis van een door een boomdeskundige opgemaakt verslag waaruit een slechte gezondheidstoestand van de boom blijkt kan aanvaard worden als bijkomende reden tot kapping.
11. Het bestaande reliëf maximaal gerespecteerd wordt.
- Reliëfwijzigingen worden toegestaan onder volgende voorwaarden:
* Tot maximum 30cm boven het niveau van de voorliggende weg.
* Mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein worden opgevangen.
- Reliëfwijzigingen kunnen niet toegestaan worden:
* In de zone dichter dan 1m van de zijdelingse perceelsgrenzen.
* Op de gelijkgrondse berm.
In deze zone dient het niveau van de aangrenzende gerespecteerd te worden.
14. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
15. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
16. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de verkavelingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
18. De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de omgevingsaanvraag tot het verkavelen van gronden, zijn niet van toepassing.
19. Te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door de gemeente.
22. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.
Het college beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
- Departement Omgeving
- Fluvius System Operator cvba
- De Watergroep
- Agentschap Onroerend Erfgoed Limburg
- Provincie Limburg, Dienst Water en domeinen
- Hulpverleningszone Zuid-West-Limburg
- Agentschap Natuur en Bos