STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van een garage/bergruimte, een serre, de terreinverharding en de afsluitingen, het slopen van een niet-vergunde stal en het bouwen van een carport.
De aanvraag werd op 8 april 2020 ontvangen en op 7 mei 2020 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 9 juni 1972 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1972/00175)
De aanvrager stelde beroep in bij de bestendige deputatie tegen de weigering. Zij beslisten op 17 augustus 1972 dat het beroep niet werd ingewilligd. Bijgevolg blijft de aanvraag geweigerd.
Op 6 oktober 1972 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1972/00175)
De aanvrager stelde beroep in bij de bestendige deputatie tegen de weigering. Zij beslisten op 23 november 1972 dat het beroep niet werd ingewilligd. Bijgevolg blijft de aanvraag geweigerd.
Op 16 juni 1986 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1986/00064)
De aanvraag werd in oktober 2019 en december 2019 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. (VB_2019_198)
Volgende opmerkingen werden meegedeeld aan de architect o.b.v. de ingediende ontwerpen:
De regengoot van de garage zou wel overhangen. Er is meegedeeld dat de rechter buur voor akkoord dient te tekenen voor de inplanting en het overhangen van de regengoot.
We kunnen wel meegeven dat voor ons de verharding nog steeds overdreven is. Deze dient verminderd te worden.
De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg. De verharding is nog steeds overdreven en diende volgens het advies verminderd te worden.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een serre, een stal voor pluimvee, een garage en terreinverhardingen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (serre, garage, verhardingen en afsluitingen) en deels als te verwijderen (stal voor pluimvee).
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De stal en de verhardingen in het woonuitbreidingsgebied worden verwijderd waardoor de aanvraag principieel voldoet aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de te regulariseren garage met een horizontale dakoppervlakte van 62,87m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 6 000 liter. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,28m²) en het volume (3 140 liter) voldoen aan de verordening.
Uit de plannen is niet af te leiden of het hemelwater van de hemelwaterput gerecupereerd wordt. Indien een vergunning wordt afgeleverd zal dan ook als voorwaarde dienen te worden opgenomen dat het hemelwater uit de hemelwaterput gerecupereerd dient te worden alvorens het overloopt naar de infiltratievoorziening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:
Riolering
Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be).
De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen.
De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening (mits voorwaarden). Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Bij het afleveren van een vergunning zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van een garage/bergruimte, een serre, de terreinverharding en de afsluitingen, het slopen van een niet-vergunde stal en het bouwen van een carport.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Lazarijstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in hoofdzakelijk open verband. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit één of twee bouwlagen onder een hellend dak, grotendeels afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning met één bouwlaag onder een hellend dak, opgetrokken in een roodbruine baksteen.
In de voortuinstrook werd een looppad aangelegd naar de voordeur in de rechter zijgevel. Aan de linkerzijde van het perceel werd een inrit in kiezelverharding voorzien tot in de linker zijtuinstrook, waar deze verharding overgaat in een betonverharding. Uit de foto’s blijkt dat de overige voortuinstrook deels verhard werd met een kiezelverharding, net zoals het openbaar domein voor het perceel.
De betonverharding loopt door in de achtertuin, tot aan een dubbele garage en, via een looppad in hetzelfde materiaal, tot aan een serre.
De garage, die niet werd uitgevoerd zoals vergund, staat ingeplant tegen de rechter perceelsgrens, op 6,75m achter de achtergevel van de woning. De garage, afgewerkt in een oranjerode gevelsteen, heeft een bouwdiepte van 10,05m en een breedte van 6,20m. Ze telt 1 bouwlaag onder een hellend dak, met een kroonlijsthoogte van 2,84m boven het aanliggend maaiveld. De nokhoogte bedraagt 5,49m. De garage beschikt in de linker gevel over 3 grote gevelopeningen, waarvan er 2 van een poort werden voorzien. Het bijgebouw is ingericht met 2 autostaanplaatsen, een fietsenberging en een bergruimte. De dakgoot van het bijgebouw bevindt zich aan de rechterzijde rechts van de perceelsgrens, boven het rechts aanpalend perceel.
De serre waarnaar het looppad leidt, met een bouwdiepte van ongeveer 6m en een breedte van 6m, staat ingeplant op min. 4,55m van de linker perceelsgrens. Het gaat om een glazen constructie met hellende daken, met een totale hoogte van 2,55m boven het maaiveld.
Rechts van de serre werd een looppad in kiezel aangelegd naar een onvergunde stal voor pluimvee, van 3,01m op 3,93m.
Op de foto’s lijken er zich achter de serre nog constructies/afsluitingen te bevinden, net zoals verhardingen in andere materialen. Dit blijkt niet duidelijk uit de aanvraag.
De afsluitingen ter hoogte van de linker perceelsgrens bestaan uit houten schuttingen en schanskorven.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag omvat het regulariseren van de bestaande garage/tuinberging, van de serre, van de verhardingen en van de afsluitingen. Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
De pluimveestal wenst men af te breken, net zoals het looppad ernaar toe.
Tenslotte wordt er links van de woning een carport ingeplant.
De nieuwe carport wordt ingeplant tegen de linker zijgevel van de woning, boven de bestaande inrit, op min. 1m van de linker perceelsgrens. Het betreft een open constructie in hout, met een bouwdiepte van 6m en een breedte van 4m, gemeten vanaf de linker zijgevel van de woning. De carport wordt voorzien van een plat dak met een totale hoogte van 2,55m boven het maaiveld.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Overdekte autostaanplaatsen, in de vorm van een garage of carport, zijn functioneel inpasbaar binnen de woonomgeving. Een serre is functioneel inpasbaar in de tuinzone van een woning.
De wijze waarop deze functies uitgevoerd worden (volume, architectuur,…) dient verder getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening.
De pluimveestal is, gezien de ligging binnen woonuitbreidingsgebied, niet vergunbaar. De afbraak van een onvergunde constructie is niet vergunningsplichtig waardoor deze afbraak, en de verwijdering van de verharding ernaar toe, zonder voorwerp is binnen deze aanvraag.
Omtrent de te regulariseren afsluitingen bevat de aanvraag te weinig informatie, zodat, hoewel perceelsafsluitingen functioneel inpasbaar zijn in een woonomgeving, hierover verder geen uitspraken kunnen worden gedaan. Er kan ook niet beoordeeld worden of deze afsluitingen vallen onder het vrijstellingsbesluit en bijgevolg vrijgesteld zijn van een vergunningsplicht.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 overdekte autostaanplaatsen/ garages voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De te regulariseren garage heeft een oppervlakte van meer dan 62m². De te regulariseren serre heeft een oppervlakte van 36m². De totale oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen bedraagt bijgevolg 98m².
De totale oppervlakte aan verhardingen bedraagt volgens de aanvraag ongeveer 322m², hiervan zal ongeveer 12m² worden verwijderd. Slechts 75m² van de verharding werd uitgevoerd in een waterdoorlatende verharding. Een gedeelte kiezelverharding in de voortuin werd niet aangegeven binnen de aanvraag. Ook het openbaar domein vooraan het perceel werd uitgevoerd in een (kiezel-)verharding.
Het perceel kent een ruime oppervlakte, evenwel kan enkel de perceelsoppervlakte tot op een diepte van 50m binnen beschouwing worden genomen, gezien de rest van het perceel gelegen is binnen woonuitbreidingsgebied.
In dat licht kan gesteld worden dat zowel de totale bebouwde(283m²) als de totale verharde (min. 310m²) oppervlakte zwaar overdreven is en de draagkracht van het perceel binnen woongebied overschrijdt.
De nieuwe carport wordt ingeplant boven de bestaande inrit links van de woning. De onvergunde garage beschikt reeds over 2 overdekte autostaanplaatsen. In de bijgevoegde verantwoordingsnota wordt als motivatie voor de inplanting van een bijkomende carport beschreven dat er in de garage/berging slechts ruimte is voor het stallen van 1 wagen, gezien het overige deel van de berging in gebruik is als opbergruimte voor fietsen en tuinmateriaal. Het totale bijgebouw heeft nochtans een oppervlakte van 62m², waarvan bij benadering 18m² voorzien werd als fietsen-/tuinberging, wat voldoende lijkt voor de beoogde functie.
Na omvorming van de tweede garage naar tuinberging wordt binnen de aanvraag geen aanpassing voorzien van de verhardingen die functioneren als inrit tot de tuinberging/garage.
De functionaliteit van de bijkomende carport kan tenslotte in vraag worden gesteld gezien deze boven de bestaande inrit naar de achterliggende garage wordt geplaatst, zodat de garage niet bereikbaar is wanneer er een wagen geparkeerd staat onder de carport.
Visueel-vormelijke elementen
De garage werd voorzien van een hellend dak, met een nokhoogte (evenwijdig met de rechter perceelsgrens) van 5,49m. Deze hoogte is niet noodzakelijk voor de functie. Door de grote oppervlakte en hoogte van het bijgebouw kan het bijgebouw bezwaarlijk ondergeschikt worden genoemd.
Door de inplanting van dit bijgebouw tegen de rechter perceelsgrens, terwijl de inrit voorzien werd aan de linker zijde van het perceel, ontstaat een zeer grote verhardingsgraad die, zoals hierboven omschreven, niet wenselijk is.
Bodemreliëf
De aanvraag omvat geen reliëfwijzigingen.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De garage staat ingeplant tegen de rechter perceelsgrens, zuidelijk van het rechts aanpalend perceel. De garage werd voorzien van een hellend dak, met een nokhoogte (evenwijdig met de perceelsgrens) van 5,49m. Het hellend dak, noch de hoogte ervan, zijn noodzakelijk voor de functie van het bijgebouw (gezien dit slechts 1 bouwlaag telt), beide veroorzaken evenwel hinder t.o.v. het rechts aanpalend perceel. De eigenaar van het rechts aanpalend perceel heeft de aanvraag ondertekend. Er kan echter gesteld worden dat het bijgebouw geen toonbeeld is van een goede ruimtelijke ordening gezien de hinder die dit mogelijk veroorzaakt.
Daarnaast werd de dakgoot aan de rechterzijde niet boven het eigen perceel voorzien, maar boven het rechts aanpalend perceel.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van de bestaande garage/tuinberging, de bestaande serre en verhardingen, en het bouwen van een nieuwe carport.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het regulariseren van de bestaande garage/tuinberging, de bestaande serre en verhardingen, en het bouwen van een nieuwe carport zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de afsluitingen omdat de aanvraag niet voldoende informatie bevat over deze afsluitingen en er ook niet beoordeeld kan worden of deze werken vallen onder de toepassing van het vrijstellingsbesluit.
De aanvraag is zonder voorwerp voor de afbraak van de pluimveestal en de verharding ernaar toe.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor de regularisatie van de bestaande garage/tuinberging, van de bestaande serre en van de verhardingen, en voor de bouw van een carport zoals weergegeven op de ingediende plannen.
De afbraak van de pluimveestal en de verwijdering van de verharding ernaar toe is zonder voorwerp.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de afsluitingen.