Door de vergrijzende maatschappij en de tendens om het zorgen meer te integreren in de samenleving wordt steeds vaker de vraag gesteld aan de afdeling ruimte of een 'mobiele zorgwoning' in de tuin toegelaten is.
Gezien de wetgeving aangaande dit type van woningen onduidelijk is en daardoor ook het vergunnen ervan geen evidentie, werd onderzocht op welke manier en onder welke voorwaarden dit mogelijk en toelaatbaar zou kunnen zijn binnen onze gemeente. Hoewel minister Demir recentelijk liet weten op Vlaams niveau een beleid te willen uitwerken, wordt er gevreesd dat dergelijk beslist beleid nog enige tijd op zich zal laten wachten. Gezien de huidige tijden, waarin diverse vormen van zorgverlening noodzakelijk worden, werden de resultaten van het intern onderzoek in gemeentelijke richtlijnen gegoten, waardoor aanvragen voor 'mobiele zorgwoningen', onder voorwaarden, vergunbaar worden. De resultaten werden voorgelegd aan de GECORO d.d. 07/12/2020. Bijkomende bemerkingen vanuit dit adviesorgaan werden mee in overweging genomen.
In deze richtlijnen worden de mobiele zorgwoningen benoemd als 'tijdelijke zorgunits'. Het woord 'mobiel' leidt nl. tot verwarring, het gaat immers niet om constructies zoals caravans, woonwagens, enz. Daarnaast wordt het woord 'zorgwoning' vermeden gezien dit tot verwarring leidt door het bestaan van officieel erkende zorgwoningen zoals beschreven in artikel 4.1.1. 18° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), die, mits voldaan wordt aan de geldende voorwaarden, slechts meldingsplichtig zijn. Het woord 'tijdelijk' geeft duidelijk aan dat het om een tijdelijke woning gaat en dus ook om een tijdelijke vergunning. Het woord 'unit' tenslotte geeft weer om welk type van bebouwing gaat. Het is immers niet de bedoeling een dergelijke woning te voorzien in een bestaande garage of dergelijke, of een gemetste (en dus definitieve) constructie op te trekken.
Gezien wonen in de tuin (‘bouwen in 2e orde’) in principe niet toelaatbaar is worden deze gemeentelijke richtlijnen gegoten in de vorm van een beleidsmatig gewenste ontwikkeling (BGO). Op grond van art. 4.3.1 §2, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan de vergunningverlenende overheid bij de beoordeling van aanvragen rekening houden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen spelen enkel een rol wat de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening betreft. De toetsing aan de stedenbouwkundige voorschriften primeert. De verhouding tussen de zogenaamde legaliteitstoets (voorschriften) en de opportuniteitstoets (goede ruimtelijke ordening) moet dus worden gerespecteerd.
Verder dient er bij de opmaak van een BGO rekening te worden gehouden met enkele randvoorwaarden:
Omwille van de laatste bemerking wordt ervoor gekozen deze BGO te laten goedkeuren door de gemeenteraad. Er wordt voorafgaandelijk advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen.
Het BGO wordt toegevoegd aan dit besluit als bijlage (BGO_tijdelijke zorgunits_versie 1).
Bij dit BGO kan nog de kanttekening worden gemaakt dat er op Vlaams niveau mogelijk op relatief korte termijn zaken zullen worden gewijzigd om zorgwoningen in de tuin mogelijk te maken via een melding. Het is echter nog niet geweten wanneer deze nieuwe regelgeving van kracht zal zijn en wat de exacte inhoud hiervan zal zijn. Mogelijk zal dit BGO ook naast het Vlaams kader kunnen worden aangehouden/gehanteerd, gezien mogelijk de inhoud, de maximale termijn, enz. van beide niet volledig overeenkomen. Op die manier wordt het aantal mogelijkheden in alle waarschijnlijkheid vergroot, wat de zorgsituatie in Zonhoven enkel ten goede zal komen.
Het college van burgemeester en schepenen geeft een positief advies over de voorgestelde beleidsmatig gewenste ontwikkeling aangaande tijdelijke zorgunits in de tuin, in bijlage aan dit besluit gevoegd (BGO_tijdelijke zorgunits_versie 1).
De beleidsmatig gewenste ontwikkeling aangaande tijdelijke zorgunits in de tuin zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.