Terug
Gepubliceerd op 02/12/2020

2020_CBS_01272 - OMV - Vergunning - Zwanenstraat 10, 10A, 12, 14, 16 en 18 - 2020/00111 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 24/11/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2020_CBS_01272 - OMV - Vergunning - Zwanenstraat 10, 10A, 12, 14, 16 en 18 - 2020/00111 - Gedeeltelijke goedkeuring 2020_CBS_01272 - OMV - Vergunning - Zwanenstraat 10, 10A, 12, 14, 16 en 18 - 2020/00111 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 6 eengezinswoningen met carport en losstaande tuinberging.

De aanvraag werd op 25/05/2020 ontvangen.

Op 26/06/2020 werd er bijkomende informatie opgevraagd. 

Op 05/08/2020 werd de bijkomende informatie ontvangen.

Op 11/08/2020 werd de aanvraag volledig verklaard. 

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 21/08/2020 tot en met 19/09/2020, gesloten met 1 bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 11/12/2018 werd een omgevingsvergunning verleend, voor het verkavelen van gronden in 6 loten voor halfopen bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (1269.C.874.2)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 21/08/2020 tot en met 19/09/2020.

Er werd 1 bezwaarschrift ingediend.

Het bezwaar omvat het volgende:

l) Alqemene opmerkinqen

Zowel coronamaatregelen als de beperkte openingsuren en beperkte openingen voor afspraken van de dienst ruimtelijke ordening noodzaken mij me te beperken tot de gegevens die op het omgevingsloket beschikbaar zijn.

Dit beperkt zich tot de 'aanstip/ijst Hemelwater', 'verordening Hemelwater', 'verantwoordingsnota 'dossierafdrukken' (oa STEDENBOUW 25 mei 2020 161228.pdf, PROJECT OVERZICHT 25 mei 2020 161228.pdf, PROJECT INFORMATIE 25 mei 2020 161228.pdf, PROJECTFASE VERLOOP 25 mei 2020 161228.pdf, PLAN-FOTO 25 mei 2020 161228.pdf, MER_GOED 25 mei 2020 161228.pdf, EFFECT_OMGEVING_SV 25 mei 2020 161228.pdf, DOSSIER_VERLOOP 25 mei 2020 161228.pdf, DOSSIERSTUK 25 mei 2020 161228.pdf), '6 foto's', 'inplantingsplan' en 'terreinsnede

In geen van bovenstaande documenten wordt een duidelijke weergave met afmetingen gegeven van de bestaande plannen. De ambtenaar maakt deze opmerking ook in document

'PROJECTFASE_VERLOOP 25 mei 2020 161228.pdf'. Echter heb ik geen toegang tot de documenten die later zouden zijn toegevoegd.

De enige documenten die een weergave geven van de geplande bebouwing

De enige schematische weergaven van de geplande werken worden weergegeven in de documenten 'inplantingsplan' en 'terreinsnede'. Echter zijn deze zeer gebrekkig aangaande de afmetingen die van toepassing op de bouwwerken, eveneens zijn er hier op geen aanduidingen van bepaalde elementen, zoals de inplanting van de waterput en waterbuffer.

Bovendien schendt dit gebrek artikel 37 van het document 'controle van de voorwaarden uit de verordening hemelwater […]’

"Als de plaatsing van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervolume vereist is volgens de verordening moet u volgende zaken […] vermelden in het vergunningsdossier en op de plannen”

1[…]

2  De exacte plaatsing van de hemelwaterput […]

3 De exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorziening [...]

4 De exacte plaatsing, omvang en diepte van de buffervoorziening […]

Bijgevolg wordt het bijzonder moeilijk gemaakt om een gedetailleerd bezwaar in te dienen.

Graag werd ik uitgenodigd om, in bijzijn van de aanvrager/projectontwikkelaar en de schepen ruimtelijke ordening, mijn bezwaren mondeling enige duiding te geven en om tot een vergelijk te komen al dan niet na het krijgen van enige duiding en garanties.

II) BEZWAREN

Inplanting van vrijstaande bijgebouwen.

De vrijstaande bijgebouwen respecteren niet de vereiste 3,00 meter afstand tot de perceelgrens. 

“De inplanting van de woningen wordt voorzien op minimaal 12 meter uit de as van de weg en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. “ (p. 5 Omgevingsvergunning).

In de verkavelingsvoorschriften staat dat deze minimaal op 1 meter van de perceelgrens moet geconstrueerd worden en slechts mits schriftelijk akkoord dichter bij de perceelgrens mogen staan (punt 2.2.A op p.3 verkavelingsvoorschriften.). Dit akkoord werd niet bereikt noch werd er enige toenadering tot mij, de eigenaar van het (x) perceel, gezocht om dit akkoord te bereiken. 

Zonder enige toenadering verzet ik mij tot het bouwen van deze gebouwen op de ingeplande plaats, die op de perceelgrens is.

De natuurlijke wijze waarop zuiver hemelwater wordt afgevoerd wordt hierdoor gehinderd. Historisch legden de eigenaars van de percelen op de grens een gracht aan waardoor het water afgevoerd wordt. Deze gracht is zichtbaar en werd ruim 80 jaar geleden aangelegd. Bijgevolg is de erfdienstbaarheid voor het afvoeren van hemelwater verkregen door het 30 jarige bestaan. Deze erfdienstbaarheid vereist voortdurendheid en zichtbaarheid.

Het bestaan van deze erfdienstbaarheid en de positionering van deze gracht maakt het onmogelijk om een bijgebouw op de geplande plaats, 'op/tegen' de perceelgrens, te construeren.

Bovendien vrees ik een daling van de verkoopbaarheid en daling van de waarde van mijn aanpalend onroerend goed

Inplanting en dimensies van de carport

inplantinq

De carport wordt geconstrueerd met houten palen op de perceelsgrens. De afstand van 3,00 meter wordt hier niet gerespecteerd. Tevens werd mijn akkoord hiervoor niet bekomen, noch gezocht.

dimensies

De carport schendt de omgevingsvergunning op verschillende vlakken

  1. De inplanting vanaf de voorgevel: De carport begint op 2.5 meter van de voorgevel in plaats van op de voorgeschreven 3 tot 4 meter. Praktisch heeft dit tot gevolg dat een gebouw dat, met naleving van de 3 meter afstand, op mijn onroerend goed gezet wordt het gevoel krijgt ingesloten te zijn.

Des te meer daar de carport maar liefst een hoogte heeft van 5.30m heeft, 'met zadeldak en roodgenuanceerde baksteen'.

Deze geeft meer het gevoel van een woning dan een carport. Bijgevolg zal een gebouw op het aanpalend perceel zich enorm ingesloten voelen.

Eveneens wordt hierdoor een gevoel van lintbebouwing gecreëerd, hetgeen in strijd is met de voorschriften van 'landelijk karakter' dat in deze omgeving vereist is.

  1. Breedte van de inrit is groter dan de maximaal toegestane 3 meter. Bijgevolg is de carport ook breder dan noodzakelijk en "zo veel mogelijk beperkt in functie van het voorkomen van overdreven terreinverharding" (verkavelingsvoorschriften)

 Lengte: De carport heeft een lengte van 8 meter in plaats van de toegelaten 7 meter.

In de stedenbouwkundige voorschriften (punt 1.2) wordt vermeld dat "parkeergelegenheid uitgesloten is in de vrijstaande bijgebouwen en dat deze zoveel mogelijk naar oppervlakte en hoeveelheid worden beperkt"

In de beschrijvende nota wordt vermeld dat "een carport voorzien wordt met ruimte om 1 wagen te parkeren. In de voottuinzone zal er ruimte voorzien zijn om 1 voertuig te parkeren op de oprit naast de woning.”

De lengte en hoogte van de carport lijkt mij dus niet overeen te stemmen met de vereiste dat bijgebouwen "zo veel mogelijk beperkt te worden in functie van het voorkomen van overdreven terreinverharding"

Des te meer daar de carport bedoeld is om één wagen onder te zetten, maar in werkelijk ruim plaats geeft voor twee wagens.

Door het construeren van een carport met dergelijke afmetingen en op de plaats waar hij ingeplant wordt creëert men niet enkel het insluitingseffect op de aanpalende percelen. Hierdoor wordt het gevoel van gesloten lintbebouwing gecreëerd. Dit is niet in overeenstemming met de vereisten van landelijke bouwstijl en de verkavelingsvoorschriften.

Tevens werd de verkaveling gegund nadat de aanvrager aangaf dat er 3 meter van de perceelgrenzen gebleven ging worden. Door het construeren van de carport worden functies die voor velen binnen in huis plaats vinden (parkeren van de wagen) verplaatst naar de plaats die wettelijk vrij moet blijven naast het hoofdgebouw. Het bestaan van parkeerplaats of zelfs een carport op de zijstrook is in principe geen probleem. Echter de hoogte, lengte, plaatsing tot op de perceelgrens en de gebruikte materialen zorgen voor een onacceptabel bouwwerk.
 De Facto wordt door de inplanting en de dimensies van de carport een gevoel van insluiting gecreëerd die quasi vergelijkbaar is met gesloten lintbebouwing.

Bovendien loop ik of enige andere (toekomstige) eigenaar van het aanpalend goed het risico dat ik door kleine onderhoudswerken aan mijn perceel de funderingen van deze carport doe verschuiven of ondergraaf, al is het maar door het freezen voor nieuw gras te zaaien of het graven van een gleuf om beplanting in te zetten (op reglementaire afstand). Het kan niet dat ik aan aansprakelijkheid bloot gesteld wordt voor werken uit te voeren die ik gerechtigd ben te doen op mijn eigen eigendom of dat ik beperkt wordt in de mogelijkheid tot deze uit te voeren.

Bovendien is het opmerkelijk dat een carport met een gevelhoogte van +2.00m en een nokhoogte van 5.30m op de perceelgrens gezet zou mogen worden. Terwijl bomen met hoogte +2.00 meter op 2.00 meter van de perceelgrens geplant moeten worden. Laagstammige bomen en struiken om 0.5 meter.

Dit alles zorgt voor een waardedaling en daling van de voorkoopbaarheid van mijn aanpalend perceel.

Afwaterinq van hemelwater

Volgens de Vlaamse wetgeving is de plaatsing van een regenwaterput infiltratievoorziening en buffer verplicht. Tevens is het verplicht om deze op de plannen weer te geven. Hier is nergens een spoor van. Dit schendt artikel 37 van het document 'controle van de voorwaarden uit de verordening hemelwater […]

Tevens lijkt het mij onmogelijk dat regenwater op de nog zeer beperkte, onverharde oppervlakte kan infiltreren.

carport:           27.36m2 

tuinberging:    21 m2

woning:           68.25m2 

terras:              25.20 rn2

 

141,81m2

Het lijkt mij zeer twijfelachtig dat het betrokken perceel er in zal slagen de infiltratie in eigen bodem te doen slagen met een bebouwing van 29%.

lk vrees dat ik deze wateroverlast zal dragen in de achterliggende percelen die ook mijn eigendom zijn, zonder dat dit reeds geïnfiltreerd is.

OM DEZE REDENEN kunnen wij niet akkoord zijn met de huidige bouwontwerpen.

  • Aftand tot de perceelgrens van carport. 
  • Afstand tot perceelgrens van het bijgebouw
  • Dimensies van carport
    1. hoogte en breedte creëert insluitingseffect voor mijn perceel
    2. dimensies zijn niet beperkt tot wat noodzakelijk is om één wagen te parkeren zoals de verkavelingsvoorschriften bepalen. Bijgevolg is de waterinfiltratie onnodig belemmerd.
  • carport + vrijstaand gebouw heeft een oppervlakte van meer dan 40m2
  • het niet weergegeven zijn van een waterput, - infiltratie en -buffer op de plannen

Daar wij vrezen voor

Daling van de waarde van mijn eigen goed.

Het creëren van een ingesloten gevoel door de afstand tot de perceelgrens en hoogte van de carport.

Het ontvangen van wateroverlast.

Een drastische inperking van de mogelijkheid zelf, niet vergunningplichtige, werken te kunnen uitvoeren op mijn perceel aangezien deze bebouwing hierdoor schade kan oplopen.

Graag werd ik uitgenodigd om, in bijzijn van de aanvrager/projectontwikkelaar en de schepen ruimtelijke ordening, mijn bezwaren mondeling enige duiding te geven en om tot een vergelijk te komen al dan niet na het krijgen van enige duiding en garanties.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

De bezwaarindiener kon enkel de plannen inkijken, op het omgevingsloket, die werden ingediend op basis van de verkeerde verkavelingsvoorschriften. Tijdens de procedure werden de correcte verkavelingsvoorschriften aangeleverd aan de aanvrager. Zij hebben dan de plannen aangepast. Deze waren niet zichtbaar op het omgevingsloket voor de bezwaarindiener. De algemene opmerkingen omtrent het niet inzien van alle later aangeleverde plannen omwille van Corona zijn na het indienen van het bezwaarschrift opgelost. De bezwaarindiener is in contact gebracht met de architect van het project om de nieuwe plannen te bespreken.

Omtrent de inplanting van de vrijstaande bijgebouwen. Dit bezwaar is gegrond en is enkel mogelijk mits schriftelijk akkoord van de naastliggende buur. De tuinberging van lot 6 dient dus minstens te voldoen aan de voorwaarden van het vrijstellingsbesluit. Er dient dus rekening gehouden te worden met zowel de regels van het vrijstellingsbesluit als de verkavelingsvoorschriften voor het lot 6. 

Omtrent het bezwaar van de carport. Dit bezwaar is deels gegrond aangezien er geen schriftelijk akkoord werd toegevoegd van de naastliggende buur. Op de nieuwe plannen wordt er aan de andere verkavelingsvoorschriftenvoorschriften omtrent de carport de inplanting ten opzichte van de voorgevel en de hoogte wel voldaan. Voor dit deel is het bezwaar dus ongegrond. De carport op lot 6 zal dus geweigerd worden doordat er geen akkoord werd bekomen van de aanpalende eigenaar.

Omtrent het niet weergeven van de waterput en de infiltratieput op de plannen. Dit bezwaar is ongegrond aangezien er op de nieuwe plannen wel degelijk wordt aangegeven waar deze zullen plaatsvinden en welke omvang deze zullen hebben.

Het ingediende bezwaar is deels gegrond en wordt deels weerhouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Fluvius

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

De goederen zijn gekend als loten 1 t.e.m. 6 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 11/12/2020 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1269.C.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoningen

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

§ 2. De volgende handelingen worden niet beschouwd als afwijkend van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften, tenzij die voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk verbieden:

1° de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak;

2° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°;

3° het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 centimeter.

§ 3. De volgende zaken worden niet beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan, algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en meer dan vijftien jaar oude verkavelingen:

1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;

2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht voor stedenbouwkundige handelingen, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn.

De gemeenteraad kan in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de lijst vaststellen van de bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en minder dan vijftien jaar oude verkavelingen, of delen ervan, waarbinnen de volgende zaken niet worden beschouwd als strijdig met de voorschriften:

1° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;

2° handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht voor stedenbouwkundige handelingen, op voorwaarde dat de op het perceel aanwezige gebouwen of constructies hoofdzakelijk vergund zijn.

Behoudens de onderhoudswerken vermeld in het eerste en tweede lid, worden niet-vergunningsplichtige handelingen niet beschouwd als strijdig met de voorschriften van het gewestplan, de algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen, noch met de voorschriften van bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen, tenzij deze voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk en specifiek beperken of verbieden.

De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid en tweede lid, wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg. Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

Er wordt afgeweken van artikel 2.2.A voor wat betreft de afstand tot de perceelgrenzen voor bijgebouwen.

In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de bijgebouwen op minstens 1m van de perceelgrenzen dienen voorzien te worden of op de perceelgrens mits toestemming van de betreffende buur.

In het ontwerp worden de bijgebouwen opgericht op de perceelgrenzen. In de aanvraag is er niet voor al de percelen een akkoord toegevoegd om dit op de perceelgrens op te richten. 

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor elke nieuw op te richten woning met een horizontale dakoppervlakte van 113,19m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Op 25/08/2020 werd er een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd:

Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-08-2020 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 4, sectie C, nummer(s) 6S3/deel, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: 

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke

Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Voor 2 nieuwbouw woningen geldt:

Voor deze woningen zijn de aansluitingsputjes voor de afvoer van afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op het openbaar rioleringsstelsel reeds geplaatst. Hierop dient de aanvrager de privéwaterafvoer aan te koppelen. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Alvorens de riolering in gebruik te nemen (te mogen lozen) dient een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius te gebeuren. Het aanvraagformulier is terug te vinden op www.fluvius.be.

Voor de andere 4 woningen geldt: 

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.

Voor de 6 woningen geldt: 

Volgens de GSV Hemelwater dient voor de niet waterdoorlatende verhardingen en dakoppervlakten een infiltratievoorziening geplaatst te worden. De inhoud van de infiltratievoorziening is minimum 25 liter per vierkante meter referentieoppervlakte. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 4 m² per begonnen 100 m² referentieoppervlakte te bedragen. Op het rioleringsplan is enkel een hemelwaterput te zien. De infiltratievoorziening dient zich volledig tussen de gemiddelde grondwaterstand en het peil van de noodoverloop te bevinden. Hiervoor dient eerst de grondwaterstand nagegaan te worden. De noodoverloop dient voldoende hoog voorzien te worden, en niet dieper dan 30 cm onder het laagste deksel of aangesloten kolk, zodat de noodoverlaat zich boven de hoogste grondwaterstand bevindt. Plaats een deksel boven de noodoverloop, zo blijft hij voor inspectie bereikbaar. Voor de overloop wordt een buis van maximum diameter 160 mm toegestaan. De noodoverloop van de infiltratievoorziening mag aangesloten worden op de straatriolering op het aansluitputje RWA ter hoogte van de rooilijn of mag infiltreren op het eigen terrein.

De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op de infiltratievoorziening. We raden aan om op de overloop van de infiltratievoorziening een terugslagklep te plaatsen, zeker als geen terugslagklep voorzien is op de overloop met de hemelwaterput.

Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, dient het opgevangen hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt te worden voor het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. Een stedenbouwkundige vergunning kan enkel worden afgeleverd als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten. De pomp en/of de aftappunten staan niet ingetekend op het rioleringsplan.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie www.vlario.be).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag bevindt zich langs de Zwanenstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de berging, de nachthal en de zolder van iedere woning.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Natuurdecreet

De aanvraag ligt binnen een speciale beschermingszone zijnde vogelrichtlijngebied.

  • Het advies van 28/09/2020 van het agentschap natuur en bos is voorwaardelijk gunstig:

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft uw vraag om advies met referentienummer 2020016146 over de bouw van 3 woningen, op naam van Ludo Op de Beeck , te Zonhoven goed ontvangen. 

De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 20-215845. 

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. 

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving: 

• Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

De aanvraag wordt gunstig geadviseerd, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan: 

• de zorgplicht, zoals opgelegd in art. 14 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997. 

• de bepalingen inzake het tegengaan van vermijdbare schade, zoals opgelegd in art. 16 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997. 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres aves.vbr.anb@lne.vlaanderen.be. 

Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van 6 eengezinswoningen met carport en losstaande tuinberging.

De 6 eengezinswoningen worden in halfopen verband voorzien. De carports zorgen ervoor dat deze woningen een geschakeld volume verkrijgen. De woningen hebben elk dezelfde oppervlakte en hetzelfde volume. Elke woning wordt ingeplant op 6,13m vanaf de rooilijn en heeft een zijtuinstrook van 3,42m aan 1 zijde. De andere zijde betreft dan de gemeenschappelijke muur met de aanpalende woning. 

Iedere woning heeft een bouwdiepte van 10,50m en een bouwbreedte van 6,50m. De woningen zullen worden afgewerkt met 2 bouwlagen en een hellend dak waarvan de kroonlijsthoogte 6,52m ten opzichte van het maaiveld bedraagt en de nokhoogte 9,96m. De hoogte van de woning met de schoorstenen meegerekend bedraagt 10,56m. De woning wordt afgewerkt in een witte gevelsteen.

De carports worden voorzien in de zijtuinstrook op 3,50m vanaf de voorgevel. Ze worden aan elkaar geschakeld bij de woningen die naast elkaar gelegen zijn binnen dit project. Bij de buitenste woningen van dit project worden de carports voorzien tot op de grens van de naastliggende buur. De oppervlakte van de carports bedraagt telkens ±24m² (7m x 3,42m). De carports worden afgewerkt met een hellend dak en zullen uitgevoerd worden in hout. De kroonlijsthoogte van deze constructies bedraagt 2,46m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte bedraagt 5,10m gemeten vanaf het maaiveld.

Achteraan wordt er voor elke woning een tuinberging voorzien. Deze tuinbergingen worden aan elkaar gekoppeld voor wat betreft de binnenste woningen van het project. Bij de 2 buitenste woningen worden deze voorzien op de scheiding van de naastliggende buren van het project. De tuinbergingen hebben een totale oppervlakte van 21m² (7m x 3m) waarvan een gedeelte van 9m² slechts een overdekte tuinberging betreft. De tuinbergingen worden afgewerkt met een plat dak waarvan de kroonlijsthoogte 2,95m ten opzichte van het maaiveld bedraagt. De uitvoering van de tuinbergingen zal in hout zijn.

Per woning wordt er een inrit voorzien in dolomiet met een breedte van 3m aan de rooilijn. Deze inrit wordt aangelegd tot aan de achtergevel van iedere woning en iets verder dan de carport. Verder wordt er ook nog een beperkt pad in dolomiet voorzien tot aan de voordeur. De verharding in dolomiet zal in totaal 75m² bedragen. Achteraan de woningen wordt er steeds een terras aangelegd met een oppervlakte van 25,2m². Deze terrassen bevinden zich nog binnen de bouwzone conform de verkavelingsvoorschriften. Bij het tuinhuis wordt er nog een pad ingeplant dat ook in dolomiet zal worden aangelegd. De overige zones van de percelen worden groen aangeplant.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bijgebouwen op minstens 1m van de perceelgrenzen dienen voorzien te worden of op de perceelgrens mits toestemming van de betreffende buur. De bijgebouwen worden op de perceelgrenzen voorzien. De rechter aanpalende eigenaar naast het project heeft bezwaar ingediend tegen het plaatsen van het bijgebouw en de carport op de perceelgrens. Op de andere grenzen is dit steeds de aanvrager die tevens eigenaar is van het naastliggend stuk grond of werd er geen bezwaar ingediend. Zowel de carport als het bijgebouw op lot 6 worden dus negatief beoordeeld doordat er niet voldaan wordt aan de afstanden tot de perceelgrens of het bekomen van een akkoord van de naastliggende buur waarop de constructie wordt voorzien. Er kan hier eventueel wel een tuinberging voorzien worden dat voldoet aan zowel het vrijstellingsbesluit als de verkavelingsvoorschriften. 

Voor het overige integreert de aanvraag zich volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen.

De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 28/09/2020 van het agentschap natuur en bos is voorwaardelijk gunstig:

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft uw vraag om advies met referentienummer 2020016146 over de bouw van 3 woningen, op naam van Ludo Op de Beeck , te Zonhoven goed ontvangen. 

De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 20-215845. 

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. 

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving: 

• Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

De aanvraag wordt gunstig geadviseerd, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan: 

• de zorgplicht, zoals opgelegd in art. 14 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997. 

• de bepalingen inzake het tegengaan van vermijdbare schade, zoals opgelegd in art. 16 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997. 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres aves.vbr.anb@lne.vlaanderen.be. 

Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 28/09/2020 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

“Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig is.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. 

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep. 

Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking. 

Op de meegestuurde plannen is geen meterruimte voorzien. Wanneer de plaats voorzien voor de drinkwateraftakking na realisatie niet voldoet, behoudt De Watergroep zich het recht voor de drinkwateraftakking niet uit te voeren.

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).“

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 17/08/2020 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 28/09/2020 van Proximus is gunstig:

“Voor het geplande project is voldoende telecominfrastructuur van Proximus aanwezig om de percelen aan te sluiten. Met uitzondering van een punctuele opening, dienen geen bijkomende werken worden uitgevoerd. Voor de effectieve aansluiting en/of slopen van het bestaand gebouw dient de bouwheer of klant contact op te nemen met Proximus op 0800 22 800.“

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het bouwen van 5 halfopen eengezinswoningen met een carport en een losstaande tuinberging en het bouwen van een halfopen eengezinswoning op lot 6 zonder carport en tuinberging. De aanvraag is deels niet verenigbaar voor het bouwen van een tuinberging en een carport op de perceelgrens voor wat betreft het lot 6.

De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het bouwen van een carport en een tuinberging op het lot 6.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier:

  • Ongunstig voor het bouwen van een carport en een tuinberging op het lot 6, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
  • Voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 5 halfopen eengezinswoningen met een carport en een losstaande tuinberging en het bouwen van een halfopen eengezinswoning op lot 6 zonder carport en tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  11. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  12. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn in het advies van de watergroep.
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een carport en een tuinberging op het lot 6, zoals weergegeven op de/het ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bouwen van 5 halfopen eengezinswoningen met een carport en een losstaande tuinberging en het bouwen van een halfopen eengezinswoning op lot 6 zonder carport en tuinberging, zoals weergegeven op de/het ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient elk perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  11. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  12. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn in het advies van de watergroep.
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Artikel 4

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.