In uitvoering van het gemeentelijk belastingreglement op de dienstenbelasting (dienstjaren 2019 tot en met 2024), gestemd in de gemeenteraad van 24 juni 2019, worden elk dienstjaar 2 kohieren opgemaakt.
Het belastingbedrag werd in 2019 bij reglement vastgesteld op € 59,87. Het gemeentelijke belastingreglement voorziet in een jaarlijkse indexering van het tarief, wat neerkomt voor 2020 op € 60,71. Berekening (basistarief 2019 x index jan 2020 / index jan 2019 of € 59,87 x 109,69 / 108,17)
Het eerste kohier betreft alle gezinshoofden en alleenstaanden, die op 1 januari van een dienstjaar ingeschreven zijn in het bevolkingsbestand met uitzondering van de inwoners, die via een OCMW-lijst (collectieve schuldenregeling) of de gemeentelijst (Schuldenregeling via deurwaarder of schuldbemiddelaars) geschrapt zijn. De belastingrol werd al in het college van burgemeester en schepenen op datum van 27/10/2020 uitvoerbaar verklaard ten bedrage van € 519.799,02 (8562 aanslagen aan € 60,71)
Het tweede kohier met name de dienstenbelasting voor bedrijven en vennootschappen staat hier op de agenda voor uitvoerbaarverklaring ten bedrage van € 32.297,72. Het betreft 532 aanslagen aan € 60,71. Ter info : in dienstjaar 2019 waren er 527 aanslagen aan een belastingbedrag van € 59,87 wat neerkwam op € 31.551,49.
Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier van de gemeentelijke dienstenbelasting voor bedrijven en ondernemingen vast ten bedrage van € 32.297,72
Samen met het bedrag voorzien in het kohier voor gezinnen (€ 519.799,02) komt dit neer op een totaalopbrengst van € 552.096,74
In het meerjarenplan is onder MJP000235 een bedrag van € 485.000,00 ingeschreven voor deze dienstenbelasting.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist deze rol uitvoerbaar te verklaren en over te maken aan de financieel directeur.