Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van Departement Omgeving om de gewijzigde minimum breedte van de Kauwbosstraat, i.k.v. het onthardingsproject, via een officieel schrijven over te maken met hierin onze gewenste minimum breedte en de motivering ervan.
Tijdens het laatste overleg met het departement omgeving, dd. 29 oktober, werd door de dienst Milieubeleid de noodzaak aangekaart om de breedte van het wegdek van de Kauwbosstraat niet te herleiden naar de aangevraagde 2 meter, wel naar een comfortabele 3 à 4 meter.
Vanuit het bestuur werd 4 meter voorgesteld, vanuit de administratie zijn we van mening dat 3 meter reeds voor het nodige comfort kan zorgen. Departement Omgeving heeft officieus laten vallen dat ze minder geneigd zijn om mee te gaan in een verbreding naar 4 meter. Een breedte van 3 meter lijkt dus een meer realistisch en haalbaar voorstel gezien langs beide kanten voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. Bepaalde doelgroepen (joggers, mountainbikers, ouders met kleine kinderen) zullen ook eerder geneigd zijn om op het onverhard gedeelte te wandelen om zo geen kruisende beweging te moeten maken met snelle fietsers.
Motivering bestemd voor Departement Omgeving:
Gedurende het afgelopen jaar is gebleken dat een fietspad met een breedte van 2 meter te smal is, om volgende redenen:
We zijn van mening dat een comfortabele fietsverbinding met een breedte van 3 meter geen afbreuk doet aan het onthardingsproject, maar daarentegen op een positieve manier zal bijdragen aan de veiligheid en het gebruiksgemak van de fietsverbinding voor de diverse doelgroepen. Een breedte van 3 meter is absoluut geen overdreven eis!
Het herleiden van 2 meter naar 3 of 4 meter zal waarschijnlijk financiële consequenties hebben. Een herberekening van de toegekende subsidies is meer dan waarschijnlijk. Verder wijzigen de aanleg- en onderhoudskosten. Er moet minder verharding opgebroken worden maar de resterende verharding moet een slemlaag krijgen.
De dienst patrimonium vindt de gestelde 3m oke.
Volgens de ontwerprichtlijnen voor fietsvoorzieningen is de wegbreedte bij een fietsweg met een hogefietsintensiteit 3,5m (minder dan 10% bromfietsen) of 4,0m (meer dan 10% bromfietsen).
Volgens de dienst ruimte zijn bromfietsen verboden, dus zou 3 à 3,5m voldoende zijn.
Het ligt er ook aan hoe we de ontharding gaan voorzien. Blijft bv. een gedeelte van de fundering van de voormalige weg liggen als wandelpad? Of wordt het eerder een volledig groene strook?
We moeten bij deze ontharding ook de nodige aandacht geven aan de wandelaars. Wordt er voor hun ook een pad voorzien?
Om hier een raming op te plakken, hebben we voorlopig te weinig informatie over het project.
Vanuit de dienst mobiliteit adviseren wij gunstig om de breedte van een verhard fietspad te voorzien op 3,00 meter.
Er moet wel een onverhard pad voor wandelaars voorzien worden langs het fietspad om conflicten tussen wandelaars en fietsers tegen te gaan.
Het college van burgemeester en schepenen is, gezien de stijging van het aantal wandelaars en het vele en de diverse vormen van fietsen en andere beleving, voorstander van een breedte van 4 meter voor de fietsverbinding. Vanuit ecologisch en onthardingsperspectief kan het college akkoord gaan met een minimale breedte van drie meter. Het college richt daartoe een gemotiveerd schrijven aan Departement Omgeving.