Terug
Gepubliceerd op 25/11/2020

2020_CBS_01248 - Melding omgevingsproject voor het plaatsen van een propaangastank (2020/00231MM) te Donkeindeweg 138 - Afwijzing

College van burgemeester en schepenen
di 17/11/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2020_CBS_01248 - Melding omgevingsproject voor het plaatsen van een propaangastank (2020/00231MM) te Donkeindeweg 138 - Afwijzing 2020_CBS_01248 - Melding omgevingsproject voor het plaatsen van een propaangastank (2020/00231MM) te Donkeindeweg 138 - Afwijzing

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft de plaatsing van een bovengrondse propaangastank met een inhoud van 1000  liter, behorende bij de woning te Donkeindeweg 138, kadastraal gekend als zijnde sectie F, nr. 757A17.  De aanvraag werd ingediend op 25 oktober 2020 door Munters Rudi.
De tank wordt ingetekend op ruim 30 meter van de achtergevel van de woning wat maakt dat de tank gesitueerd is in agrarisch gebied. Het betreft een nieuwe activiteit. De aanvraag vermeldt dat er rekening gehouden worden met de wettelijke afstanden. De keuring van de tank gebeurt achteraf.
Volgens het inplantingsplan komt de tank op 7 meter van de westelijke perceelsgrens. De reden voor de plaatsing van de propaangastank wordt niet meegedeeld.
Landbouwgebied is bestemd voor professionele landbouw. Het plaatsen van een propaangastank is geen aan landbouw gerelateerde activiteit. Het plaatsen van de bovengrondse propaangastank in agrarisch gebied is niet onderworpen aan het vrijstellingenbesluit.
Gelet op artikel 5.4.3.§3 van het DABM en artikel 111 van het omgevingsdecreet wordt geen akte genomen van deze melding gezien de wettelijke bepalingen niet worden nageleefd.
Ongunstig advies voor het plaatsen van de propaangastank.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om aan de aanvrager een schrijven te richten dat geen akte wordt genomen van de melding.