Terug
Gepubliceerd op 29/07/2020

2020_CBS_00840 - Decreet gemeentewegen - toelichting - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/07/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen

Secretaris

Bart Telen
2020_CBS_00840 - Decreet gemeentewegen - toelichting - Goedkeuring 2020_CBS_00840 - Decreet gemeentewegen - toelichting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 1 september 2019 treedt het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen in werking (de publicatie in het Belgisch Staatsblad is voorzien op 12 augustus 2019).

Dit decreet heft de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen op en voorziet in een harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot alle gemeentewegen.

Zo heeft de gemeenteraad voortaan de exclusieve bevoegdheid voor de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen.

Het decreet bevat in eerste instantie algemene doelstellingen en principes over gemeentewegen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om deze te verfijnen in een gemeentelijk beleidskader en actieplannen op te stellen.

De gemeenteraad kan, los van een andere procedure, beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen. Daarnaast wordt ook voorzien in een integratie van deze beslissing van de gemeenteraad in een ruimtelijke planningsinitiatief of de procedure van de omgevingsvergunning.  Het decreet voorziet dat burgers niet enkel administratief beroep kunnen indienen tegen de vergunningsbeslissing, maar tegelijk (en apart) ook tegen de beslissing van de gemeenteraad.

Verder bevat het decreet regels over de realisatie van gemeentewegen, de afpaling en het beheer ervan, de verjaring en de voorwaarden voor een vergoeding voor waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gesitueerd is.

Het decreet voorziet tot slot in uitgebreide handhavingsmogelijkheden voor de gemeente waaronder de last tot herstel, de bestuursdwang en dwangsommen.

Het nieuw gemeentewegendecreet valt onder de bevoegdheid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW).

Belangrijkste krachtlijnen nieuwe decreet:

1/ Statuut

Het decreet bepaalt één juridisch statuut voor alle wegen in beheer van de gemeente, wat de procedures en handhaving vereenvoudigt. Het onderscheid tussen gewone gemeentewegen en buurtwegen verdwijnt.

De regelgeving voor gemeentewegen in de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen en in het Rooilijnendecreet van 2009 is meegenomen in het nieuwe decreet. Concreet betekent dat dat de wet van 10 april 1841 opgeheven is en dat het Rooilijnendecreet van 2009 niet langer van toepassing is op gemeentewegen.

2/ Bevoegdheid naar de gemeenten

De gemeenteraad beslist nu zelf over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen.

De gemeenten kunnen hun visie op gemeentewegen en zachte mobiliteit vastleggen in een beleidskader en concrete actieplannen opstellen voor de uitvoering ervan.

Het beleidskader kan bijdragen tot een grotere bewustwording rond het belang van trage wegen en helpen in de afweging bij wijzigingen aan het lokale wegennet en de trage wegen.

3/ Geen verjaring

Het decreet bepaalt dat gemeentewegen enkel opgeheven kunnen worden door een beslissing van de gemeenteraad en niet langer door niet-gebruik. De gemeenteraad beslist dus over elke afschaffing van een gemeenteweg.

4/ Handhaving

Gemeenten kunnen een reglement opmaken over de toegang, het gebruik en het beheer van de gemeentewegen.

Gemeenten kunnen overtreders opleggen de vorige situatie te herstellen of de herstelling uit te voeren op kosten van de overtreder.

Het decreet omschrijft daarnaast een aantal duidelijke verbodsbepalingen rond de wijzigingen, het gebruik en de toegang van gemeentewegen, die verder kunnen worden uitgewerkt in een gemeentelijke uitvoeringsreglementering.

De gemeente kan een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) opleggen aan wie die niet respecteert.

Gemeentewegen:

Rooilijnplannen:

De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen vast in gemeentelijke rooilijnplannen. De opheffing van een gemeenteweg gebeurt door een besluit tot opheffing van de rooilijn. De herinrichting van een bestaande gemeenteweg, zonder wijziging van de rooilijn, moet u niet voorleggen aan de gemeenteraad.

De procedure kan ook geïntegreerd worden in:

  • een ruimtelijk planningsinitiatief (het RUP of Complex Project)
  • of in de procedure van de omgevingsvergunning.

De beslissing met betrekking tot gemeentewegen volgt dan de bovenstaande procedures.

Gemeentewegenregister:

De gemeente moet een gemeentewegenregister opmaken en bijhouden. Dat register bevat:

  • alle bestaande en toekomstige administratieve en gerechtelijke beslissingen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen
  • en de administratieve en gerechtelijke beslissingen over de huidige en toekomstige rooilijnen en rooilijnplannen.

De Vlaamse Regering heeft momenteel nog geen nadere regels voor de digitale geografische ontsluiting of vormvereisten voor het gemeentelijk wegenregister bepaald.

Openbaar onderzoek:

Met het decreet moeten de opmaak van gemeentelijke rooilijnplannen en de opheffing van gemeentewegen voortaan onderworpen aan een openbaar onderzoek.

Daarnaast moeten minstens de volgende instanties geïnformeerd worden:

  • eigenaars van onroerende goederen die gevat zijn door het plan of de omwonenden van het betrokken wegdeel
  • aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding
  • beheerders van aansluitende openbare wegen
  • maatschappijen van openbaar vervoer
  • provincie (deputatie)
  • en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Definitieve beslissing:

Onmiddellijk na de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan of het grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg bezorgt u die samen met het besluit van de gemeenteraad met een beveiligde zending aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en aan de provinciale deputatie van uw gemeente.

Advies vragen over een gemeentelijk beleidskader, rooilijnplan of grafisch plan:

De gemeente kan in 3 gevallen advies vragen aan de provincie en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken:

  • voor het ontwerp van een gemeentelijk beleidskader;
  • voor het ontwerp van een gemeentelijk rooilijnplan, met de basisdoelstellingen en -principes uit het gemeentewegendecreet;
  • voor het ontwerp van een grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg.

Bij een adviesvraag moeten steeds de juiste dossierstukken worden toegevoegd.  Als er geen advies wordt verleend binnen een termijn van 30 dagen, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

Advies van de dienst:

  • Een rooilijn is de grens tussen de openbare weg en de aangrenzende (private) eigendom. Het decreet gemeentewegen vervangt alle voorgaande decreten die te maken hebben met rooilijnen. Voortaan spreken we enkel nog over gemeentewegen en de gemeente (gemeenteraad) is bevoegd over de zaak van de wegen. Ter vergelijk is het Vlaamse Gewest bevoegd voor de gewestwegen.
  • Voor de meeste wegen in Zonhoven is er geen bij Ministerieel Besluit goedgekeurd rooilijnplan beschikbaar. In het beste geval is een rooilijnplan voorlopig aanvaard door de gemeenteraad of een opmetingsplan beschikbaar, maar in de meeste gevallen zijn er geen rooilijnplannen beschikbaar.
  • Voor de wegen zonder rooilijnplan, gelden de rooilijnen uit de Atlas. De Atlas blijft dus nog een belangrijke rol spelen. De rooilijnen zoals opgenomen in de historische atlas vormen in dat geval de enige correcte juridische basis. Maar, de rooilijnen uit de Atlas (van de wegen zoals die in 1841 gekend waren als  buurtwegen en voetwegen) komen meestal niet overeen met het tracé van de huidige wegen, waardoor het gebeurt dat bouwpercelen worden 'getroffen' door een rooilijn. Dit wil zeggen dat de rooilijn over het perceel loopt en niet grenst aan de openbare weg. Indien de eigenaar van zo'n perceel een aanvraag indient voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, is dit problematisch.
    Vanuit de administratie wensen we hier op een pragmatische manier mee om te springen, d.w.z.:
    • Bij heraanleg bestaande wegenis: lasten opmaak rooilijnplan meenemen in bestek wegenis
    • Bij aanleg nieuwe wegenis i.k.v. aanvraag tot verkavelen: lasten opmaak rooilijnplan opleggen aan verkavelaar
    • Voor de individuele gevallen is het zo dat artikel 4.3.8 van de VCRO stelt dat geen vergunning kan verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen. Maar er mag wel een vergunning worden verleend indien uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd.
      • Voldoe je aan de vereisten van het GRB (Grootschalig Referentie Bestand): dan geen probleem
      • Voldoe je niet aan de vereisten van het GRB, dan opmaak rooilijnplan meenemen in toekomstig project voor heraanleg wegenis.
  • De gemeenten kunnen hun visie op gemeentewegen en zachte mobiliteit vastleggen in een beleidskader en concrete actieplannen opstellen voor de uitvoering ervan. We stellen voor om vanuit de dienst Mobiliteit een dergelijk kwaliteitskader op te stellen. Momenteel zijn er slechts 3 types van gemeentewegen. Zo zou het een optie kunnen zijn om een vierde type te voorzien, specifiek voor de trage wegen. Aan ieder type weg kunnen er kwaliteitseisen worden gekoppeld i.f.v. aanleg en onderhoud van de weg.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de belangrijkste krachtlijnen van het decreet gemeentewegen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de voorgestelde pragmatische aanpak in geval van aanvragen voor een omgevingsvergunning waarbij het betrokken perceel getroffen is door een rooilijn.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het voorstel van de dienst Mobiliteit om een kwaliteitskader/beleidskader met concrete actieplannen voor de gemeentewegen uit te werken.