Op 1 september 2019 treedt het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen in werking (de publicatie in het Belgisch Staatsblad is voorzien op 12 augustus 2019).
Dit decreet heft de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen op en voorziet in een harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot alle gemeentewegen.
Zo heeft de gemeenteraad voortaan de exclusieve bevoegdheid voor de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen.
Het decreet bevat in eerste instantie algemene doelstellingen en principes over gemeentewegen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om deze te verfijnen in een gemeentelijk beleidskader en actieplannen op te stellen.
De gemeenteraad kan, los van een andere procedure, beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen. Daarnaast wordt ook voorzien in een integratie van deze beslissing van de gemeenteraad in een ruimtelijke planningsinitiatief of de procedure van de omgevingsvergunning. Het decreet voorziet dat burgers niet enkel administratief beroep kunnen indienen tegen de vergunningsbeslissing, maar tegelijk (en apart) ook tegen de beslissing van de gemeenteraad.
Verder bevat het decreet regels over de realisatie van gemeentewegen, de afpaling en het beheer ervan, de verjaring en de voorwaarden voor een vergoeding voor waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gesitueerd is.
Het decreet voorziet tot slot in uitgebreide handhavingsmogelijkheden voor de gemeente waaronder de last tot herstel, de bestuursdwang en dwangsommen.
Het nieuw gemeentewegendecreet valt onder de bevoegdheid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW).
Belangrijkste krachtlijnen nieuwe decreet:
1/ Statuut
Het decreet bepaalt één juridisch statuut voor alle wegen in beheer van de gemeente, wat de procedures en handhaving vereenvoudigt. Het onderscheid tussen gewone gemeentewegen en buurtwegen verdwijnt.
De regelgeving voor gemeentewegen in de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen en in het Rooilijnendecreet van 2009 is meegenomen in het nieuwe decreet. Concreet betekent dat dat de wet van 10 april 1841 opgeheven is en dat het Rooilijnendecreet van 2009 niet langer van toepassing is op gemeentewegen.
2/ Bevoegdheid naar de gemeenten
De gemeenteraad beslist nu zelf over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen.
De gemeenten kunnen hun visie op gemeentewegen en zachte mobiliteit vastleggen in een beleidskader en concrete actieplannen opstellen voor de uitvoering ervan.
Het beleidskader kan bijdragen tot een grotere bewustwording rond het belang van trage wegen en helpen in de afweging bij wijzigingen aan het lokale wegennet en de trage wegen.
3/ Geen verjaring
Het decreet bepaalt dat gemeentewegen enkel opgeheven kunnen worden door een beslissing van de gemeenteraad en niet langer door niet-gebruik. De gemeenteraad beslist dus over elke afschaffing van een gemeenteweg.
4/ Handhaving
Gemeenten kunnen een reglement opmaken over de toegang, het gebruik en het beheer van de gemeentewegen.
Gemeenten kunnen overtreders opleggen de vorige situatie te herstellen of de herstelling uit te voeren op kosten van de overtreder.
Het decreet omschrijft daarnaast een aantal duidelijke verbodsbepalingen rond de wijzigingen, het gebruik en de toegang van gemeentewegen, die verder kunnen worden uitgewerkt in een gemeentelijke uitvoeringsreglementering.
De gemeente kan een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) opleggen aan wie die niet respecteert.
Gemeentewegen:
Rooilijnplannen:
De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen vast in gemeentelijke rooilijnplannen. De opheffing van een gemeenteweg gebeurt door een besluit tot opheffing van de rooilijn. De herinrichting van een bestaande gemeenteweg, zonder wijziging van de rooilijn, moet u niet voorleggen aan de gemeenteraad.
De procedure kan ook geïntegreerd worden in:
De beslissing met betrekking tot gemeentewegen volgt dan de bovenstaande procedures.
Gemeentewegenregister:
De gemeente moet een gemeentewegenregister opmaken en bijhouden. Dat register bevat:
De Vlaamse Regering heeft momenteel nog geen nadere regels voor de digitale geografische ontsluiting of vormvereisten voor het gemeentelijk wegenregister bepaald.
Openbaar onderzoek:
Met het decreet moeten de opmaak van gemeentelijke rooilijnplannen en de opheffing van gemeentewegen voortaan onderworpen aan een openbaar onderzoek.
Daarnaast moeten minstens de volgende instanties geïnformeerd worden:
Definitieve beslissing:
Onmiddellijk na de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan of het grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg bezorgt u die samen met het besluit van de gemeenteraad met een beveiligde zending aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en aan de provinciale deputatie van uw gemeente.
Advies vragen over een gemeentelijk beleidskader, rooilijnplan of grafisch plan:
De gemeente kan in 3 gevallen advies vragen aan de provincie en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken:
Bij een adviesvraag moeten steeds de juiste dossierstukken worden toegevoegd. Als er geen advies wordt verleend binnen een termijn van 30 dagen, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
Advies van de dienst:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de belangrijkste krachtlijnen van het decreet gemeentewegen.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de voorgestelde pragmatische aanpak in geval van aanvragen voor een omgevingsvergunning waarbij het betrokken perceel getroffen is door een rooilijn.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het voorstel van de dienst Mobiliteit om een kwaliteitskader/beleidskader met concrete actieplannen voor de gemeentewegen uit te werken.