STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van de woning en een reclamepaneel, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een bijgebouw.
De aanvraag werd op 8 april 2020 ontvangen.
Op 23 april 2020 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 18 mei 2020 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 19 mei 2020 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 31 oktober 1966 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1966/00205)
Op 2 december 1968 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een garage. (1968/00135)
Op 28 maart 2000 werd een vergunning afgeleverd voor het bebossen van een achterliggend terrein. (2000/08314)
Op 12 juni 2006 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een bestaande garage en het oprichten van een nieuwe garage. (2006/10343)
De aanvraag werd in september 2019 overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. (VB_2019_194)
In het overleg werd gesteld dat de voorgestelde garage (60m²) aanvaard kan worden op het perceel. Eventuele andere niet-vergunde constructies dienen binnen de aanvraag mee opgenomen te worden als te regulariseren.
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd of niet uitgevoerd conform de afgeleverde vergunningen. Het betreft de woning, een reclamepaneel en een bijgebouw.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (woning en reclamepaneel) en deels als te verwijderen (het bijgebouw).
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in natuurgebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het perceel is gedeeltelijk gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
Enkel het achterste gedeelte van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig binnen het woongebied met landelijk karakter en dus niet binnen het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 13.2. van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het slopen van het bijgebouw zonder voorwerp.
De oppervlakte van het te slopen bijgebouw bedraagt 41,79m².
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het slopen van het bijgebouw. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de te regulariseren woning met een horizontale dakoppervlakte van 155m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 8 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening.
De op de plannen weergegeven infiltratievoorziening heeft een oppervlakte van 3,8m² en een volume van 2 500 liter. Conform de hemelwaterverordening dient deze infiltratievoorziening een oppervlakte van 6,2m² te hebben en een inhoud van 3 875 liter. Er zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen dat de infiltratievoorziening een oppervlakte van 6,2m² en een inhoud van 3 875 liter dient te hebben.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits de infiltratievoorziening een oppervlakte heeft van 6,2m² en een inhoud van 3 875 liter.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”.
Een individuele voorbehandelinginstallatie blijft noodzakelijk tot aanleg van de riolering en dit volgens de code van goede praktijk, bestaande uit minstens een septische put en vetvanger. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater voorzien. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit moet door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner. Bij aanleg van de afvoerbuizen op eigen terrein kunnen nu best al wachtleidingen voorzien worden om bij de aanleg van de straatriolering het eigen afvalwater op eenvoudige wijze hierop aan te sluiten."
Na het aanleggen van riolering in de straat kan de septische put en de vetvanger best afgekoppeld worden.
Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van de woning en een reclamepaneel, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een bijgebouw.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Teutseweg, een gemeenteweg.
Het achterste gedeelte van het perceel alsook het achterliggende gebied zijn volgens het gewestplan gelegen in natuurgebied.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
De bestaande bebouwing in de omgeving varieert qua bouwstijl, bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een bijgebouw.
In de voortuin werd tevens een reclamepaneel opgericht zonder vergunning.
De huidige aanvraag omvat het regulariseren van de woning en het reclamepaneel, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een bijgebouw.
Het slopen van het bijgebouw (garage met tuinberging) met een oppervlakte van 41,79m² is in overeenstemming met art. 13.2. van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010.
Bijgevolg is de aanvraag voor het slopen van het bijgebouw zonder voorwerp.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie blijft behouden en is in overeenstemming met de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
Het ontwerp voorziet in de achtertuin een garage met tuinberging.
Het stallen van voertuigen gebeurd dan ook op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat het regulariseren van de woning en een reclamepaneel, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een bijgebouw.
Het regulariseren van de woning heeft onder meer betrekking op de inplanting, het verruimen van de achterbouw, het dakprofiel van de achterbouw, het verhogen van de kroonlijsthoogte ter hoogte van de voordeur en het aanbrengen van een veranda.
De woning is ingeplant op 9,86m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3,73m van de linker perceelgrens en op minimum 3,25m van de rechter perceelgrens.
De bouwdiepte bedraagt maximum 13m.
De kroonlijsthoogte is gelegen tussen 2,80m en 5,34m ten opzichte van het maaiveld.
De nokhoogte is gedeeltelijk gelegen op 5,43m en deels op 8,15m ten opzichte van het maaiveld.
De woning wordt uitgevoerd met een wit geverfde gevelsteen en roodbruin genuanceerde dakpannen.
Zoals eerder aangehaald varieert de bebouwing in de omgeving qua bouwstijl, bouwhoogte dakprofiel alsook materiaalkeuze. De woning wordt dan ook niet als storend ervaren in het bestaande straatbeeld.
In de achtertuin wordt een nieuw bijgebouw opgericht na het slopen van het bestaande bijgebouw.
Zoals eerder aangehaald is het slopen van het bestaande bijgebouw (garage en tuinberging) in overeenstemming met art. 13.2. van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010. Bijgevolg is de aanvraag voor het slopen van het bijgebouw zonder voorwerp binnen de huidige aanvraag.
Het nieuwe bijgebouw, bestaande uit een garage met tuinberging, wordt ingeplant op ca. 3,80m achter de achtergevel van de woning en tegen de linker perceelgrens.
Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 60m² (12m x 5m).
Het bijgebouw wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3,70m ten opzichte van het maaiveld.
Het bijgebouw wordt net zoals de woning uitgevoerd in een wit geschilderde gevelsteen.
Behoudens de woning en het bijgebouw worden ook verhardingen voorzien.
In de voortuin wordt een inrit aangelegd met aansluitend een ruimte voor het stallen van voertuigen en een toegangspad naar de voordeur van de woning. De inritverharding wordt doorgetrokken in de linker zijtuinstrook tot aan het bijgebouw.
Ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens heeft de inritverharding een breedte van ca. 7,60m. Om de verkeersveiligheid bij het in- en uitrijden te garanderen wordt slechts 1 toegang met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens toegestaan.
Er zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen dat ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens de inrit verharding beperkt dient te worden tot 3m en de rest van de verharding dient verwijderd te worden en aangelegd te worden met groenaanplanting.
De inrit, de parkeerplaats en het toegangspad naar de voordeur werden aangelegd in kiezelverharding.
In de achtertuin werd aan de achterzijde van de woning, meer bepaald achter de veranda, een kiezelverharding aangelegd. Deze verharding die tevens wordt doorgetrokken tot de toegangsdeur van het bijgebouw sluit aan op de inritverharding.
In de rechter zijtuinstrook werd een klinkerverharding met een oppervlakte van 52m² aangelegd. Deze verharding werd aangelegd tot op ca. 0,40m van de rechter perceelgrens.
Om de privacy van het rechter aangrenzende perceel te garanderen dient de klinkerverharding verwijderd te worden zodat er een minimale groenzone van 1m gerespecteerd wordt ten opzichte van de rechter perceelgrens.
Er blijft een voldoende ruime en kwalitatieve tuinzone behouden.
Uit de ingediende stukken blijkt tevens dat het openbaar domein aan de voorzijde van het perceel volledig werd verhard met kiezel. Uitgezonderd de verharding van de inrit (3m) dient de gelijkgrondse berm, uitgevoerd te worden als groenzone.
Bijgevolg zal als voorwaarde worden opgenomen dat de aanwezige kiezelverharding in de gelijkgrondse berm, uitgezonderd de inrit met een breedte van 3m, verwijderd dient te worden en als groenzone dient aangelegd te worden.
Tot slot omvat de huidige aanvraag het regulariseren van een reclamepaneel in de voortuin. Het reclamepaneel werd ingeplant op 3,41m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op minimum 3,90m van de rechter perceelgrens.
Het reclamepaneel, bestaande uit een aluminium frame en een spandoek, wordt haaks op de weg ingeplant en heeft een lengte van 2,50m en een hoogte van 2,50m ten opzichte van het maaiveld.
Bodemreliëf
Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
Om de privacy van het rechter aangrenzende perceel te garanderen dient de klinkerverharding verwijderd te worden zodat er een minimale groenzone van 1m gerespecteerd wordt ten opzichte van de rechter perceelgrens.
Er blijft een voldoende ruime en kwalitatieve tuinzone behouden.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het slopen van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de woning en een reclamepaneel en het bouwen van een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het slopen van het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de woning en een reclamepaneel en het bouwen van een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.