Terug
Gepubliceerd op 26/08/2020

2020_CBS_00901 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 99 - 2020/00118 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 11/08/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen, Stijn Ooms

Verontschuldigd

Johny De Raeve

Secretaris

Stijn Ooms
2020_CBS_00901 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 99 - 2020/00118 - Goedkeuring 2020_CBS_00901 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 99 - 2020/00118 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH ADVIES – verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een losstaand bijgebouw en het plaatsen van een muur in open lamellenstructuur tussen het hoofd- en het bijgebouw

De aanvraag werd op 04/06/2020 ontvangen en op 02/07/2020 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 31 juli 1978 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een bergplaats, door het college van burgemeester en schepenen. (1978/0086)
  • Op 23 januari 1980 werd een weigering afgeleverd, voor het bijbouwen van een garage, door het college van burgemeester en schepenen. (1979/00154)
  • Op 14 april 2015 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van gronden in 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (1189.D.874.) Er werd verzaakt aan deze verkaveling.
  • Op 2 juli 2019 werd een gedeeltelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning, het terras tot en met de trappen, de toegang tot aan de voordeur en de inrit, exclusief de verharding aan de rechterzijde van de woning. (2019/00077)
  • Op 28/02/2020 werd een weigering afgeleverd, voor het bouwen van een losstaand bijgebouw bij een vergunde woning, het plaatsen van een muur in open lamellenstructuur tussen hoofd- en bijgebouw en het aanleggen van een terras, door het college van burgemeester en schepenen. (2019/00245)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 05/03/2020.

Het overleg heeft plaatsgevonden na de weigering die werd afgeleverd op 28/02/2020 en omvatte het volgende:

  • Trappen in bouwvrije strook mogen niet (links)
  • Bijgebouw dient nog te zakken (beperkte ophoging = eventueel mogelijk ifv bijgebouw en terras, ook na 30m)
  • Lamellen wand kan indien voldoet aan vrijstellingsbesluit (= afscheiding)
  • Verharding moet beperkt worden (looppad langs tuinhuis + traptredes)
  • Men wil inrit ophogen ifv ophoging buur, maar buur dient ook 1m van perceelsgrens te blijven.  Inrit niet ophogen is betere optie
  • Vooroverleg met buren is noodzakelijk
  • Nieuw voorontwerp, incl dwarsprofielen moet ingediend worden voor aftoetsing
  • Eventueel bijgebouw halverwege laten zakken met niveau/dakhoogte

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter. 

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater 

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Na inwerkingtreding wijziging 15/07/2016, geldt de verplichting voor plaatsing van een infiltratievoorziening niet enkel voor vergunningsplichtige werken, maar voor alle handelingen vermeld in artikel 3, en niet bedoeld in artikel 4 van diezelfde verordening, behalve als het goed kleiner is dan 250m².

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten losstaand bijgebouw met een horizontale dakoppervlakte van 50,05m² en de reeds vergunde woning een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (12m²) en het volume (7 500 liter) voldoen aan de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012. 

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een losstaand bijgebouw en het plaatsen van een muur in open lamellenstructuur tussen het hoofd- en het bijgebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

De percelen zijn gelegen langs de Kapelbergweg, een gemeenteweg aan de oostelijke rand van de gemeente Zonhoven.

De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit een lintbebouwing van voornamelijk vrijstaande eengezinswoningen met achterliggend waardevol agrarisch gebied. De bebouwing, afgewerkt in baksteen, bestaat uit 1 bouwlaag onder een hellend dak, met enkele recente woningen met 2 bouwlagen onder een plat dak. Ook op de betreffende percelen werd recent een woning vergund.

Aan de overzijde van de weg is het natuurgebied ‘de Teut’ gelegen.

Omschrijving van de aanvraag

Op 7,40m achter de achtergevel van de woning, tegen de rechter perceelsgrens, wordt een vrijstaand bijgebouw opgetrokken. Het bijgebouw telt 1 bouwlaag onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van max.  3,50m t.o.v. het maaiveld. De bouwdiepte bedraagt 7m, de breedte bedraagt 7,15m.  Het bijgebouw wordt ingericht als garageruimte. Het wordt afgewerkt in wit pleisterwerk met een donkere houten poort. Aan de linkerzijde wordt het volume d.m.v. glas opengewerkt richting de tuin, het is langs deze zijde ook toegankelijk.

Er wordt een inrit met een breedte van 3m aangelegd tot aan het bijgebouw, in een waterdoorlatende klinkerverharding, tot op 0,50m van de perceelsgrens.

Het terrein helt sterk naar beneden. Om aansluiting te vinden op de inplanting van de woning en om de garage bereikbaar te houden wordt het reliëf plaatselijk opgehoogd. Gezien het maaiveld op het rechts aanpalend perceel hoger ligt, wordt een keerwand voorzien om het verschil op te vangen.

Links van het bijgebouw zorgen stapstenen voor de verbinding tussen terras en bijgebouw. Het terras aan de woning werd aangepast zodat er zich geen constructies (in de vorm van trappen) in de linker bouwvrije strook bevinden.

Tussen bijgebouw en woning wordt een wand geplaatst in de vorm van verticale lamellen, met een max. hoogte van 2m t.o.v. het maaiveld. In het vrijstellingsbesluit staat het volgende te lezen over afsluitingen bij woningen: “Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de volgende handelingen: …  5° afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin;”.

De wand in lamellen heeft een maximale hoogte van 2m en bevindt zich in de achtertuin. Deze afsluiting is m.a.w. vrijgesteld van de vergunningsplichtig. Het plaatsen van de lamellen wand is binnen deze aanvraag bijgevolg zonder voorwerp.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het bijgebouw betreft een garage, een functie die verbonden is met de reeds vergunde woning.

Mobiliteitsimpact

Het bijgebouw wordt deels ingericht als garage voor 1 wagen.  De vergunde woning beschikt over een dubbele garage.  Op de inrit is voldoende ruimte voor het parkeren van overige wagens.  Er zal geen bijkomende parkeerdruk ontstaan op de voorliggende weg.

De schaal van de voorgenomen werken

Zowel volume als hoogte van het bijgebouw is niet overdreven.  Enkel de strikt noodzakelijke verhardingen worden voorzien.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Door de inplanting van het bijgebouw achteraan de inrit kunnen de verhardingen tot het minimale beperkt worden.

Visueel-vormelijke elementen

Het bijgebouw sluit op vlak van architectuur en materialen aan op het hoofdgebouw zodat er een harmonisch geheel ontstaat.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het hellend reliëf wordt zoveel mogelijk gerespecteerd.  Toch dient dit plaatselijk te worden verhoogd i.f.v. de bereikbaarheid van het bijgebouw via de inrit, en de aansluiting op de woning.  Om het hoogteverschil tussen het perceel en het rechts aanpalende op te vangen wordt een keerwand geplaatst tegen de perceelgrens. 

In de vergunning van de woning werd opgenomen dat reliëfwijzigingen tot op 30m achter de rooilijn uitgevoerd mogen worden.   Achteraan het bijgebouw wordt het maaiveld echter ook beperkt gewijzigd i.f.v. de aansluiting tussen het bijgebouw en het bestaande maaiveld.  Dit is aanvaardbaar en kan dus uitzonderlijk worden toegestaan.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Door de wijze waarop het bijgebouw en de inrit worden ingeplant, door de maximum hoogte van het bijgebouw, zullen de gewenste ingrepen geen bijkomende hinder veroorzaken.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag  in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaand bijgebouw.

De plaatsing van de lamellen wand is zonder voorwerp.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:

  1. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden, met uitzondering van de noodzakelijke aanpassingen aan het reliëf ter hoogte van het bijgebouw. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  9. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  10. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 06/08/2020 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaand bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De plaatsing van de lamellen wand is zonder voorwerp.


Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden, met uitzondering van de noodzakelijke aanpassingen aan het reliëf ter hoogte van het bijgebouw. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  9. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  10. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.