Terug
Gepubliceerd op 26/08/2020

2020_CBS_00916 - OMV - Vergunning - Kapelhof 13 en 15 - 2020/00103 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 11/08/2020 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bram De Raeve, Frederick Vandeput, Johan Vanhoyland, Frank Vandebeek, Johan Schraepen, Ria Hendrikx, Bart Telen, Stijn Ooms

Verontschuldigd

Johny De Raeve

Secretaris

Stijn Ooms
2020_CBS_00916 - OMV - Vergunning - Kapelhof 13 en 15 - 2020/00103 - Goedkeuring 2020_CBS_00916 - OMV - Vergunning - Kapelhof 13 en 15 - 2020/00103 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het oprichten van een restaurant en een woongelegenheid en een tijdelijke bronbemaling met een jaardebiet van 10.000 m³.

De aanvraag werd op 12 mei 2020 ontvangen.

Op 8 juni 2020 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 16 juni 2020 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 18 juni 2020 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF

De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: uitbaten van een restaurant met enerzijds warmtepomp, airco’s en koelinstallaties en anderzijds bronbemaling bij de bouwfase.  Het betreft een nieuwe uitbating.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

De aanvraag werd meermaals in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Inter (toegankelijkheidsbureau)

Fluvius

Dienst Mobiliteit

Dienst Lokale Economie

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-mer-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-mer-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.  Er dient geen project MER te worden opgemaakt.

Deze conclusie kan bijgetreden worden.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 218m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 15 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik (5 toiletten en 2 urinoirs) en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (2 x 5,98m²) en het volume (2 x 2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius. 

Op 29 juni 2020 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig, nl:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 18-06-2020 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 164R - 164S, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

  1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

  1.  Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is.

De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.

Bij realisatie van een diepe aansluiting moeten de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden tegen het risico op terugstroming en de tijdelijke verhinderde afvoer. Deze maatregelen bestaan bij voorkeur uit de plaatsing van een pomp of de plaatsing van een terugslagklep, met daarbij de nodige berging voor het stockeren van de vuilvracht gedurende de periode dat de gravitaire afwatering naar het rioolstelsel niet wordt verzekerd. De gravitaire aansluiting van een risicoaansluiting wordt niet toegelaten indien deze meer dan 50 cm onder het straatniveau of de berm aansluit. Het plaatsen van een pomp als beveiligingsmaatregel is dan verplicht.’

Een septische put mag geplaatst worden, maar is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put voor enkel fecaal water is een optie.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
  • Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie www.vlario.be).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Op 7 augustus 2020 verleende Inter een gunstig advies op basis van gewijzigde plannen (ingediend op 10/07/2020), nl.:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Gunstig advies.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

  • Er is een toegankelijkheidstoelichting aanwezig

o De toegankelijkheidstoelichting/checklist is conform de plannen.

  • Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

  • Niet verplicht

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

  • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publieke oppervlakte toegankelijke oppervlakte groter is dan 150m² en kleiner of gelijk is aan 400m².
  1. Het besluit is van toepassing op:

1° de gelijkvloerse nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie;

2° de niet-gelijkvloerse nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie, tenzij een vertrek op een andere verdieping of buiteninfrastructuur eenzelfde functie vervult en voldoet aan de bepalingen van dit besluit.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De percelen zijn gelegen langs het Kapelhof, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst ter hoogte van iedere bouwlaag.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Boscompensatie

Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Hiervoor werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap voor Natuur en Bos.

Op 5 augustus 2020 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Ruimtelijke bestemming

De percelen hebben de bestemming woongebied volgens het gewestplan Hasselt-Genk. De percelen maken deel uit van het gewestelijk uitvoeringsplan “Afbakening grootstedelijk gebeid Hasselt-Genk”.

Beschermingsstatus

n.v.t.

Biologische waarderingskaart

Open en halfopen bewoning met beplanting (ua)

Rechtsgrond

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

  • Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing)
  • Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Bespreking boscompensatievoorstel

In toepassing van art. 90 bis, §1, 2de lid van het Bosdecreet vroeg u advies over de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning met referentienummer OMV_2020059536.

Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 1.014m² wenst te ontbossen voor de bouw van een restaurant met woning.

Volgens onze gegevens is het perceel bezet met een mix van inheems en uitheems loofhout (compensatiefactor 1,5). De volledige bebossing op het perceel is jonger dan 22 jaar en bijgevolg vrijgesteld van compensatie. Tot 2005 waren de percelen in gebruik als weiland.

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 1.014m².

Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd.

Als bijlage vindt u het door het Agentschap voor Natuur en Bos goedgekeurd compensatievoorstel, dat integraal moet deel uitmaken van de stedenbouwkundige vergunning. Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het nummer 20-212428.

Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen.

Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.

Bespreking van de milieuvergunning

Het luik van de milieuvergunning bevat één rubriek aangaande een éénmalige bemaling beperkt in de tijd van 10.000m²/jaar en een warmtepomp/airco. Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN zal veroorzaken.

Bespreking stedenbouwkundige vergunning

Dit advies is een herziening van ons aanvankelijk negatief advies dd. 17/07/2020. De ontbossing en de voorgestelde werken zijn verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften. Het bos heeft een geringe ecologische en/of landschappelijke waarde. Gelet op de ruimtelijke bestemming is er buiten het gegeven van goed- of afkeuring van het boscompensatievoorstel en beoordeling van de eigenlijke ontbossing geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap.

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een positief advies mits naleving van de volgende voorwaarde:

Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de stedenbouwkundige vergunning.

De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

  • Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990
  • Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001

Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 20-212428.
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1.014m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
  • Het plan goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos dient deel uit te maken van de stedenbouwkundige vergunning.
  • De bosbehoudsbijdrage van € 0,- dient binnen de 4 maanden, vanaf de datum waarop gebruik mag gemaakt worden van deze vergunning betaald te worden. Het overschrijvingsformulier voor het vereffenen van de bosbehoudsbijdrage zal rechtstreeks door ons Agentschap worden overgemaakt aan de aanvrager van zodra de vergunning van kracht wordt.

Algemene opmerking soortenbesluit:

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn.

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.

Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.”

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

Het oprichten van een restaurant en een woongelegenheid.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

De percelen bevinden zich langs het Kapelhof, een gemeenteweg in het centrum van Zonhoven.  De weg is gelegen langs een plein met een grasveld en bomen, en een kapel.   Er bevinden zich verschillende parkeerplaatsen rond het plein.

De bebouwing in de nabije omgeving is zeer divers en bestaat uit zowel vrijstaande, halfopen als geschakelde bebouwing.  De functie wordt voornamelijk ingevuld door wonen, in de omgeving rond het plein bevinden zich ook andere functies ter hoogte van het gelijkvloers, zoals handel, horeca,…  De bebouwing rond het plein bestaat hoofdzakelijk uit 2 bouwlagen onder een hellend dak, en is afgewerkt in gevelsteen in diverse texturen en kleuren.

De percelen van de aanvraag zijn momenteel bebost.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel wordt een vrijstaand gebouw ingeplant op min. 6,50m van de rooilijn en op min. 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen.

Het betreft een pand met 2 bouwlagen onder hellende daken met een kroonlijsthoogte van max. 6m boven het maaiveld.

De maximale bouwdiepte bedraagt 14,64m op het gelijkvloers en 7,60m op de verdieping (excl. dakterras).  De maximale bouwbreedte bedraagt 17,87m.

Het gelijkvloers wordt volledig ingericht i.f.v. het restaurant.  Ter hoogte van de linker zijgevel bevindt zich de toegang tot de bovenliggende woongelegenheid.  Het gebouw wordt onderkelderd.  Buiten opslagruimtes, sanitair e.d. wordt hier ook een zeer beperkte verbruikszaal ingericht bij de wijnkelder.

Het rechtse gedeelte van de verdieping is toegankelijk via het restaurant en is bruikbaar als vergaderzaal.  Het linkse gedeelte betreft de woongelegenheid.   Deze woongelegenheid beschikt aan de achterzijde over een dakterras aangelegd tot op 1,80m achter de achtergevel.

Onder het dak wordt een bijkomende slaapkamer ingericht.

Aan de linkerzijde van het perceel wordt een inrit in kasseien voorzien met een breedte van 3,40m ter hoogte van de rooilijn.   Vanaf de achtergevel gaat deze inrit over in een verharding in grind tot aan de personeelsparking aan de achterzijde van het perceel.  Verder worden in de voortuinstrook een verharde fietsenstalling en looppaden aangelegd tot aan de voordeur.

Achter het gebouw, aansluitend op het restaurant, wordt een terras van 80m² voorzien i.f.v. het restaurant.  Dit wordt aan de linkerzijde afgesloten van de inrit via een tuinmuur en een haagafsluiting.  Aan de andere zijde van de tuinmuur bevindt zich een beperkte afsluitbare verharde zone waar de vuilbakken zullen staan.

In de rechter bouwvrije strook wordt de binnentuin in kasseien doorgetrokken tot op 1m van de rechter perceelsgrens.

De overige tuinzones worden groen aangeplant.   De afsluitingen worden hoofdzakelijk in levend groen voorzien.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De horecafunctie past zich goed in op deze locatie, gezien de ligging binnen het centrum van Zonhoven.  Een woonfunctie past zich eveneens goed in binnen deze woonomgeving.

Mobiliteitsimpact

De impact op de mobiliteit werd als volgt gemotiveerd binnen de aanvraag:

“Het restaurant biedt plaats aan 69 personen bij een maximale bezetting (eerder uitzonderlijk):

=> 8 couverts in de kelder

=> 45 couverts op het gelijkvloers

=> 16 plaatsen in de vergaderzaal

Het personeel kan achteraan parkeren, door hen wordt geen invloed op de mobiliteit verwacht.

Gemiddeld komen minimaal 2 personen met dezelfde wagen, daarboven komt nog een aanzienlijk deel van het cliënteel te voet of met de fiets.

Met de gemeente werd afgesproken dat de bezoekers van het restaurant kunnen parkeren in de onmiddellijke omgeving, er bevindt zich vlakbij een publieke parking. In de aanpalende weg (Kapelhof) is bovendien ook parkeren langs beide zijden mogelijk.”

Het stallen van voertuigen dient in principe op eigen terrein te worden georganiseerd.  Gezien de publieke parkeerplaatsen in de nabije omgeving is het voor bezoekers van het restaurant echter mogelijk, en toelaatbaar, hun wagen in de omgeving te parkeren.  Voor bezoekers per fiets wordt voldoende fietsenstalling voorzien in de voortuin.

Achteraan het perceel worden 4 parkeerplaatsen aangelegd voor personeel en bewoners van het appartement.  De woongelegenheid is niet bestemd voor aparte verhuur maar wordt ingericht i.f.v. het restaurant (stagairs,…).  Om die reden is het mogelijk dat de bewoners niet altijd over een wagen beschikken.

De schaal van de voorgenomen werken

De schaal van het project past zich goed in binnen de omgeving.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Het perceel is zeer ruim, waardoor het de gewenste bebouwing en verharding kan verdragen.   De verhardingen werden beperkt tot de strikt noodzakelijke, in het kader van de uitoefening van de horecafunctie.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld kent, zoals eerder beschreven, een gevarieerde bebouwing.  Het gebouw wordt opgetrokken in een eerder klassieke architectuur met sobere materialen, die zich goed integreert binnen het straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Het voorliggend plein betreft een beschermd dorpszicht.  De kapel is een beschermd monument.  De architectuur van het project doet geen afbreuk aan het beschermd dorpszicht en integreert zich goed binnen deze omgeving.

Bodemreliëf

Volgens de aanvraag wordt het bestaande maaiveld niet gewijzigd.  Gezien er een ontbossing dient te gebeuren kan dit niet met zekerheid worden gesteld.

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het horecaterras wordt op voldoende afstand ingeplant van de zijdelingse perceelsgrenzen.  Ter hoogte van de rechter perceelsgrens wordt een dubbele groene buffer voorzien.  Ter hoogte van de linker perceelsgrens wordt het terras van het aanpalend perceel gescheiden d.m.v. een afsluiting en inrit.  Mogelijke geluidshinder wordt op die manier zoveel mogelijk beperkt.  

De parkeerplaatsen worden achteraan het perceel aangelegd, ter hoogte van een werkplaats op het links aanpalend perceel.  Aan de achterzijde wordt deze van het achterliggend perceel gescheiden d.m.v. een groene buffer.  De parkeerplaats zal hierdoor geen hinder veroorzaken.

Het appartement wordt, omwille van de relatie met het restaurantgebeuren, niet ingericht als een gebruikelijk appartement.   De aftoetsing van de woonkwaliteit dient daarom op een andere manier te gebeuren.  Voor wat betreft de bedoelde functie, voldoet de inrichting om voldoende woonkwaliteit en woongenot te realiseren.  De woongelegenheid beschikt over voldoende private buitenruimte.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 24 juni 2020 verleende de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Advies brandweer 2020-0160-001 (vooradvies) in bijlage.

In advies 2020-0160-002 wordt verwezen naar het vooradvies en het aangepast grondplan van de kelder. Beide documenten worden mee opgestuurd.

Betreft: Bouwen van een restaurant en een wooneenheid. Advies 2020-0160-002:

Op de laatste plannen is te zien dat de kelder nog niet aangepast werd. Na telefonisch contact met de architect heeft deze nieuwe schetsen doorgestuurd. Deze plannen genieten onze voorkeur. De bouwplannen moeten hierop worden aangepast.

Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit advies met als ref. nummer 2020-0160-001 dd. 21/04/2020 blijven integraal van toepassing.

Besluit 

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

Op 10 juli 2020 werden gewijzigde plannen ingediend naar aanleiding van een ongunstig advies van Inter.  Op basis van deze plannen werd tevens opnieuw het advies van de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg gevraagd.

Op 20 juli 2020 verleende de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg op basis van de gewijzigde plannen een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van onze adviezen inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in deze adviezen met als ref. nummers 2020-0160-001 dd. 21/04/2020 en 2020-0160-002 dd. 24/06/2020 dienen strikt te worden nageleefd.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 29 juni 2020 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 8 juli 2020 verleende Inter een ongunstig advies, nl.:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Ongunstig advies.

De knelpunten, vermeld in dit advies, hebben geleid tot de ongunstige evaluatie.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

  • Er is een toegankelijkheidstoelichting aanwezig
  1. De toegankelijkheidstoelichting/checklist is conform de plannen.
  • Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

  • Niet verplicht

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

  • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publieke oppervlakte toegankelijke oppervlakte groter is dan 150m² en kleiner of gelijk is aan 400m².
  1. Het besluit is van toepassing op:

1° de gelijkvloerse nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie;

2° de niet-gelijkvloerse nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie, tenzij een vertrek op een andere verdieping of buiteninfrastructuur eenzelfde functie vervult en voldoet aan de bepalingen van dit besluit.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

4 Normen

4.1.1 Parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een handicap (art. 27):

Min. 1 parkeerplaats dient te voldoen aan de normen qua plaatsing, maatvoering en flankerende maatregelen.

Aantal: 

  • Wanneer er minder dan 5 parkeerplaatsen voorzien zijn, moet minstens één parkeerplaats voldoen aan de normen qua plaatsing, maatvoering en flankerende maatregelen.
  • Wanneer er meer dan 4 parkeerplaatsen tot en met 100 parkeerplaatsen voorzien zijn, moet minstens 6 % van het aantal parkeerplaatsen voorbehouden worden voor personen met een handicap. Vanaf 100 parkeerplaatsen moet per extra schijf van 50 parkeerplaatsen, minstens 1 bijkomende parkeerplaats worden voorbehouden voor personen met een handicap.

Locatie:

  • Een aangepaste parkeerplaats bevindt zich zo dicht mogelijk bij de toegankelijke ingang van de constructie of bij de voetgangersuitgang van de parkeervoorziening.

Maatvoering:

  • Bij dwars- of schuinparkeren moet de parkeerplaats voorbehouden voor personen met een handicap 350cm breed zijn.
  • Bij langsparkeren moet de parkeerplaats voorbehouden voor personen met een handicap minstens 600cm lang zijn.

Signalisatie en afbakening voorbehouden parkeerplaats:

  • Een voorbehouden parkeerplaats moet voorbehouden worden voor personen met een handicap conform het koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg van 1 december 1975, en aangegeven volgens de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit en het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
  1. Elke parkeerplaats voorbehouden voor personen met een handicap moet individueel afgebakend zijn door middel van wegmarkeringen dan wel door fysische elementen.
  2. Elke parkeerplaats voorbehouden voor personen met een handicap moet gesignaliseerd zijn door middel van het verkeersbord E9a met het onderbord dat het rolstoelsymbool weergeeft, volgens de bepalingen van de wegcode en het reglement van de wegbeheerder.

Ondergrond:

  • In elke richting mogen de parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een handicap maximaal 2% helling vertonen.

Parkeervoorzieningen aan aangepaste vakantiewoningen:

  • Aangepaste vakantiewoningen moeten vlak bij de ingang van de vakantiewoning een aangepaste parkeerplaats hebben.

Principetekeningen

Zoals in bijlage

4.2 Het gebouw

4.2.1 Toegangen, deuropeningen en deuren (art. 22-26):

Publieke deuren dienen een vrije doorgangsbreedte te hebben van ruwbouw min. 105cm, na afwerking min. 90cm. Dit komt overeen met een deurblad van min. 98cm. Volgende deuren voldoen hier niet aan:

  • Deur vestiaire
  • Deuren naar aangepast toilet

Naast de krukzijde van deuren dient er een vrije en vlakke zijdelingse opstelruimte van min. 45cm aanwezig te zijn. Dit is niet zo bij volgende deuren:

  • Deur naar vestiaire
  • Deur inkom naar sas aangepast toilet

Voor en na deuren moet er een vrije en vlakke draaicirkel met een diameter van min. 150cm beschreven kunnen worden, rakend aan het draaivlak van de deur. Dit is niet zo bij volgende deuren:

  • Voor pivot-deur
  • Deur inkom naar sas aangepast toilet
  • In sas voor deur aangepast toilet
  • Voor deur vestiaire

Verplichting tot het creëren van een toegankelijke toegang:

  • Als de bestaande toegang niet voldoet aan deze bepalingen, moet bij uitbreidings- of verbouwingswerken een toegang voorzien worden die voldoet aan de normen, tenzij de handelingen niet raken aan een gevel, of wanneer het onmogelijk is een ontsluiting naar het openbaar domein te realiseren.

Drempel aan inkom:

  • Art. 22 §2 (art.1, 26°): De inkomdeur is niet drempelloos. Er mag echter een niveauverschil van max. 2 cm zijn bij de overgang tussen de binnen- en buitenruimte (art. 18). Dit niveauverschil wordt best afgeschuind uitgevoerd. Het niveauverschil is echter X cm.

Maatvoering algemeen:

De vrije doorgangshoogte in toegangen en deuropeningen moet minstens 209cm bedragen, de vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).

  • Bij toegangsdeuren tot wooneenheden van meergezinswoningen, kamerwoningen, studenten(gemeenschaps)huizen, gezondheidsinstellingen met kamers of wooneenheden, welzijnsinstellingen met kamers of wooneenheden, internaten verbonden aan onderwijsinstellingen of onder bevoegdheid van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en strafinrichtingen moet de vrije doorgangsbreedte minstens ruwbouw 100 cm bedragen (afgewerkt 85cm). Eventuele deurbladen moeten minstens 93cm x 211cm groot zijn;
  • deuren die toegang geven tot sanitaire voorzieningen, kleedruimtes of pashokjes, moeten naar buiten opendraaien.

Aanliggende circulatieruimte:

  • Voor en na elke deur moet een vrije en vlakke draairuimte beschreven kunnen worden van 150cm.
  • Bij manueel bedienbare deuren moet de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde tegen het deurvlak van de deur en aan de trekzijde tegen het draaivlak van de deur raken.
  • Bij manueel bedienbare deuren moet aan de krukzijde van de deur een aanliggende vlakke wand en vloer gezorgd worden van minstens 50cm breed (ruwbouw), na afwerking minstens 45 cm breed.

Principetekeningen

Zoals in bijlage

4.2.2 Looppaden, gangen … binnen (art. 14-17):

Gangen dienen een breedte te hebben van afgewerkt min. 150cm. Volgende gangen voldoen hier niet aan:

  • Gang inkom
  • De ruwbouwbreedte moet minstens 175cm bedragen, de afgewerkte netto breedte (gemeten tussen eventuele leuningen en plinten) minstens 150cm. Plaatselijk versmallingen zijn mogelijk:
  1. over een lengte van maximaal 120cm, waarbij de ruwbouwbreedte minstens 115cm bedraagt en de afgewerkte netto breedte (gemeten tussen eventuele leuningen en plinten) minstens 90cm; 
  2. over een lengte vanaf 120cm tot maximaal 10 m, waarbij de ruwbouwbreedte minstens 145cm bedraagt en de afgewerkte netto breedte (gemeten tussen eventuele leuningen en plinten) minstens 120cm.
  • Na elke versmalling moet een vrije en vlakke draairuimte van minstens 150 cm beschreven kunnen worden.
  • Er is geen dwarshelling toegestaan. 
  • Eventuele uit de wand stekende constructies of toestellen mogen het normaal gebruik van het looppad niet hinderen. Zij worden bij voorkeur in een nis weggewerkt of tot op vloerniveau doorgetrokken.

Principetekeningen

Zoals in bijlage

4.2.3 Opvangen niveauverschillen binnen (art. 18-21):

Bij een niveauverschil van meer dan 18cm dient er een helling in combinatie met een lift of trap voorzien te worden. De vergaderzaal op de verdieping is enkel met de trap bereikbaar.

Algemeen:

  • Niveauverschillen tot en met 18cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas).
  • Niveauverschillen van meer dan 18cm moeten overbrugd worden met een combinatie trap-helling, trap-lift of helling-lift.

Trappen:

  • De voorschriften met betrekking tot trappen gelden niet voor meergezinswoningen, kamerwoningen en studenten(gemeenschaps)huizen, wanneer deze voorzien zijn van een toegankelijke lift.
  • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125cm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
  • Na maximaal 17 treden moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 100cm diep.
  • De optrede mag hoogstens 18cm bedragen, de aantrede moet minstens 23cm bedragen. 
  • Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn. De som van tweemaal de optrede en eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
  • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

Principetekeningen:

Zoals in bijlage

Liften:

  • Enkel kokerliften of verticale plateauliften zijn toegestaan.
  • Een kokerlift moet minstens voldoen aan het type 2 omschreven in de EN 81-70. Concreet hebben deze liften een binnenruimte van minstens 140cm x 110cm en een vrije doorgangsbreedte aan de deuren van minstens 90cm. Voor een lifttoegang moet een vrije en vlakke vrije en vlakke draairuimte van minstens 150cm kunnen omschreven worden.
  • Kokerliften mogen uitsluitend automatische deuren hebben.
  • Plateauliften moeten minstens 100cm breed zijn (netto 90cm) en 140cm diep.
  • Over de volledige lengte van de plateaulift, alsook ter hoogte van de doorgangen van de deuren, moet een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90cm gegarandeerd worden.

Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw:

  • Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (www.toegankelijkgebouw.be)”

Naar aanleiding van het ongunstig advies werden gewijzigde plannen ingediend op 10 juli 2020.  Op basis van deze gewijzigde plannen verleende Inter een gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 10 juli 2020 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich hierbij aan.

Op 13 juli 2020 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.  

In gevolge het decreet van de Vlaamse regering van 1/06/2011 dient elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken De plaats van de watermeter(s) dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

De muurdoorgang voor de drinkwateraftakking moet bij voorkeur voorzien worden in een hoek van het meterlokaal en moet een diameter van 150mm hebben, de klant moet instaan voor de afdichting.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 17 juli 2020 verleende het Agentschap Natuur en Bos een ongunstig advies, nl.:

“Rechtsgrond

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

  • Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing)
  • Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Bespreking boscompensatievoorstel

Er werd een onvolledig ingevulde compensatievoorstel bij de aanvraag gevoegd.

Bespreking stedenbouwkundige vergunning

Na onderzoek van het dossier blijkt dat voor de realisatie van een restaurant met wooneenheid een ontbossing noodzakelijk is. Bijgevolg is art. 90bis van het Bosdecreet van 1990 van toepassing. Dit betekent dat er bij een stedenbouwkundige aanvraag tot ontbossen er een volledig ingevulde compensatievoorstel (formulier) gevoegd moet worden. Dit voorstel moet ter goedkeuring aan het Agentschap voor Natuur en Bos worden voorgelegd. Zonder goedgekeurd compensatievoorstel kan deze stedenbouwkundige aanvraag niet vergund worden.

Om de ontbossing correct te kunnen beoordelen moet er een ontbossingsplan en een volledig ingevulde boscompensatievoorstel bij de aanvraag gevoegd worden. Op dit plan moet de te ontbossen- en de eventueel te behouden bosoppervlakte aangeduid worden.

Vermits er bij deze stedenbouwkundige aanvraag geen volledig ingevulde compensatievoorstel en een ontbossingsplan werd gevoegd, kan het Agentschap voor Natuur en Bos deze aanvraag niet gunstig adviseren.

Conclusie

Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsaanvraag in strijd is met:

  • volgende direct werkende norm(en):
  • Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990
  • Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001

Het Agentschap voor Natuur en Bos verleent een ongunstig advies. Gelet op artikel 4.3.3. VCRO kan de vergunningverlenende overheid de vergunning niet toekennen.

Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”

Naar aanleiding van het ongunstig advies werd op 4 augustus 2020 een nieuw boscompensatieformulier en ontbossingsplan ingediend.  Op basis van deze bijkomende stukken verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 18 juni 2020 werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de dienst Mobiliteit en de dienst Lokale Economie.  Tot heden ontvingen wij geen advies van deze diensten.  Gezien geen advies verleend werd binnen de wettelijk opgelegde termijn wordt aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een  nieuwe inrichting: zijnde de uitbating van een restaurant. Bestaande uit enerzijds warmtepomp, airco’s en koelinstallaties en anderzijds een bronbemaling bij de bouwfase.

Met volgende aangevraagde rubrieken:

16.3.2°a) Behandeling van gassen zijnde een warmtepomp/airco voor een vermogen van 23 kW en de koelinstallaties voor een vermogen van 5,23 kW, voor een totaal vermogen van 18,230 kW; 

53.2.2°a) Bronbemaling voor de realisatie van de kelder voor een totaal debiet van 10.000 m³/jaar gedurende 46 dagen;

Ligging ten opzichte van de buurt

De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in woongebied.

In een straal van 100 meter zijn een 80-tal woningen gelegen.

Op 4 meter van de perceelsgrenzen en op 7 meter van de bedrijfsgebouwen staat een woning.

Dit maakt dat de inrichting voor wel hinder kan zorgen voor de buurt.

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf: de koelgroep langs de zijgevel.

Het bedrijf neemt reeds volgende maatregelen: niet weergegeven.

Indien het geluid als storend ervaren wordt door derden, dient het bedrijf bijkomende, gepaste maatregelen te treffen om dit tot een absoluut minimum te beperken.

GEURHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kunnen volgende geuren waargenomen worden: geur afkomstig van de keuken.  Het is niet geweten waar de uitgang van de dampkap komt. Deze moet zo geplaatst worden dat er geen hinder voor derden is.

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

GRONDWATERWINNINGEN

Er wordt een tijdelijke bemaling aangevraagd voor de realisatie van de kelder, die deels dienst zal doen als opslagruimte en voor de koelcellen.

Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,5 meter bekomen worden. Er zullen 21 aanzuigpunten geplaatst worden. Volgens de aanvraag komen deze aanzuigpunten ook op 3,5 meter te liggen. Vermoedelijk worden de aanzuigpunten op een 6-tal meter onder het maaiveld geplaatst gezien anders geen efficiënte grondwatertafelverlaging bekomen kan worden.

Het gevraagde debiet bedraagt 9 m³/uur en dit gedurende 46 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van, afgerond, 10.000 m³/dag.

Het is twijfelachtig dat bij een verlaging van 3,5 meter en 21 aanzuigpunten slechts 9 m³/uur wordt geloosd. Bij een lozing van meer dan 10 m³/uur moet de toelating gevraagd worden aan Aquafin en wordt een heffing aangerekend.

Het lozingspunt bevindt zich op de Kapelhof, dit is een gemengd stelsel.  In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.

De aanvraag kan gunstig beoordeeld worden doch heerst er twijfel of het debiet van 9 m³/uur realistisch is. Indien boven de 10 m³/uur geloosd wordt, is het de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een toelating te bekomen bij Aquafin.  Aquafin gaat zelf ook actief op zoek naar lozingen wanneer de werking van hun zuivering verstoord wordt.

AFVALSTOFFEN

Er dient aan de verplichtingen van het Vlarema voldaan te worden.  Ongeacht of een restafvalcontainer geplaatst wordt, volgende afvalstoffen moeten gescheiden worden ingezameld: klein gevaarlijk afval, glasafval, papier- en kartonafval, gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten; groenafval, textielafval, AEEA (eveneens die met ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen), afvalbanden, puin, afvalolie, gevaarlijke afvalstoffen, asbest, landbouwfolie, afgedankte batterijen en accu’s, pmd, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen, geëxpandeerd polystyreen.

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur   Gelet op bovenstaande, kan dit gevolgd worden.

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig voor om meer tijdelijke bronbemaling voor een jaardebiet van 10.000m³ en de plaatsing

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. De herashekken moeten zo geplaatst worden dat derden aan de opvang kunnen.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
  • Wanneer het openbaar domein wordt ingenomen voor de droogzuiging moet een aanvraag voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be) ingediend worden;
  • Indien het geluid van de koelgroepen, warmtepomp/ac als storend ervaren wordt door derden, dient het bedrijf gepaste maatregelen te treffen om dit tot een absoluut minimum te beperken.
  • De afzuiging van de keuken en andere delen die geuren kunnen verspreiden, moeten op dergelijke manier geplaatst worden dat er voldoende verspreiding van de uitstoot gegarandeerd wordt en de hinder tot een absoluut minimum beperkt wordt.
  • De bepalingen van het Vlarema zijn van toepassing. Dit houdt in dat volgende afvalstoffen gescheiden ingezameld moeten worden (ongeacht het feit of er een recipiënt voor restafval is aanwezig is): klein gevaarlijk afval, glasafval, papier- en kartonafval, gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten; groenafval, textielafval, AEEA (eveneens die met ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen), afvalbanden, puin, afvalolie, gevaarlijke afvalstoffen, asbest, landbouwfolie, afgedankte batterijen en accu’s, pmd, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen, geëxpandeerd polystyreen.
  • Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseren de omgevingsambtenaren het dossier voorwaardelijk gunstig voor het oprichten van een restaurant en een woongelegenheid en een tijdelijke bronbemaling met een jaardebiet van 10.000 m³ zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius d.d. 29/06/2020, zoals gevoegd in bijlage;
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,40 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  11. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van het appartement en/of voor het personeel van het restaurant;
  15. Indien het aantal parkeerplaatsen ontoereikend is voor de bewoners/ klanten, moet op eigen perceel bijkomende parkeergelegenheid voorzien worden;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van De Watergroep zoals gevoegd in bijlage;
  18. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  20. De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. De herashekken moeten zo geplaatst worden dat derden aan de opvang kunnen.
  21.  Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
  22. De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  23.  Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
  24.  De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  25.  De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  26. Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
  27. Wanneer het openbaar domein wordt ingenomen voor de droogzuiging moet een aanvraag voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be) ingediend worden;
  28. Indien het geluid van de koelgroepen, warmtepomp/ac als storend ervaren wordt door derden, dient het bedrijf gepaste maatregelen te treffen om dit tot een absoluut minimum te beperken.
  29. De afzuiging van de keuken en andere delen die geuren kunnen verspreiden, moeten op dergelijke manier geplaatst worden dat er voldoende verspreiding van de uitstoot gegarandeerd wordt en de hinder tot een absoluut minimum beperkt wordt.
  30. De bepalingen van het Vlarema zijn van toepassing. Dit houdt in dat volgende afvalstoffen gescheiden ingezameld moeten worden (ongeacht het feit of er een recipiënt voor restafval is aanwezig is): klein gevaarlijk afval, glasafval, papier- en kartonafval, gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten; groenafval, textielafval, AEEA (eveneens die met ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen), afvalbanden, puin, afvalolie, gevaarlijke afvalstoffen, asbest, landbouwfolie, afgedankte batterijen en accu’s, pmd, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen, geëxpandeerd polystyreen.
  31. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.   Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
  32. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  33. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaren van 06/08/2020 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het oprichten van een restaurant en een woongelegenheid en een tijdelijke bronbemaling met een jaardebiet van 10.000 m³ zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius d.d. 29/06/2020, zoals gevoegd in bijlage;
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,40 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  11. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van het appartement en/of voor het personeel van het restaurant;
  15. Indien het aantal parkeerplaatsen ontoereikend is voor de bewoners/ klanten, moet op eigen perceel bijkomende parkeergelegenheid voorzien worden;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van De Watergroep zoals gevoegd in bijlage;
  18. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  20. De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. De herashekken moeten zo geplaatst worden dat derden aan de opvang kunnen.
  21. Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
  22. De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  23. Indien een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, moet de aanvrager op voorhand een toelating bekomen van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
  24. De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  25. De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  26. Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
  27. Wanneer het openbaar domein wordt ingenomen voor de droogzuiging moet een aanvraag voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be) ingediend worden;
  28. Indien het geluid van de koelgroepen, warmtepomp/ac als storend ervaren wordt door derden, dient het bedrijf gepaste maatregelen te treffen om dit tot een absoluut minimum te beperken.
  29. De afzuiging van de keuken en andere delen die geuren kunnen verspreiden, moeten op dergelijke manier geplaatst worden dat er voldoende verspreiding van de uitstoot gegarandeerd wordt en de hinder tot een absoluut minimum beperkt wordt.
  30. De bepalingen van het Vlarema zijn van toepassing. Dit houdt in dat volgende afvalstoffen gescheiden ingezameld moeten worden (ongeacht het feit of er een recipiënt voor restafval is aanwezig is): klein gevaarlijk afval, glasafval, papier- en kartonafval, gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten; groenafval, textielafval, AEEA (eveneens die met ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen), afvalbanden, puin, afvalolie, gevaarlijke afvalstoffen, asbest, landbouwfolie, afgedankte batterijen en accu’s, pmd, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen, geëxpandeerd polystyreen.
  31. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.   Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
  32. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  33. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.