verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine.
De aanvraag werd op 28/09/2020 ontvangen en op 22/10/2020 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 1/11/2020 tot en met 30/11/2020. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 2 identieke bezwaarschriften door dezelfde eigenaars.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
1280.C.874.2 : een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 30/07/2019 voor 22 loten waarvan 3 loten voor meergezinswoningen, 7 loten voor open bebouwing en 12 loten voor halfopen bebouwing, het aanleggen van wegenis en openbaar domein en het slopen van een constructie.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 1/11/2020 tot en met 30/11/2020. Er werden 2 identieke bezwaarschriften door dezelfde eigenaars ingediend .
Gelet op de vereisten die de Raad voor Vergunningsbetwistingen ter zake oplegt aan de vergunningsverlener:
Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund.
Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).
Het bezwaarschrift werd onderzocht en kan als volgt worden samengevat en beoordeeld:
1.- De samenstelling van de aanvraag is bedrieglijk, minstens misleidend. In casu bevat het aanvraagdossier hiaten, leemtes en onduidelijkheden in het dossier betreffen o.a.:
2.- Het aangevraagde is niet in overeenstemming met de geldende voorschriften omdat de voorziening niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving.
3.- Het aangevraagde is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening ter plaatse omwille van functioneel niet inpasbaar, onaanvaardbare hinder (visuele- en geluidshinder) alsook gezondheidsrisico’s (bestendige geluidsbron en constante magnetische straling).
4.- Ongeoorloofde saucissonering van de aanvraag
5.- Schending gelijkheid van Burgers voor openbare lasten beginsel. In gevolge deze wijziging dienen wij een veel zwaardere last van het openbaar domein te dragen dan de overige omliggende bewoners hetgeen strijdig is met artikel 16 van de Grondwet en een schending uitmaakt van het gelijkheid van de burgers voor openbare lasten beginsel (Gbol)
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent deze bezwaren het volgende standpunt in:
1.- Het dossier werd volledig verklaard door de gemeente Zonhoven. Alle essentiële elementen zaten vervat in het dossier, behoudens inderdaad de bouwhoogte van de constructie. De aanvrager liet via een bericht weten dat de maximale hoogte van de elektriciteitscabine 3 meter bedraagt. Mits kennisname van dit gegeven kan er vanuit de beschikbare gegevens - er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd waarbij de effecten op milieu en omgeving voldoende werden omschreven en waaruit bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn - geoordeeld worden of het aangevraagde in overeenstemming is met de geldende voorschriften alsook met de goede ruimtelijke ordening. Het ingediende bezwaar is gegrond maar wordt niet weerhouden.
2 + 3 .- De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De aanvraag voorziet een lot voor een elektriciteitscabine van beperkte omvang. De elektriciteitscabine heeft een maximale oppervlakte van 10m² en een maximum hoogte van 3 meter. De cabine wordt op minimum 1,9 meter van de perceelgrenzen opgericht. De constructie wordt uitgevoerd in duurzame en esthetisch verantwoorde materialen en dient op te gaan binnen de groene omgeving. Bijkomend bevindt er zich vandaag de dag op de perceelgrens reeds een quasi ondoorzichtige afsluiting. Tenslotte zullen de niet verharde delen als groene ruimte ingericht worden met inheemse soorten. Omwille van bovenstaande zal de visuele hinder naar de aanpalende eigendommen beperkt blijven. De elektriciteitscabine betreft een nutsvoorziening van algemeen belang, dewelke reeds veelvuldig voorkomt in een bebouwde omgeving. Op dit moment zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde studies die wijzen op mogelijke gezondheidseffecten. Het creëren van een lot voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op voorliggende locatie is verenigbaar met de onmiddellijke omgeving en met de goede ruimtelijke ordening. Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
4.- Twee bijstellingen die nu voorliggen vloeien voort uit het feit dat er bij de initiële aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een lot (m.n. lot 6) mee werd opgenomen in de initiële aanvraag, terwijl het eigendom nog onderdeel uitmaakte van een andere vergunde, niet-vervallen verkaveling. Omwille van procedurele redenen werd het lot 6 uitgesloten uit de verkavelingsvergunning. De bijstellingen die lopen moeten het mogelijk maken dat lot 6 alsnog mee kan opgenomen worden in het groepswoningbouwproject.
Tenslotte betreft de derde bijstelling het louter wijzigen van de afmetingen op de eerste verdieping van de meergezinswoningen (uitkragen van terrassen) alsook een verduidelijking van de bebouwde oppervlakte van de bovenste bouwlaag. Van een ongeoorloofde saucissonering is hier dus geen sprake. Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
5.- Volgens dit beginsel van de gelijkheid van de burgers voor openbare lasten is de overheid vergoeding verschuldigd wanneer het lasten oplegt die groter zijn dan deze die de burger in het algemeen belang moet dragen. De elektriciteitscabine betreft een nutsvoorziening van algemeen belang, dewelke reeds veelvuldig voorkomt in een bebouwde omgeving. De bezwaarindiener vindt dat zij een veel zwaardere last moeten dragen dan de overige omliggende bewoners. Met deze stelling kan niet akkoord gegaan worden aangezien de elektriciteitscabine een beperkte constructie betreft met een oppervlakte van maximaal 10m² en een maximum hoogte van 3 meter. Bovendien wordt de cabine op minimum 1,9 meter van de perceelgrenzen opgericht. Bijkomend bevindt er zich vandaag de dag op de perceelgrens reeds een quasi ondoorzichtige afsluiting. Tenslotte zullen de niet verharde delen als groene ruimte ingericht worden met inheemse soorten. Omwille van bovenstaande zal de visuele hinder naar de aanpalende eigendommen beperkt blijven.
Zoals hierboven reeds aangehaald zijn er op dit moment geen wetenschappelijk onderbouwde studies die wijzen op mogelijke gezondheidseffecten m.b.t. stralingen en omwille van ‘mogelijke’ geluidshinder. Dat de bezwaarindiener een zwaarder last heeft te dragen door het plaatsen van een elektriciteitscabine op de voorziene plaats dan de overige omliggende bewoners is niet correct. Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
ADVIEZEN
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan de Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan de Dienst Werken Patrimonium
Op 22/10/2020 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30 juli 2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1280.C.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De kavel kreeg als bestemming “openbaar domein”.
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De aanvraag betreft het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op een locatie dewelke in de oorspronkelijke verkaveling voorzien was als openbaar domein. Door het creëren van het bijkomend lot 27 wijzigt ook het openbaar domein en het hierbij horende rooilijnplan.
Het lot 27 situeert zich binnen het woongebied. De aanvraag voldoet principieel aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 22 oktober 2020. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. § 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.
Wegenis
De aanvraag betreft het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op een locatie dewelke in de oorspronkelijke verkaveling voorzien was als openbaar domein. Door het creëren van het bijkomend lot 27 wijzigt ook het openbaar domein en het hierbij horende rooilijnplan. De gemeenteraad dient akkoord te gaan met de wijziging van het openbaar domein en het hierbij horende rooilijnplan.
Op 22/02/2021 keurde de gemeenteraad de wijziging van de rooilijn Pieter Demuynckstraat goed.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op een locatie dewelke in de oorspronkelijke verkaveling voorzien was als openbaar domein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag voorziet een lot voor een elektriciteitscabine van beperkte omvang. De elektriciteitscabine heeft een maximale oppervlakte van 10m² en een maximum hoogte van 3 meter. De cabine wordt op minimum 1,9 meter van de perceelgrenzen opgericht. De constructie wordt uitgevoerd in duurzame en esthetische verantwoorde materialen en gaat op binnen de groene omgeving omdat de niet verharde delen als groene ruimte ingericht worden met inheemse soorten.
Er bevindt zich vandaag de dag op de perceelgrens met het aanpalende eigendom reeds een quasi ondoorzichtige afsluiting.
Voor de gevel van de cabine dient gekozen te worden voor een kleur die zoveel als mogelijk opgaat in de omgeving en het omringende groen.
Omwille van bovenstaande zal de visuele hinder naar de aanpalende eigendommen beperkt blijven.
De elektriciteitscabine betreft een nutsvoorziening van algemeen belang, dewelke reeds veelvuldig voorkomt in een bebouwde omgeving. Op dit moment zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde studies die wijzen op mogelijke gezondheidseffecten. Het creëren van een lot voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op voorliggende locatie
voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 29/10/2020 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Er is een uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Bovendien kunnen we u ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn. De Werken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat er een continue drinkwaterbevoorrading kan gegarandeerd worden. In het ontwerp dient men er rekening mee te houden dat in de bermen voldoende ruimte voorzien wordt om de leidingen aan te leggen en de eventuele aanpassingen uit te voeren. De kosten van de uitbreiding en eventuele aanpassingen aan deze installaties zijn ten laste van de opdrachtgever.
Omwille van het aantal percelen is er een capaciteitsmeting nodig, deze capaciteitsmeting moet door de opdrachtgever zelf aangevraagd worden. De kosten van deze capaciteitsmeting zijn ten laste van de verkavelaar. Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep. De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 26/10/2020 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig.
“ Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van onze adviezen inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in deze adviezen met als ref. nummer 2019-0114-001 dd. 13/03/2019 en 2019-0114-003 dd. 20/07/2020 dienen, voor zover deze nog van toepassing zijn, strikt te worden nageleefd.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 27/10/2020 van Proximus luidt: geen bezwaar.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt akte van dit advies.
4.- Het advies van 27/10/2020 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig.
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 22/10/2020 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering.
Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten aardgas - elektriciteit kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project waarbij netuitbreiding nodig is, zal Fluvius een netstudie starten waaruit een gedetailleerde offerte zal volgen aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Fluvius vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.
Afhankelijk van de grootte van het project dienen mogelijks een of meerdere ruimte(s) voor een distributiecabine elektriciteit en/of aardgas ter beschikking gesteld te worden aan Fluvius. Voor elektriciteit heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 6,45m x 5,70m. Voor aardgas heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 3,50m x 3,60m. Beide zones moeten rechtstreeks bereikbaar zijn vanop het openbaar domein. De bereikbaarheid, inplanting en bouwkundige voorwaarden dienen besproken te worden met Fluvius, en dit vóór het in uitvoering brengen van de vergunning. Wij dienen van de initiatiefnemer de schriftelijke toelating(en) te ontvangen in verband met de inplanting(en) en de kosteloze overdracht van de nodige grond(en) voor zover deze niet in het openbaar domein wordt voorzien.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078353534.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Het advies van 22/10/2020 van de dienst Patrimonium is gunstig:
“Gunstig voor voorgesteld rooilijnplan.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
6.- Het advies van 22/10/2020 van de dienst Facilitair management is gunstig. Er wordt een suggestie gedaan omtrent de kleur van de cabine.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. Voor de gevel van de cabine dient gekozen te worden voor een kleur die zoveel als mogelijk opgaat in de omgeving en het omringende groen. Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
2. De verkavelingsvoorschriften zoals bijgevoegd door de aanvrager zijn van toepassing op lot 27, met volgende aanvulling:
3. De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden d.d. 21 mei 2019, blijven voor het overige van toepassing.
4. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de Watergroep.
5. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
6. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor het creëren van een bijkomend lot 27 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
2. De verkavelingsvoorschriften zoals bijgevoegd door de aanvrager zijn van toepassing op lot 27, met volgende aanvulling:
3. De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden d.d. 21 mei 2019, blijven voor het overige van toepassing.
4. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de Watergroep.
5. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
6. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.