Terug
Gepubliceerd op 03/03/2021

2021_CBS_00220 - Afvoer afgedankte voertuigen naar erkende verwerker - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 23/02/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Frank Vandebeek, 4de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00220 - Afvoer afgedankte voertuigen naar erkende verwerker - Goedkeuring 2021_CBS_00220 - Afvoer afgedankte voertuigen naar erkende verwerker - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen nemen kennis van het voorstel van de diensten FAM en milieubeleid omtrent afgedankte voertuigen.  

Wanneer een gemeentelijk voertuig uit circulatie wordt genomen, wordt deze aangeboden via de openbare verkoop.  De kans is reëel dat deze voertuigen nog een aantal jaren worden gebruikt. Hetzij in eigen land of in het buitenland waar minder streng wordt toegezien op de technische conditie en uitstootnormen.  

De diensten stellen voor aan het college van burgemeester en schepenen dat wij ook hier onze verantwoordelijkheid dragen en de afgedankte voertuigen niet meer aanbieden in de openbare verkoop maar wel aan een erkend verwerkingscentrum.  Op deze manier is er de zekerheid dat de milieubelastende voertuigen niet meer in het verkeer komen en correct ontmanteld worden (met de nodige attesten).

Wanneer we een voertuig (ongeacht of deze gedepollueerd is) bij een erkend centrum aanleveren, levert ons dit 95 euro/ton op.  Bij verkoop, ligt de verkoopprijs bij een personenvoertuig of voertuig lichte vracht, lichtjes hoger dan de 95 euro/ton. Een gemiddelde verkoopsprijs is moeilijk vast te leggen aangezien dit zeer sterk afhankelijk is van de ouderdom en staat van het voertuig.  Maar gesteld kan worden, dat hier de schrootwaarde wordt geboden. 

Enige uitschieter is een afgeschreven vrachtwagen waarbij de gemeente een minimumbedrag van 4500 euro vastlegt.  Als we een vrachtwagen zouden aanbieden aan een erkende verwerking, krijgen we hiervoor 950 euro (10 ton x 95 euro/ton).  Dit is een aanzienlijk verschil.  Het is niet duidelijk hoeveel een afgeschreven vrachtwagen ons heeft opgebracht bij de laatste openbare verkoop omdat we een totaal bedrag hebben mogen ontvangen (en geen gedetailleerd overzicht).  

Het is onduidelijk of we dit minimum bedrag ook effectief zullen ontvangen. Indien we dit niet ontvangen, is een andere piste dat we de oude vrachtwagen inruilen bij aankoop van de nieuwe en we hiervoor nog een inruilpremie van +/- 4000 euro voor kunnen ontvangen. Wanneer ook deze laatste piste niet mogelijk is (doordat er bijvoorbeeld geen aankoop is van een nieuwe vrachtwagen), is het voorstel om de oude alsnog naar een erkende verwerker over te brengen. 

Bijkomend nadeel van een openbare verkoop is dat dit te lang op zich laat wachten en de afgeschreven voertuigen te veel en te lang plaats in beslag nemen op onze terreinen. Verder staan de afgeschreven voertuigen zo lang stil, dat dit eveneens een prijsdaling teweegbrengt.  

De gemeente tracht op allerlei vlakken duurzaam en klimaatvriendelijk te werken. Dit voorstel versterkt deze beleidsvisie en is een voorbeeld van circulaire economie (hergebruik van producten en grondstoffen).  

Op dit ogenblik, zijn dit de voertuigen die via deze weg kunnen en mogen worden afgevoerd: Ford escort (inbeslagname), Toyota Celica (inbeslagname), Renault – (inbeslagname), Peugeot Partner (afgeschreven).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met bovenstaand voorstel en biedt vanaf heden de afgeschreven afgedankte voertuigen (personenwagens en lichte vracht) niet meer aan via de openbare verkoop maar enkel aan een erkend verwerkingscentrum.

Artikel 2

Voor wat betreft vrachtwagens, wenst het college ze alsnog aan te bieden voor openbare verkoop gezien de hogere opbrengst.  Indien de minimumprijs niet geboden wordt, wordt bekeken of er aanspraak gemaakt kan worden op een inruilpremie. Wanneer deze 2 pistes niet mogelijk zijn, gaat het voertuig naar het erkend verwerkingsbedrijf.