Terug
Gepubliceerd op 17/03/2021

2021_CBS_00270 - OMV - Vergunning - Vennenstraat 48 - 2020/00274 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 09/03/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00270 - OMV - Vergunning - Vennenstraat 48 - 2020/00274 - Goedkeuring 2021_CBS_00270 - OMV - Vergunning - Vennenstraat 48 - 2020/00274 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een hobbystal voor weidedieren.

De aanvraag werd op 14 december 2020 ontvangen.

Op 12 januari 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 12 januari 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 19 januari 2021  werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 mei 1947 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kleine hoeve.  (1947/00011)

Op 11 december 1951 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1951/00009)

Op 4 mei 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1959/00068)

Op 2 december 1968 werd een bouwvergunning afgeleverd voor het bouwen van een melkveestal.  (1968/00072)

Op 17 december 2019 werd een omgevingsaanvraag ingediend voor het verbouwen van een eengezinswoning en het slopen van een schuur en een gedeelte van de stal. Deze aanvraag werd op 12 februari 2020 door de aanvrager ingetrokken.  (2019/00325).

Milieu

Volgende ARAB / milieumeldingen werden aangevraagd of afgeleverd:

  • Op 18/04/1977 - door Georges Buntinx, stallen van ca 50 zoogdieren (melkvee en varkens) en opslag van dierlijke mest; deze aanvraag heeft niet de volledige procedure doorlopen en is niet gekomen tot een vergunning;
  • Op 08/03/1992 – door Georges Buntinx voor de lozing normaal huishoudelijk afvalwater; ondergrondse mazoutopslag 5000 liter en opslag van dierlijke mest in agrarisch gebied voor 60 ton. Opnieuw werd hier een aanvraagformulier voor ingediend maar doorliep de aanvraag niet de volledige procedure en is het niet gekomen tot een vergunning. 
  • 04/09/1992 – op naam van Eddy Buntinx – voor het stallen van voertuigen andere dan personenwagens.

Omgevingsvergunning

Op 20 oktober 2020 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het wijzigen van de functie van een bedrijfswoning bij een landbouwbedrijf naar een zonevreemde woning, het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, het slopen van bijgebouwen, het herinrichten van het terrein en de aanvraag voor een ingedeelde activiteit en werd de omgevingsvergunning geweigerd voor het oprichten van een stalling voor weidedieren (OV/2020/00114).

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden. 

ADVIEZEN

Departement Landbouw en Visserij

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften, omdat de gevraagde handelingen niet kaderen in functie van landbouwactiviteiten. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Stallen voor weidedieren

“Art. 4.4.8/2.

§ 1. In gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, kan, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:

1° de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;

2° de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;

3° de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.

Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen wordt rekening gehouden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.

Gebieden met bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg die overeenkomstig artikel 7.4.13 werden geconcordeerd naar de categorie met de gebiedsaanduiding `landbouw' worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gebieden met een gebiedsaanduiding die behoren tot de categorie `landbouw'.

De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gebieden:

1° ruimtelijk kwetsbaar gebied;

2° gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:

a) bouwvrij agrarisch gebied;

b) agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

§ 2. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van paragraaf 1, vervalt van rechtswege naast de gevallen, vermeld in artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.

Na het verval van de vergunning, vermeld in het eerste lid, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.

§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van dit artikel, onder meer inzake de berekening en de vaststelling van de termijn van vijf opeenvolgende jaren opgenomen in paragraaf twee, eerste lid.”

De aanvraag voorziet in het bouwen van een hobbystal voor weidedieren. In de paardenstalling worden volgende functies voorzien:

  • 4 stallen tussen de 11m² en de 17m²
  • toiletruimte 
  • berging materiaal
  • centrale ruimte waar paarden kunnen verzorgd worden 
  • een open berging voor stockage hooi en mest

De stal ligt binnen een straal van 50 meter van de vergunde woning. De stal is ingeplant op 1meter van de zijdelingse perceelsgrens. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,15 meter.  De hobbystal heeft een totale oppervlakte van 135m²: 110m² voor de stallen, 9m² dakoversteek en 16m² voor de hooiopslag en de mestbak. Er wordt geen extra verharding voorzien rond de paardenstalling. De hobbystal voor weidedieren wordt afgewerkt met gekaleide gevelsteen, in combinatie met een gecementeerde plint en houten gevelbekleding. Tussen de stal en de rechter perceelgrens wordt een inheemse meidoornhaag met een hoogte van 1,80 meter voorzien. Achter de stal blijft de bestaande kersenboom behouden en worden er 5 nieuwe berken aangeplant. Uit de gegevens van het aanvraagdossier  blijkt dat bouwheer en zijn gezin actief met paarden bezig zijn. Het eigendom met een oppervlakte 1,70ha voor weide is voldoende groot voor het stallen van 4 paarden. Er is ook geen andere mogelijkheid tot stalling van de paarden aanwezig op het terrein. Het gebouw past zich in in het aanwezige landschap door de voorziene groenaanleg en de gebruikte materialen. De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen van artikel 4.4.8/2 VCRO.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Deze aanvraag voor een hobbystal voor weidedieren maakt deel uit van een groter project met andere vergunde constructies (verbouwing woning) en verhardingen uit de afgeleverde omgevingsvergunning OV/2020/00114. Bij de woning werd een regenwaterput en infiltratieput voorzien waarbij de oppervlakte van de hobbystal mee is opgenomen in de berekening van de grootte van de put.

De aanvraag voldoet aan de stedenbouwkundige verordening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het goed is gelegen langs de Vennenstraat, een gemeenteweg. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving. 

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een hobbystal voor weidedieren.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

( Deze wordt verderop uitgevoerd )
 De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Vennenstraat, een gemeenteweg aan de rand van de gemeente Zonhoven. Het eigendom is gelegen binnen landbouwgebied. Zowel rechts als links van het eigendom komen binnen een afstand van 150 meter geen andere vergunde gebouwen voor. Aan de overzijde van de straat bevindt er zich een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen. Op het eigendom is een vrijstaande zonevreemde woning aanwezig.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het bouwen van een hobbystal voor weidedieren. In de paardenstalling worden volgende functies voorzien:

  • 4 stallen tussen de 11m² en de 17m²
  • toiletruimte 
  • berging materiaal
  • centrale ruimte waar paarden kunnen verzorgd worden 
  • een open berging voor stockage hooi en mest

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De aanvraag betreft het oprichten van een hobbystal voor weidedieren bij een zonevreemde woning. Voorliggende aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen zoals opgenomen in de VCRO (art. 4.4.8/2).

Mobiliteitsimpact

Er wordt geen extra woongelegenheid gecreëerd door voorliggende aanvraag. Voorliggende aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen

De stal ligt binnen een straal van 50 meter van de vergunde woning. De stal is ingeplant op 1meter van de zijdelingse perceelsgrens. De kroonlijsthoogte bedraagt 3,15 meter.  De hobbystal heeft een totale oppervlakte van 135m²: 110m² voor de stallen, 9m² dakoversteek en 16m² voor de hooiopslag en de mestbak. Er wordt geen extra verharding voorzien rond de paardenstalling. Het eigendom met een oppervlakte 1,70ha voor weide is voldoende groot voor het stallen van 4 paarden. De aanvraag is qua schaal en ruimtegebruik aanvaardbaar.

De hobbystal voor weidedieren wordt afgewerkt met gekaleide gevelsteen, in combinatie met een gecementeerde plint en houten gevelbekleding. Het gebouw heeft dezelfde rustieke “look and feel” als het hoofdgebouw (wit en gekaleid). De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar in deze omgeving.

Tussen de stal en de rechter perceelgrens wordt een inheemse meidoornhaag met een hoogte van 1,80 meter voorzien. Achter de stal blijft de bestaande kersenboom behouden en worden er 5 nieuwe berken aangeplant. De berken dienen te worden vervangen door een andere inheemse soort die meer bestand is tegen de klimaatverandering zoals (veld)esdoorn (geen cultivar).

Het gebouw past zich in - in het aanwezige landschap - door de voorziene groenaanleg en de gebruikte materialen. 

Bodemreliëf

Het bestaande reliëf wordt maximaal behouden.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt door voorliggende aanvraag geen hinder verwacht m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving 

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het Departement Landbouw en Visserij liet op 20 januari weten geen advies uit te brengen. 

De gemeentelijk omgevingsambtenaren neemt hiervan akte. 

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Er worden 4 boxen voorzien voor een paard of merry met veulen. Verder wordt de mest opgeslagen in een “basis mestbak” die frequent geledigd zal worden. Voor het houden van dieren, is de milieuwetgeving pas van toepassing vanaf 5 volwassen dieren. De mestopslag is vergunningsplichtig vanaf 10 m³. Het gaat hier om 6 m³. Wat maakt dat er geen bijkomende rubrieken aangevraagd moeten worden i.f.v. het houden van de dieren en de mestopslag. 

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hobbystal voor weidedieren, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een hobbystal voor weidedieren zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats; 
  2. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen; 
  3. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven; 
  4. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni
  5. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  6. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting.
  7. De berken dienen vervangen te worden door een andere inheemse soort die meer bestand is tegen de klimaatverandering zoals (veld)esdoorn (geen cultivar).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een hobbystal voor weidedieren zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats; 
  2. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen; 
  3. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven; 
  4. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni
  5. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  6. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting.
  7. De berken dienen vervangen te worden door een andere inheemse soort die meer bestand is tegen de klimaatverandering zoals (veld)esdoorn (geen cultivar).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.