Terug
Gepubliceerd op 17/03/2021

2021_CBS_00271 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 48 - 2020/00249 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 09/03/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00271 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 48 - 2020/00249 - Gedeeltelijke goedkeuring 2021_CBS_00271 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 48 - 2020/00249 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een wintertuin/ veranda, een carport en een bijgebouw en aanpassing van de terreinverharding.

De aanvraag werd op 19/11/2020 ontvangen.

Op 07/12/2020 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 11/12/2020 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 14/12/2020 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 24/12/2020 tot en met 22/01/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1971/00128: bouwvergunning op 17/12/1971 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2004/09733: stedenbouwkundige vergunning op 03/01/2005 voor het regulariseren van het dak, het bijbouwen van een keuken en het plaatsen van een nieuw dak op de volledige woning;
  • 7204.V.301: verkavelingsvergunning op 02/11/1970 voor 5 loten voor open bebouwing;
  • 7204.V.301\01: wijziging verkavelingsvergunning op 27/08/1971 voor opname van lot 3;
  • 7204.V.301\02: wijziging verkavelingsvergunning voor loten 3, 4 en 5 op 02/04/1991 voor het wijzigen van de dakhelling tussen 25° en 40° ipv plat dak (helling max. 5°).

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 20/10/2020 (VB_2020_248).

Op basis van het voorgestelde plan werden volgende opmerkingen geformuleerd (05/11/2020):

  • De aanvraag zal de vergunde/ bestaande/ nieuwe toestand moeten bevatten. Afgaande op de vergunning, luchtfoto’s en uw plan zijn hier behoorlijke wijzigingen waar te nemen. Op de luchtfoto 2019 is het terrein volledig bebouwd/ verhard op een klein stukje rechts achteraan na…
  • Er is slechts 1 inrit met een breedte van 3m aan de rooilijn toegestaan (voorgestelde voldoet niet!), overige breedte dient niet overrijdbaar te zijn door voertuigen
  • Tussen oprit en perceelgrens 0,5m infiltratiezone open laten (geen verharding)
  • De verhardingen zijn te ruim: behoudens de strikt noodzakelijke oprit naar de carport (3m breed) mag maximaal 1 extra parkeerplaats in de voortuin voorzien worden (3x6); de verharding achter de carport tot aan de tuinberging is niet ok, enkel een pad langs de gevel (1m) en een beperkt terras achteraan
  • (bij)gebouwen op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen – hier dient men te voldoen aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit: 40m² max/goed, 1m afstand tot de perceelgrenzen en beperkte hoogte
  • Langs de rechter zijgevel is blijkbaar een verharding aanwezig? Niet duidelijk volgens plan, kan daar alleszins niet.
  • Inplanting van de carport: palen op 0,5m afstand tot de grens voorzien, dakrand mag tot tegen de grens (best akkoord buur op voorhand), voorzijde op min. 1,5m achter de voorgevel, open constructie
  • Gesloten afsluitingen in de voortuinstrook mogen tot 1m hoog zijn, bij voorkeur geen betonpanelen (open afsluitingen tot 2m hoog)

Uiteraard dient de omgevingsaanvraag te voldoen aan de vereisten qua samenstelling. Betreffende uiterlijk/ materialen zijn geen gegevens beschikbaar; het geheel dient een samenhorig geheel te vormen.

De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.

De vergunde en bestaande (te regulariseren) toestand werd aangeleverd.

De breedte van inrit aan de rooilijn werd aangepast naar 3m.

Een infiltratiezone tussen verharding en perceelgrens werd voorzien (0,30m).

De verharding in de achtertuin en rechter zijtuinstrook werd geminimaliseerd/ verwijderd.

Inplanting carport: palen op 10cm uit de perceelgrens, afwateringsgoot tot tegen de perceelgrens.

Verharding voortuin: 5,70m breed aangehouden behoudens thv de rooilijn.

Verharding zijtuin links: verharding behouden 3,30m breed over diepte 10,04m.

Tuinberging deels tot op/ tegen de perceelgrens links en op 0,25m à 0,62m afstand tot de achterste perceelgrens (ongewijzigd).

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een carport tegen de linker zijgevel van de woning, een veranda/ wintertuin links achteraan de woning, een bijgebouw links achteraan op het perceel en aanleg van diverse verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en/of te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 24/12/2020 tot en met 22/01/2021.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het aanpalende perceel links voor de aangevraagde werken.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluxys nv

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 02/11/1970 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.301. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning/ handelshuis.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. 

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag voldoet niet aan de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:

Titel I - algemeenheden

  • Artikel 1 – de maximale oppervlakte voor vrijstaande achtergebouwen bedraagt 30m², bij gelijktijdig bouwen met de gebuur of tegen een bestaande achterbouw is een inplanting tot op de perceelscheiding toegestaan, in alle andere gevallen dient de afstand tot de perceelgrenzen gelijk te zijn aan de hoogte van het gebouw;

De aanvrager wenst een bijgebouw met een totale oppervlakte van 46,23m² te regulariseren. Het bijgebouw met een bouwhoogte tussen 1,95m en 2,37m werd deels tot tegen de perceelscheiding gebouwd en deels op een afstand tot de perceelgrenzen tussen 0,25m en 1m.

  • Artikel 3 – welstand van de gebouwen
  1. Elke constructie(groep) dient een harmonisch geheel te vormen door o.a. gepast gebruik van aard en kleur der materialen, verplicht eenzelfde kroonlijsthoogte en dakprofiel.
  2. Voorgevel en zichtbaar blijvende gevels, zowel van hoofdgebouw als aanhorigheden, dienen uitgevoerd in baksteen, natuur- of kunstmatige stenen of andere esthetisch verantwoorde materialen. Hellende daken dienen belegd met pannen, natuur- of kunstleien (of rietbedekking). Iedere andere dakbedekking is verboden voor hoofdgebouw en aanhorigheden. Aard en kleur der dakbedekking dienen hetzelfde te zijn voor een constructiegroep.

Het vergunde hoofdgebouw heeft gevels in (wit geschilderde) gevelsteen en een dakbedekking (hellend dak) met pannen in donkergrijs. De te regulariseren aanbouwen en bijgebouwen wijken af van de materialen en dakvorm/ kroonlijsthoogte. De carport is een houten constructie met licht hellend lessenaarsdak, bedekt met plastic platen; de wintertuin is voorzien van een plat dak met lichtstraat; de tuinberging is uitgevoerd in hout en deels voorzien met een plat dak met geprofileerde metaalplaten en deels met een licht hellend lessenaarsdak in polycarbonaatplaten.

Titel II – Bijzonderheden

  • Artikel 8, b) alleenstaande gebouwen – dakhelling begrepen tussen 25° en 40°, bouwhoogte begrepen tussen 4,5m en 6m, maximale breedte 2/3   van de kavelbreedte mits inachtneming van de minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen (3m).

De hoogte van de carport en wintertuin is kleiner dan 4,5m, de carport heeft een kleinere dakhelling dan 25° en de wintertuin heeft een plat dak, de carport werd gebouwd in de linker zijtuinstrook tot op 10cm van de zijdelingse perceelgrens en hiermee wordt de bouwbreedte verruimd tot meer dan 2/3  van de kavelbreedte.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De (gewijzigde) plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de bestaande woning met een horizontale dakoppervlakte van 141,12m² en de te regulariseren uitbreidingen met een dakoppervlakte van 100m²,  een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter. Voor het hergebruik wordt aangegeven dat men dit “voornamelijk zal gebruiken voor het begieten van de tuin”. Er worden geen effectieve aftappunten aangegeven, het hergebruik zal eerder beperkt zijn aangezien geen sanitair of ander huishoudelijk gebruik voorzien is.

Er wordt geen aftrek van 60m² dakoppervlakte gevraagd voor de plaatsing van de hemelwaterput.

De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 5000 liter en een infiltratieoppervlakte van 13,03m². De overloop van de infiltratieput wordt naar de tuinzone afgeleid. Dit is niet verboden maar kan bij langere perioden van hevige regenval mogelijk leiden tot wateroverlast. Dit mag geenszins afvloeien naar de buren; het rechts aanpalende perceel lijkt lager te liggen dan het perceel van de aanvraag.  

De carport (25,76m²), wintertuin (28m²) en het bijgebouw (46,24m²) hebben een totale dakoppervlakte van 100m².

De dakoppervlakte van de bestaande woning, die nog niet aangesloten is op een infiltratievoorziening/ regenwaterput, bedraagt 141,12m². 

Er werd geen afwijking gevraagd.

De dakoppervlakte voor berekening van de infiltratievoorziening bedraagt 200m².

De minimale inhoud van de infiltratievoorziening bedraagt 5000 liter en de minimale infiltratieoppervlakte bedraagt 8m².

De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de heraanleg van de verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren naast de verharding in de groenzones.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het definitief zoneringplan voor riolering gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”. 

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius.

Het (gecorrigeerd) advies van 05/01/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Fluvius advies (correctie op vorig advies gegeven 23/12)

Naar aanleiding van uw brief/mail van 14-12-2020 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie , nummer(s) 621N, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen. 

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: 

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering 

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be). 

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel. 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn. 

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk. 

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer 

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. 
  • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013. 
  • Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein. 
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel. 
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang. 

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject 

  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² van een bestaand gebouw een even groot deel van de verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien de bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. 
  • Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (afvalwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Plaats 2 controleputjes, 1 voor DWA en 1 voor RWA op 1 meter voor de rooilijn op het privéterrein met een onderlinge afstand van 60 cm. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van afvalwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn. 
  • Volgens het definitief zoneringsplan bevindt het perceel zich in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone zal op termijn via het openbaar rioleringsstelsel een collectieve zuivering van het vuilwater gebeuren. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. Indien er in de straat binnenkort een project van start gaat, kan u best contact opnemen met Fluvius voor de voorwaarden naar voorbehandeling van het afvalwater. In afwachting daarvan moet conform Vlarem II het vuilwater, zowel het zwart water (toiletten) als het grijs water (lavabo, afwasmachine, douche, …) aangesloten worden op een septische put. De inhoud van de septische put voor een gezin tot vijf personen is minimum 3000 liter, met 600 liter extra per bijkomende inwoner. 
  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren. 

We raden aan om

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben. 
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. 
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden. 
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak. 
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. 

3. Keuring privéwaterafvoer 

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. 

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie www.vlario.be). 

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. 

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Er dient opgemerkt dat de oorspronkelijke septische put, voorzien waar thans de keuken met ontbijthoek gesitueerd is, blijkbaar niet meer aanwezig is. Dit is niet conform Vlarem II zoals reeds hoger aangegeven in het advies van de rioleringsbeheerder.

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager.

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders geplaatst in de woning.

Erfdienstbaarheden / gemene muren / erfscheidingen

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid , het overnemen van een gemene muur of erfscheidingen.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van rioleringsbeheerder Fluvius;
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van de wintertuin/veranda, de carport, een vrijstaande tuinberging en de aangepaste verhardingen op het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

Verkavelingen ouder dan 15 jaar (Codextrein)

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 02/11/1970( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. 

Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. 

De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Ballewijerweg, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.

De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing in open verband, gecombineerd met kleinschalige nevenfuncties.

In de ruimere omgeving is ten noorden, oosten en zuiden van het perceel een natuurgebied gelegen, deels onderbroken door een woonlint en agrarisch gebied; aan westelijke zijde situeert zich een woongebied met achterliggend woonuitbreidingsgebied dat thans groen ingevuld is.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het regulariseren van de wintertuin/veranda, de carport, een vrijstaande tuinberging en de aangepaste verhardingen op het terrein.

Het perceel werd anno 1972 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag en hellend dak en in 2005 werd een regularisatie aangevraagd voor een uitbreiding links achteraan de woning en voor het plaatsen van een (verhoogd) nieuw dak.

Intussen werd, zonder de nodige vergunningen, een carport geplaatst in de linker zijtuinstrook, een bijgebouw geplaatst in de tuinzone links achteraan en werden diverse verhardingen aangelegd.

Met de huidige aanvraag wenst men de niet vergunde constructies te regulariseren waarbij de verhardingen ingeperkt worden ten opzichte van de bestaande toestand.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in ca. 5 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Regularisatie carport

In de linker zijtuinstrook werd een carport geplaatst over een breedte van 3,60m en een bouwdiepte van 7,36m van de voorgevellijn. Het betreft een eenvoudig uitgevoerde constructie met houten palen en een doorzichtig licht hellend dak met polycarbonaatplaten.

De carport oogt visueel niet aantrekkelijk omdat deze niet aansluit op de rest van de woning qua vormgeving en materiaalgebruik. Door de plaatsing op de voorgevellijn ipv verder naar achter is deze daarbij zeer aanwezig in het straatbeeld. De huidige uitvoering en inplanting is esthetisch niet verantwoord.

De breedte en diepte van de carport zijn te ruim voor 1 wagen en te beperkt voor 2 wagens. Een minimale uitvoering van 3m breed en 6m diep is hier meer gepast.

Een carport in de zijtuinstrook is niet uitgesloten doch dient met de rest van de woning een harmonisch geheel te vormen; naar analogie met de aanwezige veranda is een uitvoering in donkergrijs aluminium (of donkergrijs hout) met een plat dak  (geen polycarbonaatplaten) hier eerder aangewezen. Om de verschijning van een open bebouwing niet te verstoren dient de carport verder naar achter geplaatst te worden dan de voorgevel van de woning en de constructie dient volledig open te blijven (geen gesloten gevels). Zoals hoger aangehaald dient de omvang ingeperkt te worden.

De carport in zijn huidige vorm is niet aanvaardbaar.

Regularisatie wintertuin/ veranda

Achteraan de bestaande woning werd een veranda/ wintertuin opgericht in het verlengde van de linker zijgevel met een bouwdiepte van 4m en een bouwbreedte van 7m. De veranda bestaat hoofdzakelijk uit grote raampartijen en een dragende constructie uit aluminium in donkergrijze kleur. De aanbouw met een hoogte van 3m is afgewerkt met een plat dak met daarin een lichtstraat (4m breed, 2m diep) verwerkt met een zadeldakvorm. De vorm, materialen en kleurgebruik sluiten visueel aan bij de bestaande woning (wit geschilderde gevelsteen en dak en spitsgevels in donkergrijze kleur).

De totale bouwdiepte van de woning bedraagt 16,60m en valt binnen de algemeen gehanteerde norm voor bouwdiepte op het gelijkvloers van 17m.

De veranda/ wintertuin is aanvaardbaar.

Regularisatie bijgebouw

Het te regulariseren bijgebouw bestaat uit 2 delen. 

Een eerste deel (26,01m²) werd uitgevoerd met plat dak en bevindt zich op 1m afstand tot de linker perceelgrens en op minstens 3,55m afstand tot de achterste perceelgrens. De bouwbreedte bedraagt 5,10m en de bouwdiepte bedraagt 5,10m. De bouwhoogte werd niet aangegeven op de plannen. Uit de ingegeven informatie op het omgevingsloket blijkt de maximale hoogte op 2,37m te liggen. De tuinberging werd opgetrokken in hout. Dit gedeelte voldoet principieel aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit.

Het gedeelte van de tuinberging met een oppervlakte van 26,04m² (5,1m x 5,10m) op 1m tot de perceelgrens, is aanvaardbaar.

Aan de achterzijde van het 1ste gebouw werd een uitbreiding voorzien van 20,13m² met een licht hellend dak in polycarbonaatplaten. De linker zijgevel werd tot tegen de perceelgrens opgericht en de achtergevel bevindt zich op 0,25m à 0,62m afstand tot de achterste perceelgrens. Het gebouw is 6,10m breed en 3,30m diep en verder afgewerkt in hout.

Gebouwen tot op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen. Aangezien er in de tuinzone van de links aanpalende eigendom reeds een tuinberging aanwezig is, heeft men geen intentie om een gezamenlijke scheidingswand op/ tegen de perceelgrens op te richten. Gebruikelijk worden scheidingswanden in steen opgericht, niet in hout. De afstand tot de achterste perceelgrens is te beperkt om een degelijk onderhoud van de resterende grondstrook toe te laten.

De uitvoering van het achterste gedeelte van de tuinberging is dan ook niet aanvaardbaar en dient verwijderd te worden tot in de grond.

Rekening houdend met de beperkte perceeldiepte en overige bebouwing op het terrein, dienen bijgebouwen bepakt te worden tot 40m². Slechts een bijgebouw dat voldoet aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit is toegestaan.

Regularisatie/ aanpassing terreininrichting

Er dient gestreefd te worden naar een evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing/verharding zonder hierbij de bestemming van het perceel, zijnde woningbouw, uit het oog te verliezen.

Met de voorliggende aanvraag is ca. 49% van het terrein bebouwd/ verhard; de inperking van het bijgebouw en het versmallen van de oprit/ verharding in de linker zijtuin leidt tot ca. 43%.

Door het versmallen van de verharding in de zijtuin tot een breedte van 3m bekomt men een bredere infiltratiestrook (0,60m ipv 0,30m). De diepte van de verharding tot aan de achtergevel van de veranda/ wintertuin is in feite niet noodzakelijk doch gezien het beperkte terras aanvaardbaar ifv 1 autostaanplaats en deels als terras aan de zuidkant/ westkant.

Het perceel is voldoende groot gelet op de voorgestelde bebouwde en verharde oppervlakte, mits de hoger vermelde inperking van het bijgebouw en het versmallen van de oprit/ verharding in de linker zijtuin; er resteert nog voldoende open ruimte die kan ingericht worden als tuin.

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Bij de uitvoering van werken dient men rekening te houden met de aanwezigheid van een gasleiding in de voorliggende berm. Aangezien de aanvraag grotendeels een regularisatie betreft werden reeds werken uitgevoerd. Voor de nog uit te voeren aanpassingen dient men het advies en de vereiste maatregelen van Fluxys Belgium strikt na te leven om een veiligheidsrisico voor de omgeving te vermijden. 

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de carport in de zijtuinstrook en het achterste gedeelte van de tuinberging:

  • De carport oogt visueel niet aantrekkelijk omdat deze niet aansluit op de rest van de woning qua vormgeving en materiaalgebruik. Door de plaatsing op de voorgevellijn ipv verder naar achter is deze daarbij zeer aanwezig in het straatbeeld. De huidige uitvoering en inplanting is esthetisch niet verantwoord;
  • De uitvoering van het achterste gedeelte van de tuinberging is niet aanvaardbaar.

Gebouwen tot op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen. Aangezien er in de tuinzone van de links aanpalende eigendom reeds een tuinberging aanwezig is, heeft men geen intentie om een gezamenlijke scheidingswand op/ tegen de perceelgrens op te richten. Gebruikelijk worden scheidingswanden in steen opgericht, niet in hout. De afstand tot de achterste perceelgrens is te beperkt om een degelijk onderhoud van de resterende grondstrook toe te laten.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de veranda/ wintertuin, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen op voorwaarde dat de breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook beperkt wordt tot 3m.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 05/01/2021 van rioleringsbeheerder Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 06/01/2021 van de Fluxys Belgium is voorwaardelijk gunstig:

“Fluxys Belgium kan een gunstig advies geven voor de regularisatie en de aanpassingen die gepland zijn te Zonhoven, Ballerwijerweg 48 op onderstaande voorwaarden:

  • Alle bomen en struiken zijn verboden indien hun centrale as zich op minder dan 3 m, gemeten aan weerskanten van de as van de Fluxysleiding, bevindt, met uitzondering van deze vermeld op de lijst van toegelaten planten.
  • Alle (omheinings)palen dienen, inclusief fundering, op minimum 1 meter van de wand van de Fluxys leiding komen te staan.
  • De verder vermelde specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen dienen strikt nageleefd te worden.

Bij het verwijderen van de betonnen omheining om deze te vervangen door paal en draad en voor de aanplanting van een haag dienen volgende veiligheidsmaatregelen gerespecteerd te worden :

  • De uitvoerende aannemer dient een klipmelding in te dienen.
  • 72 u voor de aanvang van de werken dient telefonisch contact opgenomen te worden met onze regionale afgevaardigde te Genk op 089/35.39.94.
  • De werken mogen pas starten na het verkrijgen van een werkvergunning.
  • De onderstaande veiligheidsvoorschriften dienen nageleefd te worden.

De bepalingen opgenomen in volgende documenten dienen gerespecteerd te worden en maken integraal deel uit van deze brief :

  • de lijst van de aardgasvervoersinstallaties in de nabijheid van de aangekondigde werken en de lijst van de bijgevoegde plannen
  • de wettelijke erfdienstbaarheden
  • de voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven bij werken uitgevoerd in de nabijheid van de vervoersinstallaties van Fluxys Belgium
  • de specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven in het kader van uw aanvraag
  • ter indicatie, de liggingsgegevens van de aardgasvervoersinstallaties in de nabijheid van de aangekondigde werken.

Wij vragen u deze documenten op te nemen in de vergunning en ons een kopie van uw besluit op te sturen.

Als u nog vragen hebt, aarzel niet contact op te nemen met onze medewerker, Noël Segers op

02/234.43.08.

Specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven in het kader van deze aanvraag

Naast de wettelijke erfdienstbaarheidsregels en de algemene voorschriften en

veiligheidsmaatregelen dienen onderstaande veiligheidsvoorschriften gerespecteerd te worden:

  • Elke aannemer moet ons minstens 15 werkdagen voor de start van de werken contacteren zodat wij hem tijdig de recentste plannen van onze installaties en onze veiligheidsvoorschriften kunnen bezorgen. Voor werken op het Vlaams grondgebied moet de aannemer deze melding uitvoeren via http://klip.vlaanderen.be. Voor werken die zich situeren op het Waals grondgebied of dat van het Brussel Hoofdstedelijk gewest moet deze melding worden uitgevoerd via www.klim-cicc.be. De werken mogen niet starten voordat de aannemer ons antwoord op de melding heeft ontvangen en op de werf de nodige afspraken heeft gemaakt met onze lokale vertegenwoordigers.
  • Alle graafwerken op minder dan 1 m aan weerszijden van onze installaties dienen manueel uitgevoerd te worden, zoals vermeld in het document "Algemene voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven bij werken uitgevoerd in de nabijheid van de leidingen van Fluxys Belgium NV. (PIST-EXTR-DO-06.01.00.01)" als bijlage.
  • De opslag van materialen is niet toegestaan binnen de zone van 5 m van de Fluxysleiding, tenzij na het bekomen van een schriftelijke toestemming van onze onderneming.
  • Bij de plaatsing van palen en/of profielen met een maximum diepte van 80 cm (zoals omheiningspalen, verlichtingspalen, vangrails, verkeersborden, …) mag de afstand tussen het ondergrondse deel van de paal, inclusief fundering en de Fluxysleiding niet kleiner zijn dan de lengte van het ondergrondse deel van de paal, inclusief fundering, met een minimum van 1 meter.

Voor palen en/of profielen die dieper dan 80 cm worden geplaatst, zijn, afhankelijk van de uitvoeringsmethode, specifieke veiligheidsmaatregelen te respecteren.

Alle werken op minder dan 1 m aan weerszijden van de Fluxysleiding dienen manueel uitgevoerd te worden.

De toegang tot de Fluxysleiding dient ten allen tijde gewaarborgd te blijven zodat onze afgevaardigden toezicht kunnen uitoefenen op deze leiding.

  • De bestaande dekking boven de Fluxysleiding mag in geen geval verminderd worden.

Lijst van de betrokken aardgasvervoerinstallaties

- 3.11180 HOUTHALEN - HASSELT ND 100 - 66,2 bar

Lijst van de plannen

- 3.11180.8117(G)

- 3.11180.8116(F)

Andere bijlagen

- Lijst van toegelaten beplantingen in de voorbehouden zone van aardgasleidingen

- Wettelijke erfdienstbaarheden

- Algemene voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven bij werken uitgevoerd in de nabijheid van de leidingen van Fluxys Belgium NV

Referentie van uw aanvraagzone

Dit antwoord is gebaseerd op onderstaande intekening en interpretatie van ontvangen gegevens uit uw aanvraag. Indien deze zone niet overeenstemt met uw aanvraagzone, vragen wij u opnieuw een aanvraag in te dienen met de aanduiding van de correcte aanvraagzone:

(tekening in bijlage)”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden, veiligheidsmaatregelen en opmerkingen gesteld in het advies (en de bijlagen) zoals hoger aangehaald, dienen strikt gevolgd te worden. 

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving voor wat betreft de carport in de zijtuinstrook en het achterste gedeelte van de tuinberging:

  • De carport oogt visueel niet aantrekkelijk omdat deze niet aansluit op de rest van de woning qua vormgeving en materiaalgebruik. Door de plaatsing op de voorgevellijn ipv verder naar achter is deze daarbij zeer aanwezig in het straatbeeld. De huidige uitvoering en inplanting is esthetisch niet verantwoord;
  • De uitvoering van het achterste gedeelte van de tuinberging is niet aanvaardbaar.

Gebouwen tot op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen. Aangezien er in de tuinzone van de links aanpalende eigendom reeds een tuinberging aanwezig is, heeft men geen intentie om een gezamenlijke scheidingswand op/ tegen de perceelgrens op te richten. Gebruikelijk worden scheidingswanden in steen opgericht, niet in hout. De afstand tot de achterste perceelgrens is te beperkt om een degelijk onderhoud van de resterende grondstrook toe te laten.

De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de veranda/ wintertuin, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen op voorwaarde dat de breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook beperkt wordt tot 3m. 

Mits bovenstaande voorwaarde na te leven, is de aanvraag verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp gedeeltelijk verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft de carport in de zijtuinstrook en het achterste gedeelte van de tuinberging.

  • De carport oogt visueel niet aantrekkelijk omdat deze niet aansluit op de rest van de woning qua vormgeving en materiaalgebruik. Door de plaatsing op de voorgevellijn ipv verder naar achter is deze daarbij zeer aanwezig in het straatbeeld. De huidige uitvoering en inplanting is esthetisch niet verantwoord;
  • De uitvoering van het achterste gedeelte van de tuinberging is niet aanvaardbaar.

Gebouwen tot op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen. Aangezien er in de tuinzone van de links aanpalende eigendom reeds een tuinberging aanwezig is, heeft men geen intentie om een gezamenlijke scheidingswand op/ tegen de perceelgrens op te richten. Gebruikelijk worden scheidingswanden in steen opgericht, niet in hout. De afstand tot de achterste perceelgrens is te beperkt om een degelijk onderhoud van de resterende grondstrook toe te laten.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft de veranda/ wintertuin, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen op voorwaarde dat de breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook beperkt wordt tot 3m.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de carport in de zijtuinstrook en het achterste gedeelte van de tuinberging en voorwaardelijk gunstig voor de veranda/ wintertuin, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. Het advies van Fluxys Belgium, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. 
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook dient beperkt te worden tot 3m. De overige breedte (0,60m) dient verwijderd te worden binnen de 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
  5. Het achterste gedeelte van de tuinberging, geplaatst op minder dan 1m afstand tot de perceelgrenzen, en de carport in de linker zijtuinstrook, dienen verwijderd te worden binnen de 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
    Riolering:
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de putten/ funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  14. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  15. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt deels het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) van 01/03/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Wat betreft de carport in de zijtuinstrook sluit het college van burgemeester en schepenen zich niet aan bij het standpunt van de GOA gezien men in dit specifiek geval het loutere esthetisch aspect niet voldoende acht ter motivatie voor het verlenen van een weigering.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft het achterste gedeelte van de tuinberging, gezien de uitvoering hiervan niet aanvaardbaar is.  Gebouwen tot op/ tegen de perceelgrens zijn bedoeld om tegenaan te bouwen. Aangezien er in de tuinzone van de links aanpalende eigendom reeds een tuinberging aanwezig is, heeft men geen intentie om een gezamenlijke scheidingswand op/ tegen de perceelgrens op te richten. Gebruikelijk worden scheidingswanden in steen opgericht, niet in hout. De afstand tot de achterste perceelgrens is te beperkt om een degelijk onderhoud van de resterende grondstrook toe te laten.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor wat betreft de veranda/ wintertuin, de carport, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen op voorwaarde dat de breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook beperkt wordt tot 3m.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het achterste gedeelte van de tuinberging, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor de veranda/ wintertuin, de carport in de zijtuinstrook, het voorste gedeelte van de tuinberging (5,10m x 5,10m) en de verhardingen , zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. Het advies van Fluxys Belgium, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. 
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De breedte van de verharding in de linker zijtuinstrook dient beperkt te worden tot 3m. De overige breedte (0,60m) dient verwijderd te worden binnen de 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
  5. Het achterste gedeelte van de tuinberging, geplaatst op minder dan 1m afstand tot de perceelgrenzen, dient verwijderd te worden binnen de 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
    Riolering:
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool. De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de putten/ funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  14. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  15. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.