Terug
Gepubliceerd op 17/03/2021

2021_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Kortestraat 45 - 2020/00254 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 09/03/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Kortestraat 45 - 2020/00254 - Goedkeuring 2021_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Kortestraat 45 - 2020/00254 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging.

De aanvraag werd op 24 november 2020 ontvangen.

Op 15 december 2020 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 7 januari 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 8 januari 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 11 juni 1975 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een berging.   (1975/00083)

Op 19 mei 1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis met garage.   (1976/00079)

Op 5 juli 1978 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1978/00079)

Op 31 juli 1978 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1978/00145)

Op 27 oktober 2008 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning.   (2008/11182)

Op 30 juli 2019 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van de inplanting van de woning, het rooien van bomen en de terreininrichting en het bouwen van een garage met tuinberging en fietsenstalling.  (2019/00096)

De aanvraag werd in maart 2019 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.  (VB_2019_062)

“Het perceel is gelegen in woongebied (1ste 50m) en woonuitbreidingsgebied (achterliggend gedeelte).

Het perceel is niet gelegen in een BPA/RUP of een verkaveling.

Er werd een gedeeltelijke Omgevingsvergunning afgeleverd op 30 juli 2019 voor het regulariseren van de inplanting van de woning, het rooien van bomen, een tuinhok en de terreininrichting en het bouwen van een garage met tuinberging en fietsenstalling.

In deze vergunning werden voorwaarden opgelegd o.a.:

1) De hemelwaterput dient een minimale inhoud van 7 000 liter te hebben.

2) Het tuinhok (gelegen in woonuitbreidingsgebied) dient binnen 3 maanden volgend op deze omgevingsvergunning verwijderd te worden.  Bewijs van de sloop dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen.

3) Alle constructies, verhardingen, afsluitingen, beplanting, e.d. op het openbaar domein dienen verwijderd te worden. De gelijkgrondse berm dient als groenzone (gras) aangelegd te worden behoudens de inrit. Bewijs van het verwijderen van de constructies, verhardingen, afsluitingen, beplanting, e.d. dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen.

19) De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Deze voorwaarden dienen eerst voldaan te zijn, vooraleer er een nieuwe Omgevingsaanvraag kan worden ingediend.

Aangezien er in de vorige vergunning al een bijgebouw van circa 103m² werd goedgekeurd en alle bebouwing moet voorzien worden binnen het woongebied.

En het ook niet de bedoeling is dat heel het woongebied volledig verhard wordt, stellen wij ons de vraag of een bijkomend poolhouse en een uitbreiding van de woning nog mogelijk is.

Wordt er dan ook een zwembad voorzien, dit betekent nog extra verharding.

Zonder concreet ontwerp kunnen wij dit niet beoordelen.

U kan best een ontwerp overmaken ter aftoetsing.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.

Indien er nog vragen zijn, laat u het maar weten.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een tuinhok.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De constructies in het woonuitbreidingsgebied worden gesloopt waardoor de aanvraag principieel voldoet aan de geldende bestemmingsvoorschriften gezien het tuinhok, gelegen in woonuitbreidingsgebied, verwijderd wordt.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat de uitbreiding van de woning een horizontale dakoppervlakte heeft van 162,34m².  De horizontale dakoppervlakte van de bestaande woning die niet aangesloten werd op de hemelwaterput bedraagt meer dan de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding.  Hierdoor dient de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding bijkomend in rekening te worden gebracht (nl. 162,34m²).

Tevens wordt een zwembad aangelegd van 42m².

De totale oppervlakte die in rekening dient gebracht te worden bedraagt hierdoor 366,68m² (162,34 + 162,34 + 42).

De aanvraag betreft de uitbreiding van een woning.   Hierdoor dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden.  Uit de ingediende plannen blijkt echter dat de aanvrager toch een hemelwaterput voorziet met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een buitenkraan en tuinbesproeiing.

De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een volume van 15 000 liter en een oppervlakte van 18,24m², wat in overeenstemming is met de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Collectief te optimaliseren buitengebied”.

Een individuele voorbehandelinginstallatie blijft noodzakelijk tot aanleg van de riolering en dit volgens de code van goede praktijk, bestaande uit minstens een septische put en vetvanger. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater voorzien. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit moet door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner. Bij aanleg van de afvoerbuizen op eigen terrein kunnen nu best al wachtleidingen voorzien worden om bij de aanleg van de straatriolering het eigen afvalwater op eenvoudige wijze hierop aan te sluiten."

Na het aanleggen van riolering in de straat kan de septische put en de vetvanger best afgekoppeld worden.

Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);

De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;

De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012. 

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep minder dan 1 000 m³ bedraagt.

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de home office en de overloop.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Kortestraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel bebouwd met een open eengezinswoning met garage.

Achteraan op het perceel bevindt zich een tuinberging.

De huidige aanvraag betreft het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is niet storend in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Binnen de bestaande woning is momenteel een interne garage.   Uit de plannen blijkt dat deze wordt omgevormd tot berging.

De bestaande woning zal uitgebreid worden met onder meer een dubbele garage en een fietsenstalling.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging.

De woning wordt uitgebreid aan de rechterzijde alsook aan de voorzijde.

De uitbreiding aan de voorzijde betreft een dubbele garage en fietsenstalling.  Deze constructie wordt ingeplant tegen de bestaande garage, die zal omgevormd worden tot bergruimte.

Door de uitbreiding aan de voorzijde van de woning te voorzien wordt de inplanting van de woning gebracht op 10,27m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.

De nieuwe garage heeft een oppervlakte van 58,54m².

De dubbele garage wordt uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 4,20m ten opzichte van de as van de weg.  De nieuw op te richten garage is dan ook ondergeschikt aan het hoofdvolume.

Het bestaande hoofdvolume zal intern verbouwd worden.

Vervolgens wordt aan de rechterzijde van de bestaande woning een uitbreiding voorzien.

De aanbouw voorziet op het gelijkvloers een bureelruimte, een hal, een natte cel, een trap en een tuinberging.  Op de verdieping zal de woning worden uitgebreid met 2 slaapkamers een badkamer en een toilet.

De uitbreiding wordt deels voorzien van een plat dak en deels met een hellend dak.

De kroonlijsthoogte is gelegen tussen 4,20m en 7,02m (dakkapel) ten opzichte van de as van de weg.  De maximale nokhoogte is gelegen op 9,13m ten opzichte van de as van de weg.

De nieuwe constructies worden uitgevoerd in wit gekaleide gevelsteen wat aansluit bij de gevelmaterialen van de bestaande woning.

Aan de achterzijde van de woning wordt een zwembad aangelegd.

Het zwembad wordt ingeplant op ca. 7,50m achter de achtergevel van de woning en op minimum 6,22m van de linker perceelgrens.

Het zwembad heeft een oppervlakte van 42m² (12m x 3,50m) en een diepte van 1,50m.

Om de zwembadtechnieken onder te brengen wordt een bijgebouw opgericht met een oppervlakte van 10m².

Dit bijgebouw, met een hoogte van 2,55m ten opzichte van het maaiveld, wordt ingeplant op 3m van de linker perceelgrens en is door de haagbeplanting met een hoogte van 3m niet zichtbaar voor de buren noch van op de openbare weg.

Aan de rechter achterzijde op het perceel bevindt zich een tuinberging.

De tuinberging is ingeplant op meer dan 50m achter de rooilijn (ca. 75m) en op 2,80m van de rechter perceelgrens,  De tuinberging bevindt zich in het woonuitbreidingsgebied volgens het gewestplan.

De tuinberging heeft een oppervlakte van ca. 11m².

De huidige aanvraag omvat onder meer het slopen van de tuinberging.

Uit de ingediende plannen blijkt dat rond de tuinberging houten tegels werden aangelegd.   Gezien de tuinberging gesloopt zal worden is het behoud van deze houttegels niet meer noodzakelijk.   Bijgevolg zal in de voorwaarden worden opgenomen dat deze houttegels (15m²) verwijderd dienen te worden.

Behoudens de gebouwen en het zwembad worden bijkomende verhardingen voorzien.

Aan de achterzijde van de woning wordt een bijkomende terrasverharding aangelegd met een oppervlakte van 12,65m².  Deze terrasverharding sluit aan op het bestaande terras waardoor het terras bereikbaar is vanuit de nieuw op te richten aanbouw.

Tevens wordt rond het zwembad een terrasverharding aangelegd in kleiklinkers.  Deze verharding heeft een oppervlakte van 36, 54m².

In de voortuin is momenteel een kasseiverharding aanwezig met een oppervlakte van 285m².  Deze kasseiverharding zal deels verwijderd werden waardoor de verharding in de voortuin herleid zal worden tot 259m².

Tot slot dient opgemerkt te worden dat op 30 juli 2019 een omgevingsvergunning werd afgeleverd voor het regulariseren van de inplanting van de woning, het rooien van bomen en de terreininrichting en het bouwen van een garage met tuinberging en fietsenstalling.  (2019/00096)

Uit de ingediende plannen is af te leiden dat de op te richten garage met tuinberging en fietsenstalling zoals in vernoemde vergunning vergund niet zal worden uitgevoerd.

Gezien deze omgevingsvergunning momenteel niet vervallen is voor dit onderdeel, zal als voorwaarde worden opgenomen dat de garage met tuinberging en fietsenstalling en de bijkomende verharding voor de toegankelijkheid van dit bijgebouw, vergund op 30 juli 2019, niet uitgevoerd mogen worden.

Het perceel is voldoende groot om de gewenste bebouwing en verharding te dragen.  Er wordt geen bijkomende hinder gecreëerd door de gevraagde aanpassingen.   Architecturaal ontstaat er een harmonisch geheel.

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau blijft behouden, uitgezonderd de zone ter hoogte van de op te richten aanbouw.  Het terreinniveau wordt hier opgehoogd met maximum 30cm.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 15 januari 2021 verleende de dienst contractmanagement een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het gedeelte openbaar domein dewelke is ingenomen door de eigenaar van het perceel dient aangekocht te worden door de eigenaar van het perceel. Dit betreft een stuk aan de straatkant van het perceel waarop momenteel een afscheiding is gebouwd. De aankoop is onderhevig aan de goedkeuring van de bestuurlijke organen van de gemeente Zonhoven en onder voorbehoud dat de hogere overheden deze beslissing over te gaan tot verkoop niet vernietigen. Moest de verkoop, om welke reden dan ook, niet kunnen plaatsvinden, dient het openbaar domein ontruimd te worden.

  • Aankoop deel openbaar domein aan de straatkant van het perceel dewelke in gebruik wordt genomen door de eigenaar;
  • In het geval de aankoop van het openbaar domein zoals hierboven bedoeld, om welke reden dan ook, niet goedgekeurd wordt of de beslissing over te gaan tot verkoop door de gemeente Zonhoven vernietigd wordt door een hogere overheid of een rechtbank, dient het openbaar domein ontruimd worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst contractmanagement;
  2. De houttegels (15m²) rond de te slopen tuinberging dienen verwijderd te worden gelijktijdig met de sloop van de tuinberging;
  3. Het bijgebouw (garage met tuinberging en fietsenstalling) en de bijkomende verharding voor de toegankelijkheid van dit bijgebouw, vergund op 30 juli 2019, mogen niet uitgevoerd worden.  De huidige aanvraag vervangt dit gedeelte van de omgevingsvergunning afgeleverd op 30 juli 2019.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van de woning, het bouwen van een openlucht zwembad, het bouwen van een bijgebouw (technieken van het zwembad) en het slopen van een tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van de dienst contractmanagement;
  2. De houttegels (15m²) rond de te slopen tuinberging dienen verwijderd te worden gelijktijdig met de sloop van de tuinberging;
  3. Het bijgebouw (garage met tuinberging en fietsenstalling) en de bijkomende verharding voor de toegankelijkheid van dit bijgebouw, vergund op 30 juli 2019, mogen niet uitgevoerd worden.  De huidige aanvraag vervangt dit gedeelte van de omgevingsvergunning afgeleverd op 30 juli 2019.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.