Reden van opnieuw invoeren :
Het gemeentebestuur behoudt de belasting op drijfkracht omwille van haar financiële behoefte en hoopt daarmee de belastingplichtigen aan te moedigen om zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik. Ze vindt het verder geen goed idee de bedrijven extra te belasten door middel van een tariefverhoging. Enerzijds blijft er zo ademruimte voor de bedrijven om zelf de nodige energiebesparende investeringen te doen of maatregelen te nemen tegen milieuvervuiling. Anderzijds onderstreept men hierbij het belang van het behoud van de productiecapaciteit van de bedrijven, het tewerkstellingspeil, het inkomstenniveau en de impact hiervan op het sociaal en maatschappelijk vlak.
De gemeentebelasting op drijfkracht wordt nochtans al vele jaren fel bekritiseerd. De belasting op drijfkracht steunt op de opvatting dat de draagkracht van een onderneming afgelezen kan worden van het vermogen van de aanwezige motoren, maar vandaag zijn eigenlijk de industriële installaties van een onderneming echter niet altijd meer betekenisvol voor haar financiële draagkracht. Verder is de drijfkrachtbelasting erg omslachtig en vereist de controle en vaststellingen heel wat technische inzichten. Momenteel wordt door vele gemeentebesturen mogelijke alternatieven onderzocht ter vervanging van dit reglement. Rekening houdend met deze stelling beslist het college van burgemeester en schepenen het huidig modelreglement op de drijfkracht der motoren in te voeren voor de hele legislatuur.
Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om inhoudelijk niets te veranderen aan het typereglement en het ontwerp, gebaseerd op het vorige reglement (gemeenteraad van 25 november 2019) voor te leggen aan de gemeenteraad voor de duur van de rest van de legislatuur (2020 tot en met 2024).