Terug
Gepubliceerd op 11/03/2021

2021_CBS_00249 - OMV - Vergunning - Lichtenbergweg - 2020/00162 - Weigering

College van burgemeester en schepenen
di 02/03/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00249 - OMV - Vergunning - Lichtenbergweg - 2020/00162 - Weigering 2021_CBS_00249 - OMV - Vergunning - Lichtenbergweg - 2020/00162 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject.

De aanvraag werd op 14/07/2020 ontvangen.

Op 12/08/2020 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 23/09/2020 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 24/09/2020 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 04/10/2020 tot en met 02/11/2020, gesloten met 14 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. 

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 04/10/2020 tot en met 02/11/2020.

Er werden 14 bezwaren ingediend.

Bezwaarschrift 1 luidt als volgt: 

Wij dienen een bezwaarschrift in tegen de verlenging van de Lichtenbergweg, omdat deze gedeeltelijk over onze privé grond zal lopen. Meer specifiek de grens van deze geplande weg langs lot 1. Deze uitbreiding van de Lichtenbergweg loopt gedeeltelijk (ongeveer 3,5 m) over onze eigendom (perceel 952G42). 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in: Het bezwaar betreft geen stedenbouwkundig aangelegenheid maar een burgerlijke aangelegenheid m.b.t. de eigendomsgrenzen. In voorliggende aanvraag wordt de rooilijn niet gewijzigd ter hoogte van het eigendom 952G42. Het bezwaar wordt niet weerhouden.

Bezwaarschrift 2 t.e.m. 10 zijn identiek en luidt als volgt:

Met deze willen wij U officieel op de hoogte brengen dat wij bezwaar aantekenen tegen de plannen om aan de Lichtenbergweg huizen te bouwen op het “groene gebied”.
Om misverstanden te vermijden zijn wij niet tegen de geplande huisvesting maar wel tegen de vernietiging van het groene stuk natuur waarvoor wij enkele argumenten zullen aanhalen.
Inmiddels zijn wij meer dan 5 jaar na de planning en is de natuurlijke rijkdom van het “bewuste gebied” aanzienlijk veranderd, al dan niet legaal.

  • Zoals jullie vast wel weten zijn de “Wijers” in Vlaanderen erkend als beschermd natuurgebied. In dit kader moet U het “groene gebied” aan de Lichtenberg beschouwen als uitloper van de Wijers want na een tijdje spotten van het bewuste gebied hebben we het volgende waargenomen:
    - Aanwezigheid van beschermde broedvogels zoals reiger en andere watervogels
    - Aanwezigheid van amfibieën zoals de beschermde boomkikker
    - Aanwezigheid van de beschermde valk
    - Aanwezigheid van beschermde en bedreigde diersoorten zoals vleermuis, bonte specht en eekhoorn

Wij hebben hiervan dan ook melding gemaakt bij de bevoegde Vlaamse instanties om een onderzoek in te stellen of dit gebied nog steeds mag bebouwd worden.

  • Bij een eerder vragen naar meer informatie werd ons medegedeeld dat
    - er tot op heden nog geen bezwaarschriften zijn ingediend
    - de beslissing reeds genomen werd om het uit te voeren en we over 5 jaar zullen zien of de volmacht van de kiezer goed gebruikt werd
    - bezwaar onmogelijk is indien “projectontwikkelaars” – “sociale huisvestingmaatschappijen” betrokken partij zijn

U zal begrijpen dat enkele uitspraken niet al te populair overkomen, zeker als men weet dat na bevraging bij Limburgse en Vlaamse overheidsinstanties blijkbaar niemand op de hoogte is van deze laatste regelgeving en dat er altijd bezwaar kan aangetekend worden.
Er is dan ook besloten om de bevoegde Limburgse en Vlaamse instanties hierover te informeren.

  • Er bestaat inmiddels Europese Rechtspraak dat de overheid ervan weerhoudt om “groene gebieden” te bewerken indien door de werken en/of door het opgeleverde project meer stikstof ontstaat. Dit maakt dat de normen om te ontginnen natuurlijk veel strenger zijn geworden dan voorheen.
    Om te vermijden dat er een verschuiving van sociale woningen ontstaat van de ene naar de andere lidstaat is er nu de officiële eis gesteld om deze regelgeving voor alle lidstaten toe te passen. Kwestie dat geen enkele lidstaat gediscrimineerd wordt tov een andere lidstaat.
    Ook hier hebben we een brief geschreven naar de Vlaamse, Belgische en Europese instantie.
  • Op een moment dat de klimaatverandering en de nadelige invloeden van de opwarming zéér actueel zijn blijft men er in slagen om steeds meer groen te vernietigen terwijl deze net nodig zijn voor meer zuurstof en afkoeling. Mensen die nu tijdens de hittegolven reeds last hebben van hun luchtwegen zullen dit in de toekomst nog meer hebben.
  • Graag hadden we ook meer informatie ontvangen in verband met de procedure en voorwaarden die gevolgd worden bij de toezegging van deze en gelijkaardige projecten. 

Wij hebben met verbazing vastgesteld dat de prijzen per m² enorm verschillen. In buurtgemeenten worden bedragen betaald van 50€ tot 120€ per m² terwijl dit bedrag in Zonhoven ligt op 26,87€ en 52,31€ per m², behalve de grond van het OCMW (150,00€ per m²).
Het is mogelijk/hopelijk dat wij ons vergissen maar het valt natuurlijk op dat zowel een lid in de Raad van Bestuur van de huisvestingmaatschappij, én de projectontwikkelaar én de Schepenen familie zijn van elkaar, hetzij politiek hetzij familiaal. Uitgaande van de nodige discretie veronderstellen wij dat het hier louter om een toevalligheid gaat dan dat er meer aan de hand zou zijn. 

Bezwaarschrift 11 en 12 zijn identiek en luidt als volgt:

Ik steun het behoud van de groene zone Lichtenbergweg.

Bezwaarschrift 13 luidt als volgt:

Ik ben geboren ter hoogte van (X) begin jaren zestig en heb als buurtbewoner de buurt mee zien groeien in harmonie met de lokale fauna en flora.
Vandaag vernam ik de planning inzake ruimtelijke ordening van de Lichtenbergweg te Zonhoven en wens graag bezwaar te maken tegen dit project.
Wij wonen hier graag en dit het enige stukje groen wat er nog rest. De eenden landen hier vanachter in de weide. Boomkikkers, salamanders, uilen en de bonte specht vinden hier alvast hun thuishaven. Graag kom ik op voor de dieren die geen stem hebben om hun ongenoegen te uiten.
Mijn kinderen zijn hier opgegroeid en hebben voor de tijd van sociale media hier naar hartenlust kunnen spelen. Als mijn kinderen kinderen krijgen, wil ik hen die ervaring ook geven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in: Bezwaarindieners geven aan niet akkoord te gaan bij het verdwijnen van een groen stuk natuur dat is ontstaan door het uitblijven van een eventuele ontwikkeling. Het eigendom heeft volgens het geldende gewestplan de bestemming woongebied en woonuitbreidingsgebied en kan bijgevolg volgens de vigerende regelgeving o.a. ontwikkeld worden door een huisvestingsmaatschappij. In het kader van deze ontwikkeling wordt voorliggende weginfrastructuur aangevraagd. Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. Op 10/11/2020 bracht het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies uit over voorliggende aanvraag o.a. met volgende motivering: “De voorgestelde werken kunnen een invulling vormen van de ruimtelijke bestemming. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos de ontbossing noodzakelijk voor de realisatie van dit project gedogen”. Het bezwaar wordt niet weerhouden.

Bezwaarschrift 14 luidt als volgt:

Met deze brief maak ik gebruik van de mogelijkheid bezwaren, standpunten of opmerkingen te formuleren inzake het bouwplan t.p.v. de Lichtenbergweg.

Uitgangspunten hierbij :

  • Inzage van de documenten bij de dienst Ruimte van de gemeente
  • Bijwonen informatiesessie door Sociale Huisvestingsmaatschappij Vooruitzien CVBA
  • Diverse ontwikkelingen die zich de laatste tijd afspeelden aan de Lichtenbergweg (grondonderzoeken, archeologisch onderzoek, slopen groen enz.)

Wij stellen vast dat het gepland project volgende gegevens omvat:

  • Het gaat om verkoopwoningen
  • Het omvat 20 eenheden
  • Er komt een verharde weg: eenrichtingsverkeer (uit t.h.v. Moverkensstraat) 
  • Er komt geen fietspad
  • De woningen zijn wat vormgeving betreft allemaal gelijk (twee-laags, plat dak, geen kelder)
  • De bestaande beek (waterweg!) wordt gehandhaafd
  • Huidige aanvraag betreft enkel de infrastructuurwerken e.a.

Op basis hiervan willen wij de volgende opmerkingen, standpunten, bezwaren maken:

  • Ik stel vast dat m.b.t. de bestaande beek e.e.a. niet helder is.
    De loop van de beek (voor ons huis) loopt via de Lichtenbergweg naar de Kortestraat (middels doorsteek onder de weg circa halverwege)
     Ik ga ervan uit dat het hele traject van deze beek in ere wordt hersteld
  • Er wordt vlak langs onze huidige eigendom gewerkt. Wij gaan ervan uit dat er geen beschadigingen cq werkzaamheden plaatsvinden op ons terrein.
  • De weg wordt, na diverse vragen, toch bestempeld als een éénrichtingsstraat.
  • Gelet op het feit dat de huidige weg door vele kinderen wordt gebruikt om naar en van de school te komen, vragen wij veel aandacht voor het aspect veiligheid (zeker ter plaatse van de knooppunten)
  • De geplande (en getoonde) woningen zijn ons inzien, gelet op de ééntonigheid, niet passend binnen de bestaande landelijke omgeving.
     Waarom niet meer architectonische variatie?
  • Wij begrijpen niets van het verloop van dit project, de aanpak, de communicatie en de informatie.
    Diverse (zware) werkzaamheden werden inmiddels uitgevoerd zonder aankondiging enz.
     Ook nu weer het feit dat we enkel over de infrastructuur kunnen praten, terwijl deze toch gekoppeld is aan de gedachte woningen, is voor ons onbegrijpbaar.
  • Ook m.b.t. de privacy van de twee aparte woningen hebben we vragen. Liggen deze niet te kort op de daartegenover liggende tuin?

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in: 

  • Naast de weg zal een open gracht aangelegd worden. Voorliggende aanvraag voorziet niet in het wijzigingen van het tracé van de beek.
  • De werken zullen uitgevoerd worden volgens het principe van een goede huisvader. 
  • De bezwaarindiener merkt op dat het hier om een éénrichtingsstraat gaat van de Kortestraat (in) naar de Moverkensstraat (uit) en vraagt veel aandacht voor het aspect veiligheid (zeker ter plaatse van de knooppunten), gelet op het feit dat de huidige weg door vele kinderen wordt gebruikt om naar en van de school te komen. De bezorgdheid van de bezwaarindiener m.b.t. de veiligheid wordt meegenomen als aandachtspunt. De voorgestelde wegenis zal enkel worden gebruikt door plaatselijk autoverkeer. De breedte van de wegenis tussen de Kortestraat en de Moverkensstraat, m.n. 4 meter asfaltverharding, laat toe dat fietsers en auto’s probleemloos kunnen kruisen. Een asfaltverharding is een ideale ondergrond voor fietsers. 
  • De vigerende regelgeving laat toe om eerst de riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject aan te vragen en nadien pas de woningen. Op bezwaren/opmerkingen m.b.t. de woningen wordt binnen deze procedure niet verder ingegaan.

Het bezwaar wordt niet weerhouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Fluvius
Dienst Facilitair Management
Dienst Contractmanagement
Dienst Patrimonium
Gemeenteraad

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften. De aanvraag betreft het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject van de sociale huisvestigingsmaatschappij “Vooruitzien”.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat de verharding tot het openbaar wegdomein behoort op het ogenblik van de aanvraag of de uitvoering van de handelingen. De afwatering van deze verharding moet wel voldoen aan de code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringsstelsels, waarin dezelfde principes worden toegepast. De aanvraag voldoet hieraan.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte groter is dan 3.000m². Aan het dossier werd een archeologienota “Zonhoven – Lichtenbergweg” met bijhorend programma van maatregelen toegevoegd. Het Agentschap Onroerend Erfgoed besliste op 28/06/2020 tot aktename. Als voorwaarden bij de omgevingsvergunning zal opgelegd worden dat de maatregelen zoals beschreven in de archeologienota en het bijhorend programma van maatregelen dienen nageleefd te worden.

Overige regelgeving

Beslissing gemeenteraad inzake gemeentewegen

Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

De gemeenteraad heeft in zitting van 25/01/2021 het volgende beslist: 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de wijziging van de bestaande rooilijn van de Lichtenbergweg en van de nieuwe rooilijnen van de Hooiwagenstraat, Dorsvleugelstraat, Mutsaardstraat, zoals weergegeven op het ingediende plan van landmeter-expert Hosbur bvba van 14 augustus 2020 voorwaardelijk goed. De rooilijnen worden gedefinieerd met de knikpunten a-s volgens de coördinatenlijst voorzien op het rooilijnplan dd. 14/08/2020.

De voorwaarden luiden als volgt:

  • De voorwaarden bij het gunstig advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg worden integraal opgenomen bij de beslissing. 
  • Er dient ook een toegang te worden voorzien voor perceel 884B. Momenteel is daar ook een bestaande toegang.
  • De voorwaarden bij het gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos worden integraal opgenomen bij de beslissing.

Artikel 2

Het rooilijnplan van landmeter-expert Hosbur bvba van 14 augustus 2020 wordt als integrerend deel gehecht aan dit besluit.

Artikel 3

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.
De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

Artikel 4

Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

  • Wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2020094421 (intern nummer 2020/00162) op 14/07/2020 ingediend bij de gemeente Zonhoven door Vooruitzien cv (Cox Bert) voor riolerings- en infrastructuurwerken in Zonhoven, Lichtenbergweg, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nummers 952B46, 952S32, 952D47 niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
  • Wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.”

Boscompensatie

Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Hiervoor werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap voor Natuur en Bos.
Het advies van 10/11/2020 van het  agentschap voor Natuur en Bos is gunstig onder volgende voorwaarden: 

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 2020094421. 
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1489 m², deze oppervlakte is spontaan ontwikkelt en jonger dan 22 jaar en bijgevolg vrijgesteld van de compensatieplicht. Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet. 
  • Het plan goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos dient deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

De percelen van de aanvraag zijn gelegen aan de Lichtenbergweg, een gemeenteweg nabij bij het centrum Halveweg. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband. Het terrein is momenteel braakliggend. Op het terrein staan omheiningen en is er een bestaande verharde toegangsweg in asfalt aanwezig (Lichtenbergweg).

Omschrijving van de aanvraag

Op het projectgebied met een totale oppervlakte van 9.921m² wordt een bouwproject voorzien met 20 nieuwe wooneenheden met bijhorende verharding en tuin. Om de woningen te kunnen realiseren dienen eerst de riolerings- en infrastructuurwerken te worden uitgevoerd. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken binnen een woongebied en woonuitbreidingsgebied in functie van een bouwproject in een omgeving dewelke wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving

Mobiliteitsimpact

De voorgestelde wegenis zal enkel worden gebruikt door plaatselijk autoverkeer. De breedte van de wegenis tussen de Kortestraat en de Moverkensstraat, m.n. 4 meter asfaltverharding, laat toe dat fietsers en auto’s probleemloos kunnen kruisen. Een asfaltverharding is een ideale ondergrond voor fietsers. 

De gemeenteraad keurde op 25/01/2021 de wijziging van de bestaande rooilijn van de Lichtenbergweg en van de nieuwe rooilijnen van de Hooiwagenstraat, Dorsvleugelstraat, Mutsaardstraat, zoals weergegeven op het ingediende plan van landmeter-expert Hosbur bvba van 14 augustus 2020 voorwaardelijk goed.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De verharding van de wegen wordt aangelegd in asfalt. De opritten worden in betonstraatstenen voorzien en er wordt een half verharding (grindgazon) gebruikt voor de circulatie van de brandweer. Er wordt een gescheiden riolering aangelegd en de infiltratievoorziening wordt doormiddel van een infiltratiebekken en een opengrachten systeem voorzien.

De voorgestelde werken en materialen zijn eigen aan riolerings- en infrastructuurwerken in functie van een bouwproject en kunnen op deze locatie aanvaard worden.

Bodemreliëf

Het bestaande bodemreliëf wordt zoveel als mogelijk behouden. De voorziene werken hebben geen negatieve impact op de aanpalende eigendommen. Het hemelwater infiltreert op eigen terrein.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt door voorliggende aanvraag geen hinder verwacht m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het advies van 10/11/2020 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:

Rechtsgrond 

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving: 

  • Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing) 
  • Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 

Bespreking boscompensatievoorstel 

In toepassing van art. 90 bis, §1, 2de lid van het Bosdecreet vroeg u advies over de aanvraag voor een omgevingsvergunning met referentienummer 2020094421. 
Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 1489 m² wenst te ontbossen voor de realisatie van riolering & wegenis voor een nieuw bouwproject. 
Volgens onze gegevens is het perceel bezet met gemengd bos.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 1489 m², waarvan 0 m² ter regularisatie van al uitgevoerde ontbossing. 

Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd.

Als bijlage vindt u het door het Agentschap voor Natuur en Bos goedgekeurd compensatievoorstel, dat integraal moet deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het nummer 20-218895. 

Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen. 

Bespreking aanvraag tot omgevingsvergunning 

De aanvraag behelst riolering & wegeniswerken voor een nieuw bouwproject van Vooruitzien cvba. De voorgestelde werken kunnen een invulling vormen van de ruimtelijke bestemming. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos de ontbossing noodzakelijk voor de realisatie van dit project gedogen. 

Gelet op de ruimtelijke bestemming is er buiten het gegeven van goed- of afkeuring van het boscompensatievoorstel en beoordeling van de eigenlijke ontbossing geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap. 

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarde

Om de ecologisch waardevol bomenrij (zie aanduidging figuur 1) te integreren in het woonproject en te behouden dienen de volgende voorwaarden gevolgd te worden binnen een zone van 10 meter te meten vanaf de boomstam: 

  • Om schade aan het wortelstelsel te vermijden mogen er geen graafwerken plaatsvinden in deze zone. Nutsleidingen dienen buiten deze zone ingeplant te worden. Een wadi aanleggen in deze zone is niet wenselijk en heeft een nefast effect op de te behouden bomenrij. 
  • (half) verhardingen in deze zone zijn ongunstig voor het wortelstelsel van de te behouden bomen. 
  • Er moet vermeden worden dat er in deze zone (10 meter vanaf de te behouden bomenrij) bodemverdichting plaatsvindt. Zo moet vermeden worden dat er voertuigen gaan parkeren in deze zone. Om dit te vermijden dient deze zone ontoegankelijk worden gemaakt voor voertuigen. Dit kan door bijvoorbeeld plaatsen van betonnen biggenruggen of andere elementen die voertuigen kunnen weren. 
  • Voor aanvang der werken dient er een hekwerk (geen plastic lint) geplaatst te worden op 10 meter van de stam van de te behouden bomenrij. Dit om schade aan stam- en wortelstelsel te vermijden. In deze zone mag er geen werfverkeer plaatsvinden. Ook geen tijdelijke opslagplaats van voertuigen en/of bouwmateriaal 

Figuur 1: inplantingsplan met aanduiding waardevol bomenrij. Zie in bijlage.

Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing: 

  • Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990 
  • Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001 

Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen: 

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 2020094421. 
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1489 m², deze oppervlakte is spontaan ontwikkelt en jonger dan 22 jaar en bijgevolg vrijgesteld van de compensatieplicht. Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet. 
  • Het plan goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos dient deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

Algemene opmerking soortenbesluit: 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). 

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. 

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens. 

Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.  De voorwaarden die opgelegd worden omtrent de te behouden bomenrij hebben als gevolg dat, volgens de ingediende plannen, het infiltratiebekken en de wegenis nabij deze bomenrij niet uitvoerbaar zijn.  In de aanvraag wordt aangegeven dat de bomen behouden zullen blijven.  De aanvraag bevat echter te weinig informatie om als gemeentelijk omgevingsambtenaar te kunnen beoordelen of het behoud van deze bomen mogelijk is bij het voorgestelde ontwerp.  Het is aldus niet mogelijk de opgelegde voorwaarden van ANB (die zorgt voor een onuitvoerbaarheid) naast zich neer te leggen.  Het behoud van deze waardevolle bomenrij werd bij de voorbesprekingen steeds als voorwaarde benoemd door de betrokken diensten.  Alle overige bomen op de percelen werden reeds door de aanvrager (onvergund) gerooid.  Het rooien van de bomenrij kan niet leiden tot een gunstig advies.

Uit een nieuwe aanvraag dient te blijken (d.m.v. een bomeneffectenanalyse) dat de aanvraag niet leidt tot het afsterven van de bomen en verdere groei niet in de weg staat, alsook welke flankerende maatregelen er genomen zullen worden ter bescherming van deze bomen.

2.- Het advies van 28/09/2020 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig

“Brandweeradvies aan het College van Burgemeester en Schepenen van en te Zonhoven

Betreft: Riolerings- & infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject.

Van toepassing zijnde wetgeving

Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.

Evenals navolgende regelgeving:

  • De codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 3: Brandpreventie op de arbeidsplaatsen; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 6: Veiligheids- en gezondheidssignalering; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 4: Ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer;
  • Het AREI;
  • VLAREM milieuwetgeving;…

Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.

Opmerkingen

Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen

  1. Voor de gebouwen met één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens tot op 60 meter van een gevel van het gebouw kunnen naderen.
    (KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art. 1.1)
  2. Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats:
  • ofwel op de berijdbare rijweg van de openbare weg;
  • ofwel op een bijzondere toegangsweg vanaf de berijdbare rijweg van de openbare weg en die de volgende karakteristieken vertoont:
  • minimale vrije breedte: 4 m;
  • minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);
  • minimale vrije hoogte: 4 m;
  • maximale helling: 6 %;
  • draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13 ton er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen. Voor de kunstwerken welke zich op de toegangswegen bevinden, richt men zich naar NBN B 03-101. (KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art 1.1) De wegen moeten voldoen aan bovenstaande eisen.

3. Bovengrondse en ondergrondse hydranten worden gevoed door het openbaar waterleidingnet via een leiding met minimale binnendiameter van 80 mm. Kan het openbaar net aan deze voorwaarden niet voldoen, dan wendt men andere bevoorradingsbronnen aan met minimale capaciteit van 50 m³. Deze bevoorradingsbronnen voeden een leidingnet met ondergrondse hydranten en/of bovengrondse hydranten, type BH 80. De opvoerpomp die het leidingnet voedt levert minimaal een debiet van 1.000 l/min (60 m³/h) bij een persdruk van 2,5 bar aan de ongunstigste hydrant. De pomp moet een minimale autonomie van 1 uur hebben. De ondergrondse hydranten moeten voldoen aan de norm NBN EN 14339 en de bovengrondse hydranten aan de norm NBN S21-019. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.1)
In de nijverheids- en handelszones en op de plaatsen met een grote bevolkingsdichtheid liggen de wateraansluitingen op een maximum afstand van 100 m van elkaar verwijderd. Elders zijn zij wegens de ligging van de voor brand te beveiligen gebouwen of inrichtingen zo verdeeld dat de afstand tussen de ingang van elk gebouw of van elke inrichting en de dichts bijgelegen hydrant niet meer dan 200 m bedraagt. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.2)
De ondergrondse of de bovengrondse hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten afstand van minstens 0,60 m van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.3)

4.De technische uitrusting van het gebouw moet in goede staat worden gehouden. Volgende installaties moet de uitbater periodiek laten nazien, hetzij door een bevoegd persoon (BP), hetzij door een bevoegd technicus (BT), hetzij door een externe dienst voor technische controle (EDTC):

De brandwerende deuren maken, met betrekking tot de vereisten inzake brandwerendheid en de minimale vereisten bepaald in punt 3°, het voorwerp uit van een prestatieverklaring. De beoordeling en verificatie van de bestendigheid van de prestaties worden uitgevoerd

volgens het systeem 1 beschreven in punt 1.2 van de bijlage V van de Verordening (EU) nr. 305/2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten. De brandwerende deuren (EI1) moeten geplaatst worden volgens de plaatsingsvoorwaarden waarvoor ze hun classificatie inzake brandwerendheid bekomen hebben. Ze mogen slechts geplaatst worden door plaatsers welke in het bezit zijn van een vestigingsattest van schrijnwerker-timmerman. Minimaal dient door de plaatser een conformiteitattest of een plaatsingsattest te worden overgemaakt aan de brandweer. Bij ontstentenis van één van deze attesten moet een keuringsverslag, afgeleverd door een erkend organisme worden bijgebracht. De deuren met een weerstand tegen brand die door een erkende plaatser werden geplaatst dragen hun identificatieplaatje. Dit nummer moet op de deurvleugel worden aangebracht.

De bepalingen betreffende de weerstand tegen brand van bouwelementen (REI), moeten toegepast worden volgens de norm NBN EN 13501-2 en 3, waarbij NBN EN 1363 algemeen, NBN EN 1364 niet dragende elementen, NBN EN 1365 dragende elementen, NBN EN 1366 technische uitrustingen, NBN EN 1634 deuren en luiken, NBN EN 13381 bijdrage aan brandwerendheid.

De bepalingen betreffende de reactie tegen brand (ontvlambaarheid, vlamvoortplantingssnelheid) van bouwmaterialen, moeten toegepast worden volgens het KB 07.07.1994 en latere wijzigingen - bijlage 5/1.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

3.- Het advies van Fluvius werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

4.- Het advies van 21/10/2020 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig mits navolgen volgende voorwaarden:

- plaatsen van één zitbank op het centrale groene plein. Onder deze zitbank dient een gesloten verharding te worden voorzien, bv. industriële betonplaat 1m x 2 m, om zo onderhoud te vergemakkelijken. 

- De boomstam als speelelement dient meer te zijn als één boomstam, liefst enkele stammen voorzien waarbij het bufferbekken mee geïntegreerd wordt als speelelement.

- Plantenkeuze is goed, alleen zorgen dat met het opplanten van het bufferbekken er voldoende rekening mee wordt gehouden dat dit ook als speelruimte gaat gebruikt worden. Zorg dus voor niet alleen voor voldoende bescherming van aanplant, maar zorg er ook voor dat deze zone in eerste instantie bruikbaar is als speelruimte.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

5.- Het advies van 20/10/2020 van de Dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig mits navolgen volgende voorwaarden:

De inritten van de bestaande woningen in de Lichtenbergweg worden best naar 4m gebracht i.p.v. 6m die nu op plan is ingetekend.

Er dient ook een toegang te worden voorzien voor perceel 884/B. Momenteel is daar ook een bestaande toegang.

Ik begrijp dat ze aan de wadi wat speelse elementen willen zetten, maar 1 boomstam is wel wat weinig. Ik ga er vanuit dat dit toch een speels element is dat zich niet beperkt tot 1 boomstam...”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

6.- Het advies van 24/09/2020 van de Dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig onder de voorwaarde dat Vooruitzien cvba, conform hun verklaring van afstand van grond ondertekend door dhr. Cox dd. 23/09/2020, een deel van perceelsnrs. 952/b46, 952/s32 en 952/d47 (3.747m²) kosteloos en gratis overdraagt aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein. Dit deel is meer specifiek het deel dat aangeduid wordt met een gele kleur en de naam "openbaar domein" op het rooilijnplan (PDF-Document met als naam BA_INFRA_P_N_4).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken niet op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving gezien de opgelegde voorwaarden in het advies van ANB er op wijzen dat het behoud van de bestaande bomenrij niet realistisch is. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar / bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.  Uit het advies van ANB blijkt nl. dat het behoud van de waardevolle bomenrij, zoals aangegeven in de aanvraag, niet realistisch is.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaren omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het uitvoeren van riolerings- en infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject, zoals weergegeven op de ingediende plannen. Uit het advies van ANB blijkt nl. dat het behoud van de waardevolle bomenrij, zoals aangegeven in de aanvraag, niet realistisch is.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.