Terug
Gepubliceerd op 20/04/2021

2021_GR_00018 - Wijziging rooilijn Lichtenbergweg - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 25/01/2021 - 20:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Sofie Vanoppen, voorzitter ; Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Yannick Aerts; Robert Albrecht; Jean-Paul Briers; Nathalie Claes; Libera Crescente; Bart Heleven; Katrien Hoebers; Lennert Kippers; Kris Knuts; Johny Lenskens; Sven Lieten; Lieve Mallants; Steven Reynders; Céderique Schellis; Karen Schillebeeks; Dominic Tholen; Lieve Vandeput; Martin Vandereyt; Bart Vanhorenbeek; Bart Telen, algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, algemeen directeur
2021_GR_00018 - Wijziging rooilijn Lichtenbergweg - Goedkeuring 2021_GR_00018 - Wijziging rooilijn Lichtenbergweg - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het omgevingsdecreet, in bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt:

“§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”

Het omgevingsbesluit, in bijzonder artikel 47 dat het volgend bepaalt:

“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”

De toelichting bij bovengenoemd omgevingsdecreet en -besluit:

“Art. 47. Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:

- de bevoegde overheid mag rechtstreeks weigeren zonder het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen;

- de regeling geldt zowel voor aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen als voor het verkavelen van gronden;

- beslist de gemeenteraad ongunstig over de zaak van de wegen, dan kan de bevoegde overheid geen vergunning verlenen, ook niet in beroep;

- de gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag;

- de gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere bezwaarschriften.”

Feiten context en argumentatie

De aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2020094421 (intern nummer 2020/00162) op 14/07/2020 ingediend bij de gemeente Zonhoven door Vooruitzien cv (Cox Bert) voor riolerings- en infrastructuurwerken in Zonhoven, Lichtenbergweg, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nummers 952B46, 952S32, 952D47.

Deze omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omvat onder meer de wijziging en de aanleg van gemeentewegen;

Tijdens het openbaar onderzoek van 4 oktober 2020 tot 2 november 2020 werden 14 bezwaarschriften ingediend die betrekking hebben op het wegenisdossier of in verband kunnen gebracht worden met de beoordelingsgronden opgesomd in art. 3, 4 en desgevallend art. 6 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019;

De bespreking van de ingediende bezwaarschriften in zitting van heden;

Bezwaarschrift 1 luidt als volgt: 

Wij dienen een bezwaarschrift in tegen de verlenging van de Lichtenbergweg, omdat deze gedeeltelijk over onze privé grond zal lopen. Meer specifiek de grens van deze geplande weg langs lot 1. Deze uitbreiding van de Lichtenbergweg loopt gedeeltelijk (ongeveer 3,5 m) over onze eigendom (perceel 952G42). 

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 1:

Het bezwaar betreft geen stedenbouwkundige aangelegenheid maar een burgerlijke aangelegenheid m.b.t. de eigendomsgrenzen.

In voorliggende aanvraag wordt de rooilijn niet gewijzigd ter hoogte van het eigendom 952G42.

Het bezwaarschrift 1 wordt niet weerhouden.

Bezwaarschriften 2 t.e.m. 10 zijn identiek en luiden als volgt:

Met deze willen wij U officieel op de hoogte brengen dat wij bezwaar aantekenen tegen de plannen om aan de Lichtenbergweg huizen te bouwen op het “groene gebied”. 

Om misverstanden te vermijden zijn wij niet tegen de geplande huisvesting maar wel tegen de vernietiging van het groene stuk natuur waarvoor wij enkele argumenten zullen aanhalen.

Inmiddels zijn wij meer dan 5 jaar na de planning en is de natuurlijke rijkdom van het “bewuste gebied” aanzienlijk veranderd, al dan niet legaal.

  • Zoals jullie vast wel weten zijn de “Wijers” in Vlaanderen erkend als beschermd natuurgebied. In dit kader moet U het “groene gebied” aan de Lichtenberg beschouwen als uitloper van de Wijers want na een tijdje spotten van het bewuste gebied hebben we het volgende waargenomen:
  1. Aanwezigheid van beschermde broedvogels zoals reiger en andere watervogels
  2. Aanwezigheid van amfibieën zoals de beschermde boomkikker
  3. Aanwezigheid van de beschermde valk
  4. Aanwezigheid van beschermde en bedreigde diersoorten zoals vleermuis, bonte specht en eekhoorn

Wij hebben hiervan dan ook melding gemaakt bij de bevoegde Vlaamse instanties om een onderzoek in te stellen of dit gebied nog steeds mag bebouwd worden.

  • Bij een eerder vragen naar meer informatie werd ons medegedeeld dat 
  1. Er tot op heden nog geen bezwaarschriften zijn ingediend
  2. De beslissing reeds genomen werd om het uit te voeren en we over 5 jaar zullen zien of de volmacht van de kiezer goed gebruikt werd
  3. Bezwaar onmogelijk is indien “projectontwikkelaars” – “sociale huisvestingmaatschappijen” betrokken partij zijn

U zal begrijpen dat enkele uitspraken niet al te populair overkomen, zeker als men weet dat na bevraging bij Limburgse en Vlaamse overheidsinstanties blijkbaar niemand op de hoogte is van deze laatste regelgeving en dat er altijd bezwaar kan aangetekend worden. 

Er is dan ook besloten om de bevoegde Limburgse en Vlaamse instanties hierover te informeren.

  • Er bestaat inmiddels Europese Rechtspraak dat de overheid ervan weerhoudt om “groene gebieden” te bewerken indien door de werken en/of door het opgeleverde project meer stikstof ontstaat. Dit maakt dat de normen om te ontginnen natuurlijk veel strenger zijn geworden dan voorheen. 

Om te vermijden dat er een verschuiving van sociale woningen ontstaat van de ene naar de andere lidstaat is er nu de officiële eis gesteld om deze regelgeving voor alle lidstaten toe te passen. Kwestie dat geen enkele lidstaat gediscrimineerd wordt tov een andere lidstaat.

Ook hier hebben we een brief geschreven naar de Vlaamse, Belgische en Europese instantie.

  • Op een moment dat de klimaatverandering en de nadelige invloeden van de opwarming zéér actueel zijn blijft men er in slagen om steeds meer groen te vernietigen terwijl deze net nodig zijn voor meer zuurstof en afkoeling. Mensen die nu tijdens de hittegolven reeds last hebben van hun luchtwegen zullen dit in de toekomst nog meer hebben.
  • Graag hadden we ook meer informatie ontvangen in verband met de procedure en voorwaarden die gevolgd worden bij de toezegging van deze en gelijkaardige projecten. 

Wij hebben met verbazing vastgesteld dat de prijzen per m² enorm verschillen. In buurtgemeenten worden bedragen betaald van 50€ tot 120€ per m² terwijl dit bedrag in Zonhoven ligt op 26,87€ en 52,31€ per m², behalve de grond van het OCMW (150,00€ per m²).

Het is mogelijk/hopelijk dat wij ons vergissen maar het valt natuurlijk op dat zowel een lid in de Raad van Bestuur van de huisvestingmaatschappij, én de projectontwikkelaar én de Schepenen familie zijn van elkaar, hetzij politiek hetzij familiaal. Uitgaande van de nodige discretie veronderstellen wij dat het hier louter om een toevalligheid gaat dan dat er meer aan de hand zou zijn.

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschriften 2 t.e.m. 10:

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. Bezwaarindieners geven aan niet akkoord te gaan bij het verdwijnen van een groen stuk natuur dat is ontstaan door het uitblijven van een eventuele ontwikkeling.

De eigendom heeft volgens het geldende gewestplan de bestemming woonuitbreidingsgebied en kan bijgevolg o.a. ontwikkeld worden door een huisvestingsmaatschappij. In het kader van deze ontwikkeling wordt voorliggende weginfrastructuur aangevraagd.

De bezwaarschriften 2 t.e.m. 10 worden niet weerhouden.

Bezwaarschriften 11 en 12 zijn identiek en luiden als volgt:

Ik steun het behoud van de groene zone Lichtenbergweg.

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschriften 11 en 12:

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. Bezwaarindieners geven aan niet akkoord te gaan bij het verdwijnen van een groen stuk natuur dat is ontstaan door het uitblijven van een eventuele ontwikkeling zonder verdere motivering.

De eigendom heeft volgens het geldende gewestplan de bestemming woonuitbreidingsgebied en kan bijgevolg o.a. ontwikkeld worden door een huisvestingsmaatschappij. In het kader van deze ontwikkeling wordt voorliggende weginfrastructuur aangevraagd.

De bezwaarschriften 11 en 12 worden niet weerhouden.

Bezwaarschrift 13 luidt als volgt:

Ik ben geboren ter hoogte van (X) begin jaren zestig en heb als buurtbewoner de buurt mee zien groeien in harmonie met de lokale fauna en flora. 

Vandaag vernam ik de planning inzake ruimtelijke ordening van de Lichtenbergweg te Zonhoven en wens graag bezwaar te maken tegen dit project. 

Wij wonen hier graag en dit het enige stukje groen wat er nog rest. De eenden landen hier vanachter in de weide. Boomkikkers, salamanders, uilen en de bonte specht vinden hier alvast hun thuishaven. Graag kom ik op voor de dieren die geen stem hebben om hun ongenoegen te uiten.

Mijn kinderen zijn hier opgegroeid en hebben voor de tijd van sociale media hier naar hartenlust kunnen spelen. Als mijn kinderen kinderen krijgen, wil ik hen die ervaring ook geven.

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift nr. 13:

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. Bezwaarindiener geeft aan niet akkoord te gaan bij het verdwijnen van een groen stuk natuur dat is ontstaan door het uitblijven van een eventuele ontwikkeling. 

De eigendom heeft volgens het geldende gewestplan de bestemming woonuitbreidingsgebied en kan bijgevolg o.a. ontwikkeld worden door een huisvestingsmaatschappij. In het kader van deze ontwikkeling wordt voorliggende weginfrastructuur aangevraagd.

Het bezwaarschrift 13 wordt niet weerhouden.

Bezwaarschrift 14 luidt als volgt:

Met deze brief maak ik gebruik van de mogelijkheid bezwaren, standpunten of opmerkingen te formuleren inzake het bouwplan t.p.v. de Lichtenbergweg.

Uitgangspunten hierbij :

  • Inzage van de documenten bij de dienst Ruimte van de gemeente
  • Bijwonen informatiesessie door Sociale Huisvestingsmaatschappij Vooruitzien CVBA
  • Diverse ontwikkelingen die zich de laatste tijd afspeelden aan de Lichtenbergweg (grondonderzoeken, archeologisch onderzoek, slopen groen enz.)

Wij stellen vast dat het gepland project volgende gegevens omvat:

  • Het gaat om verkoopwoningen
  • Het omvat 20 eenheden
  • Er komt een verharde weg: eenrichtingsverkeer (uit t.h.v. Moverkensstraat) 
  • Er komt geen fietspad
  • De woningen zijn wat vormgeving betreft allemaal gelijk (twee-laags, plat dak, geen kelder)
  • De bestaande beek (waterweg!) wordt gehandhaafd
  • Huidige aanvraag betreft enkel de infrastructuurwerken e.a.

Op basis hiervan willen wij de volgende opmerkingen, standpunten, bezwaren maken:

  • Ik stel vast dat m.b.t. de bestaande beek e.e.a. niet helder is.
    De loop van de beek (voor ons huis) loopt via de Lichtenbergweg naar de Kortestraat (middels doorsteek onder de weg circa halverwege)
     Ik ga ervan uit dat het hele traject van deze beek in ere wordt hersteld
  • Er wordt vlak langs onze huidige eigendom gewerkt. Wij gaan ervan uit dat er geen beschadigingen cq werkzaamheden plaatsvinden op ons terrein.
  • De weg wordt, na diverse vragen, toch bestempeld als een éénrichtingsstraat.
  • Gelet op het feit dat de huidige weg door vele kinderen wordt gebruikt om naar en van de school te komen, vragen wij veel aandacht voor het aspect veiligheid (zeker ter plaatse van de knooppunten)
  • De geplande (en getoonde) woningen zijn ons inzien, gelet op de ééntonigheid, niet passend binnen de bestaande landelijke omgeving.
     Waarom niet meer architectonische variatie?
  • Wij begrijpen niets van het verloop van dit project, de aanpak, de communicatie en de informatie.
    Diverse (zware) werkzaamheden werden inmiddels uitgevoerd zonder aankondiging enz.
     Ook nu weer het feit dat we enkel over de infrastructuur kunnen praten, terwijl deze toch gekoppeld is aan de gedachte woningen, is voor ons onbegrijpbaar.
  • Ook m.b.t. de privacy van de twee aparte woningen hebben we vragen. Liggen deze niet te kort op de daartegenover liggende tuin?

De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift nr. 14:

Tegen de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein worden er geen specifieke bezwaren geuit. De bezwaarindiener merkt enkel op dat het hier om een éénrichtingsstraat gaat van de Kortestraat (in) naar de Moverkensstraat (uit) en vraagt veel aandacht voor het aspect veiligheid (zeker ter plaatse van de knooppunten), gelet op het feit dat de huidige weg door vele kinderen wordt gebruikt om naar en van de school te komen. De bezorgdheid van de bezwaarindiener m.b.t. de veiligheid wordt meegenomen als aandachtspunt. De voorgestelde wegenis zal enkel worden gebruikt door plaatselijk autoverkeer. De breedte van de wegenis tussen de Kortestraat en de Moverkensstraat, m.n. 4 meter asfaltverharding, laat toe dat fietsers en auto’s probleemloos kunnen kruisen. Een asfaltverharding is een ideale ondergrond voor fietsers.

Het bezwaarschrift 14 wordt niet weerhouden.

Bespreking van de ontvangen adviezen betreffende het dossier:

Het advies van de hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 28/09/2020 dat als volgt beschreven werd:

Brandweeradvies aan het College van Burgemeester en Schepenen van en te Zonhoven.

Betreft: Riolerings- & infrastructuurwerken voor een nieuw bouwproject.

Van toepassing zijnde wetgeving

Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.

Evenals navolgende regelgeving:

  • De codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 3: Brandpreventie op de arbeidsplaatsen; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 6: Veiligheids- en gezondheidssignalering; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 4: Ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer;
  • Het AREI;
  • VLAREM milieuwetgeving; …

Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.

Opmerkingen

Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen

  1. Voor de gebouwen met één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens tot op 60 meter van een gevel van het gebouw kunnen naderen.

(KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art. 1.1)

  1. Voor de gebouwen met meer dan één bouwlaag moeten de voertuigen van de brandweer minstens in één punt een gevel kunnen bereiken die op herkenbare plaatsen toegang geeft tot iedere bouwlaag. Daartoe moeten de voertuigen beschikken over een toegangsmogelijkheid en een opstelplaats:
  • ofwel op de berijdbare rijweg van de openbare weg;
  • ofwel op een bijzondere toegangsweg vanaf de berijdbare rijweg van de openbare weg en die de volgende karakteristieken vertoont:
  • minimale vrije breedte: 4 m;
  • minimale draaicirkel met draaistraal 11 m (aan de binnenkant) en 15 m (aan de buitenkant);
  • minimale vrije hoogte: 4 m;
  • maximale helling: 6 %;
  • draagvermogen: derwijze dat voertuigen, zonder verzinken, met een maximale asbelasting van 13 ton er kunnen rijden en stilstaan, zelfs wanneer ze het terrein vervormen. Voor de kunstwerken welke zich op de toegangswegen bevinden, richt men zich naar NBN B 03-101. (KB 7-7-1994 en latere wijzigingen art 1.1) De wegen moeten voldoen aan bovenstaande eisen.
  1. Bovengrondse en ondergrondse hydranten worden gevoed door het openbaar waterleidingnet via een leiding met minimale binnendiameter van 80 mm. Kan het openbaar net aan deze voorwaarden niet voldoen, dan wendt men andere bevoorradingsbronnen aan met minimale capaciteit van 50 m³. Deze bevoorradingsbronnen voeden een leidingnet met ondergrondse hydranten en/of bovengrondse hydranten, type BH 80. De opvoerpomp die het leidingnet voedt levert minimaal een debiet van 1.000 l/min (60 m³/h) bij een persdruk van 2,5 bar aan de ongunstigste hydrant. De pomp moet een minimale autonomie van 1 uur hebben. De ondergrondse hydranten moeten voldoen aan de norm NBN EN 14339 en de bovengrondse hydranten aan de norm NBN S21-019. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.1)

In de nijverheids- en handelszones en op de plaatsen met een grote bevolkingsdichtheid liggen de wateraansluitingen op een maximum afstand van 100 m van elkaar verwijderd. Elders zijn zij wegens de ligging van de voor brand te beveiligen gebouwen of inrichtingen zo verdeeld dat de afstand tussen de ingang van elk gebouw of van elke inrichting en de dichts bijgelegen hydrant niet meer dan 200 m bedraagt. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.2)

De ondergrondse of de bovengrondse hydranten worden aangebracht op een horizontaal gemeten afstand van minstens 0,60 m van de kant der straten, wegen of doorgangen waarop voertuigen kunnen rijden en parkeren. (KB 7/7/94 art. 6.8.5.4.3)

  1. De technische uitrusting van het gebouw moet in goede staat worden gehouden. Volgende installaties moet de uitbater periodiek laten nazien, hetzij door een bevoegd persoon (BP), hetzij door een bevoegd technicus (BT), hetzij door een externe dienst voor technische controle (EDTC):

De brandwerende deuren maken, met betrekking tot de vereisten inzake brandwerendheid en de minimale vereisten bepaald in punt 3°, het voorwerp uit van een prestatieverklaring. De beoordeling en verificatie van de bestendigheid van de prestaties worden uitgevoerd volgens het systeem 1 beschreven in punt 1.2 van de bijlage V van de Verordening (EU) nr. 305/2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten. De brandwerende deuren (EI1) moeten geplaatst worden volgens de plaatsingsvoorwaarden waarvoor ze hun classificatie inzake brandwerendheid bekomen hebben. Ze mogen slechts geplaatst worden door plaatsers welke in het bezit zijn van een vestigingsattest van schrijnwerker-timmerman. Minimaal dient door de plaatser een conformiteitattest of een plaatsingsattest te worden overgemaakt aan de brandweer. Bij ontstentenis van één van deze attesten moet een keuringsverslag, afgeleverd door een erkend organisme worden bijgebracht. De deuren met een weerstand tegen brand die door een erkende plaatser werden geplaatst dragen hun identificatieplaatje. Dit nummer moet op de deurvleugel worden aangebracht.

De bepalingen betreffende de weerstand tegen brand van bouwelementen (REI), moeten toegepast worden volgens de norm NBN EN 13501-2 en 3, waarbij NBN EN 1363 algemeen, NBN EN 1364 niet dragende elementen, NBN EN 1365 dragende elementen, NBN EN 1366 technische uitrustingen, NBN EN 1634 deuren en luiken, NBN EN 13381 bijdrage aan brandwerendheid.

De bepalingen betreffende de reactie tegen brand (ontvlambaarheid, vlamvoortplantingssnelheid) van bouwmaterialen, moeten toegepast worden volgens het KB 07.07.1994 en latere wijzigingen - bijlage 5/1.

Besluit

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.

Het advies van de dienst contractmanagement van 24/09/2020 dat als volgt beschreven werd:

Gunstig onder de voorwaarde dat Vooruitzien cvba, conform hun verklaring van afstand van grond ondertekend door dhr. Cox dd. 23/09/2020, een deel van perceelsnrs. 952/b46, 952/s32 en 952/d47 (3.747m²) kosteloos en gratis overdraagt aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein. Dit deel is meer specifiek het deel dat aangeduid wordt met een gele kleur en de naam "openbaar domein" op het rooilijnplan (PDF-Document met als naam BA_INFRA_P_N_4).

Het advies van de dienst uitbestede werken van 20/10/2020 dat als volgt beschreven werd:

De inritten van de bestaande woningen in de Lichtenbergweg worden best naar 4m gebracht ipv. 6m die nu op plan is ingetekend.

Er dient ook een toegang te worden voorzien voor perceel 884/B. Momenteel is daar ook een bestaande toegang.

Ik begrijp dat ze aan de wadi wat speelse elementen willen zetten, maar 1 boomstam is wel wat weinig. Ik ga er vanuit dat dit toch een speels element is dat zich niet beperkt tot 1 boomstam...

Het advies van de dienst werken in eigen beheer van 21/10/2020 dat als volgt beschreven werd:

Gunstig mist navolgen volgende voorwaarden:

- plaatsen van één zitbank op het centrale groene plein. Onder deze zitbank dient een gesloten verharding te worden voorzien, bv. industriële betonplaat 1m x 2 m, om zo onderhoud te vergemakkelijken. 

- De boomstam als speelelement dient meer te zijn als één boomstam, liefst enkele stammen voorzien waarbij het bufferbekken mee geïntegreerd wordt als speelelement.

- Plantenkeuze is goed, alleen zorgen dat met het opplanten van het bufferbekken er voldoende rekening mee wordt gehouden dat dit ook als speelruimte gaat gebruikt worden. Zorg dus voor niet alleen voor voldoende bescherming van aanplant, maar zorg er ook voor dat deze zone in eerste instantie bruikbaar is als speelruimte.

Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van 10/11/2020 dat als volgt beschreven werd:

Rechtsgrond 

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving: 

  • Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing) 
  • Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 

Bespreking boscompensatievoorstel 

In toepassing van art. 90 bis, §1, 2de lid van het Bosdecreet vroeg u advies over de aanvraag voor een omgevingsvergunning met referentienummer 2020094421. 

Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 1489 m² wenst te ontbossen voor de realisatie van riolering & wegenis voor een nieuw bouwproject. 

Volgens onze gegevens is het perceel bezet met gemengd bos. 

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 1489 m², waarvan 0 m² ter regularisatie van al uitgevoerde ontbossing. 

Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd.

Als bijlage vindt u het door het Agentschap voor Natuur en Bos goedgekeurd compensatievoorstel, dat integraal moet deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het nummer 20-218895. 

Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen. 

Bespreking aanvraag tot omgevingsvergunning 

De aanvraag behelst riolering & wegeniswerken voor een nieuw bouwproject van Vooruitzien cvba. 

De voorgestelde werken kunnen een invulling vormen van de ruimtelijke bestemming. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos de ontbossing noodzakelijk voor de realisatie van dit project gedogen. 

Gelet op de ruimtelijke bestemming is er buiten het gegeven van goed- of afkeuring van het boscompensatievoorstel en beoordeling van de eigenlijke ontbossing geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap. 

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarde

Om de ecologisch waardevol bomenrij (zie aanduidging figuur 1) te integreren in het woonproject en te behouden dienen de volgende voorwaarden gevolgd te worden binnen een zone van 10 meter te meten vanaf de boomstam: 

  • Om schade aan het wortelstelsel te vermijden mogen er geen graafwerken plaatsvinden in deze zone. Nutsleidingen dienen buiten deze zone ingeplant te worden. Een wadi aanleggen in deze zone is niet wenselijk en heeft een nefast effect op de te behouden bomenrij. 
  • (half) verhardingen in deze zone zijn ongunstig voor het wortelstelsel van de te behouden bomen. 
  • Er moet vermeden worden dat er in deze zone (10 meter vanaf de te behouden bomenrij) bodemverdichting plaatsvindt. Zo moet vermeden worden dat er voertuigen gaan parkeren in deze zone. Om dit te vermijden dient deze zone ontoegankelijk worden gemaakt voor voertuigen. Dit kan door bijvoorbeeld plaatsen van betonnen biggenruggen of andere elementen die voertuigen kunnen weren. 
  • Voor aanvang der werken dient er een hekwerk (geen plastic lint) geplaatst te worden op 10 meter van de stam van de te behouden bomenrij. Dit om schade aan stam- en wortelstelsel te vermijden. In deze zone mag er geen werfverkeer plaatsvinden. Ook geen tijdelijke opslagplaats van voertuigen en/of bouwmateriaal 

Figuur 1: inplantingsplan met aanduiding waardevol bomenrij. Zie in bijlage.

Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing: 

  • Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990 
  • Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001 

Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen: 

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 2020094421. 
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1489 m², deze oppervlakte is spontaan ontwikkelt en jonger dan 22 jaar en bijgevolg vrijgesteld van de compensatieplicht. Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet. 
  • Het plan goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos dient deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

Algemene opmerking soortenbesluit: 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). 

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. 

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens. 

Om een correcte inning van de bosbehoudsbijdrage en/of controle op de compenserende bebossingen mogelijk te maken, is het verplicht dat de vergunningverlenende instantie zo snel mogelijk een afschrift van haar beslissing bezorgt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.

Evaluatie van de ingediende adviezen:

  • Evaluatie van volgend ingediend advies:

Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 28/09/2020 vanwege brandweerzone Zuid-West Limburg:

Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet.

De raad volgt het advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg en stelt volgende voorwaarde op te nemen in de vergunning:

De voorwaarden bij het gunstig advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg worden integraal opgenomen bij de beslissing.

  • Evaluatie van volgend ingediend advies:

Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 24/09/2020 vanwege de dienst contractmanagement:

Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet.

Het dossier bevat een verklaring van afstand van grond:
 ”Dhr. Bert Cox, indiener van dit dossier en handelend in naam van de “VOORUITZIEN cvba” verklaart bij deze dat in het kader van het verkrijgen van een verkavelingsvergunning de volgende loten kosteloos en gratis worden overgedragen aan de gemeente Zonhoven om te worden ingelijfd bij het openbaar domein: deel van nrs. 952/b46, 952/s32 & 952/d47. Dit lot is op het rooilijnplan aangeduid.”

  • Evaluatie van volgend ingediend advies:

Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 20/10/2020 vanwege de dienst uitbestede werken:

Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet gedeeltelijk.

De raad volgt het advies van de dienst uitbestede werken en stelt volgende voorwaarde op te nemen in de vergunning:

  1. Er dient ook een toegang te worden voorzien voor perceel 884B. Momenteel is daar ook een bestaande toegang.
  • Evaluatie van volgend ingediend advies:

Overwegende dat de raad GEEN standpunt inneemt over het advies van 21/10/2020 vanwege de dienst werken in eigen beheer:

Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet niet. Het betreft louter voorwaarden betreffende de stedenbouwkundige handelingen en niet betreffende de rooilijnplannen.

  • Evaluatie van volgend ingediend advies:

Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 10/11/2020 vanwege het Agentschap voor Natuur en Bos:

Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet.

De raad volgt het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos en stelt volgende voorwaarden op te nemen in de vergunning:

De voorwaarden bij het gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos worden integraal opgenomen bij de beslissing.

Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om te beraadslagen over voorliggende zaak van de wegen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2020094421 (intern nummer 2020/00162) op 14/07/2020 ingediend bij de gemeente Zonhoven door Vooruitzien cv (Cox Bert) voor riolerings- en infrastructuurwerken in Zonhoven, Lichtenbergweg, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nummers 952B46, 952S32, 952D47.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de wijziging van de bestaande rooilijn van de Lichtenbergweg en van de nieuwe rooilijnen van de Hooiwagenstraat, Dorsvleugelstraat, Mutsaardstraat, zoals weergegeven op het ingediende plan van landmeter-expert Hosbur bvba van 14 augustus 2020 voorwaardelijk goed. De rooilijnen worden gedefinieerd met de knikpunten a-s volgens de coördinatenlijst voorzien op het rooilijnplan dd. 14/08/2020.

De voorwaarden luiden als volgt:

  • De voorwaarden bij het gunstig advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg worden integraal opgenomen bij de beslissing.
  • Er dient ook een toegang te worden voorzien voor perceel 884B. Momenteel is daar ook een bestaande toegang.
  • De voorwaarden bij het gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos worden integraal opgenomen bij de beslissing.

Artikel 2

Het rooilijnplan van landmeter-expert Hosbur bvba van 14 augustus 2020 wordt als integrerend deel gehecht aan dit besluit.

Artikel 3

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.

De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

Artikel 4

Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

  • Wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2020094421 (intern nummer 2020/00162) op 14/07/2020 ingediend bij de gemeente Zonhoven door Vooruitzien cv (Cox Bert) voor riolerings- en infrastructuurwerken in Zonhoven, Lichtenbergweg, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nummers 952B46, 952S32, 952D47 niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
  • Wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.