De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 15 september 2020 houdende principieel akkoord met het verlenen van een recht van opstal aan Tennisclub Basveld Zonhoven voor de oprichting van padelterreinen.
Het splitsingsplan dd. 20 november 2020 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers te Oudsbergen.
Het schattingsverslag dd. 21 november 2020 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers te Oudsbergen.
Op 30 juni 2020 werd aan Tennisclub Basveld Zonhoven een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het verwijderen van een geasfalteerd terrein en het aanleggen van 2 padelterreinen op de sportvelden Basvelden.
De padelterreinen worden aangelegd op gemeentegrond op de sportvelden Basvelden die de tennisclub huurt van het gemeentebestuur, namelijk het perceel sectie E 328t.
Aangezien er een omgevingsvergunning werd afgeleverd voor de aanleg van de padelterreinen, is het nu aangewezen om een recht van opstal te verlenen aan Tennisclub Basveld Zonhoven voor de grond waarop de padelterreinen worden opgericht.
Het college van burgemeester en schepenen dd. 15 september 2020 ging principieel akkoord met het verlenen van een recht van opstal aan Tennisclub Basveld Zonhoven voor de grond, gelegen op de sportvelden Basvelden, waarop de padelterreinen worden opgericht.
Het college van burgemeester en schepenen besliste om landmeter-expert Raoul Creemers te Oudsbergen aan te stellen voor het opmeten van het terrein met het oog op het vestigen van een recht van opstal en een schatting op te maken voor het bepalen van de jaarlijkse opstalvergoeding.
Het splitsingsplan werd afgeleverd op 20 november 2020. Het deel van het perceel sectie E 328t dat in opstal zal worden gegeven bedraagt 5a 72ca.
Het schattingsverslag werd afgeleverd op 21 november 2020. De jaarlijkse opstalvergoeding (cijns) bedraagt 160,20 euro.
Het opstalrecht wordt aangegaan voor een periode van 30 jaar, en vangt aan op datum van ondertekening van de akte. Het opstalrecht is niet vatbaar voor stilzwijgende verlenging maar kan wel vernieuwd worden.
De gemeenteraad besluit akkoord te gaan met het verlenen van een recht van opstal door de gemeente Zonhoven aan Tennisclub Basveld Zonhoven voor de oprichting van padelterreinen, op een gedeelte van het perceel grond gelegen sportvelden Basvelden, sectie E 328t, groot 5a 72ca, zoals weergegeven als lot 2 op het splitsingsplan dd. 20 november 2020 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers.
De in artikel 1 vermelde grond wordt in opstal gegeven aan Tennisclub Basveld Zonhoven onder volgende voorwaarden:
2.1
Mits betaling van een jaarlijkse opstalvergoeding van 160,20 euro te betalen op 30 november na elk afgelopen jaar van de overeenkomst. De opstalvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd en gekoppeld aan de gezondheidsindex.
Wanneer de vergoeding niet betaald wordt op de vervaldag, zal van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke interest verschuldigd zijn van 10 % per jaar vanaf de vervaldag tot op de dag van betaling.
2.2
Het recht van opstal wordt aangegaan voor een periode van 30 jaar die aanvangt op datum van ondertekening van de akte. Het opstalrecht is niet vatbaar voor stilzwijgende verlenging maar kan wel vernieuwd worden.
2.3
De goederen worden in opstal gegeven in de staat en de ligging waarin zij zich thans bevinden met de voor- en nadelige, zicht- en onzichtbare, voortdurende en niet-voortdurende, actieve en passieve erfdienstbaarheden die op de goederen rusten, met recht voor de begunstigde de ene in zijn voordeel te doen gelden en zich tegen de andere te verzetten doch zulks op zijn kosten, lasten en risico, zonder tussenkomst van het bestuur noch verhaal tegen laatstgenoemde en zonder dat deze bepaling aan wie dan ook meer rechten zal kunnen verstrekken dan deze gegrond op rechtmatige titels of op de wet.
De begunstigde dient het opstalrecht te aanvaarden zonder waarborg van de oppervlakte. Het verschil in oppervlakte zal ten voordele of ten nadele van de begunstigde zijn, zelfs al bedraagt dit meer dan 1/20ste.
De goederen die het voorwerp van de opstalovereenkomst zullen uitmaken worden in opstal gegeven voor vrij en onbelast van alle lasten en hypotheken van alle aard, de gronden zijn vrij van alle pachtverplichtingen.
2.4
Het opstalrecht wordt verleend onder de volgende bijzondere voorwaarden:
a) bestemming
De begunstigde mag de in opstal gegeven goederen uitsluitend bestemmen voor de doeleinden zoals bepaald in de statuten van de vereniging, namelijk het laten beoefenen en bevorderen van de tennissport alsmede alle daartoe verband houdende sport- en ontspanningsactiviteiten.
De begunstigde mag met betrekking tot voornoemde goederen geen enkel bouwwerk, gebouw, werk of beplanting oprichten, aanbrengen of uitvoeren als dit niet noodzakelijk of nuttig is voor de realisatie van voornoemde bestemming.
Tijdens de gehele duur van het recht van opstal dient de hierboven vermelde bestemming behouden te blijven behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur.
b) rechten begunstigde
De begunstigde is, onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in de punten j en k betreffende stedenbouw en de milieuwetgeving , gerechtigd nieuwe gebouwen, werken en beplantingen op te richten en uit te voeren op of aan de in opstal gegeven goederen.
Het bestuur doet afstand ten voordele van de begunstigde van het recht van natrekking dat het bij toepassing van de bepalingen van het burgerlijk wetboek heeft op de gebouwen, bouwwerken en beplantingen die op de in opstal gegeven gronden worden opgericht en dit voor de gehele duur van de opstal periode.
Het is de begunstigde evenwel verboden de op het ogenblik van de aanvang van het opstalrecht bestaande opstallen geheel of gedeeltelijk af te breken of er wijzigingen, andere dan deze die nodig zijn voor de uitvoering van herstellingswerken, aan te brengen zonder voorafgaande schriftelijke toelating van het bestuur.
Het is de begunstigde evenmin toegestaan de door hem/haar of voor hem/haar verwezenlijkte opstallen tijdens de duur van de opstal geheel of gedeeltelijk te slopen of te verwijderen zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van het bestuur.
De begunstigde mag verder noch de opstal zelf, noch de in opstal gegeven goederen, noch de gebouwen en opstallen die door hemzelf/haarzelf of voor hem/haar zouden worden opgericht, hypothekeren, vervreemden, er zakelijke rechten of erfdienstbaarheden op vestigen of er daden van beschikking over stellen zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur.
c) belastingen en taksen
Alle belastingen en taksen van welke aard ook, inclusief de onroerende voorheffing met betrekking tot de in opstal gegeven goederen en/of op de door de begunstigde opgerichte onroerende goederen, met betrekking tot de bezetting van deze goederen of de activiteit die er door de begunstigde wordt uitgeoefend, zijn ten laste van de begunstigde, vanaf de eerste maand volgend op de datum van de authentieke akte.
d) onderhoud, herstellingen, aanpassingen en aansluitingen
De begunstigde is ertoe gehouden de in opstal gegeven goederen, evenals alle door hem/haarzelf of voor hem/haar verwezenlijkte of aangebrachte opstallen van welke aard ook, te onderhouden op zijn/haar kosten en er alle grote en kleine herstellingen van alle aard uit te voeren.
Het bestuur is tot geen enkele herstelling gehouden.
Het bestuur kan evenmin verantwoordelijk gesteld worden voor hinder, schade, afwijkingen, toevallige onderbrekingen etc., wat ook de oorzaak moge zijn, die zich aan de in opstal gegeven goederen of aan de technische installaties ten dienste van de gebouwen zouden kunnen voordoen. De begunstigde is verplicht het geheel in goede staat van onderhoud en herstelling terug te geven aan het bestuur bij afloop van het recht van opstal.
De kosten voor aansluiting, abonnementen en gebruik van nutsvoorzieningen, zoals onder meer water, gas, elektriciteit, telefoon, kabel-T.V., telefax, internet etc. zijn ten laste van de begunstigde. Het bestuur staat echter niet garant voor de aansluiting op en het behoorlijk functioneren van eender welk distributienet.
Alle kosten die voortvloeien uit verbouwingen, herstellingen of uitbreidingen van de in opstal gegeven goederen, alsook de kosten die het gevolg zijn van de uitvoering van wettelijke, administratieve of andere voorschriften inzake hygiëne, openbare gezondheid, veiligheid, arbeidsveiligheid of milieuvoorschriften, zijn ten laste van de begunstigde.
e) verzekeringen
Tijdens de gehele duur van de opstal dient de begunstigde de in opstal gegeven gebouwen evenals de door of voor hem/haar opgerichte gebouwen voor de volle waarde te verzekeren tegen brand en aanverwante risico’s bij een door het bestuur aanvaarde verzekeringsmaatschappij.
Op eerste aanvraag van het bestuur zal de begunstigde het bestaan van de verzekeringen en de regelmatige betaling van de premies moeten bewijzen.
De begunstigde staat verder op eigen kosten tevens in voor het nemen van alle bij wetten, decreten of besluiten van de hogere overheid verplichte verzekeringen met betrekking tot de in opstal gegeven gebouwen en de door of voor hem/haar opgerichte gebouwen.
f) hoofdelijkheid, afstand, overdracht en verhuring
De verplichtingen aangegaan door de begunstigde zijn hoofdelijk en ondeelbaar tussen zijn rechthebbenden of rechtsopvolgers uit welken hoofde ook.
De begunstigde mag zijn/haar rechten op de opstal noch geheel noch gedeeltelijk afstaan of overdragen aan derden behoudens na voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur.
In geval van afstand of overdracht van de rechten betreffende de opstal, blijft de begunstigde hoofdelijk borg voor de goede uitvoering van de uit de aanvankelijke opstal voortvloeiende verplichtingen.
Het is de begunstigde eveneens verboden zijn/haar rechten of een gedeelte ervan in huur te geven of te laten onderverhuren zonder de voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van het bestuur.
In geval van afstand of overdracht van het geheel of een gedeelte van de opstal onder welke vorm ook of in geval van verhuring zal de begunstigde in ieder geval al de verplichtingen die op hem/haar rusten krachtens de af te sluiten overeenkomst en voor zover deze toepasselijk kunnen zijn, op moeten leggen aan degene aan wie wordt afgestaan, overgedragen of verhuurd.
g) einde van de opstal
1. De opstal neemt een einde door het verstrijken van de in artikel 2.2 vermelde termijn en tevens, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, indien en zodra de begunstigde ophoudt te bestaan.
Bij de beëindiging van de opstal op deze wijzen, komen de gebouwen en opstallen, evenals alle verbeteringen en aanplantingen die de begunstigde heeft aangebracht of uitgevoerd tijdens de duur van de opstal in volle eigendom en zonder dat de begunstigde aanspraak kan maken op enige vergoeding ter zake, toe aan het bestuur, tenzij het bestuur er de voorkeur aan geeft deze gebouwen, opstallen, verbeteringen of aanplantingen geheel of gedeeltelijk te laten verwijderen en de in artikel 1 vermelde goederen terug in hun oorspronkelijke staat te laten herstellen, op kosten van de begunstigde.
2. De begunstigde kan zich steeds vervroegd vrijmaken van het recht van opstal op voorwaarde dat de achterstallige vergoedingen tot aan de dag der overlating dadelijk betaald worden. In dit geval zal eveneens toepassing gemaakt worden van de bepalingen vermeld in de tweede alinea van punt 1.
3. Als het bestuur voor het verstrijken van de in artikel 2.2 vermelde termijn eenzijdig een einde stelt aan het recht opstal, zonder dat de begunstigde in gebreke is gebleven omdat het om reden van algemeen belang of van lokaal belang een andere bestemming wenst te geven aan de opstal gegeven goederen, zal het de begunstigde voor de door of voor hem/haar opgerichte opstallen vergoeden zoals gebruikelijk is inzake onteigeningen om reden van openbaar nut, gesteund op een schatting door een landmeter-expert en na afhouding van de door de begunstigde eventueel aan het bestuur nog verschuldigde bedragen.
h) sanctie
Het bestuur heeft het recht om voor de bevoegde rechtbanken de ontbinding van de opstal met schadevergoeding te vorderen bij wanprestatie door de begunstigde en bij zware of herhaalde lichte inbreuk door de begunstigde op de verplichtingen die hem/haar bij overeenkomst worden opgelegd.
Als zware inbreuken worden zonder dat deze opsomming als limitatief geldt, onder meer beschouwd: de wijziging van de bestemming door de begunstigde, de niet-betaling van de jaarlijkse vergoedingen binnen twee maanden na ingebrekestelling en het gebrekkig onderhoud of herstel van de in opstal gegeven goederen en opstallen, het zonder reden beëindigen of verwaarlozen van de uitoefening van zijn recht of van de overeengekomen exploitatie.
Daarnaast zal tevens toepassing gemaakt worden van hetgeen hoger vermeld is onder het tweede lid van punt 1 van g) wat de vergoeding voor de opstallen betreft.
i) stedenbouw
Voor de bestaande gebouwen en opstallen die in opstal gegeven worden, zijn de volgende bouwvergunningen afgegeven:
- Beslissing college van burgemeester en schepenen dd. 30 juni 2020.
Er kan geen verzekering gegeven worden omtrent de mogelijkheid om nog verder op het in opstal gegeven goed te bouwen of om daarop enige vaste of verplaatsbare inrichting op te stellen die voor bewoning kan worden gebruikt.
De begunstigde dient zich ertoe te verbinden de stedenbouwkundige voorschriften na te leven. Hij/zij zal niet met de oprichting van gebouwen beginnen dan nadat hij/zij de nodige vergunningen en goedkeuringen heeft bekomen.
Het in opstal gegeven goed is niet gelegen in een beschermd landschap en valt niet onder de wetgeving op de ruilverkaveling van landeigendommen. Het goed maakt bij weten van het bestuur geenszins het voorwerp uit van een geplande onteigening.
j) milieuwetgeving
Het bestuur kan geen zekerheid geven omtrent de mogelijkheid om op of in de in opstal gegeven goederen activiteiten uit te oefenen die bij toepassing van het milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985 en zijn uitvoeringsbesluiten, vergunningsplichtig zijn. De begunstigde mag op of in de in opstal gegeven goederen geen vergunningsplichtige activiteit in voormelde zin uitoefenen, zolang de voorgeschreven milieuvergunning niet is verkregen.
Op de grond die in opstal gegeven wordt, is of was bij weten van het bestuur geen inrichting gevestigd, of wordt of werd geen activiteit uitgevoerd die opgenomen is in de lijst van inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 6 van het Bodemdecreet.
De begunstigde zal voor het sluiten van de overeenkomst op de hoogte gebracht worden van de inhoud van het bodemattest(en) afgeleverd door OVAM overeenkomstig artikel 101, § 1 van genoemd decreet.
Het bestuur heeft met betrekking tot het goed geen weet van bodemverontreiniging die schade kan berokkenen aan de begunstigde of aan derden, of die aanleiding kan geven tot een saneringsverplichting, tot gebruiksbeperkingen of tot andere maatregelen die de overheid in dit verband kan opleggen. Het bestuur is in geen geval waarborg noch schadevergoeding verschuldigd voor dergelijke gebreken.
k) exploitatieclausule
Zo de bestemming van de in opstal gegeven goederen kadert in een culturele exploitatie, zal de begunstigde overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 28 januari 1974 betreffende het cultuurpact, erop toezien dat ten aanzien van de gebruikers iedere vorm van discriminatie, uitsluiting, beperking of voorkeur om ideologische of filosofische redenen vermeden wordt.
l) kosten
Alle kosten en rechten, voortvloeiend uit de af te sluiten overeenkomst, evenals de kosten voortvloeiend uit het verlijden van de authentieke opstal akte, met inbegrip van de opmetingskosten, de registratierechten, de overschrijvingskosten der hypotheken en andere, vallen ten laste van de begunstigde.
n) opstal akte
De opstal akte zal verleden worden uiterlijk binnen 12 maanden na ondertekening van de overeenkomst.
De ingenottreding zal ingaan op de dag van het verlijden van de opstal akte.
2.4
Voor alles wat niet geregeld wordt in de af te sluiten opstalovereenkomst, gelden de bepalingen van de wet van 10 januari 1824 over het recht van opstal.
De akte zal worden verleden voor een notaris aan te stellen door het college van burgemeester en schepenen.
De burgemeester en de algemeen directeur, of hun afgevaardigden, worden gemachtigd om de akte te ondertekenen.