Het omgevingsdecreet, in bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt:
“§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”
Het omgevingsbesluit, in bijzonder artikel 47 dat het volgend bepaalt:
“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”
De toelichting bij bovengenoemd omgevingsdecreet en -besluit:
“Art. 47. Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:
- de bevoegde overheid mag rechtstreeks weigeren zonder het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen;
- de regeling geldt zowel voor aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen als voor het verkavelen van gronden;
- beslist de gemeenteraad ongunstig over de zaak van de wegen, dan kan de bevoegde overheid geen vergunning verlenen, ook niet in beroep;
- de gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag;
- de gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere bezwaarschriften.”
De aanvraag voor een omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2021059262 (intern nummer 2021/00167) op 13/04/2021 ingediend door Fluvius bij de deputatie provincie Limburg en op 12/05/2021 voor advies overgemaakt aan de gemeente Zonhoven voor:
1.- stedenbouwkundige handelingen
2.- Vegetatiewijziging:
3.- Inrichtingen of activiteiten:
Deze omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omvat onder meer de aanvaarding van de rooilijn Blikveldweg;
Tijdens het openbaar onderzoek van 22 mei 2021 tot en met 20 juni 2021 werden 15 bezwaarschriften ingediend die betrekking hebben op het wegenisdossier of in verband kunnen gebracht worden met de beoordelingsgronden opgesomd in art. 3, 4 en desgevallend art. 6 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019;
De bespreking van de ingediende bezwaarschriften in zitting van heden;
Bezwaarschrift 1, ontvangen op 26/05/2021, luidt als volgt:
Nieuwe Hazendansweg 1
Het behouden van de gracht voor Nieuwe Hazendansweg 1 voor afvoer regenwater.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 1:
Deze gracht ter hoogte van nummer 1 is het laatste stukje gracht in de Nieuwe Hazendansweg dat nog overblijft. De RWA-streng komt tevens in het tegenoverliggende wegvak te liggen, wat een behoud van de gracht technisch gezien zeer moeilijk en zeer kostelijk maakt. Alle maatregelen zullen wel getroffen worden om de afloop van het regenwater van zowel de woning als het openbaar domein te garanderen.
Het bezwaarschrift 1 wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 2, ontvangen op 01/06/2021 en aangevuld op 19/06/2021, luidt als volgt:
Korenmolen
Gebrekkige communicatie over het project tijdens de informatievergadering als bij het openbaar onderzoek en zelfs geen persoonlijk gesprek.
Aangezien onze hele voortuin aan de straat wordt ingenomen door Fluvius en de gemeenteweg wordt verbreed, wordt niet akkoord gegaan met voorliggende aanvraag.
Ik kom terug op mijn eerder bezwaarschrift in de aangelegenheid van de onteigening van onze voortuin. In de inzage van het dossier op maandag 14.06.2021 als ook op de vergadering zelf werd door de dienst patrimonium aangehaald dat de planning van de wegen- en rioleringswerken eind 2017/begin 2018 werden doorgevoerd. Toen werd er foutief van uitgegaan dat de grond in kwestie van de Korenmolen openbare grond was. Op de vergadering is duidelijk geworden dat een gesprek ter plaatste dringend noodzakelijk is om de juiste ligging van de put te bespreken. Ook wil ik er op wijzen dat we sinds jaren een probleem met de grond waterdruk hebben op de plaats waar het pompstation zou moeten komen. Deze is zo hoog dat een lege put daar naar boven gedrukt zal worden.
Onze buurman heeft daarlangs recent een zwembad gebouwd dat alleen in de grond blijft omdat dit volledig gevuld moest worden! Hetzelfde hebben wij met de regenwaterput aan de molen aan de hand! Een bezoek van Fluvius en patrimonium aan de molen is dus dringen noodzakelijk in plaats dat vanuit een bureel in een planningsbureau via Google Earth gewoon iets gepland wordt.
Als laatste punt wil ik nog opmerken dat wij de molen-site moesten herstellen onder de voorwaarde dat het zicht van het geheel behouden blijft. Ik stel mij dus de vraag waarom dit moest, terwijl er nu een betonnen dek en een plastiek elektrische kast midden in het zicht gepland is. Dan hadden wij de moeite om een voor Zonhoven historisch monument te behouden toch ook niet hoeven te doen ...
Wij stellen het dus op prijs als patrimonium samen met Fluvius en een landmeter ter plekke komen om samen overleg te voeren om een voor allen partijen schappelijke oplossing te vinden.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 2:
Er werd op 24 juni 2021 een vergadering belegd tussen Fluvius, de gemeente Zonhoven en het studiebureau om de juiste ligging van het pompstation te bespreken en dit eventueel te herpositioneren. De sturingskast zal langs de weg worden ingeplant waardoor het zicht op de Korenmolen niet gehinderd wordt. De pompput en de bijhorende sturingskast dienen wel mee te worden geïntegreerd in het landschap. Dit zal mee opgenomen worden in de voorwaarden bij de omgevingsvergunning. Als het technisch mogelijk is en er voldoende plaats is aan de andere kant van de Roosterbeek, kan de pompput verlegd worden naar de andere zijde. Dit wordt zo snel mogelijk opgemeten en bekeken.
Het bezwaarschrift 2 is deels gegrond en wordt deels weerhouden.
Bezwaarschrift 3, ontvangen op 15/06/2021, en bezwaarschrift 4, ontvangen op 17/06/2021, luiden als volgt:
Grote Hemmenweg 147
Volgens het nieuwe rooilijnplan zal de rooilijn door middel van onteigening verlegd worden ter hoogte van de Grote Hemmenweg 147. De nieuwe rooilijn komt dan vlak tegen de zuidwesthoek van het huis te liggen. Tijdens de door de gemeente georganiseerde infovergadering omtrent de onteigeningen (14/06/2021), werd de onteigening verantwoord met volgende argumenten:
- het aan te leggen fietspad tegenover de Hazendansweg zal uitwijken om overstekende fietsers plaats te geven tijdens het wachten op een oversteekmogelijkheid;
- aan de buitenzijde van de weg zou voldoende ruimte moeten zijn om de nutsvoorzieningen aan te leggen. Het is hier niet duidelijk of deze naast het fietspad moeten liggen of ook onder het fietspad kunnen gelegd worden;
- men probeert zo veel mogelijk bestaande rooilijnen recht te trekken ter vereenvoudiging van plannen en werkzaamheden.
Ik maak bezwaar tegen deze aanpassing omwille van volgende redenen:
- De nieuwe rooilijn komt vlak tegen de zuidwesthoek van het huis te liggen (op enkele centimeters). Een grondige renovatie van het huis zal noodzakelijk zijn in de toekomst. Indien de rooilijn tegen het huis aan ligt, zal het verkrijgen van een omgevingsvergunning mogelijk bemoeilijkt worden of onmogelijk zijn. Eén voorbeeld hiervan is de mogelijke isolatie van de buitengevel door middel van isolerende platen en een afwerkingslaag (-muur) tegen de bestaande buitenmuur (hierbij de voetafdruk van het huis vergrotend). Verder zijn er tal van reglementen waarbij de afstand tot de rooilijn van belang is;
- De overblijvende ruimte tussen het geplande uitwijkende fietspad en de nieuwe rooilijn ter hoogte van nr. 145 (tegen de bestaande muur) is smaller dan de overblijvende ruimte tussen het geplande fietspad en de zuidwesthoek van het huis (nr 147). Er is daarnaast vrijwel geen ruimte tussen het aan te leggen fietspad en de plaats waar de nieuwe rooilijn terug samenkomt met de huidige rooilijn aan het lage muurtje naast de oprit van nr 149. Men neemt dus aan nr 147 meer ruimte in dan schijnbaar vereist is;
- De rooilijn en de nutsvoorzieningen zullen altijd een hoek maken wanneer ze aan de zuidwestrand van perceel nr 149 de oude rooilijn verder vervolgen naar het oosten. Die hoek kan men dus ook iets eerder leggen net ten oosten van het uitwijkende fietspad, en zo al eerder terug verbinden met de oude rooilijn parallel met de voorgevel van nr 147. De hoek wordt iets scherper, maar zo komt de rooilijn minder dicht tegen het huis te liggen.
- Huis nr 147 werd gebouwd in 1937. Men trekt nu de rooilijn recht en de bestaande lichte asverschuiving van de weg ter hoogte van de Hazendansweg zal minder uitgesproken zijn. Daarbij verandert men een historisch gegroeide situatie waarbij de straat een kleine asverschuiving vertoont precies omwille van de ligging van huis nr 147. De ligging van het huis is een voldongen feit, de ligging van de weg kan wél aangepast (of dus eigenlijk onveranderd gelaten) worden. Door hier geen rekening mee te houden, zullen voorbijrijdende fietsers van op een afstand van een tweetal meter directe inkijk hebben in de vier ramen van de lange voorgevel. In de huidige situatie bedraagt de afstand van de voorgevel tot de wegrand een vijftal meter. Dat is ook niet veel, maar er is toch een beduidend verschil in privacy;
- In de plannen duwt men de aan te leggen constructie vlak tegen en over de bestaande rooilijn ten noorden van de weg, zodat er onteigend moet worden. Tegelijkertijd laat men heel wat openbare ruimte (enkele meters) onbenut ten zuiden van de weg waar de Hazendansweg uitkomt op de Grote Hemmenweg. Men zou de hele oversteekconstructie dus ook iets naar het zuiden kunnen verleggen zonder de bestaande rooilijnen daar te overschrijden. Een aanpassing van de rooilijn ten noorden van de weg is dan vrijwel onnodig. Op die manier zou men ook kunnen kiezen om de bestaande asverschuiving van de weg te benadrukken in plaats van deze af te zwakken. Deze asverschuiving kan dan als snelheidsremmer werken, wat niet onwelkom zou zijn aangezien men vaak te hard rijdt op dit stuk van de Grote Hemmenweg. Dit komt bovendien overeen met de inzichten van de gemeente zelf, die richting het centrum artificiële verkeersremmers (asverschuivingen) op de weg heeft aangebracht;
Samenvattend lijken de plannen vooral rekening te houden met de technische eenvoud, en helemaal niet met de historische situatie en toekomstige problemen inzake omgevingsvergunningen en privacy ter hoogte van huis nr 147.
Ter aanvulling van het bezwaar ingediend op 15/06/2021 in verband met de wegenwerken ter hoogte van Grote Hemmenweg 147 (zie bijlage):
- De oprit van nr. 147 ligt tussen de westgevel en een haag die tot aan de voorgestelde nieuwe rooilijn komt. Het fietspad in de huidige planning zal zodanig dicht tegen de gevel liggen dat een auto vanaf de oprit tot op het fietspad moet rijden vooraleer er zicht is op aankomende fietsers. Zo ontstaat er een gevaarlijke verkeerssituatie.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 3:
Het isoleren van de woning blijft mogelijk bij voorgestelde aanpassing van de rooilijn. Hiervoor kan verwezen worden naar artikel 4.3.8. (01/09/2019- ...) VCRO dat stelt:
“§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:
1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
In afwijking van het eerste lid mag een vergunning worden verleend:
1° die afwijkt van de rooilijn als uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit;
2° die afwijkt van de achteruitbouwstrook als de wegbeheerder een gunstig advies heeft gegeven.
Werkzaamheden en handelingen waarvoor geen vergunning is vereist, mogen onder dezelfde voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid worden uitgevoerd na machtiging van de wegbeheerder.
Als het bij het aanbrengen van gevelisolatie als vermeld in het eerste lid, 4°, gaat om de overschrijding van een rooilijn die wordt gevormd door de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, kan na een gunstig advies van de wegbeheerder die gevelisolatie ook tot veertien centimeter toegestaan worden. In dat geval is, in afwijking van artikel 40 van het decreet van 18 december 1992 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1993, geen vergunning vereist voor het privatieve gebruik van het openbaar domein.
De Vlaamse Regering kan nadere formele en procedurele regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.”
Wat de privacy betreft kan gesteld worden dat het aanleggen van een fietspad geen negatieve impact op de privacy van de bezwaarindiener heeft. Het fietspad sluit aan bij de bestaande weginfrastructuur en blijft op een voldoende afstand van de voorgevel om de privacy te garanderen. Vandaag de dag wordt de privacy van de woning ook al verzekerd door de aanwezigheid van gordijnen.
Met betrekking tot de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat de afstand van het fietspad tot aan de voorgevel voldoende ruim is om de nodige zichtbaarheid te garanderen bij het uitrijden van het eigendom.
Het bezwaarschrift 3 is ongegrond en wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 5, ontvangen 16/06/2021, luidt als volgt:
Molenweg 10
Met dit schrijven dienen wij bezwaar in betreffende de fietsoversteekplaats ter hoogte van Molenweg 10 Zonhoven. Door de geplande ligging is het voor ons niet mogelijk onze oprit per auto te bereiken, komende van Genk richting Zonhoven-Centrum.
Ook zien wij onveilige verkeerssituaties ontstaan door pakjesdiensten of andere bezoekers die onze brievenbus of voordeur willen bereiken.
Veiligheidsdiensten zoals brandweer of ambulances komende van Genk of Hasselt (via Ballewijerweg) hebben meer tijd nodig om ons te bereiken.
Opmerking : Als oplossing zien wij om de oversteekplaats op te schuiven richting Zonhoven Centrum, tussen Molenweg 10 en Molenweg 6. Ter hoogte van de huidige halte van De Lijn.
Dit zou ons inziens het doel en nut van de fietsoversteekplaats niet verminderen en de bovengenoemde hinder voor ons wegnemen. Tijdens de toelichting van 14 juni werd dit ons mondeling toegezegd als een valabele oplossing.
In jullie communicatie en aanvraag omgevingsvergunning hadden jullie het over een oversteekplaats op de Oppelsenweg, al is dit wel degelijk op de Molenweg. Hierdoor waren wij wat misleid.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 4:
Voor de parking voor de woning aan de Molenweg 10 wordt de fietsoversteek zo veel mogelijk naar het kruispunt verplaatst en het einde van de verhoogde middenberm zal gedeeltelijk worden verlaagd, waardoor de parking van beide richtingen bereikbaar blijft.
Het bezwaar is gegrond en wordt deels weerhouden
Bezwaarschrift 6, ontvangen op 16/06/2021, luidt als volgt:
Korenmolenweg, Putsveldweg
Betreft heraanleg Korenmolenweg, Putsveldweg, wat het stukje Grote Hemmenweg betreft weet ik niet, hier heb ik niet gesproken met de buren.
Binnen afzienbare tijd krijgen we een nieuwe straat met riolering. Dit kunnen we uiteraard alleen maar toejuichen.
Tijdens de online buurtvergadering werd er gesproken over hoe de nieuwe straat er zou gaan uitzien. Namelijk in totaal 5 meter breed (4 meter + 2 x 0,5 meter betonnen boord).
Echter, lijkt me dit veel te breed en wel om twee redenen, namelijk er zal nog sneller gereden gaan worden en de charme van een kleine straat zal voor een stuk verloren gaan.
Ik begrijp uiteraard wel dat de straat een minimum breedte dient te hebben om twee auto’s te laten kruisen, zonder dat er over het gras gereden wordt op de plekken waar de auto’s kruisen.
Dus kwam het bij me op, wat als ze de straat nu eens 3m breed zouden maken met een boord van 2x0,5m en er dan:
• Een éénrichtingsstraat van maken? (Hiervoor is er bij een rondvraging bij de buren weinig animo)
• Dus, toch een smalle straat met aan de twee zijkanten (of een iets bredere strook aan één zijde) naast de betonnen boorden een ander soort verharding, zodat er toch twee auto’s kunnen kruisen, maar dat het gevoel van een smalle en charmante straat behouden blijft en dat het smalle straatbeeld de hardrijders (hopelijk) ook zal ontmoedigen om te snel te rijden.
• Ongetwijfeld zullen er ook nog andere oplossingen mogelijk zijn. Ik verneem ze graag van jullie?
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 5:
Er zijn inderdaad meerdere mogelijkheden om een wegenis aan te leggen. Het studiebureau heeft echter het ontwerp van de wegenis oordeelkundig opgesteld conform de geldende richtlijnen in samenspraak met de diverse overheden.
Het bezwaar is ongegrond en wordt niet weerhouden
Bezwaarschriften 7 (ontvangen 17/06/2021, bezwaarschrift 8 (ontvangen 17/06/2021), bezwaarschrift 9 (ontvangen 18/06/2021), bezwaarschrift 10 (ontvangen 19/06/2021), bezwaarschrift 11 (ontvangen 19/06/2021) en bezwaarschrift 12 (ontvangen 19/06/2021) luiden als volgt:
Viartenstraat
Ik dien bezwaar in tegen de 'nieuwe weg' in de Viartenstraat omdat ik meen dat de gemeente enkele stappen niet heeft gerespecteerd naar de INITIELE eigenaars van deze grond met name fam. Vandeput (incl. mezelf).
Tot nader (tegen)bericht behoort deze grond aan de familie Vandeput aangezien er nooit sprake was van een overdracht van deze gronden voor een stuk 'nieuwe' weg aan de Viartenstraat.
Ik verwijs naar de plannen: 14690217_ROOILIJN_1.4.pdf
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 6:
De vereiste wettelijke stappen werden gevolgd. Er werden aan de invalswegen van het project de nodige aanplakborden geplaatst volgens de wettelijke termijnen om de mensen te informeren over het lopende openbare onderzoek en de mogelijkheid tot bezwaarindiening.
Bijkomend heeft de gemeente Zonhoven alle bewoners aangeschreven in het kader van het lopende openbare onderzoek. Alle eigenaars van de innames zijn ook afzonderlijk gecontacteerd voor een infovergadering.
Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning wordt er door de gemeente een landmeter aangesteld met het oog op de eventuele verwerving van grond indien van toepassing.
Het bezwaar is ongegrond en wordt niet weerhouden
Bezwaarschrift 13, ontvangen op 18/06/2021, luidt als volgt:
Ballewijerweg 1
Verzoekster heeft de volgende bezwaren tegen de beoogde omgevingsvergunning:
1. De vergunde parkingplaatsen op het eigendom van verzoekster worden door de geplande aanpassingen ter hoogte van de Molenweg onbereikbaar en als parkingplaats onbruikbaar.
Verzoekster stelt vast dat de aanvrager een aanpassing wil van het rooilijnplan, net voor het perceel van verzoekster zelf. Dit blijkt niet alleen uit de schets van het relevante gedeelte van het rooilijnplan bij het schrijven van de gemeente Zonhoven aan verzoekster van 4 juni 2021. Dit blijkt ook uit de andere documenten en plannen die vrij ter inzage zijn op de dienst stedenbouw van de gemeente Zonhoven en via omgevingsoket.be. Zo dit wordt goedgekeurd, dan brengt dit een substantiële inname met zich mee net ter hoogte van de parkingplaatsen op het eigendom van verzoekster.
De zone waarop de vergunde parkingplaatsen zich bevinden wordt als gevolg daarvan kleiner en onbruikbaar voor het doel waarvoor verzoekster een vergunning heeft: het voorzien van 4 parkingplaatsen voor het cliënteel van de onderneming van verzoekster. Verzoekster wijst ook naar het relevant gedeelte van het wegenisplan. Bovendien blijkt uit de voor dit dossier relevante snede van het wegenisplan dat precies ter hoogte van de vergunde parking plaatsen op het eigendom van verzoekster een omlegging van het fietspad voorzien wordt met tegelijkertijd het plaatsen/bouwen van een verkeersdrempel aan beide zijden van wat volgens het wegenisplan een oversteekplaats moet worden. Er wordt niet alleen een verkeersdrempel voorzien aan beide zijden van het fietspad, maar bovendien wordt een langwerpige verkeersdrempel voorzien in het midden van de rijbaan aan beide zijden van de geplande oversteekplaats.
Verzoekster merkt op dat er blijkbaar géén verkeersdrempel voorzien wordt aan de overzijde van de Molenweg tussen het omgelegde fietspad en de rijbaan…
Uit de wijze waarop het relevant deel van het wegenisplan wordt getekend en voorgesteld leidt verzoekster af dat dit gepaard gaat met het plaatsen/bouwen van niveauverschillen die dienstig zullen zijn als verkeersdrempel, enerzijds tussen het om te leggen fietspad en de rijbaan en anderzijds tussen de twee rijrichtingen in, in het midden van de rijbaan.
Zo de omgevingsvergunning op die wijze wordt uitgereikt, zal dit voor onmiddellijk gevolg hebben dat de vergunde parkingplaatsen op het eigendom van verzoekster, voor zover ze nog zouden kunnen dienen als bruikbare parkingplaats na de beoogde grondinname, fysiek met een autovoertuig niet meer bereikbaar zullen kunnen/mogen bereikt worden. Ze worden dan als vergunde parkingplaats volledig onbruikbaar.
Het verlies van deze vergunde parkingplaatsen kan niet zomaar gecompenseerd worden op het eigendom van verzoekster zelf en bovendien dient vastgesteld worden dat er evenmin parkingplaatsen voorzien zijn op de openbare weg in de buurt van de geplande werken.
2. Door het verlies van de 4 vergunde parkingplaatsen op haar eigendom lijdt verzoekster schade die vele malen groter is dan de eventuele vergoeding die zij zou trekken in het kader van de beoogde grondinname ter hoogte van haar eigendom.
Het is duidelijk dat het effect van de beoogde grondinname in het kader van de beoogde omgevingsvergunning groter is dan de eventuele vergoeding die verzoekster hiervoor zou kunnen ontvangen.
Door het wegsnijden immers van een deel van het eigendom worden de vergunde parkingplaatsen op het eigendom van verzoekster in hun geheel onbruikbaar en verzoekster heeft niet zomaar de mogelijkheid om op een andere locatie op haar eigendom compensatie te vinden voor de 4 verloren parkingplaatsen.
Dit heeft rechtstreeks een impact op de commerciële activiteiten van verzoekster als gevolg van de verminderde bereikbaarheid nét door het wegvallen van de parkingplaatsen.
Dit terwijl verzoekster er bovendien op heeft toegezien na het verwerven van voormeld eigendom dat de vergunningssituatie volledig werd geregulariseerd.
Tenslotte zijn er aan verzoekster geen stedenbouwkundige overtredingen gekend met betrekking tot haar eigendom.
Op deze wijze is duidelijk dat de beoogde aanpassing van de openbare weg aan de Molenweg ter hoogte van het eigendom van verzoekster een in verhouding buitensporige impact en hinder heeft op het eigendom van verzoekster en bovendien ook op de commerciële activiteiten van verzoekster zelf.
Om die reden tekent verzoekster dan ook bezwaar aan tegen de geplande aanpassingen en tegen de geplande grondinname voor het aangepast rooilijnplan. Verzoekster vraagt u met eerbied om rekening te houden met de bezwaren en het wegenisplan en het rooilijnplan ter hoogte van het eigendom van verzoekster aan te passen zodat zij deze buitensporige hinder niet zal moeten dragen.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 7:
Er zijn op het perceel Ballewijerweg 1 aan de zijde van de Molenweg 3 vergunde parkeerplaatsen die in het kader van een vrij beroep werden vergund (kinesist). Momenteel is op dit perceel geen vrij beroep meer aanwezig. De parkeerplaatsen worden nu gebruikt als bijkomende werkruimte van een handelszaak.
Voor het algemeen belang en de veiligheid van de zwakke weggebruiker dient er een opstelplaats voor de fietsers voorzien te worden om een veilige oversteek mogelijk te maken. Deze inname dient te worden voorzien, aangezien de oversteekplaats niet kan verschoven worden omdat ze dan te ver van het kruispunt ligt.
De berm tussen weg en fietspad blijft wel op hetzelfde niveau als het fietspad en zal verhard worden, zodat de parkeerplaatsen nog kunnen gebruikt worden.
Het bezwaar is ongegrond en wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 14, ontvangen op 18/06/2021, luidt als volgt:
Wateroverlast
Al jaren wijzen wij op de problemen van wateroverlast voor de bewoners (aangelanden) van de Hazendansweg.
Oorzaken:
• het grondwater ten noorden van de Roosterbeek vloeit allemaal af richting Roosterbeek en zoals vermeld in het artikel is hier sprake van hoge grondwaterstand.
• Bij zware regenval of langdurige regenval kan de Roosterbeek het afkomende grondwater en het hemelwater van stroomopwaats gelegen gebieden niet geslikt krijgen, met gevolg ondergelopen straat, kelders, valse kelders, garages, tuinen.
Ettelijke decennia geleden werd de oorspronkelijke bedding tussen Nieuwe Hazendansweg (toen nog onbestaande) en de Hazendansweg "recht" getrokken, zie bijlage. Van de Teutseweg en de Blikveldweg was toen nog geen sprake. Inmiddels zijn er zoveel straten en verharding bijgekomen dat de afvoer van het hemelwater via de Roosterbeek een niet te miskennen probleem vormt. Ten oosten van de Hazendansweg en 40 meter verder ten westen is de beek volledig recht gemaakt, ten westen van de Hazendansweg versmalt ze na 100 m en kronkelt ze verder in een scherpe bocht van ca. 60°, daarna in twee rechte bochten. Gevolg : het afkomende water wordt vertraagd en zoekt een uitweg op de Hazendansweg en de bebouwde percelen naast de oevers (zie foto's)
Voor dit probleem dient een duurzame oplossing gevonden te worden alvorens de geplande rioleringswerken kunnen aangevat worden.
Mijn voorstel tot mogelijke oplossing :
• al het hemelwater van de in dit artikel betreffende straten afvoeren via het onlangs gescheiden rioolnet aan de Spierhoofseweg en Katschotseweg om zo in de Roosterbeek te lozen aan de Katschotseweg. Hier zijn in het verleden nog nooit problemen van overlast gemeld.
en/of
• de Roosterbeek in haar oorspronkelijke natuurlijke bedding terug leggen, maar vereist grondige studie of dit het probleem ook écht kan oplossen.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 8:
Om tot het huidige rioleringsontwerp te komen werd door Aquafin en Fluvius samen met de Provincie Limburg en de gemeente Zonhoven een zogenaamde hydronautstudie uitgevoerd waarbij alle waterstromen gesimuleerd werden. De gekende problemen zoals in de Hazendansweg en de Nieuwe Hazendansweg werden hierbij mee opgenomen. Hieruit bleek dat het huidige ontwerp geen wateroverlast meer veroorzaakt in het projectgebied.
Een aansluiting van de regenwaterriolering op de Spierhoofseweg is niet mogelijk gezien de helling van het stelsel en de daarmee gepaard gaande diameters van buizen die dan gehanteerd moeten worden. Het stelsel in de Spierhoofseweg is volgens dezelfde hydronautstudie ontworpen en reeds voorzien in een al dan niet opname van vuil water of regenwater. Een verandering van afstroomrichtingen kan wel resulteren in wateroverlast.
Het bezwaar is ongegrond en wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 15, ontvangen op 17/06/2021, luidt als volgt:
Hazendansweg 4
Voor zover ik kan vaststellen op het ontwerpplan zou er naast de percelen 574T en 581V4 een open gracht gerealiseerd worden en dit over een afstand van +/- 80m. Momenteel is over de helft van deze lengte een gracht aanwezig, maar deze zou blijkbaar volgens de plannen dus nog uitgebreid worden.
In verband met deze infiltratievoorzieningen zou ik volgende bezwaren willen formuleren:
1. Ligging van de infiltratievoorzieningen.
Uit eerdere gesprekken met de dienst Patrimonium van de Gemeente Zonhoven, heb ik begrepen dat de infiltratievoorzieningen vanuit een standpunt tot het bekomen van subsidie voor het gehele project worden geïntegreerd.
Ik stel vast dat de Hazendansweg, zowel ter plaatse van de aansluiting op de Oppelsenweg, als op het kruispunt met de Spierhoofseweg, uitgebreid wordt voorzien van infiltratievoorzieningen, onder de vorm van een open gracht.
In andere delen van het projectgebied wordt geen enkele infiltratievoorziening geïntegreerd, bvb de Nieuwe Hazendansweg.
Bovendien worden op de Hazendansweg de open grachten stroomopwaarts voorzien.
Omdat er telkens slechts een zeer klein deel van het projectgebied wordt op aangesloten, hebben de infiltratievoorzieningen in die zin weinig tot geen praktisch nut.
Het is dan ook betreurenswaardig dat bestaande eerder stroomafwaartse infiltratievoorzieningen, onder de vorm van open grachten, daarbij worden gedempt en aansluitend aan de open gracht ter plaatse van ons perceel stroomopwaarts worden toegevoegd.
II. Diverse standpunten.
Uit de gesprekken die ik met de betrokken instanties heb gevoerd, worden verschillende standpunten naar voren gebracht:
Wij hebben op 17.03.2021 een gesprek gehad met de afkoppelingsdeskundige, Dhr. Roger Lemmens van de firma Coconsulting. Hij liet mij weten dat de infiltratievoorzieningen ter hoogte van onze percelen 574V, 574T, 581V4 onder de vorm van een ondergrondse infiltratiebuis zouden worden uitgevoerd.
Naar aanleiding van de informatievergadering op 14.06.2021 met betrekking tot de wijziging van diverse rooilijnen in het projectgebied, liet de vertegenwoordiger van Fluvius weten dat de infiltratievoorziening ter hoogte van onze percelen 574V, 574T, 581V4 misschien helemaal niet nodig zou zijn.
Wij zouden willen vragen de onderhoud intensieve open grachten te vermijden en indien toch nodig te vervangen door ondergrondse onderhoudsvrije infiltratievoorzieningen onder de vorm van infiltratieputten of infiltratiebuizen. Dit zijn toch ingeburgerde hedendaagse infiltratietechnieken.
Hierdoor is een veel eenvoudiger onderhoud van de bermen gegarandeerd. De Gemeente Zonhoven vaart er toch zelf wel bij als de bermen er verzorgd en onderhoudsarm bij liggen?
III. Onderhoud van de infrastructuur.
Momenteel worden de bermen langs de rand van de openbare weg slechts 1à 2 keer per jaar gemaaid. Hierdoor ligt de berm voor ons perceel er quasi permanent onverzorgd bij. Daarenboven word ik verondersteld de buitenste helft zelf te onderhouden. Dit onderhoud is echt geen evidentie en zelfs zeer gevaarlijk: men dient met een bosmaaier tussen afsluitdraad en gracht te proberen het onderhoud van de berm waar te maken.
Aangezien de nieuwe beek nog dieper wordt voorzien dan de huidige en deze ook nog eens in taludvorm wordt uitgevoerd, wordt de afstand tussen de gracht en de rooilijn nog kleiner en is een deftig onderhoud over de gehele perceelslengte onmogelijk. Wij dringen dan ook bijgevolg aan op een onderhoudsvriendelijke oplossing.
IV. Diepte van de infiltratievoorziening.
De nieuwe open gracht zou een diepte hebben van minimaal 1,50m. Het grondwater staat in deze omgeving echter voor het merendeel van de tijd op een diepte van +/- 0,80m. Hierdoor wordt een averechts effect bereikt met de infiltratievoorziening. Immers door deze diepte aan te houden, wordt het grondwater aangetrokken en afgevoerd met een geforceerde verlaging van de grondwaterstand tot gevolg. Dit dient toch vermeden te worden.
V. Toegankelijkheid van de percelen.
Onze percelen worden in zijn geheel afgesneden van de openbare weg. Dit is onaanvaardbaar.
De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaar nr. 9:
Het studiebureau heeft bekeken waar er in dit project kan ingezet worden op infiltratie, dwz open grachten. Een stukje open gracht aan de overzijde wordt gedempt, omdat in het nieuw ontwerp de RWA afvoer aan de rechterzijde ligt.
Infiltratiebuizen zouden hier inderdaad geen zin hebben, aangezien de grondwaterstand te hoog is, waardoor het water dat in deze buizen komt, niet kan infiltreren in de bodem. Een gracht heeft echter wel meer infiltratiemogelijkheid, aangezien het water nog kan infiltreren in de bovenste zijwanden en als het grondwater lager staat kan er meer water infiltreren.
De gracht zal gemiddeld 1m diep zijn, de valbak op het einde van de gracht is 1,5m diep.
Om tegemoet te komen aan de bemerking wat betreft het onderhoud tussen gracht en de private afsluiting (rooilijn), kan ervoor gezorgd worden dat de gracht aan minimum 1 kant beschoeid wordt, zodat de private eigenaar te allen tijde de berm en het deel tussen gracht en rooilijn kan onderhouden
Wat betreft de toegankelijkheid van het perceel wordt er aan een huidige inrit een inbuizing van de gracht voorzien met 2 kopmuren.
Als men in de toekomst dit perceel zou willen verkavelen, heeft men ook recht op een toegang tot ieder perceel.
Het bezwaar is deels gegrond en wordt deels weerhouden.
Bespreking van de ontvangen adviezen betreffende het dossier:
Het advies van het Departement Landbouw en Visserij van 2 juni 2021 dat als volgt beschreven werd:
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.
Voorliggende aanvraag omvat het uitvoeren van riolerings- en wegeniswerken op grondgebied van de gemeente Heusen-Zolder.
De werken zijn volgens het gewestplan gesitueerd binnen woongebied, woongebied met landelijk karakter, natuurgebied, bufferzone en landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Op basis van de beschikbare landbouwgegevens dient worden vastgesteld dat langsheen het tracé van de werken meerdere kleinere graslandpercelen in professioneel (zonevreemd) landbouwgebruik zijn. De toegang tot deze landbouwgebruikspercelen dient zowel tijdens al na de werken worden verzekerd.
Binnen het voorliggend afkoppelingsproject worden de aanwezige baangrachten geoptimaliseerd om maximaal te bufferen en infiltreren. Er wordt geen buffervoorziening uitgebouwd. Voor het overige loost het RWA-stelsel rechtstreeks op de Roosterbeek en dit in overleg met de provincie. De provincie voorziet de realisatie van een bufferbekken van 5.000m³ ter hoogte van de vijvers, gelegen in parkgebied, in de buurt van de Bookmolen. Het te bufferen volume van voorliggend project maakt deel uit van deze 5.000m³.
Er wordt eveneens geen tijdelijk terrein voor grondverbetering voorzien. Als werkzone zal het aanwezig openbaar domein worden gebruikt.
Aan de boscompensatieplicht wordt voldaan door het betalen van een bosbehoudsbijdrage. Bijgevolg bestaat er geen indirect ruimtebeslag van actief uitgebaat agrarisch gebied voor het uitvoeren van compenserende bebossingen.
Gelet op de aard en omvang mogen de werken binnen de agrarische gebiedsbestemming worden beschouwd als handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact.
Gelet op de ruimtelijke ligging ontstaat er geen bijkomend nadeel voor de lokale landbouwstructuur. Vanuit het Departement Landbouw en Visserij kan een gunstig advies worden verleend onder voorwaarde:
- De toegang tot de landbouwgebruikspercelen langsheen het traject dient zowel tijdens als na de werken worden verzekerd.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies en merkt op dat de voorziene werken niet gebeuren in Heusden-Zolder maar in Zonhoven.
Op 17 mei 2021 stelde het Departement Omgeving – afdeling Milieu geen advies uit te brengen:
“De beoogde ingedeelde inrichting of activiteit is niet van de eerste klasse en het betreft hier geen beroep tegen een beslissing van een vergunning van de tweede klasse. Op basis van de bepalingen van art. 37, §2 van het Omgevingsvergunningsbesluit moet de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning geen advies uitbrengen omtrent deze aanvraag.”
Het advies van de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen van 1 juni 2021 dat als volgt beschreven werd:
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier voor wat betreft de bindende bepalingen i.v.m. de waterloop (afstandsregels en machtigingen) voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.
Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies;
Als de omgevingsvergunning verleend wordt en de voorwaarden zoals opgenomen in bijgaand advies worden overgenomen, wordt deze ook beschouwd als machtiging voor de uitvoering van inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de ROOSTERBEEK.”
Evaluatie van de ingediende adviezen:
Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 02/06/2021 vanwege het Departement landbouw & Visserij:
Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet.
De raad volgt het advies van het departement Landbouw & Visserij en stelt dat de voorwaarden bij het voorwaardelijk gunstig advies integraal worden opgenomen in de vergunning.
Overwegende dat de raad volgend gemotiveerd standpunt inneemt over het advies van 01/06/2021 vanwege de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen:
Het advies doorstaat de toetsing aan de grondbeginselen van artikel 3 en 4 van het decreet.
De raad volgt het advies van de Provincie Limburg, Dienst Water en Domeinen en stelt dat de voorwaarden bij het voorwaardelijk gunstig advies integraal worden opgenomen in de vergunning.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om te beraadslagen over voorliggende zaak van de wegen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2021059262 (intern nummer 2021/00167) op 13/04/2021 ingediend bij de provincie Limburg door Fluvius System Operator voor:
1.- stedenbouwkundige handelingen
2.- Vegetatiewijziging:
3.- Inrichtingen of activiteiten:
De gemeenteraad keurt de rooilijn van de Blikveldweg, zoals weergegeven op het ingediende plan (1.3) van landmeter-expert Ing. Alain Bulen van 10 december 2020 voorwaardelijk goed.
De voorwaarden luiden als volgt:
• De voorwaarden bij het voorwaardelijk gunstig advies van het departement Landbouw & Visserij worden integraal opgenomen bij de beslissing.
• De voorwaarden bij het voorwaardelijk gunstig advies van de Provincie Limburg – dienst Water en Domeinen worden integraal opgenomen bij de beslissing.
Het rooilijnplan (1.3) van Ing. Alain Bulen van 10 december 2020 wordt als integrerend deel gehecht aan dit besluit.
Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.
De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.
Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:
• Wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2021059262 (intern nummer 2021/00167) op 13/04/2021 ingediend bij de provincie Limburg door Fluvius System Operator voor
1.- stedenbouwkundige handelingen
• Wegenis- en rioleringswerken in de Grote Hemmenweg, Katschotseweg, Langsteeg, Hazendansweg, Nieuwe Hazendansweg, Krijnswijerweg, Korenmolenweg, Blikveldweg, Putsveldweg, Viartenstraat, Koningsbergweg, Holsteenweg, Hennepveldweg
• Aanleg fietspaden Grote Hemmenweg, Blikveldweg, Korenmolenweg
• Aanleg fietsoversteekplaats Oppelsenweg
• Herinrichting pleintje Korenmolenweg
• Wijzigen bestaande rooilijnplannen gemeentewegen
• Rooien van bomen
2.- Vegetatiewijziging:
• Deels verplaatsen/verwijderen van droge struikheide en het kappen van bomen in bosverband
3.- Inrichtingen of activiteiten:
• Bronbemaling
• Lozing bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat met concentraties boven het indelingscriterium (verontreinigd bemalingswater)
• Afwijking en bijstelling van de sectorale voorwaarden niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
• Wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.