Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de Raad voor vergunningsbetwistingen betreffende arrest van 27 mei 2021 waarbij uitspraak wordt gedaan in de vordering tot vernietiging.
A. Eerste middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert de schending aan van:
- artikel 4.3.1 VCRO;
- artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van
de bestuurshandelingen (hierna: Motiveringswet) en
- het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel als algemene beginselen van
behoorlijk bestuur.
Beoordeling door de Raad:
Het middel wordt verworpen.
B. Tweede middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert de schending aan van:
- artikelen 4.7.22 en 4.7.23 VCRO;
- artikelen 2 en 3 van de Motiveringswet en
- het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel als algemene beginselen van
behoorlijk bestuur.
Beoordeling door de Raad:
Het middel wordt verworpen.
C. Derde middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert aan dat de bestreden beslissing kennelijk onredelijk is.
Beoordeling door de Raad:
Zoals bij de bespreking van het eerste middel is aangegeven, verplicht een
legaliteitsbelemmering om een vergunning te weigeren. Beginselen van behoorlijk bestuur,
waaronder het redelijkheidsbeginsel, kunnen niet dienstig worden ingeroepen tegen een
legaliteitsbelemmering.
Beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen:
1. Het beroep wordt verworpen.
2. De kosten van het beroep bestaande uit het rolrecht van de verzoekende partij, bepaald
op 200 euro, komen ten laste van de verzoekende partij.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de Raad voor vergunningsbetwistingen betreffende het arrest van 27 mei 2021.
Het college van burgemeester en schepenen besluit dit te acteren in het vergunningenregister.