Terug
Gepubliceerd op 30/06/2021

2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 22/06/2021 - 13:30 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring 2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het kappen van 7 bomen, 3 dennen en 4 beuken, en de heraanplant van 3 bomen.

De aanvraag werd op 29/03/2021 ontvangen en op 28/04/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00038: bouwvergunning op 11/04/1967 voor het bouwen van een woonhuis ;
  • 2021/00109M: melding stedenbouwkundige handelingen op 20/04/2021 voor het plaatsen van een veranda.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 12/10/2020:

“De naaldbomen uiterst links en rechts zijn respectievelijk conifeer en sparren.

Ik kan niet zien aan de hand van de foto’s wat voor bomen de middelste zijn en hun omtrek.  Aan de hand van de luchtfoto ben ik er vrij zeker van dat er ook loofbomen staan op dit perceel. De kruin op de luchtfoto is vrij groot waarbij ik er vanuit ga dat ze een degelijke stamomtrek hebben.

Je kan eenvoudig op google opzoekingswerk doen en te weten komen welke bomen je hebt staan. De gemeente komt hier helaas niet voor langs.

Wanneer je de bomen of enkele ervan, wenst te verwijderen, dan zal je hiervoor een omgevingsvergunning moeten indienen. Dit is van tel wanneer de bomen op meer dan 15 meter van je woning staan en een omtrek van meer dan 1 meter op 1 meter hoogte.  Ik meen dat dit van toepassing is bij jullie.

Enkel (!) coniferen mag je zo verwijderen, zonder vergunning, maar niet in het broedseizoen (van februari/maart tot eind juni). 

We trachten onze gemeente zo groen mogelijk te houden. Het zou daarom toe te juichen zijn moest je ervoor kiezen om 1 of meerdere loofbomen te behouden. Vanuit de gemeentelijke diensten is dit alleszins het uitgangspunt.”

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied en in woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).”

“De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.”

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft een beperkte invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het kappen van 7 bomen, 3 dennen en 4 beuken, en de heraanplant van 3 bomen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen.

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Wellekensveldweg, in de zuidelijke rand van de afbakening regionaalstedelijk gebied.  De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, met 1 of 2 bouwlagen onder voornamelijk hellende daken, afgewerkt in gevelsteen in diverse tinten en texturen.

Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag onder een hellend dak, afgewerkt in wit geschilderde gevelsteen.  De woning staat vrij diep ingeplant op het perceel.  Er werd recent akte genomen van de melding voor het plaatsen van een veranda achteraan de woning.

Op het perceel staan verschillende bomen ingeplant, waaronder een grote naaldboom in de voortuin, en verschillende naald- en loofbomen in de achtertuin.

Omschrijving van de aanvraag

Men wenst de grote naaldboom in de voortuin te kappen, net zoals 2 naaldbomen en 4 beuken in de achtertuin.

De overige bomen op het perceel blijven volgens de bijgevoegde nota behouden.

De boom in de voortuin raakt de overhangende kabels en zou rot zijn (bewijs hiervan werd niet aangeleverd).

In de achtertuin wenst men in de toekomst een zwembad te voorzien.  Dit is al dan niet vrijgesteld van vergunning, hierover kan niet geoordeeld worden gezien dit geen deel uitmaakt van de huidige aanvraag.

In de voortuin worden catalpa’s aangeplant, in de achtertuin enkele fruitboompjes.

Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening

Gezien de ligging binnen woongebied is de aanvraag functioneel inpasbaar in de omgeving.

Voor de verdere aftoetsing wordt verwezen naar het advies van de dienst Facilitair management:

“Gedeeltelijk gunstig voor de voorgestelde werken zoals voorgesteld in de aanvraag, mits invullen volgende voorwaarden:

- De 4 beuken dienen behouden te blijven,

- Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden. De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor.

- We merken dat niet al de aanwezige bomen zijn aangeduid op het plan bestaande toestand, Er zal dus nog een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.

- Nodige maatregelen te treffen om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf

Er wordt enkel een vergunning verleend voor het rooien van 3 dennen, alle andere bomen dienen behouden te blijven, ook al zijn ze niet op de huidige plannen ingetekend.”

De omgevingsambtenaar sluit zich volledig aan bij dit standpunt.  De naaldboom in de voortuin zorgt voor hinder, die in de achtertuin lijken weinig kwalitatief te zijn.  De beuken daarentegen vormen waardevolle bomen, die een meerwaarde betekenen voor de biodiversiteit.

Er blijft voldoende tuinzone behouden voor de eventuele inplanting van een zwembad.  Er kan hierbij gekozen worden voor een inplanting waarbij de te behouden bomen niet voor aanzienlijke lichtbelemmering zorgen.

De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving (enkel voor het kappen van de naaldbomen) op voorwaarde dat:

  • Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor.
  • Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.  Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  • De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf

BESPREKING ADVIEZEN

Het advies van 29/04/2021 van de dienst Facilitair management is deels gunstig, onder voorwaarden, zoals hierboven omschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken, voor wat betreft het kappen van de naaldbomen, op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het kappen van de vier beuken.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het kappen van de drie naaldbomen, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het kappen van de vier beuken zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het kappen van de drie naaldbomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor. Deze boom dient te worden aangeplant in het plantseizoen volgend op het kappen van de 3 naaldbomen.  Bewijs hiervan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, tenminste 6 maanden na de aanplant van de boom.  De heraanplant dient herhaald te worden tot de boom aanslaat.  Het rooien van deze boom is vergunningsplichtig.
  2. Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.  Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  3. De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  8. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden (met uitzondering van de bomen waarvoor geen vergunning tot kap bekomen wordt). Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt in hoofdzaak het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 10/06/2021 tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het kappen van de vier beuken en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager voor het kappen van de drie naaldbomen, maar wenst de voorwaarden beperkt aan te passen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het kappen van de vier beuken, zoals weergegeven op de ingediende plannen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het kappen van drie naaldbomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag vraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient inheems te zijn en minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant.   Deze boom dient te worden aangeplant in het plantseizoen volgend op het kappen van de 3 naaldbomen.  Bewijs hiervan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, tenminste 6 maanden na de aanplant van de boom.  De heraanplant dient herhaald te worden tot de boom aanslaat.  Het rooien van deze boom is vergunningsplichtig.
  2. Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend. Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  3. De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  8. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden (met uitzondering van de bomen waarvoor geen vergunning tot kap bekomen wordt). Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.