STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.
De aanvraag werd op 30/12/2020 ontvangen.
Op 28/01/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 22/02/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 11/03/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 21/03/2021 tot en met 19/04/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
GEGEVENS VAN HET BEDRIJF
De activiteiten van het bedrijf/ de vereniging zonder winstoogmerk zijn de volgende: voetbalclub “Zonhoven United FC”.
Huidige aanvraag behelst een verandering, zijnde het boren van 1 grondwaterwinningput met een diepte van 45 meter op een locatie waar het dieptecriterium 73 meter bedraagt en minder dan 5000 m³/jaar grondwater zal opgepompt worden. Het betreft de beregening van 2,5 voetbalvelden gedurende +/- 5 maanden via een computergestuurd programma (enkel 's nachts beregening) voor een debiet van 4500 m³/jaar – rubriek 53.8.1°a).
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Huidige aanvraag voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning was de aanleiding van het slopen van de bestaande kantine .
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie november/ december 2020 voor wat betreft het oprichten van een nieuwe voetbalkantine (VB_2014_133). Hierbij werd aangegeven dat gemeente Zonhoven zal instaan voor de aanvraag tot slopen van het bestaande gebouw.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 21/03/2021 tot en met 19/04/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Inter Vlaanderen
Fluvius
Dienst Patrimonium
Dienst Contractmanagement
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
Bijlage III - Rubriek 10. j) werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, die niet zijn opgenomen in bijlage I of II.
De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: geen aanzienlijke effecten.
Deze conclusie kan bijgetreden worden.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en grotendeels gelegen in recreatiegebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het recreatiegebied.
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten gebouw met een horizontale dakoppervlakte van 960,74m² 2 hemelwaterputten worden voorzien met elk een inhoud van 20.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachines en buitenkranen. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een overloopsysteem naar een bestaand bufferbekken/ infiltratiebekken door middel van infiltratiebuizen die een opvangcapaciteit hebben van 6045 liter en een infiltratieoppervlakte van 76,73m².
De aanstiplijst hemelwater geeft aan dat de horizontale dakoppervlakte 957,55m² bedraagt, dit is slechts een beperkte afwijking t.o.v. de plannen en heeft geen impact op het eindresultaat.
Afwijking verordening:
De minimale inhoud van de hemelwaterput bedraagt 10.000 liter. De aanvraag voorziet de plaatsing van 2 hemelwaterputten met elk een inhoud van 20.000 liter.
Om de waterkwaliteit te bewaren dient een groter hergebruik dan standaard gemotiveerd te worden.
De motivatienota geeft aan dat het hemelwater hergebruikt zal worden voor een totaal van 12 toiletten en 15 urinoirs, 2 wasmachines voor reiniging van de kledij, 4 buitenkranen die mogelijk ook voor beregening van de speelvelden gebruikt kunnen worden. Een verbruik van 2000 liter/ dag is te verwachten (wanneer het gebouw gebruikt wordt weliswaar).
Volgens de rekentool mag een dakoppervlakte van 867,18m² in mindering gebracht worden voor berekening van de infiltratievoorziening (= min. 2260 liter, min. 3,61m²).
De voorziene opvangcapaciteit en infiltratieoppervlakte van de infiltratiebuizen voldoet ruimschoots aan de vereisten.
De verhardingen worden niet uitgebreid.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”.
Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.
Met betrekking tot de riolering en afwijking hemelwater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius.
Het advies van 25/03/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig.
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-03-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 269E, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
Het dossier mag voorwaardelijk gunstig geadviseerd worden mits volgende opmerkingen:
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
Het is ook mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. Deze ruimte heeft altijd minimale binnenafmetingen van 5m x 3.70m, dient zich op het gelijkvloers te bevinden en moet rechtstreeks toegankelijk zijn. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds vooraf besproken te worden met Fluvius.
Algemene voorschriften:
Riolering:
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”
Gezien een aantal opmerkingen in het advies betreffende de opvang van hemelwater op verhardingen en de dimensionering van het bufferbekken, kan aangegeven worden dat de terrassen en tribune overdekt zijn en bijgevolg reeds opgenomen in de berekening en dat de infiltratiebuizen meer dan de vereiste capaciteit bieden waardoor een overloop naar het bufferbekken principieel niet nodig is. In geval van hevige regenval kan wel aangegeven worden dat het bestaande bufferbekken nog een restcapaciteit heeft van 4913 liter en 175,86m², voldoende voor de volledige opvang van het nieuwe gebouw (minimale infiltratievereisten).
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager.
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Toegankelijkheid
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.
Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter of gelijk is aan 400m².
De toegankelijkheidsnormen zijn van toepassing op alle nieuw te bouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen.
Voorafgaand aan de aanvraag werd in het kader van een begeleidingstraject door Inter Vlaanderen advies aangeleverd (09/12/2020) betreffende concept en structuur op basis van de ontwerpplannen 24/11/2020. Hierbij werden een aantal knel- en aandachtspunten meegegeven aan aanvrager en architect.
De omgevingsaanvraag werd voor advies voorgelegd aan Inter Vlaanderen.
Het advies van Inter Vlaanderen werd niet verleend binnen de wettelijke adviestermijn.
Op 08/06/2021 werd een ongunstig advies verleend door Inter, met volgende specifieke knelpunten en aandachtspunten voor de betreffende aanvraag:
Er werd nog een bijkomend advies opgemaakt door Inter d.d. 17/06/2021. Dit advies werd opgemaakt na bespreking met architect en clubverantwoordelijke. Het advies is inhoudelijk nagenoeg identiek, dezelfde knelpunten worden aangehaald. Desondanks gaat het om een voorwaardelijk gunstig advies. De precieze voorwaarden worden nergens letterlijk opgesomd in het advies.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing:
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen archeologienota vereist gezien de bodemingreep kleiner is dan 1.000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving gezien de knelpunten vernoemd in de adviezen van Inter. Door de voorziene locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband langsheen de straten die het recreatiegebied omzomen en ten zuiden bevindt zich een ingesloten groengebied.
Op het perceel van de aanvraag zelf zijn diverse gebouwen en aangelegde terreinen in functie van sport en recreatie aanwezig. Op het terrein staat een voetbalkantine ingeplant die gesloopt zal worden. Deze situeert zich op het noordwestelijke deel van het perceel, tussen 2 voetbalvelden en met een aansluiting naar de parking aan de Herestraat. Er zijn diverse hoogstambomen en ander groen aanwezig op het terrein.
Omschrijving van de aanvraag
Op de locatie van de bestaande voetbalkantine wordt een nieuwe voetbalaccommodatie opgetrokken. Het nieuwe gebouw zal zich, meer dan het bestaande gebouw, richten op het bestaande A-plein. De as van de ontworpen spelerstunnel zal uitkomen op de middellijn van plein A. Omwille van deze inplanting dienen 2 bestaande eiken gerooid worden. Binnen het bestaande dossier wordt geen compensatie voor deze kap opgenomen.
Het nieuwe gebouw telt 2 bouwlagen onder een plat dak, met een hoogte van 7,30m boven het maaiveld, en wordt aan de zijde van het A-plein voorzien van een tribune. De max. breedte van het hoofdgebouw bedraagt 17,94m, de breedte inclusief de tribuneconstructie bedraagt 23,89m. De max. bouwdiepte bedraagt 39,05m (excl. een trapje i.f.v. de tribune).
De toegangspaden naar dit gebouw maken in feite geen deel uit van de aanvraag, gezien de gemeente Zonhoven deze zal voorzien, kaderend binnen het grote geheel van site de Basvelden.
Het gelijkvloers wordt ingericht met kleedkamers, technische ruimtes, sanitair, berging en een ehbo-lokaal. De toegang bevindt zich aan de zijde van de parking langs de Herestraat.
De verdieping wordt voornamelijk ingericht als kantine met aanhorigheden. Gezien de verdieping niet de volledige footprint van het gelijkvloers inneemt, ontstaat er aan de achterzijde, op het dak van de gelijkvloerse bouwlaag, ruimte voor een terras, aansluitend aan de kantine. De tribune is toegankelijk via de kantine en het terras.
Het geheel krijgt een strakke vormgeving, afgewerkt in een lichtgrijze gevelsteen en zwart aluminium schrijnwerk, met een dominerende luifel in zwarte stalen sandwichpanelen. Tegen de voorgevel wordt het logo van de voetbalclub geplaatst. De lengte van de gelijkvloerse plint van de linker zijgevel wordt gebroken doordat een viertal vlakken van deze gevel volledig met groen begroeid zullen worden.
Op het dak worden zonnepanelen geplaatst.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De inplanting van een nieuwe voetbalaccommodatie is functioneel inpasbaar op de recreatieve site de Basvelden.
Mobiliteitsimpact
Het gaat om een bestaande voetbalclub. De bezoekers kunnen gebruik maken van de bestaande parking langs de Herestraat, alsook van de bestaande parking aan de Muizenstraat die ook toegang verleent aan de site. De aanvraag heeft in dat opzicht weinig impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
De hoogte van het gebouw, 2 bouwlagen onder een plat dak, zorgt voor een andere schaal dan de huidige kantine (1 bouwlaag onder een plat dak). Door de tribune in het gebouw te integreren ontstaat een gebundeld geheel. Het gebouw wordt op voldoende afstand ingeplant tot de toegang zodat de hoogte aanvaardbaar is op het terrein.
Het gebouw zal een nieuwe, hedendaagse voorgevel vormen voor de site, vanaf de toegang aan de zijde van de Herestraat.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De site van de Basvelden betreft een zeer ruim sportpark, met verschillende aanwezige sporttakken, alsook zeer veel groen. De site kan de gevraagde oppervlakte dragen. Het gebouw wordt ingeplant tussen twee bestaande voetbalpleinen wat zorgt voor een efficiënt ruimtegebruik.
De gevraagde inplanting is voor de voetbalclub de enige mogelijke, omwille van diverse redenen, andere scenario’s werden uitgebreid onderzocht maar bleken niet mogelijk te zijn. Door de gewenste inplanting dienen 2 waardevolle eiken gerooid te worden. De dienst Facilitair management verleende hieromtrent d.d. 23/03/2021 volgend advies:
“Gunstig mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Aanplanten van 4 hoogstam bomen in de maat 20/25 ter compensatie van de twee eiken die gerooid worden
- Voor de heraanplant kan er gekozen worden uit volgende soorten:
- Quercus robur (zomereik)
- Quercus petraea (wintereik)
- de bomen worden best aan de graszone aan de noordzijde van de nieuwbouw heraangeplant,
- de bomen dienen te worden aangeplant in het eerste plantseizoen volgend op de afwerking van het gebouw.”
Dit dient te worden opgenomen als vergunningsvoorwaarde, met de toevoegingen dat bewijs van maat en aanplant aangeleverd dient te worden en wat er dient te gebeuren indien de bomen zouden afsterven.
Visueel-vormelijke elementen
Op de site bevinden zich diverse sporttakken waarbij ook enkele gebouwen. Deze gebouwen zijn divers in architectuur en kleur en bevinden zich verspreid over de site. Het voorziene gebouw integreert zich goed binnen dit geheel, door de vrij eenvoudige vormgeving en materiaalgebruik. Door de linker zijgevel te laten begroeien met planten ontstaat een (gedeeltelijke) groengevel, in harmonie met de parkomgeving.
Op de gevelplannen zijn de zonnepanelen op het platte dak zichtbaar. Wanneer deze ook in de realiteit op een dergelijke manier zichtbaar zijn zal dit storend zijn en afbreuk doen aan de architectuur. De zonnepanelen dienen op een wijze te worden geplaatst (door de afstand tot de dakrand en de hellingsgraad) dat deze zo weinig mogelijk zichtbaar zijn vanaf de site. Dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Door het voorzien van dit nieuwe gebouw zal de club beschikken over een hedendaagse accommodatie, aangepast aan de huidige normen van comfort, duurzaamheid, enz.
Zoals in de adviezen van Inter aangehaald, wordt echter het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden door de locatie van de lift. Deze wordt achteraan in het gebouw voorzien en is enkel bereikbaar via ofwel de (lange) gang tussen de kleedkamers ofwel via een zij-ingang en vervolgens door het ehbo-lokaal. Er werd reeds voorafgaandelijk door de dienst gecommuniceerd dat deze locatie zeer vreemd is. Ook in het pré-advies van Inter, in het kader van het begeleidingstraject, werd aangehaald dat deze locatie het gelijkwaardigheidsprincipe schaadt.
De architect haalt in zijn nota aan dat de voorziene inplanting de meest praktische is in het kader van leveringen t.b.v. het bovenliggend cafetaria en dat deze inplanting ook voor g-sporters ideaal is.
De praktische kant ten voordele van leveringen voor het cafetaria kan bezwaarlijk gesteld worden boven het gelijkwaardigheidsprincipe. Wanneer de lift in de inkomhal zou worden voorzien is er geen enkel beletsel de lift ook voor deze leveringen aan te wenden.
Dat de voorziene locatie praktisch is voor g-sporters kan worden bijgetreden, maar dit is niet het geval voor bezoekers die gebruik wensen te maken van de lift. Hen door de gang tussen de kleedkamers sturen is niet gepast. Deze gang is voor de sporters en zal daarnaast ook vaak vuil zijn. Ook de optie de zij-ingang te gebruiken biedt geen oplossing. Men zal hierdoor voorafgaandelijk het ehbo-lokaal moeten doorkruisen, wat bezwaarlijk als volwaardige/evenwaardige ingang kan worden beschouwd. De vraag kan gesteld worden of deze zij-ingang steeds toegankelijk zal zijn? Wanneer deze gesloten is kan een gebruiker van de lift het gebouw niet zelfstandig betreden.
Bovendien is de lift helemaal aan het uiteinde van het gebouw gelegen waardoor mensen met een beperking een lange omweg moeten maken wat niet gebruiksvriendelijk is. Men dient te parkeren op de bestaande parking waarna men, ofwel langs ofwel doorheen, het volledige gebouw moet passeren alvorens de lift te bereiken. Men zou kunnen overwegen parkeerplaatsen aan te leggen ter hoogte van de zij-ingang maar dit is niet wenselijk. De verhardingen zullen door de gemeente worden aangelegd passend in het gehele concept van de Basvelden. Dergelijke parkeerplaatsen op de site zullen onnodige verhardingen creëren. Bovendien tast dit het algemene concept van de site aan, waarbij alle gemotoriseerd verkeer van de site wordt geweerd. Het kan tenslotte niet zijn dat omwille van een slechte inplanting van een lift in een ontwerp tot nieuwbouw het concept van de site gewijzigd dient te worden.
Deze nieuwbouw biedt de kans een functioneel en hedendaags gebouw te voorzien voor de komende jaren dat voor iedereen toegankelijk is. Een vereiste die bij elk nieuw publiek toegankelijk gebouw geldt. Deze kans mag in geen geval blijven liggen, zeker gezien de ligging op een gemeentelijk sportterrein/park.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving gezien de locatie van de lift het gelijkwaardigheidsprincipe aantast.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit beide adviezen blijkt dat door de locatie van de lift het gelijkwaardigheidsprincipe wordt geschonden.
Om die reden sluiten de gemeentelijke omgevingsambtenaren zich aan bij het ongunstig advies. Zie hiervoor ook de bespreking van de goede ruimtelijke ordening waarbij dit inhoudelijk wordt gemotiveerd.
Er kan daarnaast worden opgemerkt dat het vreemd is dat een advies dat inhoudelijk quasi identiek is aan een ongunstig advies aangepast werd naar een gunstig advies onder voorwaarden. Bovendien worden in het laatste adviezen geen exacte voorwaarden benoemd. Wanneer de omgevingsambtenaren stellen dat de voorwaarden en bemerkingen uit het laatste advies gevolgd dienen te worden zou dit strijdig zijn met het ontwerp gezien de bemerkingen in het advies aangaande de locatie van de lift. Dit zou m.a.w. leiden tot een onuitvoerbaarheid.
Om deze reden werd bijkomende duiding gevraagd aan Inter. Hierin stelt men dat het advies omtrent de lift, wanneer men louter rekening houdt met de verordening toegankelijkheid, niet kan leiden tot een ongunstig advies. Maar dat men, in de geest van de wet en vanuit de visie van de lopende opdracht van de gemeente voor een trajectbegeleiding toegankelijkheid (die verder gaat dan de verordening) het ongunstig standpunt t.o.v. de locatie van de lift behoudt. Het argument dat de gelijkwaardigheid in het huidig concept fout zit en dat dit best wordt bijgestuurd blijft m.a.w. behouden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, maar dat door het ontwerp het gelijkwaardigheidsprincipe wordt geschonden. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
De aanvraag betreft een verandering van een vergunde inrichting, zijnde het boren van een nieuwe grondwaterwinning, voor een diepte van 45 meter, voor een totaaldebiet van 4500 m³/jaar.
Met volgende aangevraagde rubrieken:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar.
GRONDWATERWINNINGEN
De voetbalclub vraagt volgende grondwaterwinningen aan, voor de toepassing: beregening van 2,5 voetbalvelden (2 volwaardige pleinen en 1 duiveltjesveld), gedurende +/- 5 maanden. Er wordt enkel ’s nachts beregend.
Momenteel is een grondwaterwinning aanwezig, voor hetzelfde debiet en diepte. Doch door de afbraak van de bestaande kantine en bouw van de nieuwe, zou de oude put onder het gebouw komen te liggen (onder kleedkamer 11). Gezien dit niet wenselijk is, wordt ervoor gekozen om een nieuwe put te boren, naast de nieuwe kantine, ten zuiden van de hemelwaterputten.
Artikel 5.53.2.3 Vlarem II voorziet een vrijstelling voor het herboren van een grondwaterwinningsput maar voor deze aanvraag wordt niet voldaan aan de voorwaarden van deze vrijstelling (niet binnen de 10 meter van de bestaande put) waardoor inderdaad een verandering van de vergunde grondwaterwinning moet aangevraagd worden.
Een vermoedelijke boorstaat werd toegevoegd door de boorfirma Aqua Vrijsen, waarbij de waterwinning op 45 m diepte staat aan een uurdebiet van 15 m³.
In de aanvraag is er onduidelijkheid over het maximaal aangevraagde debiet. De aanvraag vermeldt 3 verschillende debieten: 4500 m³/jaar, minder dan 5000 m³/jaar en maximaal 5000 m³/jaar.
Het dieptecriterium op deze locatie is 73 meter. Wanneer meer dan 5000 m³ op jaarbasis wordt opgepompt, is een klasse 2 noodzakelijk. Vandaar het belang dat duidelijk is hoeveel op jaarbasis opgepompt wordt. Geadviseerd wordt om dit vast te leggen op maximaal 4500 m³/jaar, het laagst doorgegeven debiet in de aanvraag.
Een milieumelding werd op 9 januari 2018 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor een grondwaterwinning op 45 meter diepte, voor minder dan 5000 m³/jaar. Een einddatum werd niet vermeld op de melding.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.
MEET- EN REGISTRATIEVERPLICHTINGEN
Het bedrijf moet voldoen aan de meet- en registratieverplichtingen vallende onder 53.
Zijnde een meetinrichting voor het opgepompte grondwater in de vorm van een debietsmeter.
vergunningstermijnen
Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur zijnde.
ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:
Advies – voorwaarden:
Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:
Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd, voor onbepaalde duur:
In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. Door de locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning voor een jaardebiet van 4500 m³, op een diepte van 45 meter, met volgende rubriek:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 17/06/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning zoals weergegeven op de ingediende plannen. Door de locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.